De Hoogbrugstraat (Maastrichts: Hoegbrögkstraot) is een straat in het stadsdeel Wyck, in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De straat is van middeleeuwse, mogelijk vroegmiddeleeuwse oorsprong. Vanaf de veertiende eeuw was het een van de drukste straten van Maastricht, waar zich veel kooplieden en neringdoenden vestigden. Tegenwoordig is het een vrij rustige woon-, winkel- en horecastraat met een overwegend zeventiende en achttiende-eeuwse bebouwing. De straat telt 60 rijksmonumenten en 16 gemeentelijke monumenten.
Naamgeving De straatnaam Hoogbrugstraat (vroeger Hoogebrugstraat of Hoogbruggestraat) dateert mogelijk uit de middeleeuwen en verwijst naar de Hoogebrug of Hoogbrugge, de (letterlijk) hoge brug over de verdwenen Maasarm buiten de Hoogbruggepoort. Deze poort werd later aangeduid als Duitse of Aker Poort.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), p. 70. De naam Hoogbrugge wordt voor het eerst genoemd in 1296. Op plattegronden uit de eerste helft van de negentiende eeuw staat de straatnaam meestal in het Frans aangegeven: Rue haut pont. Mogelijk heette de straat eerder Oude Straat (Aw Straot).Ubachs/Evers (2005), p. 233: 'Hoogbrugstraat'.
Er zijn meer straatnamen in Maastricht die verwijzen naar bruggen. In het verlengde van de Sint Servaasbrug bevindt zich op de linker Maasoever de Maastrichter Brugstraat. Op de rechter Maasoever ligt de Wycker Brugstraat. De Hoge Brug uit 2003 heeft niets met de historische Hoogbrugge of Hoogbrugstraat te maken. Evenmin is er een verband met Hoge Barakken, waarbij het bijvoeglijk naamwoord betrekking heeft op de ligging nabij de Hoge Maaspunt.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 29, 70, 72.
Ligging De Hoogbrugstraat ligt in het stadsdeel Wyck op de rechter Maasoever van het Maastrichtse centrum. De straat loopt min of meer van oost naar west tussen Hoogbrugplein en (nu) Waterpoort. Oorspronkelijk zette de Hoogbrugstraat zich in westelijke richting voort tot aan de Maasoever. Omdat de straat aan het (west)einde enigszins afbuigt naar het noorden, verloopt de aansluiting met de zuid-noord lopende Rechtstraat via een flauwe bocht. Er zijn vijf zijstraten, waarvan drie aan de noordzijde. Van oost naar west: Lage Barakken, Wycker Grachtstraat en Rechtstraat. Ook is hier een voetgangerspassage naar het Bourgogneplein, waarvan de ingang gevormd wordt door een poort in het pand Hoogbrugstraat 28. Aan de zuidzijde liggen twee zijstraten: Hoge Barakken en Ruiterij. Daarnaast is er een doorgang voor voetgangers naar de Hoge Barakken, bereikbaar via een poort in Hoogbrugstraat 15. De Hoogbrugstraat is ongeveer 250 m lang en varieert sterk in breedte: van circa 5 m bij de bocht naar de Rechtstraat, tot 25 m bij de aansluiting op het Hoogbrugplein.
Verkeer en inrichting In de gehele straat is gemotoriseerd verkeer toegestaan in beide richtingen. Door zijn afzijdige ligging ten opzichte van de Maasbruggen heeft de straat geen functie voor het doorgaand verkeer en rijden er geen lijnbussen. Parkeren is uitsluitend toegestaan in de aangegeven parkeervakken, tegen betaling (via parkeerautomaten). Door de wisselende breedte is de straat niet uniform ingericht; wel is er over de gehele lengte één rijbaan (niet gescheiden en zonder fietsstroken) en zijn er aan beide zijden trottoirs. Door de onregelmatige rooilijn varieert de stoepbreedte aanzienlijk. Op het smalste punt bedraagt deze nauwelijks een meter; elders bevinden zich pleinachtige ruimtes tussen de rijweg en de huizen. Waar de breedte het toelaat, zijn parkeervakken aangegeven (voor langs- of dwarsparkeren). Op diverse plaatsen, onder andere bij in- en uitritten, zijn anti-parkeerpaaltjes geplaatst. Verder is er ruimte gereserveerd voor fietsenrekken, bomen en zitbanken. Met uitzondering van het westelijk deel, is de rijweg geasfalteerd en zijn de parkeervakken en trottoirs geplaveid met kasseien (bij de trottoirs diagonaal gelegd). Het gedeelte van de straat ten westen van Wycker Grachtstraat heeft een afwijkende (tijdelijke?) inrichting met betonstraatsteen (rijweg) en ruitvormig gelegde natuurstenen tegels. Parkeervakken zijn hier onderdeel van het trottoir, gemarkeerd door een afwijkende bestrating en stoeptegels met de letter P.
Geschiedenis De geschiedenis van het gebied rond de Hoogbrugstraat wordt voor een deel bepaald door de ligging tussen de historische Maasbruggen en de belangrijkste stadspoort van Wyck. Door de aanleg van de 'Percée' in de late negentiende eeuw, verloor de straat die functie en verpauperde ze. In de tweede helft van de twintigste eeuw werden veel monumentale panden opgeknapt en kreeg de straat een deel van zijn oude glorie terug.
Romeinse tijd en middeleeuwen: ontstaansgeschiedenis Archeologische waarnemingen in de omgeving van het kruispunt Hoogbrugstraat/Ruiterij/Waterpoort/Rechtstraat tonen aan dat dit gebied in de Romeinse tijd en in de vroege middeleeuwen bewoond was. De aard en omvang van de Romeinse nederzetting op de rechter Maasoever zijn nog nauwelijks onderzocht. Wel is duidelijk dat de bewoning in dit gebied direct gerelateerd was aan het bestaan van de Romeinse brug, die op de rechteroever aanlandde ter hoogte van Stenenwal 15 (alwaar een gedenksteen in het plaveisel is ingemetseld). De aanlanding lag echter ergens in het midden van de huidige stroomdraad, omdat de Wycker oever door riviererosie – en door afgraving – in de loop der eeuwen is opgeschoven naar het oosten. De Romeinse hoofdweg van Boulogne-sur-Mer naar Keulen, pas sinds het einde van de twintigste eeuw Via Belgica genoemd, boog na de brug af naar het noorden, waarbij halverwege de latere Rechtstraat werd gekruist, om via het Geuldal zijn weg verder oostwaarts te vervolgen. Een zuidelijke aftakking vanaf de brug richting Aken, in later eeuwen aangeduid als Oude Akerweg, ontstond waarschijnlijk in de zevende of achtste eeuw. Deze volgde het tracé van de Hoogbrugstraat, waarna ook verder van de rivier vandaan bewoning zal zijn ontstaan.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 9-14.
thumb|left|260px|De Hoogbrugstraat gezien naar het westen. Het vooruitspringende gebouw met hoektoren geeft de versmalling in de straat aan. Het straatdeel daarachter lag binnen de eerste omwalling. Links het Sint-Gillishospitaal De voorstad Wyck is in de middeleeuwen altijd veel kleiner gebleven dan het stadsdeel op de linker Maasoever. In feite bestond Wyck uit twee hoofdstraten: de min of meer parallel aan de Maas lopende Rechtstraat en de dwars daarop gepositioneerde Hoogbrugstraat. Volgens de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen werd deze kleine woonkern al aan het einde van de twaalfde eeuw beschermd door een aarden verdedigingswal met palissaden en een gracht.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), pp. 15-16. De vestingdeskundige Louis Morreau houdt het op de dertiende eeuw als ontstaansperiode van de eerste verdedigingsgordel, waaraan de namen Wycker Grachtstraat en Wycker Grachtje herinneren. Een groot deel van de huidige Hoogbrugstraat lag buiten deze omwalling, inclusief het Sint-Gillishospitaal, dat al in 1286 wordt genoemd als bezit van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel. In de veertiende eeuw verloor de aarden wal zijn functie door de bouw van de verder oostwaarts gelegen Wycker stadsmuur. De nieuwe muur volgde ongeveer het tracé van de Hoge en Lage Barakken, waardoor het stadsdeel iets meer ruimte kreeg en de Hoogbrugstraat in zijn geheel binnen de ommuurde stad kwam te liggen. De stadsmuur van Wyck had een lengte van ca. 1500 m en telde twaalf muurtorens, twee veldpoorten en enkele kleinere waterpoorten.Morreau (1979), pp. 119, 121.
In het noorden van Wyck lag de Sint-Maartenspoort, maar de voornaamste poort was de Hoogbruggepoort, vanaf de achttiende eeuw Wycker-, Aker- of Duitse Poort ("Poort Almagne") genoemd. Het was een rechthoekig bouwwerk met een hoog zadeldak en een ruim vijf meter hoge poortdoorgang met een gotisch gewelf en voorzien van een valhek. Waarschijnlijk werd de poort in de vijftiende eeuw uitgebreid met twee ronde, in de gracht uitgebouwde muurtorens, die door zware muren met het bestaande bouwwerk werden verbonden. Rondom de Wycker stadsmuur lag een Maasarm, die het gehele stadsdeel omspoelde. Na het Beleg van 1407-1408, waarbij de Luikenaren het vooral op Wyck gemunt hadden, werd in 1412 de brug over de Maasarm bij de Hoogbruggepoort herbouwd in steen. De stenen Hoogbrugge, met zijn tien bogen, werd gerekend tot de drie Maasbruggen van Maastricht, en was met zijn steile helling met recht een 'hoge brug'.
Ancien régime: hoofdverkeersweg en handelsstraat
In de stedenatlas Civitates orbis terrarum van Braun en Hogenberg is zowel een plattegrond als een vogelvluchtperspectief van Maastricht afgedrukt, beide omstreeks 1575 ontstaan. Ze laten zien dat de Hoogbrugstraat, hoewel niet direct aansluitend op de Maasbrug, toch gunstig gelegen was tussen die brug en de belangrijkste stadspoort van Wyck, de Hoogbruggepoort, die in 1543 was gemoderniseerd. Al het verkeer vanuit of in de richting van Aken, Keulen, Mainz of Frankfurt am Main moest gebruik maken van die poort, en dus ook van de Hoogbrugstraat, om zonder omwegen de brug te bereiken of de stad te verlaten.
thumb|left|260px|De Hoogbrugstraat gezien naar het westen (pentekening Valentijn Klotz?, 1669) Een pentekening van de Hoogbrugstraat uit 1669, toegeschreven aan Valentijn Klotz, verschaft veel informatie. De tekenaar staat met zijn rug naar de Hoogbruggepoort en kijkt naar het westen. De vele luifels en uitgestalde waren geven aan dat hier ambachtslieden en handelaren gevestigd waren. Het bredere deel van de straat, vlak bij de poort, was tevens in gebruik als moesmarkt.Jenniskens/Mes/Panhuysen (1997), p. 5. De tekening geeft tegelijkertijd inzicht in de transformatie van houtskeletbouw naar steen, die de straat in deze periode onderging. Rechts, aan de noordzijde, zijn nog diverse vakwerkgevels te zien. Aan de overkant heeft de verstening al plaatsgevonden en is een rijtje 'moderne' krul- en trapgevels te zien. Verderop zijn aan de zuidzijde het Sint-Gillishospitaal (met klokkentoren) en de hoge puntgevel van de Poort van Beusdael te herkennen, en de torens van de Onze Lieve Vrouwekerk op de linker Maasoever.Koreman (1981), p. 72.
Het middeleeuwse hospitaal of gasthuis van Sint-Gillis had in de zeventiende een militaire bestemming, wat op de tekening te zien is aan het huisje van de schildwacht. Het pand fungeerde als de hoofdwacht voor Wyck. In 1757 werd het gebouw teruggegeven aan het Onze-Lieve-Vrouwekapittel en werd er een oudevrouwenhuis in gevestigd. De Poort van Beusdael was in de zestiende eeuw de stadsresidentie van de heren van Beusdael. In 1669, ten tijde van de tekening, was het huis eigendom van het Akense magistratengeslacht Colyn. In 1686 werd het verkocht aan de Eijsdenaar Michiel Peerboom, een rijke koopman, die in Wyck onder andere de bierbrouwerij De Vels bezat. Mogelijk is achter het meeste linkse huis op de tekening een ander poorthuis te zien, de Poort van Gulpen, waarover verder geen gegevens bekend zijn.Van Heyst (1982), pp. 261-270.
Ook in de achttiende eeuw was de Hoogbrugstraat een drukke verkeersstraat, die leidde naar de uitvalswegen naar Aken, het Land van Dalhem en Luik. De Hoogbruggepoort verwerkte meer verkeer dan welke andere stadspoort in Maastricht.Steegen (2006), pp. 252-253. Samen met de Rechtstraat, de Muntstraat en de Grote Staat, had de Hoogbrugstraat de grootste winkeldichtheid in Maastricht. Anderzijds hadden de winkels in Wyck lange tijd minder prestige dan bijvoorbeeld die in de Grote Staat of op het Vrijthof; de huurwaarde lag er namelijk een stuk lager.Steegen (2006), pp. 256-257. Hetzelfde kan ook geconcludeerd worden uit het feit dat omstreeks 1800 slechts één winkel in de Hoogbrugstraat niet-eigen personeel in dienst had (in de Rechtstraat waren dat er vijf; in de Grote Staat zeven).Steegen (2006), p. 260.