Dromen van een smulpaap (oorspronkelijke Engelse titel: Dream of the Rarebit Fiend) is een krantenstrip van de Amerikaanse striptekenaar Winsor McCay die voor het eerst verscheen op 10 september 1904. Het was de tweede succesvolle strip van McCay. Door het succes van zijn eerste strip Little Sammy Sneeze had hij een plek op de stripredactie van de New York Herald verworven. Rarebit Fiend verscheen in de Evening Telegram, een krant die door de Herald werd uitgegeven. McCay ondertekende de strip om contractuele redenen met het pseudoniem Silas.
De stripafleveringen vormden geen doorlopend verhaal en hadden geen terugkerende personages. Wel was er een terugkerend thema: een personage heeft een nachtmerrie of bizarre droom, meestal na het eten van een Welsh rarebit: een gerecht uit de Welshe keuken dat bestaat uit geroosterd brood dat is overgoten met een rijke kaassaus en vervolgens onder de grill is gelegd. In het laatste plaatje van het stripverhaal wordt het personage wakker en heeft spijt dat hij de rarebit heeft gegeten. De dromen openbaren vaak aspecten van de menselijke geest die niet erg vleiend zijn, zoals fobieën, hypocrisie, ongemak en duistere gedachten. Dit stond in schril contrast met de kleurrijke, dromerige fantasieën in McCays karakteristieke strip Little Nemo in Slumberland waaraan hij in 1905 begon. De doelgroep van Nemo waren kinderen; in Rarebit Fiend richtte McCay zich op volwassenen.
Door de populariteit van Rarebit Fiend en Nemo verwierf McCay in 1911 een contract met een riant salaris bij de nieuwsbladengroep van William Randolph Hearst. Zijn redacteur daar vond de uitmuntende striptekeningen van McCay ‘serieus, niet grappig’. McCay moest zijn krantenstrip opgeven en in plaats daarvan redactionele tekeningen maken. Hij bracht Dream of the Rarebit Fiend van 1923 tot 1925 opnieuw uit onder de naam Rarebit Reveries, maar hiervan zijn slechts enkele exemplaren bewaard gebleven.
Van Rarebit Fiend zijn verschillende filmbewerkingen verschenen, waaronder Dream of a Rarebit Fiend uit 1906 van Edwin S. Porter en vier baanbrekende tekenfilms van McCay zelf: How a Mosquito Operates uit 1912, Bug Vaudeville uit 1921, The Pet, en The Flying House. In Dream of the Rarebit Fiend werden verschillende nieuwe onderwerpen geïntroduceerd, zoals reusachtige wezens die een stad vernielen, die in latere jaren steeds zouden terugkeren en die populair werden door King Kong en Godzilla.
Overzicht Winsor McCay maakte de eerste Dream of the Rarebit Fiend in 1904, een jaar voor Little Nemo in Slumberland met zijn levendige dromen en ruim dertig jaar voor de surrealisten het onderbewuste op het publiek loslieten. De strip had een tergkerend thema: na het eten van een Welsh rarebit wordt de hoofdpersoon van de dag onderworpen aan de duisterdere kant van zijn psyche. Kenmerkend is dat de strip begint met een absurde situatie die steeds absurder wordt totdat de rarebiteter - de dromer - in het laatste stripplaatje wakker wordt. Sommige situaties waren alleen maar absurd: olifanten vallen bijvoorbeeld van het plafond of twee damesmantels van nerts vechten met elkaar. Andere afleveringen warenen beangstigender: de ik-figuur bevindt zich bijvoorbeeld in situaties waarin zijn ledematen worden afgesneden of waarin hij levend begraven wordt, of de moeder van een kind wordt geplant en wordt een boom. In sommige strips is de rarebitliefhebber een toeschouwer die bizarre of afschuwelijke dingen ziet gebeuren met een van zijn naasten. De hoofdrolspelers behoorden meestal tot de groeiende stedelijke middenklasse in Amerika. McCay toonde hun angst voor publieke vernedering, verlies van sociaal aanzien, of ze waren gewoon erg vreemd.
Rarebit Fiend was de enige strip van McCay waarin hij sociale en politieke onderwerpen behandelde en die over het dagelijks leven ging. Hij stelde religieuze leiders, alcoholisme, dakloosheid, politieke toespraken, zelfdoding, mode en andere onderwerpen aan de orde, terwijl zijn andere strips fantasieën waren of een onscherpe, tijdloze achtergrond hadden. De strip verwees naar gebeurtenissen uit die tijd zoals de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 1904 die Theodore Roosevelt won; de bouw van het Flatiron Building in 1902, de opening van het St. Regis Hotel in New York in 1904, en de Russisch-Japanse Oorlog van 1904-1905. links|miniatuur|Welsh rarebit bestaat uit geroosterd brood met gesmolten volvette kaas, aangelengd met bier en gekruid met cayennepeper en mosterd. McCay gebruikte het gerecht ondanks dat het geen kwaad kon; volgens de cultuurtheoreticus Scott Bukatman kon een rarebit niet in verband worden gebracht met nachtmerries. miniatuur|350x350px|Little Nemo, het beroemdste personage van McCay, werd in Dream of the Rarebit Fiend geïntroduceerd Het beroemdste personage van McCay – Little Nemo – kwam voor de eerste keer in Dream of the Rarebit Fiend voor op 10 december 1904. In 1905 liet McCay Nemo in zijn eigen strip verschijnen in de New York Herald. Vergeleken met Little Nemo in Slumberland hadden de Rarebit Fiend-strips vrijwel geen achtergronden en werden ze meestal getekend vanuit één gezichtspunt met de hoofdfiguren op een vaste plek. In Rarebit Fiend was het verhaal veel belangrijker dan in Little Nemo, waarin de focus lag op mooie plaatjes. De afleveringen stonden op zichzelf, terwijl het Nemo-verhaal wekelijks doorliep. De dromen in Nemo waren gericht op kinderen, terwijl de onderwerpen in Rarebit Fiend, zoals sociale verlegenheid, angst voor de dood of angst om gek te worden op volwassenen waren georiënteerd. In beide strips waren sommige dromen wensvervullingen.
In tegenstelling tot de meeste strips uit die tijd is Rarebit Fiend niet direct humoristisch of escapistisch. In de strips wordt de nadruk gelegd op de duistere kanten van de lezer, zoals hypocrisie, bedrog, fobieën en ongemak. Ze leveren vaak bijtend commentaar op sociale issues en plaatsen huwelijk, geld en religieuze zaken in een slecht daglicht. McCay werkte graag grensverleggend en in veel van zijn strips speelt hij met zelfreferentie; de personages verwijzen soms naar McCays alter ego Silas of naar de lezer. Zelfreferentie komt frequent voor in Rarebit Fiend, maar niet in de andere strips van McCay.
De woorden in de tekstballonnen waren, in tegenstelling tot de professionele illustraties van McCay, klunzig en soms niet te lezen. Dit was met name het geval bij reproducties, omdat de illustraties daarin doorgaans sterk werden verkleind. McCay leek weinig aandacht te hebben voor de tekstballonnen, de inhoud ervan en hoe ze in de tekening waren geplaatst. Er staan vaak monologen in die zich herhalen en ze drukken het groter wordende leed van de sprekers uit. Ze maken duidelijk dat McCay talent had voor beelden en niet voor teksten.
Achtergrond miniatuur|McCays kijk op het huwelijk kwam tot uitdrukking in Rarebit Fiend McCay begon met striptekenen in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Hij was enorm productief en veel van zijn materiaal is gepubliceerd in tijdschriften en kranten. McCay was bekend geworden omdat hij kon sneltekenen. Hij zette dit talent vaak in op het vaudevilletoneel (waar ook Harry Houdini en W.C. Fields optraden), waarbij hij een voordracht hield en op een schoolbord tekende. McCay had voor Dream of the Rarebit Fiend en Little Nemo al laten zien dat hij geïnteresseerd was in het onderwerp dromen. Enkele van zijn eerdere werken (ten minste tien reguliere stripverhalen) droegen titels als Daydreams en It Was Only a Dream. Voor de strips van McCay waren er ook al stripverhalen met het thema dromen uitgegeven; zijn werkgever, de New York Herald, had minimaal drie van zulke strips gepubliceerd, waarvan Drowsy Dick van Charles Reese uit 1902 de eerste was. Psychoanalyse en het duiden van dromen werden bij het publiek bekend met de publicatie van De droomduiding uit 1900 van Sigmund Freud.
McCay stelde voor een strip te tekenen waarin een nicotinejunk op de Noordpool geen sigaret en vuurtje kan bemachtigen. In het laatste plaatje beseft hij dat het een droom was. De Herald vroeg McCay een stripserie te maken, maar dan met een Welsh rarebit als onderwerp in plaats van tabak en daar gaf McCay gehoor aan. De strip verscheen in een aan de Herald gelieerde avondkrant, de Evening Telegram, en de redacteur van de Herald eiste dat McCay de strips onder pseudoniem maakte om deze gescheiden te houden van zijn andere werk. McCay ondertekende de Rarebit Fiend met Silas, een naam die hij ontleende aan een man uit de buurt die met een vuilniskar rondreed. Nadat hij in 1911 was overgestapt naar de ochtendkrant de New York American van William Randolph Hearst stopte McCay met het pseudoniem Silas en tekende hij zijn werk met zijn eigen naam.
McCay trouwde in 1891, maar had geen gelukkig huwelijk. Volgens John Canemaker, de biograaf van McCay, schildert McCay het huwelijk in Rarebit Fiend af als ‘een mijnenveld van hypocrisie, jaloezie en onbegrip’. McCay was een kleine man van zo’n 1,50 m en werd gedomineerd door zijn vrouw die even lang was als hij. Afbeeldingen van kleine, verlegen mannen die worden gedomineerd door hun langere of dikkere vrouwen komen vaak voor in Rarebit Fiend. Reuzengroei – met personages die overweldigd worden door snel groeiende lichaamsdelen – was een ander thema dat regelmatig terugkwam, mogelijk om zijn houding ten opzichte van klein zijn te compenseren. McCays broer Arthur zat in een psychiatrische inrichting, wat misschien heeft geleid tot het thema waanzin dat in zijn strips veel voorkomt.
Invloeden miniatuur|Zee van tranen in Alice's Adventures in Wonderland Kenners zoals Claude Moliterni, Ulrich Merkl en Alfredo Castelli hebben geprobeerd te achterhalen wat McCay heeft geïnspireerd om Dream of the Rarebit Fiend te maken. Wellicht kreeg hij inpiratie door het populaire Book of Nonsense van Edward Lear uit 1870, The Burgess Nonsense Book van Gelett Burgess uit 1901, Alice's Adventures in Wonderland van Lewis Carroll uit 1865 (met name de scène met de zee van tranen lijkt gerelateerd aan het gutsende zweet in een vroege Rarebit Fiend-strip) en allerlei strips en illustraties over dromen in tijdschriften die McCay moet hebben gekend.
Welsh Rarebit Tales van Harle Oren Cummins uit 1902 is waarschijnlijk de directe inspiratie voor de strip geweest. Cummins heeft gezegd dat hij inspiratie voor deze collectie van vijftien sciencefictionverhalen had gekregen door nachtmerries die werden veroorzaakt door het eten van Welsh rarebit en kreeften. Het feit dat verschillende latere Herald-strips uit 1911 en 1912 Dream of a Lobster Fiend waren getiteld, maakt het nog aannemelijker dat McCray hierdoor geïnspireerd was.
Vast staat dat McCay ook geïnspireerd is door onder meer H.G. Wells, De tovenaar van Oz van L. Frank Baum uit 1900, Peter Pan van J.M. Barrie uit 1904, Pinokkio van Carlo Collodi uit 1883, Sherlock Holmes and the Engineer's Thumb van Arthur Conan Doyle uit 1889, Quo Vadis uit 1896 van Henryk Sienkiewicz, Dr Jekyll en Mr Hyde uit 1886 van Robert Louis Stevenson, en The 1.000.000 Pound Bank Note uit 1893 van Mark Twain.
McCay heeft nooit toegegeven dat Sigmund Freud hem heeft geïnspireerd. De droomduiding van Freud was in 1900 gepubliceerd. Volgens McCay-kenner Ulrich Merkl is het waarschijnlijk dat McCay op de hoogte was van de theorieën van de Weense dokter aangezien hierover in de New Yorkse krantenwereld uitvoerig werd gepraat en geschreven.
Publicatiegeschiedenis links|miniatuur|Een reusachtige man in New York (1905)