Robert Wilson (Waco (Texas), 4 oktober 1941 – Water Mill (New York), 31 juli 2025) was een Amerikaanse experimentele regisseur van theaterstukken en opera's, toneelschrijver, choreograaf, performer, schilder, beeldend kunstenaar, videokunstenaar en geluids- en lichtontwerper. Hij regisseerde de opera Einstein on the Beach, die hij samen met componist Philip Glass en choreografe Lucinda Childs maakte.

Biografie Wilson werd geboren in Waco, Texas, als zoon van Loree Velma Hamilton en advocaat DM Wilson. In 1959 begon hij aan een opleiding bedrijfskunde aan de Universiteit van Texas, maar in 1962 brak hij die studie af omdat hij meer interesse had in kunst. Wilsons vader zag zijn homoseksuele geaardheid als een ziekte die genezen moest worden. De emotionele problemen die dit veroorzaakte, leidden er toe dat hij Texas verliet. Al bleef die staat altijd deel van zijn persoonlijkheid: "Het landschap van Texas zit in al mijn werk. Dat licht en die lucht." In 1963 verhuisde hij naar Brooklyn in New York. Hij studeerde schilderkunst bij abstract expressionist George McNeil en binnenhuisarchitectuur aan het Pratt Institute. Na zijn afstuderen in 1966 richtte hij in 1968 zijn eerste experimentele theatergroep op: The Byrd Hoffman School of Byrds, met zijn loft in SoHo als thuisbasis. Met dit gezelschap regisseerde hij zijn eerste werken, zoals The King of Spain (1969) en The Life and Times of Sigmund Freud (1969).

In de jaren zeventig ging hij zich ook toeleggen op opera. In 1971 maakte hij de zeven uur lange "stille opera" Deafman Glance, die in première ging in New York en vervolgens vertoond werd op het Festival de Nancy en in Parijs. Hiermee vestigde hij internationaal zijn reputatie. Surrealist Louis Aragon schreef toen het volgende over Wilson in een brief aan André Breton: "Hij is wat wij, de vaders van het surrealisme, droomden dat na ons zou komen en dat ons zou voorbijsteken". Tijdens deze periode werkten de meeste avant-garde theatermakers met publieksparticipatie, terwijl Wilson de theatraliteit opnieuw centraal op het podium plaatste. In Nederland was zijn werk al vanaf 1971 te zien bij het Holland Festival en het Mickerytheater.

Sommige van zijn debuutstukken kenmerken zich door een enorme schaalvergroting in tijd en ruimte. The Life and Times of Joseph Stalin (1973) duurde bijvoorbeeld twaalf uur. In 1972 regisseerde hij voor het Shiraz Arts Festival in Iran KA MOUNTAIN AND GUARDenia TERRACE: a story about a family and some people changing, een voorstelling die zeven dagen duurde, of 168 uren, verspreid over zeven heuvels, waaraan 700 mensen meewerkten.

De opera Einstein on the Beach, die hij maakte met componist Philip Glass en choreograaf Lucinda Childs, ging in 1976 in première op het Festival van Avignon. Toen Wilson en Glass besloten om een opera te wijden aan een historisch figuur, kwam die eerste met het voorstel om iets rond Charlie Chaplin of Adolf Hitler te maken. Glass schoof Mahatma Gandhi naar voor als alternatief. Uiteindelijk werd geopteerd voor Albert Einstein, als compromis. De opera was een metaforische blik op de man wiens theorieën leidden tot het splitsen van het atoom. Er zat geen duidelijke plot in de voorstelling, maar de laatste scene eindigde met een nucleaire holocaust. Deze voorstelling brak alle regels van de opera. De tekst bestond grotendeels uit cijfers en symbolen uit de notenleer. Aanvankelijk stonden die op het libretto zodat het koor iets had om mee te oefenen tot de tekst klaar was; maar uiteindelijk werd besloten om geen vervangende tekst te gebruiken. Daarnaast werden enkele cryptische gedichten voorgedragen van de autistische poëet Christopher Knowles, die Wilson had leren kennen door zijn werk met autistische kinderen in New Yorkse scholen. Er zaten ook verwijzingen in naar Patricia Hearst, The Beatles en popidool David Cassidy. Een opvoering van Einstein on the Beach duurt ongeveer vijf uur, zonder pauze, maar het publiek mag de zaal in- en uitlopen. In 2018 en 2019 werd Einstein on the Beach opnieuw uitgevoerd, door Ictus Ensemble en Collegium Vocale Gent, met dirigenten Georges-Elie Octors en Tom De Cock. Zangeres Suzanne Vega nam de rol van de verteller op zich. Deze uitvoering was gefocust op het muzikale aspect. Het ballet van Lucinda Childs dat bij de originele uitvoering hoorde, werd verruild voor "een verfijnd, subtiel lichtplan" van beeldend kunstenares Germaine Kruip, die de verschillende opvoeringsruimtes "herdacht als installatie". Uitvoeringen van deze opera vonden plaats in Concertgebouw Brugge, Theater und Philharmonie Essen, De Doelen in Rotterdam, Muziekgebouw Eindhoven, De Oosterpoort in Groningen, Teatro Arriaga Antzokia in Bilbao, Palau de la Musica in Barcelona, deSingel in Antwerpen en TivoliVredenburg in Utrecht.

miniatuur|Wilson (links) met Louis Andriessen en het koninklijk paar tijdens het Holland Festival 1989 Gedurende 1983 en '84 plande Wilson een spektakel voor de Olympische Zomerspelen van 1984. CIVIL warS: A Tree Is Best Measured When It Is Down zou uit zes delen bestaan en twaalf uur duren, met muziek van onder andere Philip Glass, David Byrne en Gavin Bryars. De productie was slechts gedeeltelijk voltooid, want het evenement werd afgelast door het Olympic Arts Festival wegens onvoldoende middelen.John Rockwell (June 20, 1990), "Critic's Notebook; Robert Wilson Wins A Faithful Following, But It's in Europe", The New York Times Vier aparte delen - rond Minneapolis, Keulen, Rome en Rotterdam - werden afgewerkt en uitgevoerd. In het Nederlandse deel zaten verwijzingen naar Mata Hari, Willem De Zwijger en tulpen. In 1986 gaf de jury van de Pulitzerprijs de prijs voor 'beste drama' aan CIVIL WarS, maar het Pulitzerbestuur verwierp die keuze, omdat het stuk nooit in zijn volledigheid uitgevoerd was.

In 1990 creëerde Wilson vier nieuwe producties, in vier verschillende West-Duitse steden: Shakespeare's King Lear in Frankfurt, Tsjechovs Zwanenzang in München, een bewerking van Virginia Woolfs Orlando in West-Berlijn en The Black Rider, een samenwerking van Wilson, Tom Waits en William S. Burroughs, in Hamburg. In 1992 volgde een tweede samenwerking tussen Wilson en Waits: Alice, gebaseerd op Alice's Adventures in Wonderland van Lewis Carroll. Een derde samenwerking tussen Wilson, Waits en diens vrouw Kathleen Brennan volgde in 2000, met Woyzeck, naar het onafgewerkte stuk van Georg Büchner. De productie ging in première in Finland, met in het Engels gezongen liederen en Finse dialogen. Voor opvoeringen elders was ook de dialoog in het Engels.

Wilson richtte in 1991 The Watermill Centre op in Long Island, New York. Dit kunstencentrum is "een laboratorium voor uitvoering". Er vinden workshops, tentoonstellingen en uitvoeringen plaats. Er worden artists in residence uitgenodigd. Het centrum bevindt zich op een 10 hectare grote campus met verschillende tuinen en bevat talloze kunstwerken die door Wilson zijn verzameld.

In 1998 regisseerde Wilson A Dream Play van August Strindberg, eerst in Stockholm, daarna in Nice, Londen en New York. Voor de viering van de honderdste verjaardag van John Cage voerde Wilson op de Ruhrtriennale 2012 diens Lecture on Nothing uit. Deze productie werd daarna ook vertoond in Royce Hall, UCLAMark Swed (October 16, 2013), "Review: Robert Wilson finds the poetry in 'Lecture on Nothing, Los Angeles Times. en op het Australische Supersense-festival 2019 in het Arts Centre Melbourne.

Samen met acteurs Mikhail Baryshnikov en Willem Dafoe maakte Wilson in 2013 een bewerking van The Old Woman, een stuk van de Russische auteur Daniil Kharms. Het ging in première op het Manchester International Festival, dat ook als producent fungeerde. Co-producenten waren deSingel in Antwerpen, Théâtre de la Ville/Festival d'Automne à Paris en het Spoleto Festival in Italië.

Performance artieste Marina Abramović vroeg aan Wilson om een stuk over haar leven te maken. In 2011 ging The Life and Death of Marina Abramović in première op het Manchester International Festival. Willem Dafoe speelde de verteller; Abramović speelde haar eigen moeder en verschillende versies van zichzelf. De muziek was van Anohni en William Basinski en werd uitgevoerd door onder andere Drew Daniel en Martin Schmidt van elektronische groep Matmos. Dafoe, met een fel oranje pruik en witte make-up, vertelde tussen de bedrijven door over de jeugd van Abramović in communistisch Servië en haar gewelddadige moeder. De performances van Abramović werden voorgesteld in tableaux vivants. De dood van Abramović werd verbeeld op basis van de plannen die zij hiervoor bij een notaris heeft gedeponeerd. Ze wil drie doodskisten in de aarde laten zakken, in Servië, Amsterdam en New York, met slechts in één kist het echte lijk. Dit stuk werd vertoond op het Holland Festival in Amsterdam, in deSingel in Antwerpen, Teatro Real in Madrid, Luminato Theatre in Toronto en Park Avenue Armory in New York.

Walking (2012), een samenwerking met de Nederlandse artiesten Theun Mosk en Boukje Schweigman, bestond uit een deel meditatie en een deel immersive theatre. Tijdens een drie uur durende wandeling in Norfolk werden de deelnemers opgedragen om heel traag te wandelen, terwijl ze langs dramatische geluidsinstallaties passeerden, waaronder door Tom Waits bewerkte opnames van krekels.

Met Les Nègres (2014) bewerkte hij een stuk van Jean Genet, die bevriend was met Huey P. Newton en Angela Davies van de Black Panthers. The Blacks was een aanklacht tegen racisme en vooroordelen. Het had een grote indruk gemaakt op Wilson toen hij het in zijn studententijd zag in New York. Hij bewerkte het op zijn heel eigen manier: eerst kwam het decor, dan de muziek van saxofonist Dicky Landry. De dramaturgie onderzocht de grens tussen gekunsteldheid en realiteit. Dit stuk ging in première in l'Odéon Théâtre de l'Europe en werd vervolgens vertoond in deSingel in Antwerpen en Théâtre National Populaire in Lyon.

Met de Amerikaanse band CocoRosie maakte Wilson in 2019 een bewerking van The Jungle Book, van Rudyard Kipling. Het ging in première in het Grand Théâtre de Luxembourg, gevolgd door opvoeringen in Lyon, Parijs, Aix-en-Provence, Clermont-Ferrand en St. Pölten in Oostenrijk. Geplande voorstellingen bij co-producent deSingel in Antwerpen werden afgelast vanwege de coronacrisis.

Visuele kunst en design Naast zijn werk voor het podium, maakt Wilson sculpturen, tekeningen en meubelontwerpen.

In 1976 werden in de Paula Cooper Gallery in New York Wilsons storyboards voor Einstein on the Beach tentoon gesteld. Ze werden door een criticus omschreven als "seriële kunst, een equivalent van het slow-motion tempo van [Wilsons] theaterstijl. In tekening na tekening na tekening wordt een detail voorgesteld, geanalyseerd, verfijnd, herbedacht en vanuit verschillende hoeken bekeken." In 2012 hernam de Cooper Gallery deze expositie, waarna ze langs Europa, Canada, Mexico en Hong Kong reisde.Einstein on the Beach: Robert Wilson, Philip Glass, Lucinda Childs, Christopher Knowles, Andrew de Groat, September 12 – October 20, 2012 Paula Cooper Gallery, New York.

Tussen 2004 en 2005 werkte Wilson voor de televisiezender LAB HD, een kanaal voor videokunst en experimentele film van Voom HD Networks. Hier maakte hij tientallen high-definition video's die hij Voom Portraits noemde. De meeste van deze video-portretten waren van celebrities, zoals Sean Penn, Willem Dafoe, Robert Downey Jr., Isabella Rossellini, Brad Pitt, Winona Ryder en Steve Buscemi, in typische Wilson-ensceneringen. Ryder was bijvoorbeeld tot aan haar schouders begraven in zand, met een pistool en een rode handtas naast haar. Buscemi poseerde met het karkas van een koe. Deze bewegende portretten werden ook getoond in de Paula Cooper Gallery.