thumb|left|150px|Loop van het Maar in 1837

Het Maar (Nedersaksisch: Ut Moar), in de vroegere benedenloop ook Zijlmaar of Oestermaer genoemd, is een maar, een waterloop, die oorspronkelijk liep van het Hemrik ten zuiden van Haren tot aan de Drentsche A nabij het Hoge der A in de stad Groningen.

Tegenwoordig bestaat er nog een klein deel van het Maar, aan de westzijde van Harense wijk Maarwold (Harenermaar), waar het onderdeel is van het Pieterpad, en ten zuiden van de Groningse wijk De Wijert (Helpermaar).

Geschiedenis Het Maar is gelegen tussen de hoger gelegen gebieden van de Hondsrug en het Hoornsediep, in een laagveengebied welke ongeveer 6000-3000 jaar geleden is ontstaan in het beekdal van de Drentsche Aa.

Het is onbekend in welk jaar het Maar is ontstaan of is aangelegd. Mogelijk is het aangelegd tijdens de Grote Ontginning in de 11e eeuw.

Oorspronkelijke mondingen Vermoedelijk mondde het Maar oorspronkelijk via een bocht tussen de Reitemakersrijge en de Schuitemakersstraat uit in de A bij de stad Groningen en werd deze bocht in de loop der tijd een aantal maal verplaatst naar het zuiden. Vermoedelijk rond 1400 werd de stadsmuur bij de Reitemakersrijge gebouwd op een oude meander of zijtak van de Drentsche Aa, waarbij de benedenloop van het Maar een scherpe bocht kreeg. Bij de aanleg van het zuidelijker gelegen Aduarderrondeel (later Oude Rondeel of Bremerbuik; tegenover het huidige Hoofdstation) in 1559 werd de Maar verkort en hierbij iets westelijker aangesloten op de stadsgracht van Groningen. Na de aanleg van de 17e eeuwse vestingwerken werd kwam deze aansluiting te liggen bij de Olde Rondeeldwinger.

Rond 1400 werd ten westen van het Maar het Hoornsediep gegraven. Vanaf die tijd wordt het Maar in de benedenloop ook wel Oosterdiep genoemd en het Hoornsediep Westerdiep. Tussen beide diepen lag in de middeleeuwen het eiland ‘t Oech (het oog).

Latere geschiedenis Bij aanleg van de Helperlinie in 1695 loopt het Maar tussen de twee westelijke redoutes, daar waar later het gehucht Papiermolen lag en sinds 1955 het zwembad de Papiermolen is gelegen.

Vanaf de Franse tijd wordt vanuit het Maar door slagturven het veen afgegraven voor turfwinning. Hieruit ontstonden de Wolddeelen en Sassenhein. In die tijd stonden er meerdere watermolens aan het Maar en liep het vlak voor de verdedigingswerken via een bocht naar het westen uit op het Hoornsediep.

Vanaf midden 1800 viel het Maar onder de waterschappen Westerpolder (1859) en Helpman (1862). Het Maar werd vanaf dat moment onderverdeeld in het Helpermaar en het Harenermaar.

Bij de kanaliseren van het Hoornsediep tot Noord-Willemskanaal in 1862 werd het Maar enkele honderden meters zuidelijker van de stadsgracht met een bocht afgeleid naar het Hoornsediep. Hier werd de molen van de polder Westerstadshamrik gebouwd. Ten noorden daarvan werd het emplacement van Station Groningen aangelegd. De wijk Rivierenbuurt werd in de jaren 1930 tot 1950 over de benedenloop heen gebouwd. In de jaren 1960 en 1970 werd ten zuiden daarvan de wijk De Wijert er overheen aangelgd. Een stukje van de loop is daar nog te zien in de vorm van de vijvers ten oosten van de woningen aan oostzijde van de Bordewijklaan.

Ergens in de decennia na de Tweede Wereldoorlog werden de sloten ten westen van Hemmen gewijzigd en de Harens Molenbuurt gebouwd en verdween de loop ook daar.

Categorie:Oppervlaktewater in Groningen (provincie) Categorie:Geografie van Groningen (gemeente) Categorie:Laagveengebied Categorie:Natuurgebied in Groningen (provincie)