thumb|De stadsarchitect van Rotterdam W.G. Witteveen aan het werk in juni 1940

Het Plan-Witteveen, ook bekend als het Stadsplan voor de Wederopbouw, het Wederopbouwplan van Rotterdam of het Wederopbouwplan, is het originele maar grotendeels niet uitgevoerde stedenbouwkundig plan voor het in de Tweede Wereldoorlog verwoeste centrum van Rotterdam.

Geschiedenis Voorafgaand

Al ver voor de oorlog bestond een wil om het centrum te herstructureren. In 1840 begonnen de eerste gedachtes tot aanpassing al vanwege de groeiende handel, havens en inwoneraantal. Lang bleef het echter bij redelijk kleine ingrepen; de demping van een handjevol grachten, de sloop van de Kleine Draaibrug die een verkeersader was geworden en de bouw van nieuwe kades en het bedrijfsverzamelgebouw Plan C. Net voor de Tweede Wereldoorlog waren al wat grotere projecten uitgevoerd onder leiding van vaste stadsarchitect Willem Gerrit Witteveen. Deze projecten bestonden onder andere uit de herinrichting van het Hofplein en de verplaatsing van de Delftsche Poort, de aanleg van de Maastunnel en de bouw van het nieuwe Beursgebouw.Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (jaar onbekend), Rotterdam Oostelijke Binnenstad Geraadpleegd op 30 maart 2021Open Archivaris, Rotterdam oostelijke binnenstad, pagina 1 Geraadpleegd op 30 maart 2021

Tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog, besloot Nazi-Duitsland om Nederland aan te vallen. De Duitsers besloten om binnen te vallen op 10 mei 1940 met het doel om de Maasbruggen in te nemen: de Willemsbrug vanaf de Boompjes en de Willemsspoorbrug vanaf het Noordereiland. Zij werden echter tegengehouden in de strijd door de vechtende mariniers en eenheden van de Landmacht aan de andere zijde, waarop de Luftwaffe genoodzaakt was om meerdere, kleine doelen in de stad te bombarderen vanaf 11 mei. Een voorbeeld van deze doelen is de Marinierskazerne aan het Oostplein, die het al op 12 mei moest ontgelden.Veenman Publishers (2008), De brandgrens van 14 mei 1940, pagina 79 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Na vier dagen van vechten was het de Duitsers nog niet gelukt om de brug en de stad in te nemen, en stelde de Duitsers een ultimatum op: óf Nederland geeft zich over, óf de binnenstad van Rotterdam wordt volledig verwoest. Hoewel de onderhandelingen nog bezig waren, stegen de Heinkel He 111-bommenwerpers van de Luftwaffe alsnog op en vlogen richting de binnenstad. Omdat er geen bericht over deze actie was gearriveerd bij Generaal Schmidt, liet hij geen rode lichtkogels afvuren (een signaal dat de aanval moest worden afgeblazen). Als gevolg hiervan gooiden de bommenwerpers 97.000 kilo Duitse brisantbommen op de historische binnenstad met catastrofale gevolgen: 25.479 woningen, 2320 kleinere winkels, 1437 kantoren, 1319 werkplaatsen, 675 pakhuizen en vemen, 517 cafés en restaurants, 184 overige bedrijfsruimten, 69 schoolgebouwen, 31 warenhuizen, 31 fabrieken, 25 gemeentelijke- en rijksgebouwen, 24 kerkgebouwen, 22 feestgebouwen, 19 consulaten, 13 bankgebouwen, 13 ziekenhuisinrichtingen, 12 bioscopen, 10 inrichtingen van liefdadigheid, 4 stationsgebouwen, 4 dagbladbedrijven, 2 musea en 2 schouwburgen werden gedeeltelijk of volledig verwoest door de bommen en de daaropvolgende brand die gedurende meerdere dagen woedde.Delpher, Het Vrije Volk : Democratisch-socialistisch Dagblad, Bouwen en werken!, pagina 25 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Ongeveer 80.000 mensen werden dakloos, 13% van de toenmalige bevolking. De oppervlakte van het verwoeste gebied besloeg 258 hectare - de brandgrens, die het gebied omsluit, wordt sinds 2010 verlicht.Platform Wederopbouw Rotterdam (jaar onbekend), Plan Witteveen, het eerste wederopbouw plan Geraadpleegd op 30 maart 2021Gemeente Rotterdam (jaar onbekend), Wandelen langs de Brandgrens van Rotterdam, pagina 1 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Ook stierven 850 mensen als gevolg van het bombardement. Op 15 mei 1940 capituleerde Nederland na dreigementen van de Duitse invaller dat er meer steden op dezelfde wijze zouden worden gebombardeerd als Nederland door zou blijven vechten, te beginnen met Utrecht.

Ontstaan en verloop van het plan Na het bombardement moest de stad opnieuw worden opgebouwd. Op 18 mei 1940, slechts vier dagen na het bombardement, kreeg W.G. Witteveen - werkzaam bij de gemeente Rotterdam als hoofd van de Afdeling Stadsuitbreiding en Gebouwen sinds 1924 - de opdracht van het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders om een plan voor de wederopbouw voor de binnenstad, de wijk Kralingen en het Noordereiland te maken.Rijnmond.nl (2017), Vergeten Verhalen: de droomstad van Witteveen Geraadpleegd op 30 maart 2021Rijnmond.nl, Vier dagen na het bombardement start de wederopbouw van Rotterdam Geraadpleegd op 30 maart 2021Delpher, Het Vrije Volk : Democratisch-socialistisch Dagblad, Eerherstel voor de man die Rotterdam ontwierp, pagina 27 Geraadpleegd op 30 maart 2021Delpher, NRC Handelsblad, De bom gaat voor, pagina 25 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Om de realisatie van een nieuwe binnenstad voor te bereiden kreeg hij verregaande bevoegdheden. Eerst moest het puinruimen beginnen en dit werd grondig aangepakt: er moest een nieuwe stad komen en veel oude gebouwen, maar ook grachten, bruggen, pleinen en sommige straten, pasten daar simpelweg niet in. Op bevel van de Duitse bezetter kreeg de Gemeentelijke Technische Dienst (GTD) van burgemeester en wethouders nagenoeg direct na het bombardement de opdracht om de stad puinvrij te maken. Dit moest gebeuren met een tijdelijke Opruimingsdienst die de beschikking had over een tamelijk ongecoördineerd leger, bestaande uit ruim 30.000 werklozen. De helft werd daarna al op 22 mei ontslagen. Het puinruimen werd vanaf eind mei door middel van een nieuwe afdeling genaamd Opruiming van de GTD beter gecoördineerd met ploegendiensten in zes verschillende wijken. Hun belangrijkste doel was ervoor zorgen dat de wegen weer vrij werden gemaakt. Naast de werklozen werden ook de Bouwpolitie, meerdere sloopbedrijven en zelfs het leger ingeschakeld om met spoed het verwoeste gebied op te ruimen. Hierbij zijn een flink aantal historische gebouwen verloren gegaan; 144 beschadigde panden die hersteld hadden kunnen worden binnen de brandgrens, werden door het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (OKenW) met een brief van 21 mei aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam afgedaan.Brandgrens van Rotterdam 40/45, Wederopbouw Geraadpleegd op 30 maart 2021 Over deze panden schreef de toenmalige secretaris-generaal van OKenW Gerrit van Poelje het volgende: "‘Het is een onbegonnen werk te trachten te midden van de algemeene ruïne enkele particuliere gebouwen in stand te houden. Er moet een nieuwe stad komen en men binde den nieuwen stedebouwer niet aan bestaande gebouwen. Voor behoud komen alleen in aanmerking: de Delftsche Poort, het Schielandshuis en wellicht de toren van de Sint-Laurenskerk, de kerk zelf niet".Veenman Publishers (2008), De brandgrens van 14 mei 1940, pagina 26 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Andere belangrijke gebouwen, bruggen, pleinen, straten enzovoort, zoals de Groote Schouwburg en de Krattenbrug, stonden niet op de lijst en werden later dus ook echt gesloopt dan wel aangepast. Een opmerkelijke uitzondering is de sloop van de Sint-Laurenskerk, die nota bene door de Duitsers werd tegengehouden.Go With The Vlo (2015), Slopen die oud-Rotterdamse zooi! Geraadpleegd op 30 maart 2021

De particuliere grond in het centrum werd op 30 mei onteigend en alle leidingen en buizen, evenals de rest van de infrastructuur onder de grond, werden ook verwijderd.Puntkomma (jaar onbekend), What if Witteveen... Geraadpleegd op 30 maart 2021Delpher, Rotterdamsch Nieuwsblad, Voorjaar 1941 draait de brouwerij op volle toeren, pagina 11 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Hiervoor tekende generaal Henri Winkelman op 21 en 24 mei twee besluiten die dit mogelijk maakten. Johan Ringers werd aangesteld als Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw.Veenman Publishers (2008), De brandgrens van 14 mei 1940, pagina 21 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Hierdoor had Witteveen in principe vrij spel gekregen om de stad te herbouwen zonder rekening te houden met het verleden, iets waar hij echter bewust wel voor zou kiezen.Delpher, De Courant Het Nieuws van den Dag, Boulevard langs Nieuwe Maas?, pagina 3 Geraadpleegd op 30 maart 2021 De wederopbouw werd in juni in rijksdiensten georganiseerd om tijd en geld te besparen, bestaande uit het DIWERO (Dienst Wederopbouw Rotterdam) in 1940 en het ASRO (Adviesbureau voor het Stadsplan van Rotterdam) in 1941. Er werd een scheiding gemaakt tussen de resten, met het oog op de hergebruik van materialen. Voor de afvoer van al het puin reden in augustus ongeveer 1400 vrachtwagens af en aan op een vastgestelde route door de stad. Het grof puin liet Witteveen direct storten, bijvoorbeeld in de Kralingse Plas. Ook werden in 1940 meerdere historische grachten in hoog tempo gedempt; de Rotterdamse Schie, Blaak, Kolk, Schiekolk, Spuiwater en Hofpleinkolk werden alle volledig drooggelegd. Alleen bij de Schiedamse Vest gebeurde dit slechts gedeeltelijk. Het stadsbestuur was bij sommige besluiten pas achteraf op de hoogte gebracht, zo bleek later. Het was duidelijk dat Witteveen rekening hield met nieuwe verkeerswegen die moesten worden aangelegd bij alle dempingen. Het puinruimen heeft tot circa november 1940 geduurd.Delpher, Nieuwe Apeldoornsche Courant, De wederopbouw van Rotterdam, pagina 13 Geraadpleegd op 30 maart 2021Delpher, Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche Courant, Wederopbouw Rotterdam, pagina 6 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Witteveen en zijn medewerkers kregen ondertussen de beschikking over een verdieping in de gemeentelijke bibliotheek aan de Nieuwemarkt.Delpher, NRC Handelsblad, Blauwdrukken over Groot-Rotterdam, pagina 41 Geraadpleegd op 30 maart 2021 Ze sliepen op veldbedden zodat er dag en nacht kon worden gewerkt. Omdat het Stadstimmerhuis aan het Haringvliet was verwoest, moest de stad tevens opnieuw in kaart worden gebracht. Witteveen wilde snel handelen: hij was angstig dat NSB'ers of Duitsers het initiatief zouden nemen bij de wederopbouw. Vooral een Groot-Germaanse havenstad naar stedenbouwkundig voorbeeld van Albert Speer, waar alleen de haven centraal stond en er praktisch geen ruimte was om te wonen in de binnenstad, wilde hij koste wat kost voorkomen.