thumb|Axayacatl, de zesde huey tlatoani van Tenochtitlan, zoals hij is voorgesteld in de Azcatitlan Codex De Azcatitlan Codex is een Azteekse codex, gemaakt door een meester en leerling, die het verhaal van de Azteken vertellen vanuit inheems en Tlatelolca-gezichtspunt. De codex is waarschijnlijk ontstaan tussen 1550 en 1600.
De codex was bedoeld voor de inheemse bevolking. De codex is niet helemaal voltooid en er ontbreken enige vellen. De bladen zijn van Europees papier, 21 cm hoog en 28 cm breed en van links naar rechts te volgen. De Codex vertelt de geschiedenis van de Azteken van hun vertrek uit Aztlan (het Witte Eiland te midden van water) tot 1527. De schilder-schrijver heet een tlacuilo.
De codex had als model de Boturini Codex (ca. 1530-1541), die niet af is gemaakt en waar het laatste deel van verloren is gegaan. Daardoor loopt de Boturini Codex slechts tot en met de stichting van de hoofdstad Tenochtitlan.
Inhoud De codex gaat net als de Boturini Codex over de geschiedenis van de Azteken van hun vertrek uit Aztlan tot aan de stichting van Tenochtitlan, maar gaat daarna verder met de scheiding tussen de Tlatelolca- en Tenochco Mexica, die beiden de reisgeschiedenis van de Azteken/Mexica tot hun erfgoed rekenden. De Tenochca woonden in Tenochtitlan, de Tlatelolca in de zusterstad Tlatelolco.
Voorts gaat het over de 'keizerlijke geschiedenis' en de geschiedenis van de Spaanse verovering (1519-1521: waaronder de ontmoeting tussen Hernán Cortés en Montezuma II in 1519; het bloedbad tijdens het Feest van Toxcatl in 1520; de Spaanse aftocht uit Tlatelolco in 1521 en de evacuatie uit Tlatelolco) en de tijd er na (1521-1527: de verwoesting van Tenochtitlan-Tlatelolco; het vertrek en de terugkeer van de inheemse heerschappij onder Spaans, christelijk gezag in de periode 1521-1522; de komst van de 'geestelijken' tussen 1523-24; de herbouw van de stad van 1522-24; de dood van Cuauhtemoc, Coanacoch, Tetlepanquetzal en Tlacotl in 1525; de samenzwering tegen Cortés in de periode 1524-26; de aankomst in 1527 van frater Julián Garcés, de eerste bisschop in Mexico, en de verloren schat van Montezuma).
Er wordt in de periode van de verovering aandacht besteed aan de rol van de Tlatelolca oorlogsheld Don Martín Ecatzin of Ecatl, die het opnam tegen Pedro de Alvarado. Alvarado was verantwoordelijk voor de slachting tijdens het Feest van Toxcatl. Cuauhtemoc was de laatste huey tlatoani (grote heerser) van Tenochtitlan.
Vertrek uit Aztlan Een donkergetinte priester leidde de Azteken van Aztlan naar Colhuacan. Aztlan is afgebeeld als een grote rechthoek, met links in het noorden een berg met daarop vier kleine huizen. Rechts staan de tempel en vier grote huizen met de 'plaatsglyphe' van riet en stromend water (Aztlan). Twee figuren ter linkerzijde worden in verband gebracht met het noorden, twee ter rechterzijde, het dichtst bij de priester in zijn boot, met het zuiden. Daarom wordt ervan uitgegaan dat er naar het zuiden werd getrokken en Aztlan in het noorden lag. De figuren rechts dragen tunieken van groffe dierenhuiden, dat in verband zou staan met hun Chichimeekse afkomst. De vier figuren worden in verband gebracht met de vier kwadranten van de latere stad Tenochtitlan (Cuepopan in het noordwesten, Atzacualco in het noordoosten, Moyotla in het zuidwesten en Teopan in het zuidoosten). Op de berg van Aztlan is een ronde glyphe van een insect omgeven door puntjes. Volgens Barlow gaat het om Ascatitla (Azcatitlan, de Plaats van Reigers), volgens Graulich om Azcapotzalco (Plaats van de Mierenheuvel). De glosse Ascatitla staat boven de glyphe en zou er een vertaling van kunnen zijn: azcatl (mier) - ti ('ligatuur') - tlan (plaats-aanduiding). Hieraan dankt de codex dus haar naam.
Azcapotzalco werd geregeerd door de Tepaneekse heerser Tezozomoc, die de Mexica toestond op hun nieuwe eiland in het Texcocomeer te gaan wonen. De eerste huey tlatoani (grote heerser) van Tlatelolco, de zusterstad van Tenochtitlan op het eiland, was Cuacuapitzauac, de zoon van Tezozomoc. De naam Azcapotzalco op de berg van Aztlan zou de kijker kunnen hebben doen herinneren aan het verband met de Tepaneekse heerser Tezozomoc. Vanaf het begin maakt de tlacuilo (schrijver) duidelijk dat deze geschiedenis de rol van zowel Tlatelolco als de Tepaneekse dynastieke lijn uitvergroot. De rol van Tlatelolco was sinds de tijd van Axayacatl onderbelicht. Deze Axayacatl, heerser van Tenochtitlan, bestreed en overwon Moquilhuix van Tlatelolco in 1473 en de geschiedenis werd daarna herschreven. Ook de macht en glorie van Azcapotzalco werd in die herschreven geschiedenis uitgewist. Na de val van Tenochtitlan, trachtten nakomelingen van verschillende altepetl (stadstaten) de Spanjaarden hun unieke rol in de geschiedenis voor te spiegelen. Volgens don Antonio Valeriano (gouverneur van Tenochtitlan van 1573 tot 1599, gestorven in 1605) kwamen de belangrijkste, inheemse, edele stambomen van Azcapotzalco en was Azcapotzalco vijftien eeuwen eerder gesticht en haar nalatenschap het oudste van het land. Valeriano onderwees aan het 'Colegio de Santa Cruz' in Tlatelolco, waar franciscanen in de jaren 1550 nog pogingen deden de Nahua geschiedenis en cultuur middels inheemse boekwerken te verzamelen. Waarschijnlijk woonden de tlacuiloque (schrijvers) van deze codex in de buurt van dit colegio en werkten er mogelijk mee samen. Maar al gauw werden dergelijke ondernemingen verboden door de Inquisitie, trad er strenge censuur op en werden huizen bezocht om 'verboden literatuur' op te sporen en te vernietigen. Er is geen enkel pre-Spaans manuscript van Centraal Mexico bewaard.
Scheiding van Tlatelolca en Tenochca De Tlatelolca- en Tenochca Mexica scheidden dertien jaar na hun aankomst in de Vallei van Mexico. Cuacuapitzauac, de zoon van de Tepaneekse heerser Tezozomoc, werd in 1350 de eerste heerser van Tlatelolco.
Keizerlijke geschiedenis Acamapichtli werd de eerste tlatoani van (Mexico-)Tenochtitlan. Acamapichtli regeerde van 1376 tot zijn dood in 1395. Onder zijn regering waren de Mexica vooral vazallen van de Tepaneekse heerser Tezozomoc. Tezozomoc werd door Maxtla (Maxton, de broer van Cuacuapitzauac) opgevolgd. Verder worden de heersers Huitzilihuitl, Tizoc en Ahuitzotl genoemd. Axayacatl regeerde slecht iets langer dan tien jaar. Tenochtzin wordt genoemd en de zonen van Tlatolçacatzin, de kleinzonen van Acamapichtli en Tlacacuitlahuatzin.
Spaanse verovering De verovering werd in de codex in vier beelden opgetekend, die veel overeenkomsten hebben met de Annalen van Tlatelolco (MS 22 en MS 22bis) en boek 12 van de franciscaanse frater Bernardino de Sahagúns Florentijnse Codex.
Ontmoeting van Cortés en Montezuma thumb|Het gevolg van Hernán Cortés op de dag van de ontmoeting met Montezuma II Op 8 november 1519 ontmoetten Hernán Cortés en Montezuma II elkaar voor het eerst. Dit moment wordt uitgebeeld op een vel: Hernán Cortés wordt gevolgd door acht Spaanse, gewapende conquistadores, een Afrikaanse slaaf met een paard, de rode, Spaanse banier met een voorstelling van de Heilige Geest als een duif en drie Indiaanse bondgenoten, die met een tumpline voedsel en benodigdheden dragen. Bovendien wordt Cortés voorafgegaan door zijn tolk, Malinche (doña Marina of Malintzin), een voormalige slavin uit de Maya regio.Ze kreeg een kind van Cortés in 1523. De ontmoeting vond plaats op de zuidelijke Ixtapala weg bij het kanaal en de brug van Xoloco. Het blad met het gevolg van Montezuma ontbreekt. Montezuma en Cortés zouden vervolgens, volgens Diego Durán, een nabijgelegen altaar voor de godin Toci hebben bezocht en Montezuma zou het heiligdom met zijn voeten geketend hebben verlaten.
Slachting tijdens het Feest van Toxcatl De slachting vond plaats eind mei of juni 1520 tijdens het Feest van Toxcatl. Op dat moment was Cortés naar de kust vertrokken om Pánfilo de Narváez te ontmoeten, die uit Cuba was gekomen om hem te arresteren. Cortés had Pedro de Alvarado, bijgenaamd Tonatiuh (de zon) achtergelaten. Alvarado zou hebben bevolen, volgens de Annalen van Tlatelolco, om het feest voor hun god te vieren, maar de Mexica daarna hebben verraden door 's morgens op de tweede dag van de feestelijkheden, tijdens het feest van Huitzilopochtli, de onbewapende feestvierders aan te vallen. Op een vel is te zien hoe een drummer zijn handen verloor (hij zou ook zijn hoofd verliezen). Het Tempelhof was op vier plaatsen afgesloten en de Mexica werden met lansen en zwaarden afgemaakt. Dit gebeurde bij de Templo Mayor, later het Plaza Mayor, toen een 'Yglesia Mayor' op de plaats van de verwoeste tempel was verrezen. De Annalen van Tlatelolco vermelden dat Montezuma al onder huisarrest stond, samen met Itzquauhtzin, de Tlacochcalcatl in Tlatelolco. toen Alvarado zijn bevel tot de slachtpartij gaf. Toen werd Neçahualquentzin, de edelman van Acolhuacan aan de muur bij het water opgehangen. Cohualpopocatzin, de heerser van Nauhtla werd met pijlen beschoten en levend verbrand. De massamoord duurde drie uur. De Mexica cremeerden hun doden en gingen onder 'generaal Ecatzin' (Ecatl) in de tegenaanval, de oorlog was begonnen. Later werden Spanjaarden belegerd in het 'paleis van Axayacatl', gevangengenomen en toen ze de stad probeerden te verlaten tijdens de Noche Triste (trieste nacht) vielen er onder hen veel doden. Volgens de Aubin Codex, die evenals de Azcatitlan Codex van de Boturini Codex is afgeleid, had Ecatl Montezuma gewaarschuwd voor een hinderlaag van de Spanjaarden, zoals dat al in Cholula was gebeurd.
De Spaanse aftocht uit Tlatelolco Tijdens de belegering van Tenochtitlan behaalden de Mexica een belangrijke overwinning, waarbij Cortés bijna werd gepakt en Ecatl het Spaanse vaandel in handen kreeg. Op een afbeelding staat een van de veroveringsveldslagen van 1521. Cortés keerde terug naar Tenochtitlan na het bouwen van dertien brigantines in Texcoco in mei 1521. Na de verwoesting van het aquaduct dat vers water aanvoerde uit Chapultepec, begon de belegering serieus. Cortés verdeelde de schepen: vier naar Pedro de Alvarado in Tacuba, zes naar Cristóbal de Olid en twee naar Gonzalo de Sandoval op de doorweg van Tepeyacac. Het dertiende schip werd afgeschreven. De doorgangswegen moesten worden veroverd. De Mexica haalden de bruggen weg en de Spanjaarden probeerden nieuwe bruggen te plaatsen of de gaten op te vullen. Aan het eind van de zomer kreeg Cortés steun van extra inheemse bondgenoten en hij trachtte vanuit het zuiden door te stoten. De strijd werd verlegd naar het noordelijke deel van het eiland, in Tlatelolco. Toen de Spanjaarden terug moesten trekken, stortte een brug in en vielen ze in het kanaal. Net op tijd werd Cortés gered door Ixtlilxochitl, de koning van Texcoco, maar de Spanjaarden veranderden dit verslag, zodat de Spanjaard Cristóbal de Olea Cortés uit het water zou hebben gered.
Tijdens de strijd in Tlatelolco wist Ecatl, de tlacatecatl (militaire gouverneur) en tlapanecatl het Spaanse vaandel te veroveren op Alvarado of kapitein Guzmán en werden er Spanjaarden en indianen van de verschillende stadstaten (altepetl) gevangengenomen. Er verloren tweeduizend het leven en in Tlatelolco werden op drie plaatsen schedelrekken (tzompantli) opgesteld: in Tlillan (Tlalhoacan), Yacacolco en Çacatla. In de tempel van Tlillan werd de veroverde Spaanse banier tentoongesteld, waar waarschijnlijk later de kerk van San Martín werd gebouwd.
Evacuatie van Tlatelolco