thumb|François Viète François Viète, of Franciscus Vieta (Fontenay-le-Comte, 1540 – Parijs, 13 december 1603) was Frans wiskundige, rechtsgeleerde en parlementariër.

Hij was zowel onder Hendrik III als Hendrik IV koninklijk raadsman, hoewel hij enige tijd uit de gratie is geweest. Voor de tweede ontcijferde hij Spaanse berichten tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

De meeste roem vergaarde hij door logista speciosa (1591), een werk over het gebruik van letters in algebraïsche vergelijkingen. Verder werk van zijn hand is onder meer Canon mathematicus (1579) en Apollonius Gallus (1600). Een groot deel van de geschriften van Viète werd in 1646 door Frans van Schooten uitgegeven en is bekend onder de titel Opera Mathematica.

Biografie Oorsprong Viètes grootvader was een koopman uit La Rochelle. Zijn vader, Etienne Viète, was advocaat in Fontenay-le-Comte en notaris in Le Busseau. Zijn moeder was de tante van Barnabé Brisson, de magistraat en de eerste voorzitter van het parlement tijdens het overwicht van de Katholieke Liga in Frankrijk.

In 1540 geboren in Fontenay-le-Comte, bezocht Viète een franciscaanse school. Vanaf 1558 studeerde hij rechten aan de Universiteit van Poitiers, waar hij in 1559 afstudeerde als Bachelor in de rechten. Een jaar later begon hij in zijn geboortestad een carrière als advocaat. Vanaf het begin werd hij met bepaalde belangrijke zaken belast, met inbegrip van de afwikkeling van een financiële regeling voor de weduwe van koning Frans I van Frankrijk in Poitou en de belangenbehartiging van Maria I van Schotland.

In dienst bij de Parthenays In 1564 trad Viète in dienst van Antoinette d'Aubeterre, vrouwe van Soubise, echtgenote van Johan V van Parthenay-Soubise, een van de belangrijkste hugenootse militaire leiders. In opdracht van haar reisde Viète naar Lyon om documenten te verzamelen over de heldhaftige verdediging van haar man van Lyon tegen de troepen van de hertog van Nemours, Jacobus van Savoye-Nemours een jaar eerder.

In datzelfde jaar, in het Parc-Soubise, in de gemeente Mouchamps, Vendée, werd Viète de tutor van Catherine de Parthenay, de elfjarige dochter van de Soubises. Hij onderwees haar in de natuurwetenschap en de wiskunde en schreef voor haar tal van verhandelingen over astronomie, geografie en trigonometrie, waarvan sommige bewaard zijn gebleven. In deze verhandelingen maakte Viète, twintig jaar vóór Simon Stevin, reeds gebruik van decimale getallen. Ook was hij veertig jaar voor Kepler en twintig jaar voor de dood van Giordano Bruno al bekend met de elliptische banen van de planeten.

Johan V van Parthenay stelde hem ter beschikking aan koning Karel IX van Frankrijk. Viète schreef een genealogie van de Parthenayfamilie en hij schreef na de dood van Johan V van Parthenay-Soubise in 1566 diens biografie.

In 1568 huwde Antoinette, vrouwe van Soubise, haar dochter Catherine uit aan baron Charles de Quellenec. Viète vergezelde Catherine naar La Rochelle, waar hij in de kringen van de hoogste calvinistische aristocratie verkeerde. Hij ontmoette daar leiders, zoals Coligny en Condé, koningin Johanna van Navarra en haar zoon, Hendrik van Navarra, de toekomstige Hendrik IV van Frankrijk.

In 1570 weigerde hij de Dames van Soubise te vertegenwoordigen in hun beruchte rechtszaak tegen de baron De Quellenec. Daar beweerden de dames dat de baron niet in staat of onwillig was om zijn echtelijke plichten op zodanige wijze te vervullen dat dit kon leiden tot een erfgenaam.

Eerste stappen in Parijs In 1571 schreef hij zich in Parijs in als advocaat. Hij bleef zijn leerlinge Catherine bezoeken. Hij woonde regelmatig in Fontenay-le-Comte, waar hij een aantal gemeentelijke functies vervulde. Hij begon met de publicatie van zijn Universalium inspectionum ad canonem mathematicum liber singularis en deed 's nachts of tijdens periodes van vrije tijd nieuwe wiskundige onderzoekingen. Hij stond erom bekend soms wel drie dagen al piekerend over een vraag die hem bezighield stil te staan, zijn elleboog op het bureau, zich daarbij voedend zonder dat hij van positie veranderde (volgens zijn vriend, Jacques-Auguste de Thou)., De werken van Jacques-Auguste de Thou. hier beschikbaar

In 1572 was Viète tijdens de Bartholomeusnacht in Parijs. Die nacht werd baron De Quellenec gedood nadat hij de vorige nacht geprobeerd had om admiraal De Coligny te redden. In hetzelfde jaar ontmoette Viète Françoise de Rohan, vrouwe van Garnache. Hij werd haar raadsman in haar proces tegen Jacobus van Savoye-Nemours, hertog van Nemours.

In 1573 werd hij raadslid van het parlement van Bretagne in Rennes. Twee jaar later verkreeg hij de instemming van Antoinette d'Aubeterre voor het huwelijk van Catherina van Parthenay met hertog René de Rohan, de broer van Françoise.

In 1576 werd hij een protegé van Henri de Rohan. De hertog van Rohan beval hem in 1580 aan als "maître des requêtes". In 1579 liet Viète zijn canonem mathematicum drukker bij de "Metayer" uitgeverij. Een jaar later werd hij benoemd tot maître des requêtes bij het parlement van Parijs, toegewijd aan het dienen van de koning. Datzelfde jaar leverde zijn succes in het proces tussen de hertog van Nemours en Françoise de Rohan, in het voordeel van de laatstgenoemde, hem de wrok van de hardnekkige Katholieke Liga op.

Verbanning in Fontenay Tussen 1583 en 1585 haalde de Katholieke Liga Hendrik III over om zijn banden met Viète te verbreken. Viète werd er van beschuldigd sympathie te hebben voor de protestantse zaak. Hendrik van Navarra schreef op 3 maart en 26 april 1585, op verzoek van Rohan, twee brieven aan koning Hendrik III van Frankrijk in een poging Viète in zijn voormalige ambten te herstellen. Hij faalde echter.

Vieta trok zich met François de Rohan terug in Fontenay en in Beauvoir-sur-Mer. Hij bracht daar vier jaar door, die hij wijdde aan de wiskunde. Hij schreef er "Analytic Art" of Nieuwe Algebra.

Codeontcijferaar voor twee koningen In 1589 zocht Hendrik III zijn toevlucht in Blois. Hij beval de koninklijke ambtenaren om voor 15 april 1589 in Tours te verschijnen. Viète was een van de eersten die terugkwam naar Tours. Hij ontcijferde de geheime brieven van de Katholieke Liga en andere vijanden van de koning. Later kreeg hij ruzie met de klassieke geleerde Scaliger. Viète zegevierde tegen hem in 1590.

Na de dood van Hendrik III werd Viète adviseur van Hendrik van Navarra, nu Hendrik IV. Hij werd gewaardeerd door de koning, die zijn wiskundige talenten bewonderde. Viète kreeg de positie van raadsheer van het parlement'''van Tours. In 1590 ontdekte Viète de sleutel tot een Spaans versleutelingsalgoritme, bestaande uit meer dan 500 tekens, en dit betekende dat alle vercijferde brieven in het Spaans, die in handen vielen van de Fransen, gemakkelijk konden worden gelezen.

Hendrik IV publiceerde een brief van commandant Moreo aan de koning van Spanje. De inhoud van deze brief, die was gelezen door Viète, toonde aan het hoofd van de Katholieke Liga in Frankrijk, de hertog van Mayenne, plannen beraamde om koning te worden in plaats van Hendrik IV. Deze publicatie leidde tot het einde van de godsdienstoorlogen in Frankrijk. De koning van Spanje beschuldigde Viète ervan magische krachten te hebben gebruikt. In 1593 publiceerde Viète zijn argumenten tegen Scaliger. Vanaf 1594 werd hij exclusief benoemd tot codebreker van de geheime codes van de vijand.

Gregoriaanse kalender In 1582 publiceerde paus Gregorius XIII zijn encycliek Inter gravissimas, waarin hij de katholieke koningen beval om afscheid te nemen van de juliaanse kalender, dit gebaseerd op de berekeningen van de Calabrische arts Aloysius Lilius of Giglio. Zijn werk werd na diens dood voortgezet door de wetenschappelijk adviseur van de paus, Christopher Clavius.

Viète beschuldigde Clavius er, in een reeks pamfletten uit 1600, van op willekeurige wijze correcties en tussentijdse dagen te hebben ingevoerd. Hij vond dat Clavius het werk van zijn voorganger, met name de berekening van de maancyclus, niet goed begrepen had. Viète deed een nieuw voorstel, die door Clavius na de dood van Viète in zijn Explicatio (1603) echter slim werd weerlegd,., Christophori Clavii ... 0perum mathematicorum tomus Quintus continens "Romani calendarij à Gregorio XIII. P. M. restituti explicatio. Josephi Scaligeri elenchus & castigatio calendarij Gregoriani castigata. Responsio ad conuicia & calumnias Iosephi Scaligeri in calendarium Gregorianum. Confutatio calendarij Georgij Germanni VVartenbergensis Borusi", gepubliceerd door Anton Hierat [Koeln], Johann Volmar, Place Royale in Parijs, in 1612

Er wordt gezegd dat Viète het bij het verkeerde eind had. Zonder twijfel zag Viète zichzelf als een soort "Koning van de Tijd", zoals de historicus van de wiskunde, Dhombres, beweerde.Otte, Michael; Panza, Marco. Analyse en synthese in de wiskunde; hier beschikbaar Het is juist dat Viète nogal kritisch tegenover Clavius stond, zoals uit de onderstaande uitspraak van De Thou blijkt:

De Adriaan van Roomen-affaire In 1594 hervatte Scaliger zijn aanvallen vanaf zijn leerstoel aan de Universiteit van Leiden. Viète diende hem het volgende jaar definitief van repliek. In maart van datzelfde jaar verzocht Adriaan van Roomen de oplossing van een veeltermvergelijking van graad 45 aan de beste wiskundigen van Europa. Koning Hendrik IV ontving een onheuse bejegening van de Nederlandse ambassadeur, die beweerde dat geen enkele wiskundige in Frankrijk dit probleem op kon lossen. Koning Hendrik IV antwoordde dat Adriaan Van Roomen de vraag niet gesteld had aan Franse wiskundigen en riep Viète.

Viète kwam, zag het probleem, en vond, na een paar minuten op een venster geleund te hebben, direct een oplossing. Het was de vergelijking tussen sin(x) en sin(x/45). Hij vond deze oplossing onmiddellijk op en zei dat hij in staat was om de oplossing voor de andere 22 variabelen op hetzelfde moment aan de ambassadeur te geven (in werkelijkheid deed hij de volgende dag). "Ut legit, ut solvit", zei hij later. Ook stuurde hij een nieuw probleem terug naar van Roomen. Dit probleem moest opgelost worden met behulp van Euclidische instrumenten (liniaal en passer). Het probleem Het betrof het verloren antwoord voor een probleem dat voor het eerst werd gesteld door Apollonius van Perga. Adriaan Van Roomen kon dat probleem echter niet oplossen zonder zijn toevlucht te nemen tot een trucje.

Laatste jaren In 1598 werd Viète buitengewoon verlof verleend. Hendrik IV droeg hem echter op een eind te maken aan de opstand van de notarissen, die de koning had bevolen hum honoraria terug te betale. Ziek en uitgeput door het werk, verliet hij in december 1602 de dienst van de koning en ontving 20.000 écu, die na zijn dood bij zijn bed werden gevonden.

Een paar weken voor zijn dood schreef hij een laatste verhandeling over kwesties binnen de cryptografie. Het verschijnen maakte alle op dat moment gebruikte encryptie-methoden op slag overbodig. Hij overleed op 23 februari 1603, aldus De Thou,.De Thou (van de universiteit van Saint Andrews) Hij liet twee dochters achter, Jeanne, geboren uit Barbe Cottereau en Suzanne, geboren uit Julienne Leclerc. Jeanne, de oudste, overleed in 1628. Zij was getrouwd met Jean Gabriau, een raadsheer van het parlement van Bretagne. Suzanne overleed in januari 1618 in Parijs. De oorzaak van de dood Viète is onbekend. Alexander Anderson, leerling van Viète en uitgever van zijn wetenschappelijke nalatenschap, spreekt van een "praeceps et immaturum autoris Fatum."Ball, Walter William Rouse. A Short Account of the History of Mathematics (Een kort overzicht van de geschiedenis van de wiskunde). Beschikbaar hier

Wiskundig werk