Het voormalige gebouw van modehuis Gerzon was een kledingwinkel van het Joods-Nederlandse Modemagazijnen Gebroeders Gerzon in Rotterdam. De eerste twee achtereenvolgende vestigingen waren gelegen aan de Noordblaak, de derde in een huizenblok iets verderop, haaks op de richting van de Noordblaak, tussen Schiedamsedijk, Soetensteeg, Witte Leeuwensteeg en Leuvehaven. Als laatste was het modehuis nog een korte tijd gevestigd aan de Lijnbaan, totdat uiteindelijk in 1973 het faillissement volgde. Het eerste gebouw opende zijn deuren in 1896 en het laatste gebouw werd in 1992 afgebroken.
Geschiedenis Voorgeschiedenis
Gerzon werd opgericht door de broers Ephraim Juda Gerzon en Levi Lazarus Gerzon. Hun handel begon ooit in Groningen en Oost-Friesland, maar kwam pas echt op gang toen het duo in 1889 naar Amsterdam verhuisde. Hier openden Eduard en Lion Gerzon op 4 september een manufacturenwinkel met de naam Gebroeders Gerzon aan de Nieuwendijk 163.Delpher, Algemeen Dagblad, Gerzons derde jeugd, pagina 2 Geraadpleegd op 28 april 2021. Gearchiveerd op 15 juli 2023.Delpher, Nieuwsblad van het Noorden, Het ideaal van Sara Schaap hield, pagina 11 Geraadpleegd op 28 april 2021 Omdat de zaak goed liep, konden ze in 1890 meerdere andere zaken openen aan de Damstraat 11 en 9, en aan de Kalverstraat 72-74 in 1895. In 1928 werden de winkels aan de Damstraat en Nieuwendijk echter weer afgestoten, omdat de broers zich volledig wilden richten op de winkel aan de Kalverstraat - een winkel die het bedrijf een chic karakter gaf. Ondertussen kwamen er ook winkels in meerdere andere steden, waaronder de Vismarkt in Groningen en de Noordblaak in Rotterdam in 1896, Haarlem in 1898, Utrecht in 1903, Den Haag in 1904, Arnhem in 1908, Leiden in 1909 en een tweede Amsterdamse winkel aan de Kalverstraat in 1911. Zelfs in Nederlands-Indië werden meerdere winkels van Gerzon geopend.Joods Erfgoed Rotterdam, "Gerzon" Geraadpleegd op 28 april 2021. Gearchiveerd op 28 april 2021.
Het eerste gebouw
Het eerste modehuis werd in 1896 om 14:00 uur geopend aan de Noordblaak 71 door burgemeester Alfred Rudolph Zimmerman.Delpher, Rotterdamsch Nieuwsblad, Stadsnieuws, pagina 5 Geraadpleegd op 28 april 2021. Gearchiveerd op 15 juli 2023. De winkel was vóór de intrede van Gerzon een herenhuis, dat verbouwd was zodat het modehuis hier zijn zaak kon opzetten.
In 1900 verhuisde Gerzon van nummer 71 naar de nummers 43-45.Delpher, Rotterdamsch nieuwsblad, Advertentie, pagina 8 Geraadpleegd op 28 april 2021. Gearchiveerd op 15 juli 2023.
In 1912 betrok Gerzon een nieuw pand aan de Leuvehaven, in het huizenblok tussen de Witte Leeuwensteeg en de Soetensteeg, tegenover de Zeevischmarkt. Echter, in datzelfde jaar verschenen ook de eerste plannen om de weg tussen de Noordblaak en het Van Hogendorpsplein te verbreden. Om dit te bewerkstelligen moesten 35 individuele woningen worden onteigend en gesloopt, inclusief het zojuist gereedgekomen gebouw van Gerzon.Delper, Rotterdamsch Nieuwsblad, Stadsnieuws, pagina 2 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, Algemeen Handelsblad, Stadsverruiming in Rotterdam, pagina 13 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, Algemeen Handelsblad, Eerste Kamer, pagina 5 Geraadpleegd op 28 april 2021 Hierop volgde de eerste zitting van de raad over dit idee. Tegenstanders wilden het voorstel tegenhouden, omdat ze vonden dat de verbreding ervoor zou zorgen dat Rotterdam weer een van haar "schilderachtige plekjes" zou kwijtraken. Voorstanders wilden het plan echter gewoon doorzetten.Delpher, Het Vaderland, De Rotterdamsche onteigeningsplannen, pagina 7 Geraadpleegd op 28 april 2021. Gearchiveerd op 15 juli 2023.Delpher, De Telegraaf, Onteigeningsplannen, pagina 5 Geraadpleegd op 28 april 2021 In 1913 volgde nog een vergadering.Delpher, Het Vaderland, Uit andere plaatsen, pagina 1 Geraadpleegd op 28 april 2021 In 1914 werd in een geheime zitting besloten om de weg en stegen te verbreden, maar het modehuis van Gerzon alsnog te behouden.Delpher, Rotterdamsch Nieuwsblad, Stadsnieuws, pagina 2 Geraadpleegd op 28 april 2021
In 1915 werd begonnen met de eerste onteigeningen van de huizen. In totaal moest er 3650 m² vrijkomen na de sloop. Twee panden die waren aangekocht op de hoek van de Karrensteeg - Schiedamsedijk en het gebouw van Gerzon, met een oppervlakte van 123 en 572 m², werden niet meegenomen in de uiteindelijke onteigening. Tevens begonnen de onderhandelingen tussen het modehuis en de gemeente om te bepalen wie welke straten zou kopen of behouden. Gerzon was bereid om 1000 gulden per vierkante meter te betalen voor een strook grond aan weerszijden van het pand.Delpher, Het Vaderland, Uit andere plaatsen, pagina 3 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, De Tijd: Godsdienstig-staatkundig Dagblad, Binnenland, pagina 2 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, De Maasbode, De groote doorbraak, pagina 7 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, Algemeen Handelsblad, Binnenland, pagina 2 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, De Nieuwe Courant, Het pand der firma Gerzon, pagina 3 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, Haagsche Courant, Het stadsverbeteringsplan van Rotterdam, pagina 5 Geraadpleegd op 28 april 2021. Gearchiveerd op 15 juli 2023.
In 1918 werd begonnen met de vastlegging van de nieuwe rooilijn en de verbreding van de Noordblaak, evenals de Zuidblaak. De Soetensteeg en Witte Leeuwensteeg zouden ook worden verbreed en de Zeevismarkt zou worden gesloopt zodat die elders kon worden herbouwd.Delpher, Nieuwe Rotterdamsche Courant, De stadsverruiming tusschen Blaak en Van Hogendorpsplein, pagina 1 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, De Maasbode, Nadere uitvoering van de stadsverruiming tusschen Blaak en Van Hogendorpsplein, pagina 6 Geraadpleegd op 28 april 2021. Gearchiveerd op 15 juli 2023.Delpher, De Maasbode, Verplaatsing van de Vischmarkt, pagina 3 Geraadpleegd op 28 april 2021
De Eerste Wereldoorlog was het bedrijf nog goed doorgekomen, maar in 1929 begonnen de eerste tegenslagen. Op 8 maart van dat jaar overleed Lion Gerzon en een paar maanden later, op 24 oktober, zorgde de beurskrach op Wall Street voor veel faillissementen. Deze faillissementen troffen vooral de middenstand, die er flink in koopkracht op achteruitging. Hier had Gerzon meerdere jaren onder te lijden. Pas aan het einde van de jaren 30 ging het weer wat beter met bet bedrijf, maar toen de internationale spanningen in 1939 erg hoog waren opgelopen, werd besloten de feestelijkheden voor het Gouden Jubileum op te schorten.Joods Erfgoed Rotterdam, "Gerzon" Geraadpleegd op 13 april 2021. Gearchiveerd op 28 april 2021.
De uitbreiding
In 1932 ontstonden de eerste plannen voor uitbreiding van het Gerzongebouw aan de Leuvehaven.Delpher, Soerabaijasch Handelsblad, Rotterdamsche Kroniek, pagina 1 Geraadpleegd op 28 april 2021 Voor de openbare zitting van 1 september begon, was er een vertrouwelijke bijeenkomst van raadsleden om te praten over het besluit van het college van burgemeester en wethouders over de transactie van de grond van Gerzon aan de gemeente om tot sloop over te gaan. Na de geheime zitting startte de raadsvergadering van de Rotterdamse raad. Op voorstel van de burgemeester contacteerde Leendert Antonie Donker het modehuis om te vragen of men openstond voor uitstel, waarop een afwijzing volgde. Zij lieten dit besluit liever over aan de burgemeester, waarop Donker een motie indiende om dit onderwerp bij de volgende vergadering aan te halen. Huub van den Brule verzette zich tegen dit idee en verklaarde dat hij Gerzon het gemak ontnam en na de verschuiving niet meer zo vrij zou staan om de transactie te verwerpen, wetende dat het bedrijf onnodige schade zou lijden. Hierop werd deze motie van Donker verworpen met 20 tegen 12 stemmen en werd de motie in de avondvergadering alsnog besproken. Later op de dag werd de motie opnieuw besproken, maar niet voordat de directeur van Gemeentewerken Rotterdam Lodewijk Willem Henricus van Dijk en stadsarchitect Willem Gerrit Witteveen een nieuw, algemeen verkeersplan voor de toekomstige Blaak hadden gepresenteerd. Hierin paste de verkoop van Gerzon aan de gemeente voor de sloop.
De geheime zitting van eerder op de dag had invloed gehad op de raadsleden: de meesten die eerst nog tegen de sloopplannen waren, zoals Everhardus Hubertus Antonius Kraaijvanger, waren nu van gedachten veranderd. Jan Verheul was ook voor, maar merkte op dat de transactie duur zou worden voor de gemeente: de verkoop van Gerzons grond zou 27.000 gulden opleveren, maar iedere maand 2800 gulden aan gederfde huur kosten. Donker meende dat de koop wel degelijk van belang was voor de aanleg van een toekomstige verkeersweg, en dat daarmee demping van de Blaak onvermijdelijk zou zijn. Dit had dan weer wel tot gevolg dat het Schielandshuis, waarin toen Museum Boijmans huisde, behouden kon worden. Zou men echter besluiten om ook dat gebouw te slopen, dan zou het behoud van het Gerzongebouw de aanleg van de nieuwe verkeersweg weer hinderen.
Hendrik Diemer vond dat de voorbereiding van dit voorstel niet geheel juist was verlopen, maar was wel bereid om zijn eerdere bezwaren te laten varen, nu het voorstel zou betekenen dat het water van de Blaak behouden kon blijven.
Jan ter Laan bracht de juridische kwestie van grondonteigening vanwege verkeerskundige redenen, om die grond vervolgens weer te verkopen voor winst, ter sprake. Hij vond ook de gevonden oplossing voor het verkeer onvoldoende en wilde zowel Museum Boijmans als het Gerzonpand af laten breken; dit zou een betere oplossing voor het probleem zijn. Over de demping van de Blaak maakte hij zich geen zorgen: de haven zou vroeger of later toch wel verdwijnen. Wel wilde hij de Wijnhaven, Scheepmakershaven, Haringvliet, Kolk en Nieuwehaven behouden, omdat hij vond dat deze havens "prachtige stadsmonumenten" waren.
Wethouder Albertus de Jong merkte op dat Gerzon eerder 1000 gulden per m² had geboden voor de grond, maar dat de raad dat bod had afgeslagen. Nu moesten ze slechts met 600 gulden per m² genoegen nemen. Hij zei dat deze transactie niet vooruit zou lopen op andere plannen, en dat de raad nog altijd de vrijheid had om te besluiten over volgende plannen. Verder wilde De Jong demping van de Blaak zo lang mogelijk uitstellen. Wat betreft het juridische vraagstuk dat door Ter Laan ingebracht werd, verwees hij naar het advies van de raadsman, dat positief was. Nadat ook wethouder Arend Hendrik Steven Stemerding het voorstel nog verdedigd had, werd de motie tot verbouwing van het huidige pand en nieuwbouw op het ernaast gelegen perceel bij de Soetensteeg aangenomen met 26 tegen 6 stemmen. De aanwezige sociaaldemocraten stemden verdeeld op deze motie.Delpher, De Standaard, Rotterdamsche Raadnotities, pagina 9 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, Het Volk: Dagblad voor de Arbeiderspartij, Een modepaleis van Gerzon, pagina 5 Geraadpleegd op 28 april 2021Delpher, Algemeen Handelsblad Rotterdam, pagina 2 Geraadpleegd op 28 april 2021