Peganum harmala, soms 'Syrische wijnruit' genoemd, is een kruidachtige overblijvende plant, waarvan alleen de ondergrondse wortelstok verhout, uit de familie Nitrariaceae. De wetenschappelijke naam van de soort werd in 1753 gepubliceerd door Linnaeus in Species plantarum. (1753). Species plantarum: 444 De naam 'harmala' nam hij over van Rembert Dodoens, die hem als geslachtsnaam gebruikte. (1583). Strirpium historiae pemptades sex: 121In zijn Genera plantarum van 1754 noemt Linnaeus Joseph Pitton de Tournefort als bron voor de naam 'Harmala', maar die had hem ook van Dodoens, zie: (1754). Genera plantarum ed. 5: 204, no 530 en (1700). Institutiones rei herbariae 1: 257 en 2: 133 De plant vindt veel toepassing in de volksgeneeskunde van Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De plant bevat een groot aantal alkaloïden; alle delen van de plant zijn giftig.African rue or Harmel (Peganum harmala L.) in: Encycloweedia, cdfa.ca.gov. (gearchiveerde pagina); Geraadpleegd op 17 februari 2021

Kenmerken De tot 80 cm hoge plant heeft een struikachtige groei, met vanaf de basis sterk vertakkende stijve stengels die alleen in het onderste deel licht verhouten. 's Winters sterft hij bovengronds af. De vleesachtige bladeren staan verspreid langs de stengel, zijn heldergroen, 2–5 cm lang, en 3 of meer keer onregelmatig dichotoom vertakt tot lijnvormige slippen, en hebben aan de basis twee steunblaadjes.

De plant bloeit van het eind van de lente tot het begin van de herfst, in sommige gebieden, waaronder Israël, eerder. De bloemen staan in het bovenste deel van de stengel, steeds tegenover een blad op een 2–5 cm lange bloemsteel. Ze zijn vijftallig, met 5 lijnvormige kelkbladen van 1,5–2 cm lang, soms tegen het eind gesplitst in lijnvormige slippen, en 5 roomwitte ovale 15–20 mm lange en 6–9 mm brede kroonbladen met een geelgroene lijnvormige tekening aan de basis. Het aantal meeldraden bedraagt 15. Het vruchtbeginsel is driehokkig. De vrucht is vrijwel bolrond. De zaden zijn donkerbruin, 3–4 mm lang, driehoekig, licht gekromd, met een ruw oppervlak.Peganum harmala in: Flora of China vol. 11 (2008)

Verspreiding en habitat De soort groeit in licht zouthoudende bodems bij oases in woestijnen en in streken met een mediterraan klimaat. Van nature komt hij voor in het hele Middellandse Zeegebied en in het verlengde daarvan in Azië tussen ruwweg dezelfde breedtegraden, tot aan de Gele Zee.

Naamgeving Deze soort heeft een geschiedenis in de literatuur die teruggaat tot de oudheid. De eerste die een beschrijving geeft is Dioscorides, (1989): 36 die hem in zijn (Peri hylés iatrikés; de materia medica) noemt als (Péganon agrion; agrion = uit het wild), naast (Péganon kèpeon; gekweekt) en (Péganon oreinon; uit de bergen).Zie bijvoorbeeld in deze uiterlijk 7e-eeuwse handgeschreven kopie van : 120 In de eerste vertalingen die van Dioscorides' werk vanaf de eerste helft van de zestiende eeuw verschijnen, wordt de soort 'Ruta sylvestris' genoemd, meestal samen met 'Ruta hortensis' (de wijnruit, Ruta graveolens) en 'Ruta montana'. (1529). P. Dioscoridae pharmacorum simplicium reique medicae libri VIII: 171 ro (1554). Commentarii in libros sex Pedacii Dioscoridis Anazarbei, de medica materia: 348 Ook Rembert Dodoens maakt in 1553 in zijn Trium priorum de stirpium historia melding van de plant als 'Ruta sylvestris', met de Griekse naam , door sommigen 'Moly' of 'Harmala' genoemd, door Pseudo-Apuleius 'Viperalis' en door apothekers 'Harmel'. (1553). Trium priorum de stirpium historia commentariorum imagines ad vivum expressae: 132Dodoens' Trium priorum de stirpium historia was een bewerking en uitbreiding van De historia stirpium commentarii insignes (1542) van Leonhart Fuchs. Fuchs vermeldt ook een 'Peganon', echter niet 'agrion' maar (kèpouton, van de tuinman). Hij noemt die plant bij de naam 'Ruta hortensis' (= Ruta graveolens , de wijnruit), zie: (1542). De historia stirpium commentarii insignes: 615. Dodoens neemt die soort eveneens op, naast 'Ruta sylvestris'. Behalve Pseudo-Apuleius noemt Dodoens in 1553 geen bronnen voor zijn namen.Omdat het boek een bewerking is van De historia stirpium van Fuchs, wat hoofdzakelijk gebaseerd was op Dioscorides, en Dodoens daarnaast namen van Dioscorides opneemt die bij Fuchs ontbreken, moet ook in dit werk de invloed van Dioscorides groot zijn geweest. In 1583 heeft hij een veel betere illustratie, en plaatst hij de soort onmiddellijk onder de Ruta's in een eigen geslacht 'Harmala'. Hij geeft dan aan dat hij de naam (péganon agrion) van Dioscorides heeft, dat de soort volgens die auteur in Cappadocië en Galatië groeit, en daar (moly) wordt genoemd, en somt vervolgens op welke geneeskrachtige eigenschappen de plant in diverse vormen had volgens Galenus.

De naam 'moly' is vervolgens een bron van verwarring. Volgens Nóra Zergi wordt '' ('moly') voor het eerst genoemd in boek 10 van de Odyssee van Homerus. (2010): 219 Ook Theophrastus zou later melding van een soort met die naam hebben gemaakt. Moly zou van het Sanskriet 'mūla' komen, wat wortel betekent. Homerus verhaalt dat de plant moeilijk uit de grond te trekken is. De naam 'moly' zou, volgens Dioscorides, in Cappadocië en Galatië zijn gegeven op basis van de witte bloemen en zwarte wortel, een overeenkomst met de 'echte moly', (1989): 32 die hij, volgens Zergi, ook beschrijft, en die volgens haar met grote waarschijnlijkheid Mandragora is. (2010): 220

In 1623 plaatst Bauhin in zijn Pinax de soort onder de naam 'Ruta sylvestris flore magno albo' nog onder de Ruta's, (1623). Pinax: 335–336 maar in 1738 neemt Linnaeus de zienswijze van Dodoens en Tournefort over, en plaatst de soort in een eigen geslacht. (1738). Hortus Cliffortianus: 206 In 1753 geeft hij de soort tot slot de naam Peganum harmala, met een verwijzing naar de uitgebreide synonymie in Bauhins Pinax.

Type Brian Laurence Burtt en Patricia Lewis gaven in 1954 'Cult. in Horto Upsaliensi (Linn)' op als lectotype voor de soort. (1954). On the Flora of Kuweit III. Kew Bulletin 9(3): 409; het uitroepteken achter 'Linn' betekent dat ze zelf het materiaal gezien hebben. Dat materiaal in The Linnean Herbarium bleek echter uit twee herbariumbladen (LINN 621.1 en 621.2) te bestaan die niet aantoonbaar op dezelfde plaats en tijd verzameld waren (single gathering). In theorie had vervolgens een van die twee bladen als type aangewezen kunnen worden, maar in 1993 selecteerde Mohammed Nabil El Hadidi 'Clifford Herbarium 206, Peganum no. 1'Peganum harmala; foto van het herbariumblad in het Clifford Herbarium als lectotype. Omdat het lectotype van Burtt & Lewis niet uit een single gathering bestond, was ICBN Art. 9.15 (Vienna Code)ICBN (Vienna Code) Art. 9.15; wat dit betekent is dat bij de selectie van een lectotype de keuze niet beperkt bleef tot de twee exemplaren die eerder door Burtt & Lewis waren aangewezen, omdat die geen deel uitmaakten van een single gathering. hier niet van toepassing, en moet de keuze van El Hadidi gevolgd worden.Peganum harmala in: The Linnaean Plant Name Typification Project, Natural History Museum, London

Synonymie Peganum harmala (1753) Peganon harmalum () (1880)Saint-Lager vatte het epitheton 'harmala' onterecht op als een bijvoeglijk naamwoord; het is een zelfstandig naamwoord of, in de termen van de ICN, a word in apposition. Harmala peganum (1766) Peganum dauricum (1771) Mesembryanthemum caspicum (1784) Harmala multifida (1785) Harmala syriaca (1901) Peganum rothschildianum (1927)

Afbeeldingen

Externe links Peganum harmala in Plants Of the World Online Peganum harmala in Tropicos.org, Missouri Botanical Garden

Categorie:Sapindales