De Slakkentuin is een slakkenkwekerij in Reusel, Noord-Brabant.

Geschiedenis Stappaerts is een agrarische familie, die door wetswijzigingen, financiële risico's en andere factoren die een zeker boerenbestaan bedreigden, naar alternatieven zocht. Tijdens de diploma-uitreiking van een viscursus in 1990 stond een informatiestand over slakken in de ruimte waar Ad Stappaerts (1961) met collega-cursisten aanwezig was. Het wekte hun belangstelling. Omdat er geen Nederlandse cursus voorhanden was in deze richting, maakte de MAS in Helmond een docent vrij om als projectbegeleider onderzoek te doen naar de slakkenteelt en er een cursus voor te ontwikkelen.

Na studiereizen in Zuid-Europese landen, besloten de cursisten en de MAS in Nederland een slakkenkwekerijsector te ontwikkelen. Literatuur werd bestudeerd en experimenten werden uitgevoerd. Zodoende begon Stappaerts in 1996 zijn eigen kwekerij. Hij zette een veld uit van honderdtachtig vierkante meter voor gros gris slakken. Planten werden als voedsel in bakken gelegd. Spoedig bleek dat de gehanteerde methode te arbeidsintensief was: de arbeidskosten liepen dermate op dat het eindprodukt prijstechnisch niet interessant was voor de afzetmarkt. Volgens Stappaerts moest naar een extensieve kweekmethode gezocht worden.

Bij de groep cursisten vielen de resultaten tegen en van de 18 cursisten bleef uiteindelijk een derde over. Deze groep besefte dat ze op een of andere manier met elkaar samen moesten gaan werken. Het was voor hen reden om “Helix” U.A., een coöperatieve vereniging voor escargottelers, op te richten. Er bleken in Nederland enkele telers te zijn die al langer bezig waren. Samenwerking met hen draaide echter op niets uit, zodat Helix op eigen kracht verder ging. Niet zozeer het kweken zelf bleek het probleem te zijn, maar het goed regelen van de verwerking en afzet.

De coöperatie legde contacten met een firma uit het Belgische Dinant met ervaring in slakkenverwerking. De slakken van de Helix-groep werden toen eens per maand verzameld bij Stappaerts, waarna hij voor het vervoer naar Dinant zorgde. Hij besefte dat dit geen ideale oplossing was, want wat in Dinant gedaan werd, zouden zij zelf ook kunnen. Hij hield n het achterhoofd zelf ooit een verwerkingseenheid op te richten.

Anno 2000 ging het Stappaerts nog voornamelijk om het telen. Hij streefde ernaar met andere leden van de coöperatie de slakkenproductie te vergroten. Daarmee hoopten ze een constant aanbod te kunnen bieden om structureel winkels of restaurants te bevoorraden. Door zelf een verwerkingseenheid op te richten hoopte de coöperatie een kwalitatief goed en betaalbaar eindproduct neer te kunnen zetten.

Beschrijving De kwekerij is een stal van 9 bij 20 meter met een bodem dekaarde oorspronkelijk bestemd voor champignonnen. Daarop staan rijen oude veilingkistjes, de behuizing van segrijnslakken van het type gros gris. De slakken worden gevoederd met meel dat door de ruimte gestrooid wordt, vermengd met mistwater. De stal bevat ca. 90.000 slakken. Schimmel en ongedierte wordt geminimaliseerd door gebruik van speciale wormen die het afval composteren.

Voor de overwintering worden elders nog een 100.000-tal slakkken gehouden.

Zodra het in mei vorstvrij is worden in drie buitenverblijven van 6 bij 25 meter kistjes geplaatst en worden de slakken hier heen verhuisd om te volgroeien. Een net biedt bescherming tegen natuurlijke vijanden.

Categorie:Slakkenkwekerij Categorie:Nederlands bedrijf