De Tweede Kamerverkiezingen 1850 waren algemene verkiezingen voor de Nederlandse Tweede Kamer. Na ontbinding van de Tweede Kamer werden op 27 augustus 1850 verkiezingen gehouden voor alle 68 zetels.
Na de grondwetsherziening van 1848 werden de leden van de Tweede Kamer rechtstreeks gekozen door de kiesgerechtigde bevolking. Een in 1850 opgestelde Kieswet regelde de details van de verkiezing.
De indeling van de kiesdistricten zoals die als tijdelijke maatregel was ingevoerd voor de verkiezingen van 1848 werd sterk gewijzigd. Een groot aantal van de 68 enkelvoudige kiesdistricten werd opgeheven of omgezet in een meervoudig kiesdistrict.Een enkelvoudig kiesdistrict vaardigde per zittingsperiode één lid af naar de Tweede Kamer; in een meervoudig kiesdistrict werden als regel twee leden gekozen. Elk lid had vier jaar zitting, en elke twee jaar was de helft van het aantal leden aftredend.In 1852 werden periodieke verkiezingen gehouden voor de aftredende helft van de Tweede Kamerleden.
Nederland was verdeeld in 38 kiesdistricten, waarin 68 leden van de Tweede Kamer gekozen werden.Elf enkelvoudige kiesdistricten kozen één lid, in 26 meervoudige kiesdistricten werden twee leden afgevaardigd, en in het kiesdistrict Amsterdam vijf. Een kiezer bracht evenveel stemmen uit als er afgevaardigden in zijn kiesdistrict gekozen werden. Om gekozen te worden moest een kandidaat minimaal de districtskiesdrempel behalen.De districtskiesdrempel werd bepaald door de volgende formule: 50% van het aantal uitgebrachte geldige stemmen, gedeeld door het aantal in het district te verkiezen zetels. Indien nodig werd een tweede verkiezingsronde gehouden tussen de twee hoogstgeplaatste (niet-drect gekozen) kandidaten uit de eerste ronde. Deze tweede ronde werd gehouden op 11 september 1850.In het kiesdistrict Leiden vond de tweede ronde plaats op 10 september, in het kiesdistrict Assen op 14 september.
Uitslag Opkomst 1848 1850 # stemmen % # stemmen % Kiesgerechtigden 55.728 82.249 Niet opgekomen 10.923 19,60% van het aantal kiesgerechtigden. 26.670 32,43 Opkomst 44.805 80,40 55.579 67,57
Verkiezingsuitslag naar groepering GroeperingIn 1850 bestonden nog geen politieke partijen. Gekozen leden sloten zich gewoonlijk eerst na hun verkiezing aan bij een kamerfactie. zetels 1848Een wijziging van het aantal zetels van een groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode. 1850 +/− thorbeckianen 20/21 22 +1 liberalen 19 18 −1 conservatieven 5 8 +3 conservatief-liberalen 9 7 −2 conservatief-katholieken 5 5 - gematigde liberalen 8/7 4 −3 antirevolutionairen 1 3 +2 conservatief-protestanten - 1 +1 separatisten 1/0 - - vacatureGerardus Mejan, overleden op 6 augustus 1850. -/1 - −1 Totaal 68 68 0
Gekozen leden
Bij deze verkiezingen werden 51 leden herkozen. Vijf leden hadden aangegeven niet herkiesbaar te zijn, terwijl elf aftredende leden verslagen werden. Tevens werd een vacature ingevuld.
Onderstaand volgen enkele bijzonderheden:
in het kiesdistrict Arnhem waren in eerste instantie Maximiliaan de Man (liberalen) en Willem Dullert (thorbeckianen) gekozen. De Man was echter tevens gekozen in het kiesdistrict Almelo en Dullert in het kiesdistrict Zutphen, waaraan zij de voorkeur gaven.Het was volgens de vigerende wetgeving geoorloofd zich in meer dan één kiesdistrict kandidaat te stellen. Als iemand in meerdere districten gekozen werd, diende hij vervolgens aan te geven voor welk district hij in de Tweede Kamer zitting wilde nemen; in het andere district/de andere districten werd dan een naverkiezing gehouden. Om in de ontstane vacatures te voorzien werd in Arnhem een naverkiezing voor twee zetels gehouden waarbij Willem van Lynden en Æneas Mackay (beiden antirevolutionairen) gekozen werden;
in het kiesdistrict Assen versloeg Petrus van der Veen (61,2%, conservatief-liberalen) het aftredende lid Lodewijk van RandwijckVan Randwijck was aftredend Kamerlid voor het in 1850 opgeheven kiesdistrict Hoogeveen, dat werd samengevoegd met het kiesdistrict Assen. (38,8%, conservatieven);
in het kiesdistrict Delft had in eerste instantie Sebastiaan Anemaet (thorbeckianen) zich geplaatst voor een tweede verkiezingsronde. Anemaet was echter wel direct gekozen in het kiesdistrict Zierikzee, als gevolg waarvan de tweede ronde geen doorgang kon vinden. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Delft een naverkiezing gehouden waarbij Willem WintgensWintgens was aftredend Kamerlid voor het kiesdistrict Delft. (conservatief-liberalen) herkozen werd;
in het kiesdistrict Dordrecht versloegen Johannes Lotsy (84,3%, liberalen) en Pieter Blussé van Oud-Alblas (35,2%, thorbeckianen) het aftredende lid Willem Wijnaendts (21,3%, liberalen);
in het kiesdistrict Gouda hadden in eerste instantie Karel Poortman (thorbeckianen) en Elisa van Doorn (conservatieven) zich geplaatst voor een tweede verkiezingsronde. Poortman was echter wel direct gekozen in het kiesdistrict Delft en Van Doorn in het kiesdistrict Utrecht, als gevolg waarvan de tweede ronde geen doorgang kon vinden. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Gouda een naverkiezing gehouden waarbij Leonard Metman (liberalen) gekozen werd;
in het kiesdistrict 's-Gravenhage versloeg in eerste instantie Jean Baud (conservatieven) (61,6%, liberalen) het aftredende lid Pieter SchooneveldSchooneveld was aftredend Kamerlid voor het in 1850 opgeheven kiesdistrict Gravenhage II, dat werd toegevoegd aan het kiesdistrict 's-Gravenhage. (10,9%, liberalen). Baud was echter tevens gekozen in het kiesdistrict Rotterdam, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in 's-Gravenhage een naverkiezing gehouden waarbij Schooneveld alsnog herkozen werd;
in het kiesdistrict Hoorn versloegen Willem van Hasselt (68,1%, liberalen) en Dirk van Akerlaken (58,8%, liberalen) het aftredende lid Eko Scheltinga Winterberg (14,0%, conservatief-liberalen);
in het kiesdistrict Leeuwarden versloeg in eerste instantie Wolter van Hoëvell (46,2%, thorbeckianen) het aftredende lid Schelto van Heemstra (31,3%, conservatief-liberalen). Van Hoëvell was echter tevens gekozen in het kiesdistrict Almelo, waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Leeuwarden een naverkiezing gehouden waarbij Adolph Ypeij (liberalen) gekozen werd;
in het kiesdistrict Leiden versloeg Pieter Taets van Amerongen tot Natewisch (55,5%, conservatieven) het aftredende lid Johannes de Fremery (44,5%, thorbeckianen);
in het kiesdistrict Maastricht versloegen Charles de Limpens (55,8%, liberalen) en Eduardus Borret (54,8%, conservatief-katholieken) het aftredende lid Louis de Villers de PitéDe Villers de Pité was aftredend Kamerlid voor het in 1850 opgeheven kiesdistrict Heerlen, dat werd samengevoegd met het kiesdistrict Maastricht. (42,2%, liberalen);
in het kiesdistrict Roermond versloegen Pieter de Lom de Berg (70,8%, conservatief-katholieken) en Johan van Wylick (69,7%, liberalen) de aftredende leden Johan Leclercq (49,9%, conservatief-liberalen) en Johannes LambrechtsLambrechts was aftredend Kamerlid voor het in 1850 opgeheven kiesdistrict Sittard, dat gedeeltelijk werd samengevoegd met het kiesdistrict Roermond. (24,0%, liberalen);
in het kiesdistrict Sneek versloegen Herman Huguenin (51,5%, liberalen) en Anne Jongstra (50,6%, thorbeckianen) de aftredende leden Pieter Costerus (25,4%, gematigde liberalen) en Nicolaas van HelomaVan Heloma was aftredend Kamerlid voor het in 1850 opgeheven kiesdistrict Heerenveen, dat gedeeltelijk werd samengevoegd met het kiesdistrict Sneek. (21,7%, liberalen);
in het kiesdistrict Zierikzee versloeg Sebastiaan Anemaet (56,1%, thorbeckianen) het aftredende lid Gerrit Fokker (21,3%, thorbeckianen);
in het kiesdistrict Zwolle had in eerste instantie Albertus Duymaer van Twist (liberalen) zich geplaatst voor een tweede verkiezingsronde. Duymaer van Twist was echter wel direct gekozen in het kiesdistrict Steenwijk, als gevolg waarvan de tweede ronde geen doorgang kon vinden. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Zwolle een naverkiezing gehouden waarbij Guillaume Groen van PrinstererGroen van Prinsterer was aftredend Kamerlid voor het in 1850 opgeheven kiesdistrict Harderwijk, dat gedeeltelijk werd samengevoegd met het kiesdistrict Zwolle. (antirevolutionairen) herkozen werd.
De zittingsperiode ging in op 7 oktober 1850. De zittingstermijn van Tweede Kamerleden bedroeg vier jaar.Om de twee jaar was de helft van de Kamerleden aftredend. Zie hier voor een nadere toelichting.
Formatie
Het kabinet was vóór deze verkiezingen niet afgetreden, omdat het doel van de verkiezingen uitsluitend was de recent ingevoerde Kieswet te effectueren. Gezien de uitslag van de verkiezingen kon het kabinet aanblijven.
1850 Nederland Categorie:Geschiedenis van Nederland in de 19e eeuw Categorie:Nederlandse politiek in 1850