Guy Maurice Marie-Louise VerhofstadtAlgemene informatie - Kandidaat-titularissen - verkiezingen senaat 2006; ibz () (Dendermonde, 11 april 1953) is een Belgisch politicus voor de Open Vlaamse Liberalen en Democraten (Open Vld). Hij was premier van België van 12 juli 1999 tot 20 maart 2008 in drie regeringen. Hij beëindigde zijn actieve politieke carrière in het Europees Parlement, waar hij van 2009 tot 2019 fractieleider van de Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE) was.Zomeravondgasten, aug. 2011, VPRO /NL
Politieke carrière Het begin Na zijn middelbareschooltijd, die hij doorbracht aan het Koninklijk Atheneum Voskenslaan, ging hij rechten studeren aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij in 1975 afstudeerde als licentiaat. Nadien werd hij tot in 1994 advocaat aan de Balie van Gent.Biografie Guy Verhofstadt, Het Nieuwsblad, 21 december 2007.
In zijn studentenperiode in Gent begon hij zijn politieke carrière, allereerst in het Liberaal Vlaams Studentenverbond, waarvan hij van 1972 tot 1974 de voorzitter was. Later kwam hij in contact met Willy De Clercq, een kopstuk van de PVV in Gent, en hij kon als diens pupil opklimmen in de partij. Van 1977 tot 1981 was hij politiek secretaris van De Clercq, toen nationaal voorzitter van de PVV.
Van 1976 tot 1982 was hij gemeenteraadslid van Gent en in 1979 maakte hij zijn intrede in de nationale politiek als de voorzitter van de PVV-jongeren, wat hij bleef tot in 1982. Als voorzitter van de PVV-jongeren slaagde hij er in 1979-1980 op de ideologische congressen van de partij het Manifest van de Jongeren werd aangenomen, waarin werd opgeroepen tot een terugkeer naar het echte liberalisme. In januari 1982 werd hij verkozen tot nationaal voorzitter van de PVV, nadat zijn politieke mentor Willy De Clercq minister van Financiën was geworden, en bleef dit tot in november 1985.
"Baby Thatcher" en "Da Joenk" Vanaf 7 januari 1985 zetelde Guy Verhofstadt in de Kamer van volksvertegenwoordigers voor het arrondissement Gent-Eeklo als opvolger van vicepremier Willy De Clercq, die Europees commissaris werd. Bij de verkiezingen van 13 oktober 1985 werd Verhofstadt voor het eerst rechtstreeks verkozen als volksvertegenwoordiger en bleef in de Kamer zetelen tot in 1995. In de periode januari 1985-mei 1995 had hij als gevolg van het toen bestaande dubbelmandaat ook zitting in de Vlaamse Raad, de voorloper van het huidige Vlaams Parlement.
Op 28 november 1985, op 32-jarige leeftijd, trad Verhofstadt toe tot de regering-Martens VI als minister van Begroting en Wetenschappelijk Onderzoek. Deze regering viel op 19 oktober 1987. Verhofstadt was dus net geen twee jaar minister. In die korte periode had hij echter zijn stempel gedrukt op het beleid. Verhofstadt voer een strenge, neoliberale koers met een strak begrotingsbeleid. Held voor de een, werd hij aartsvijand voor de andere. In deze periode verwierf hij zijn bijnaam "baby-Thatcher". Leo Tindemans had het over "een ijskoude boekhouder die in de ministerraad alleen maar vijanden heeft", Étienne Davignon liet zich ontvallen: "Verhofstadt zal pas content zijn als het land een woestijn wordt, omdat het netto te financieren saldo dan automatisch op nul komt." Verhofstadt ging in deze periode dan ook in tegen een aantal heilige huisjes van de Belgische politiek: hij zette de privatisering van de ASLK in en trachtte de macht van de ziekenfondsen te beknotten. Officieel was de regering-Martens VI gevallen over een communautaire kwestie, de zaak "Happart", later zou echter blijken dat de aversie voor Verhofstadt vanuit de syndicale hoek (Jef Houthuys, voorzitter van de invloedrijke christelijke vakbond ACV noemde Verhofstadt in een interview "da joenk") een even belangrijke rol gespeeld heeft. Van 21 oktober 1987 tot 9 mei 1988 was hij minister van Begroting en Wetenschappelijk Onderzoek in de overgangsregering Martens VII.
De Burgermanifesten Bij de verkiezingen van 13 december 1987 behaalde Verhofstadt meer voorkeurstemmen dan premier Wilfried Martens en een stevige winst voor zijn liberale partij, de PVV. Ondanks deze overwinning werd de PVV niet opgenomen in de nationale regering en koos Martens voor de socialisten als nieuwe coalitiepartners. Deze ervaring inspireerde Verhofstadt, die in 1989 opnieuw PVV-partijvoorzitter werd, tot het schrijven van het eerste Burgermanifest, waarin hij stelde dat in de Belgische democratie niet de burger, maar wel ongrijpbare drukkingsgroepen (vakbonden, mutualiteiten, boerenbond …) het beleid bepalen. De eerste twee burgermanifesten vormden de basis van de vernieuwingsbeweging die de PVV in 1992 omvormde tot de VLD. Bij de federale verkiezingen van 1995 ging de VLD er opnieuw op vooruit en werd de tweede grootste partij in Vlaanderen. Een poging van Verhofstadt om na deze verkiezingsoverwinning een regering op te zetten met de socialisten mislukte, waarna hij ontslag nam als partijvoorzitter van de VLD. Van 1995 tot 2007 zetelde hij als rechtstreeks gekozen senator in de Belgische Senaat, een mandaat dat tijdens zijn ministerschappen onderbroken werd. Van 1995 tot 1999 en van juli tot december 2007 was hij ondervoorzitter van de Senaat.
In totaal verschenen vier burgermanifesten waarvoor Guy Verhofstadt als auteur werd vernoemd:
Burgermanifest I (1989) (geschreven door Frans Verleyen) Burgermanifest II (1991): De weg naar politieke vernieuwing Burgermanifest III (1994): Angst, afgunst en het algemeen belang (geschreven door Dirk Verhofstadt (publicist)) Burgermanifest IV (2006): Pleidooi voor een open samenleving (geschreven door Noël Slangen, Dirk Verhofstadt en Koert Debeuf)
In deze manifesten pleitte Verhofstadt onder meer voor federalisme, waarin de gewesten en gemeenschappen zelfstandige financiële en fiscale bevoegdheden zouden hebben. Ook pleitte hij voor een onaantastbare taalgrens, de rechtstreekse verkiezing van de deelstaatparlementen en een gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen in het Brussels Hoofdstedelijk Parlement en andere organen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Onder zijn partijvoorzitterschap werd de VLD uitgesproken Vlaamsgezind, waardoor de partij gewezen leden van de Volksunie zoals Jaak Gabriels, Hugo Coveliers, Jef Valkeniers, André Geens en Bart Somers aantrok.Biografie Guy Verhofstadt in de Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Beweging.
Verhofstadt I – een maatschappelijk project Na de mislukte poging tot kabinetsdeelname benadrukte Verhofstadt het sociale karakter van de liberale partij meer. In 1997 nam hij zijn functie van VLD-partijvoorzitter opnieuw op. In 1999 kreeg Verhofstadt een nieuwe kans, doordat de CVP, nu CD&V, een zwaar verlies leed na de dioxinecrisis, een affaire die was uitgelekt door zijn toedoen. Verhofstadt slaagde erin om de socialistische en de groene partijen rond zijn persoon te verenigen en werd premier van een kabinet met de VLD, sp.a, MR, PS, Agalev (nu Groen geheten) en Ecolo, de eerste paars-groene regering. Met de regering-Verhofstadt I brak een nieuwe periode aan in de Belgische politiek. Na de "geen commentaar"-aanpak van Dehaene trok Verhofstadt communicatieadviseur Noël Slangen aan, die de zogenaamde "opendebatcultuur" lanceerde: belangrijke thema's en maatschappelijke onderwerpen werden nu eerst publiekelijk in het parlement, de kamer, in de verschillende commissies en door de media behandeld, waar ze voordien in kastelen achter gesloten hekken werden beslist. De burger kreeg nu via de media een veel directer en duidelijker beeld van de spanningsvelden in kamer en senaat.
Op 16 oktober 2000 werd het Lambermontakkoord gesloten dat de vijfde staatshervorming inleidde. Voor de goedkeuring zocht en vond de Regering-Verhofstadt I steun bij de oppositiepartij PSC (sinds 2002 cdH), in ruil voor de toezegging van extra geld aan het vrij (katholiek) onderwijs van de Franse Gemeenschap en de belofte dat België het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa zou ondertekenen.
220px|miniatuur|rechts|Verhofstadt en Vladimir Poetin tijdens een persconferentie in Brussel (Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid) op 2 oktober 2001. Op ethisch vlak waaide in het land een vernieuwende maar vaak controversiële wind met de euthanasiewet, de snel-Belgwet, de decriminalisering van softdrugs en de goedkeuring van het homohuwelijk. Op economisch vlak sprak men van de actieve welvaartsstaat, waarbij belastingverminderingen gecombineerd werden met sociale maatregelen zoals de maximumfactuur in de ziekteverzekering en het optrekken van de laagste pensioenen. Mede onder impuls van Louis Michel voerde België een gedurfd buitenlands beleid, wat een ware breuk betekende met de voorzichtige, onopvallende koers van de laatste decennia. In Centraal-Afrika (Congo, Burundi, Rwanda) werd België de voortrekker om tot een vredesovereenkomst te komen. In eigen land werd de genocidewet ingevoerd, die het mogelijk maakte om buitenlandse staatshoofden voor een Belgische rechtbank te dagen op basis van het schenden van de mensenrechten. In de Irak-crisis koos België resoluut het kamp van Frankrijk en Duitsland, dit tot grote ontevredenheid van de Verenigde Staten, die er openlijk mee dreigden om het hoofdkwartier van de NAVO uit België weg te halen.Bij de verkiezingen van 2003 boekten de VLD van Verhofstadt en vooral de sp.a van Steve Stevaert, nu in een kartel met de links-liberale regionalisten van Spirit, een mooie overwinning. De kiezer strafte de groene coalitiepartners Agalev (Groen!) en Ecolo echter zwaar af.
De relatie tussen Verhofstadt en de geschreven pers was tijdens deze regering niet altijd gemakkelijk. Zo klaagde Rik Van Cauwelaert van het weekblad Knack erover dat de premier regelmatig naar journalisten belde om ze uit te schelden of ze op een bepaalde manier te doen schrijven. Hij vond dat de druk om meegaand en niet kritisch te zijn onder de regering Verhofstadt I enorm was.
Verhofstadt II – een sociaal project Na de afstraffing van de groenen vormde Verhofstadt een tweede regering, nu een paarse coalitie zonder de groene partijen, met VLD, sp.a, Spirit, MR en PS. Het centrale thema van deze regering was de werkgelegenheid.
Verhofstadt II vond nooit het elan van Verhofstadt I. De open debatcultuur gleed af naar openlijk geruzie, het ethische dossier over het migrantenstemrecht werd een wrange confrontatie tussen de VLD en de andere coalitiepartners, en de verslechterde economische conjunctuur, hoge werkloosheid en krappe begrotingssituatie hadden het idee van de "actieve welvaartsstaat" doen vergeten.
Onder de minister van Buitenlandse Zaken, Karel De Gucht (Open Vld), werd het buitenlands beleid opnieuw 'genormaliseerd'. De genocidewet werd afgezwakt en in stilte werden de diplomatieke kanalen ingezet om de relatie met de Verenigde Staten opnieuw te verbeteren. België speelde wel een grote rol in de beëindiging van de burgeroorlog in Congo en het democratiseringsproces van het land, zoals de verkiezingen van 2006, maar ook hierna bleef België actief waken over de stabiliteit van Centraal-Afrika.
Ook binnen de regering rommelde het meerdere malen, waarbij het enkele keren tot een openlijke confrontatie tussen de VLD en de PS kwam. Enkele maanden lang regende het problemen binnen Justitie, de bevoegdheid van PS-minister Laurette Onkelinx: de ontsnapping van terroriste Ferye Erdal, slechte werking van de Veiligheid van de Staat, overbevolkte en totaal verouderde gevangenissen, slechte uitvoering van de straffen, ontelbare ontsnappingen, zoals de ontsnapping van 28 gevangenen uit de verouderde instelling in Dendermonde, de invrijheidstelling van Abdallah Aïd Ouhd, de moordenaar van Stacy en Nathalie in Luik, en uiteindelijk, de Albanese top gangster Hoxha die na een uitdrukkelijk bevel om het land te verlaten, terug zou zijn opgedoken in Antwerpen. Voor de VLD-fractie was het welletjes, en er werd een motie van wantrouwen tegen Onkelinx ingediend. Verhofstadt moest de brokken lijmen, wilde hij de coalitie bijeenhouden.