De Stenenwal is een straat, kade en voormalige stadswal langs de rivier de Maas in het stadsdeel Wyck in de Nederlandse stad Maastricht. De kademuur is een overblijfsel van de middeleeuwse stadsmuur van Wyck, die oorspronkelijk enkele meters hoger was. In de negentiende eeuw was met name het zuidelijk deel van de straat en de aangrenzende buurt sterk verkrot. Begin 21e eeuw is de Stenenwal een rustige wandel- en fietsstraat zonder doorgaand gemotoriseerd verkeer. Aan de kade liggen vijf rijksmonumenten en zes gemeentelijke monumenten.
Naamgeving en ligging De benaming 'Stenenwal' dateert mogelijk uit de middeleeuwen en verwijst naar de stenen verdedigingsmuur langs de Maas aan de Wyckse kant, die waarschijnlijk in de veertiende eeuw tot stand kwam. De oudste schriftelijke vermelding van de straatnaam 'Stenenwal' dateert echter (in Franse vertaling) uit het midden van de negentiende eeuw. Op een plattegrond uit omstreeks 1850 wordt het eerste gedeelte van de kade ten zuiden van de Wycker Brugstraat – in het Frans – aangegeven als Rue le long du Rempart ("Straat langs de wal"). Dat is wat vreemd, omdat hier reeds eeuwenlang een Cörverstraat lag. Door de verwijdering van een deel van de aarden stadswal aan de binnenzijde van de stadsmuur (1869) werd de Cörversstraat verbreed en op 22 januari 1903 officieel hernoemd naar Cörversplein, naar de cörvers, korvers of mandenmakers, die hier ooit woonden.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 69: 'Cörversplein'.Schaepkens van Riempst (1907), p. 250, nr. 73.Blonden (1933), p. 24, nr. 35.. De naam verwijst mede naar de verdwenen Körverpoort, die de Maasbrug op de rechteroever beschermde. Vanaf de Wycker Smedenstraat tot aan de hoge Maaspunttoren heette midden negentiende eeuw het zuidelijk deel Rempart de pierre ("Stenen wal").Zie plattegrond Maastricht, ca. 1853-1857.
Noordelijk van de Sint Servaasbrug bevindt zich, in het verlengde van Stenenwal en Cörversplein, de Oeverwal, met een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis. Aan de overkant van de Maas ligt de Onze Lieve Vrouwewal, die nog min of meer de oorspronkelijke hoogte heeft. Door een opschuiven van de bedding van de rivier naar het oosten ligt deze inmiddels meer landinwaarts en niet meer aan de oever van de Maas.
De Stenenwal ligt in het stadsdeel Wyck, het op de rechter Maasoever gelegen deel van het Maastrichtse centrum. De straat loopt min of meer van noord naar zuid tussen Cörversplein en Maaspunttoren. Het precieze begin- en eindpunt van de straat is niet altijd constant geweest. Aan de noordzijde herinnert de huisnummering nog aan de situatie vóór 1903. De huizen aan het Cörversplein zijn doorlopend genummerd 1 t/m 14; de nummering van de aansluitende bebouwing aan de Stenenwal begint bij 15. Aan de zuidzijde werd, eveneens in 1903, het deel vanaf de Ruiterij (?) hernoemd naar Maaspuntweg, naar de hoge Maaspunttoren, die toen gerestaureerd werd. In 1993 is in het kader van de herontwikkeling van het Céramiqueterrein dit deel van de Maaspuntweg (nabij Hotel Maastricht) officieel weer bij de Stenenwal gevoegd. Aan de westzijde van de kade loopt de rivier de Maas. Aan de oostzijde bevonden zich historisch gezien zes zijstraatjes. Door wijksanering zijn het er nu nog vier, en een plein. Van noord naar zuid zijn dat: Wycker Smedenstraat, op negentiende-eeuwse plattegronden: Rue des Maréchaux ('straat van de maarschalken'). Vanaf de Stenenwal, in de negentiende eeuw Rempart de Pierre, uitkomend in de zuidelijke Rechtstraat (Rue Droite); raadsbesluit naamgeving 4 september 1968.Jägers/Berns (1989), p. 317. Kaleminkstraat, in de negentiende eeuw: Rue Calemine. Vanaf de Stenenwal uitkomend in de zuidelijke Rechtstraat. Waterpoort, in de negentiende eeuw: Rue Porte d'Eau, genoemd naar de Wycker Waterpoort. Loopt vanaf de Stenenwal ter hoogte van de Wycker Waterpoort naar de zuidzijde van de Rechtstraat, aansluitend op de Hoogbrugstraat (Rue haut Pont). Ruiterij, in de negentiende eeuw Rue du Cavalier. Liep vanaf de Stenenwal iets ten zuiden van de Wycker Waterpoort uitkomend het kruispunt Wycker Grachtstraat (Rue du Fossé) en Hoogbrugstraat. De straatnaam is behouden gebleven, maar de locatie gewijzigd. Wycker Grachtje, in de negentiende eeuw Rue du Graatje (Maastrichts: 't Gröätsje). Liep vanaf de Stenenwal naar de verdwenen Blekerijstraat (Rue de la Blancherie). Het Wycker Grachtje kwam eveneens uit op het kruispunt Wycker Grachtstraat en Hoogbrugstraat. De straatnaam is behouden gebleven, maar de locatie gewijzigd. Aan de noordzijde lag hier het slop Molenzak / Molentje (Cul de sac du Moulin; Maastrichts: 't Meuleke). Hoge Barakken, in de negentiende eeuw Haute Casernes. Liep van de hoge Maaspunttoren aan het eind van de Stenenwal naar het oosten. De straatnaam is behouden gebleven, de locatie gewijzigd. Plein 1992, nieuwbouw na wijksanering. Het Wycker Grachtje en Plein 1992 zijn uitsluitend voor voetgangers toegankelijk, terwijl Wycker Smedenstraat en Kaleminkstraat te smal zijn voor autoverkeer.
Verkeer en inrichting Stenenwal is ongeveer driehonderd meter lang en op de meeste plaatsen drie tot vijf meter breed. De breedte varieert nogal vanwege de verspringende rooilijn en vanwege de aanwezigheid van de Waterpoort, de enige bebouwing aan de westzijde. Op het smalste punt, tussen de poort en het pand Waterpoort 8, is de doorgang minder dan twee meter breed. In de gehele straat is gemotoriseerd verkeer, inclusief brom- en snorfietsen, in beide richtingen verboden, met uitzondering van bewonersverkeer en, op bepaalde tijdstippen, laden en lossen. Parkeren is nergens toegestaan. Feitelijk heeft de hele straat de bestemming fiets- en wandelstraat. De kade is geplaveid met in waaiervorm gelegde kasseien. Op een smalle strook langs het water zijn een antieke balustrade en straatlantaarns in historiserende stijl geplaatst. De strook is op afwijkende wijze bestraat, maar is te smal om als trottoir dienst te doen. Alleen in het noordelijk deel is aan de kant van de bebouwing (nrs. 15 t/m 18) een smal trottoir aanwezig, bestraat met ruitvormig gelegde, natuurstenen tegels.
Geschiedenis Romeinse tijd en vroege middeleeuwen thumb|De Romeinse brug van Maastricht met links het bewezen Castellum van Maastricht; rechts het hypothetische castellum van Wyck Archeologische waarnemingen in de omgeving van Stenenwal/Rechtstraat/Hoogbrugstraat tonen aan dat dit gebied in de Romeinse tijd en in de vroege middeleeuwen spaarzaam bewoond was. De aard en omvang van de Romeinse nederzetting op de rechter Maasoever zijn nog nauwelijks onderzocht. Wel is duidelijk dat de bewoning in dit gebied direct gerelateerd was aan het bestaan van de Romeinse brug, die op de (oostelijke) rechteroever aanlandde ter hoogte van Stenenwal 15, maar dan een kleine zestig meter naar het westen. De plek van de aanlanding ligt dan ook ongeveer in het midden van de huidige rivierbedding. Door riviererosie is de Maasoever aan deze zijde in de loop der eeuwen tientallen meters oostwaarts opgeschoven, waarbij waarschijnlijk restanten van Romeins Wyck verloren zijn gegaan. Bij een duikcampagne naar de Romeinse brug in 1963-1964 werd in de rivierbedding de vermoedelijke Wycker oever aangetroffen, bestaande uit een rij van circa veertig zeer grote kalkstenen blokken, die in een duidelijk verband geplaatst waren.Panhuysen (1996), pp. 22-25.Vos (2004), p. 20. Dat er in de laat-Romeinse tijd bij het bruggenhoofd op de Wycker oever een ommuurde versterking zou hebben gelegen, vergelijkbaar met het deels opgegraven Castellum op de linkeroever, is slechts een nog onbewezen hypothese.
De Romeinse hoofdweg van Boulogne-sur-Mer naar Keulen, pas sinds eind twintigste eeuw Via Belgica genoemd, boog na de brug aan de Wyckse zijde direct af naar het noordoosten, kruiste ter hoogte van de latere Sint-Martinuskerk de kop van de latere Rechtstraat, om zijn weg via het Geuldal verder oostwaarts te vervolgen.Panhuysen (1996), pp. 26-28. Een zuidelijke aftakking vanaf de brug richting Aken ontstond waarschijnlijk in de zevende of achtste eeuw. Deze volgde het tracé Hoogbrugstraat-Akerstraat-Scharnerweg en werd in later eeuwen aangeduid als Oude Akerweg. Hoewel er geen harde bewijzen voor zijn, is het aannemelijk dat Wyck zijn naam dankt aan zijn vroegmiddeleeuwse status van haven (portus) en handelsnederzetting (vicus).Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 9-14. Hoe die haven en nederzetting eruitzagen, en of de Stenenwal daar deel van uitmaakte, is niet bekend. Dat er enige handelsbedrijvigheid plaatst vond, blijkt uit het gegeven dat tijdens opgravingen in de huidige wijk Céramique in 1991 vier pottenbakkersovens uit de zesde en zevende eeuw werden aangetroffen, iets ten oosten van de Maaspunttoren.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 13-14.
Late middeleeuwen en ancien régime De voorstad Wyck was in de middeleeuwen altijd veel kleiner dan het stadsdeel op de linker Maasoever. In feite bestond Wyck toen uit twee hoofdstraten: de min of meer parallel aan de Maas lopende Rechtstraat en de dwars daarop gepositioneerde Hoogbrugstraat. Volgens de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen werd deze kleine woonkern desondanks al aan het einde van de twaalfde eeuw beschermd door een aarden verdedigingswal met palissaden en een gracht. De straatnamen Wycker Grachtstraat en Wycker Grachtje herinneren aan het tracé van deze eerste omwalling, waarvan de noordelijke begrenzing gevormd werd door de Wycker Pastoorstraat.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 15-16.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 72: 'Wycker Grachtje' en 'Wycker Grachtstraat'. Of de aarden omwalling zich ook voortzette langs de Maas is onwaarschijnlijk. Mogelijk bevonden zich ter plekke van de Stenenwal en Oeverwal laad- en losfaciliteiten voor schepen.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 14-15.
In 1275 stortte tijdens een processie de oude Maasbrug in. Waarschijnlijk betrof dit een van de opvolgers van de Romeinse brug van Maastricht, al dan niet gebouwd op dezelfde locatie.De la Haye (1984), p. 18. Tussen 1280 en 1298 werd ten noorden van de Romeinse brug de huidige Maasbrug gebouwd, die pas sinds de aanleg van de Wilhelminabrug (1932) Sint Servaasbrug heet. Waarschijnlijk werd in die jaren ook de Körverpoort gebouwd, die als verdedigbare toegangspoort voor de nieuwe brug fungeerde. Enkele huizen werden tegen de poort aangebouwd en grensden direct aan het water.
Over het precieze bouwjaar van de eerste stenen stadsmuur van Wyck bestaat geen zekerheid. Mogelijk was dat ergens in de eerste helft van de veertiende eeuw, min of meer tegelijkertijd met de bouw van de tweede middeleeuwse stadsmuur op de linker Maasoever. In 1318 vermeldt de kroniek van de Landen van Overmaas dat hertog Jan III van Brabant toestemming gaf een stenen muur om Wyck te bouwen.Morreau (1979), pp. 110-113. Het met een aarden wal versterkte Wyck was toen wellicht wel al voorzien van stenen stadspoorten. Bij een belegering door Walram de Rosse van Valkenburg in 1284 (tijdens de Limburgse Successieoorlog) bleken de versterkingen van Wyck dusdanig effectief, dat de aanval kon worden afgeslagen.Morreau (1979), p. 110. Meer details zijn er over de bouw van de stenen stadsmuur van Wyck niet bekend. Wel is zeker dat deze zich met een of meer poorten als verhoogde kademuur voortzette langs de Maas, waardoor de voorheen open handelsnederzetting werd afgesloten van de rivier.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), p. 16. De verdediging van de Wycker stadsmuur was in 1465 de verantwoordelijkheid van de Wyckenaren zelf, met uitzondering van de Maasmuur "tot Symon Mertens-porten toe", die werd bemand door de kerspellen van Sint-Amor en Sint-Evergislus, beide van de overkant.Morreau (1979), p. 119.
thumb|De Stenenwal op een Franse plattegrond uit ca. 1748. 1 Maaspunttoren; 2 Wycker Waterpoort; 3 Maasbrug