Dit is een lijst van moties van wantrouwen die door een of meer Kamerleden in stemming zijn gebracht in de Eerste Kamer der Staten-Generaal en Tweede Kamer der Staten-Generaal van Nederland. Het gros ervan is niet aangenomen.
Achtergrond
Vertrouwensregel
De staatkundige context van de motie van wantrouwen is, dat elk kabinet het vertrouwen van de meerderheid van het parlement moet hebben om te kunnen regeren en dat een kabinet of bewindspersoon aftreedt nadat duidelijk is dat er geen vertrouwen (meer) bestaat. Dit beginsel staat zo niet in de wet maar is gegroeid in de praktijk (staatkundig gewoonterecht) die een interpretatie gaf van twee regels uit de Grondwet:
De kroon is onschendbaar, de ministers dragen verantwoordelijkheid Het parlement controleert de regering Deze regel van staatkundig gewoonterecht wordt in politicologie en staatkunde de vertrouwensregel genoemd en geldt als een van de grondbeginselen van het Nederlands parlementair stelsel.
Kwestie-Mijer
In 1866 nam de Tweede Kamer voor het eerst een motie van wantrouwen aan. De motie was ingediend door L.W.Ch. Keuchenius van de Anti-Revolutionaire Partij, naar aanleiding van de benoeming van minister van Koloniën Pieter Mijer tot gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, vlak na zijn aantreden als minister. Formateur Jules graaf van Zuylen van Nijevelt had Mijer gevraagd om als minister van Koloniën toe te treden tot het kabinet. Mijer gaf aan dat hij liever gouverneur-generaal van Nederlands-Indië wilde worden, omdat die positie veel beter betaalde. Van Zuylen sprak daarop met Mijer af dat als hij minister zou worden, hij alleen de eerste begroting voor Koloniën hoefde af te handelen. Als die begroting door de Tweede Kamer zou zijn geloodst, zou Van Zuylen er voor zorgen dat Mijer gouverneur-generaal zou worden. Nadat de begroting door de Tweede Kamer werd goedgekeurd, trad Mijer inderdaad af als minister. Een dag later werd hij door koning Willem III benoemd tot gouverneur-generaal. Volgens de Tweede Kamer was deze gang van zaken onbetamelijk. Ze nam de eerste motie van wantrouwen uit de geschiedenis aan:
De Kamer, de gedragslijn van het Kabinet ten opzigte van de uittreding van den Minister van Koloniën, Mr. P. Mijer, afkeurende, gaat over tot de orde van dag.
Praktijk
Het aantal moties van wantrouwen is sterk toegenomen sinds de jaren 2000. Met name de Partij voor de Vrijheid en diens voorloper Groep Wilders dienden veel moties van wantrouwen in, geen ervan werd echter aangenomen. Tegen het kabinet-Rutte III werd het hoogste aantal moties van wantrouwen ingediend, namelijk 38.
De enige aangenomen motie van wantrouwen was in 1939 de motie-Deckers tegen het net nieuw aangetreden kabinet-Colijn V die luidde:Handelingen Tweede Kamer 1938/1939, p. 2229
De Kamer,
overwegende, dat de Kabinetsformatie niet heeft geleid tot het optreden van een Kabinet, dat de noodige waarborgen biedt voor een deugdelijke behartiging van 's Lands belang in gemeen overleg met de Staten-Generaal, keurt het optreden van dit Kabinet af en gaat over tot de orde van den dag.
Het lage slagingspercentage komt onder meer doordat bewindslieden vaak de eer aan zichzelf houden door voor stemming op te stappen, wanneer zij vermoeden dat een motie aangenomen zal worden of grote steun zal krijgen. Voorbeelden hiervan zijn het opstappen van Menno Snel, Jeanine Hennis-Plasschaert en het kabinet-Rutte III. De motie wordt dan niet meer in stemming gebracht omdat de ontwerp-motie of de aankondiging ervan zijn parlementaire werk al heeft gedaan.
Soms zijn andere moties en stemmingen, zoals een motie van afkeuring of afkeuring van de begroting, aanleiding voor een bewindspersoon om op te stappen. De bewindspersoon interpreteert het in stemming brengen of de stemming dan als het uitspreken van wantrouwen. Voorbeelden hier van zijn het kabinet-Cals, tijdens de zogenaamde Nacht van Schmelzer,https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/13/zo-ging-het-in-de-nacht-van-schmelzer-4789824-a1526317 Ernst Hirsch Ballin, Ed van Thijn en Sigrid Kaag.
Tweede Kamer Datum Eerste indiener Aanleiding Aan wie gericht Stemmen voor Stemmen tegen Refs 17 augustus 2026Geert Wilders (PVV)Kabinet-Jetten29 121 26 februari 2026Geert Wilders (PVV)AOW-plan van nieuw kabinet Kabinet-Jetten29121 27 augustus 2025Stephan van Baarle (DENK)kabinetscrisisKabinet-Schoof6144 19 juni 2025Laura Bromet (Groenlinks-PvdA)Femke Wiersma (minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)47103 15 mei 2025Jimmy Dijk (SP)Ruben Brekelmans (minister van Defensie)11139 2 april 2025Stephan van Baarle (DENK)Kabinet-Schoof11139 2 april 2025Frans Timmermans (Groenlinks-PvdA)kabinetsbeleid lintjes (lintjesgate)Marjolein Faber (minister van Asiel en Migratie)5595 20 februari 2025Esther Ouwehand (PvdD)StikstofbeleidFemke Wiersma (minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)6 144 19 december 2024Michiel van Nispen (SP)Marjolein Faber (minister van Asiel en Migratie)38 112 10 oktober 2024Ismail El Abassi (DENK)Steunen 'minder, minder' uitspraakChris Jansen (staatssecretaris van Openbaar Vervoer en Milieu)6 144 19 september 2024Stephan van Baarle (DENK)Kabinet-Schoof6 144 4 juli 2024Stephan van Baarle (DENK)Kabinet-Schoof6 144 4 juli 2024Frans Timmermans (GL-PvdA)Marjolein Faber (minister van Asiel en Migratie)46 103 4 juli 2024Frans Timmermans (GL-PvdA)Reinette Klever (minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp)46 103 20 juni 2024Jimmy Dijk (SP)Dilan Yeşilgöz-Zegerius (minister van Justitie)14 136 21 mei 2024 Gideon van Meijeren(FVD) Instemmen met Pandemieverdrag Conny Helder(minister voor Medische Zorg) 3 147 18 januari 2024Pepijn van Houwelingen