thumb|140px|Blason d'Ollone (familiewapen) Maximilien Paul Marie Félix d'Ollone (Besançon, 13 juni 1875 – Parijs, 15 mei 1959) was een Frans componist, dirigent en musicograaf. Hij schreef opera's, kamermuziek en concerten.

Leven en werk Max d'Ollone werd geboren in een adellijke familie in Besançon. Zijn wortels reiken tot Barthélémy Dolon, een edelman uit het begin van de 16e eeuw, afkomstig uit het zuidoosten van Frankrijk. Zijn vader was graaf Ernest François Sigisbert d'Ollone (1833-1896), erfelijk lid van het Gezelschap der Cincinnati, en zijn moeder Marie Adélaïde d'Amandre (1840-1919). Zijn oudere broer Henri d'Ollone (1868-1945), militair en ontdekkingsreiziger, werd in 1919 brigadegeneraal en kreeg in 1933 de titel grootofficier van het Legioen van Eer.

Als kind had d'Ollone een warme belangstelling voor muziek. Hij begon al snel met componeren. Op dertienjarige leeftijd (1888) begon hij met de compositie van Impressions d'Automne (zang en piano), dat hij in 1893 voltooide. Door zijn bevoorrechte positie werd hij op jonge leeftijd toegelaten tot het Conservatoire de Paris, waar hij leerling werd van Albert Lavignac, André Gedalge en Jules Massenet. Ook door Charles Gounod en Camille Saint-Saëns werd zijn talent al snel opgemerkt. Hij won veel prijzen, met als hoogtepunt in 1897 de Prix de Rome met de cantate Frédégonde. Twee jaar eerder had hij ook al gedongen naar de Prix de Rome met de cantate Clarisse Harlowe, die hem een tweede prijs opleverde. In 1901 kreeg hij van Saint-Saëns, die er zelf geen tijd voor had, de opdracht voor een ballet Bacchus et Silène dat veel succes had.

Op 5 januari 1903 trouwde d'Ollone met Marie Isabelle de Ponthière. Het echtpaar kreeg vijf kinderen.

Zijn opera Le Retour ging in 1912 in Angers in première; d'Ollone schreef het libretto zelf. Op 6 juni 1919 werd deze opgevoerd in de Opéra de Paris met Germaine Lubin in de hoofdrol.

In de loop van zijn carrière leidde hij de volksconcerten in Angers, gaf les aan het Conservatoire de Paris en was intendant van de Parijse Opéra-Comique. Zijn werk maakte deel uit van de muziekcompetitie bij de Olympische Zomerspelen 1912.

Hij zette in 1932 zijn muzikale opvattingen uiteen in drie artikelen in het tijdschrift Le Ménestrel, waarin hij betoogde dat componisten zich meer moesten richten op de melodieuze muziek waaraan het publiek de voorkeur gaf. Daarmee keerde hij zich tegen de vernieuwende stromingen in de klassieke muziek uit de 20e eeuw. Zelf componeerde hij dan ook neoromantisch, in een welluidend negentiende-eeuwse stijl die doorgaans geassocieerd wordt met die van Massenet, Saint-Saëns en Fauré.

Tijdens het Vichy-bewind in de Tweede Wereldoorlog was d'Ollone lid van de Groupe Collaboration van Alphonse de Châteaubriant, die streefde naar culturele samenwerking van Frankrijk met Nazi-Duitsland. Als voorzitter van de muzieksectie organiseerde hij concerten met Duitse dirigenten en musici die deze samenwerking gestalte moesten geven. Voor deze collaboratie moest hij zich na de oorlog verantwoorden. Hij bracht een maand in hechtenis door en werd tijdelijk geschorst als inspecteur van het muziekonderwijs. In 1949 ging hij uiteindelijk vrijuit nadat onverdachte collega's als dirigent Roger Desormière en componist Charles Koechlin, beiden actief geweest in de Résistance, het voor hem hadden opgenomen.Karine Le Bail (2016), La musique au pas. Paris: CNRS Editions. Zijn benoeming in het Legioen van Eer, die ook was opgeschort, werd pas in 1953 hersteld.

Maximilien d'Ollone stierf in 1959 in Parijs "in zijn appartement aan de rue de Grenelle, omringd door boeken, partituren, tussen muziek en poëzie" (Anne-Charlotte Rémond).

Oeuvre Zijn bekende oeuvre omvat 253 werken. Hoogtepunten uit zijn werk zijn de opera L'Arlequin (1924), het ballet Le Temple Abandonné (1931) en de opera La Samaritaine (1937). Een aantal van zijn werken werd niet of slechts ten dele opgevoerd, waaronder zijn eerste opera Jean (1904), de eerste scène van L'Étrangère en Les Amants de Rimini (1915). Hij schreef drie Prix de Rome-cantates, Daphné, Clarissa Harlowe en Frédégonde, waarvan de laatste hem de prijs opleverde. Hij had een bijzondere begaafheid voor het Franse lied, getuige liedercycli als Les Chants d'Ailleurs, Les Chants du Jour, Les Chants d'Exil en het jeugdwerk Impressions d'Automne.

Werkenlijst (selectie) Opera 1900-1905 Jean 1911 Le Retour, eigen libretto 1912 Les Amants de Rimini, eigen libretto 1913 L'Étrangère 1922 Les Uns et les Autres, tekst van Paul Verlaine 1924 L'Arlequin 1930 George Dandin, naar Molière 1937 La Samaritaine, naar Edmond Rostand 1950 Sous les Saules, naar Hans Christian Andersen onuitgegeven: Olympe de Clèves, naar Alexandre Dumas père

Balletmuziek 1901 Bacchus et Silène 1931 Le Temple abandonné

Orkestwerk 1895 Les villes maudites, symfonisch gedicht 1908 Lamento (1908). 1908 Au cimetière, symfonisch gedicht 1930 Le Roi des Aulnes, filmmuziek

Solo met orkest 1897 Fantaisie voor piano en orkest in Es-majeur 1911 Le menetrier, voor viool en orkest

Zangstem met orkest 1894 Daphné, cantate 1894 Frédégonde, lyrische scène naar Charles Morel (Prix de Rome 1897) 1894 Melusine, lyrische scène naar Beissier 1895 Clarissa Harlowe, cantate (2e prijs Prix de Rome 1895) 1899 La Vision de Dante, lyrisch gedicht voor solisten, koor en orkest 1910 Saint François d'Assise, oratorium 1912 Elévation 1943 Hymne du matin voor sopraan en orkest naar Alphonse de Lamartine

Zangstem met piano 1888-1893 Impressions d'Automne ? Les Chants d'Ailleurs ? Les Chants du Jour ? Les Chants d'Exil. 1906-1939 Les Chants de la Nuit

Kamermuziek 1898 Strijkkwartet in D-majeur ? Pianokwartet in e-mineur 1913 Fantaisie orientale voor klarinet en piano 1921 Pianotrio in a-mineur 1926 Andante et Allegro en style ancien voor fluit en piano, opgedragen aan Philippe Gaubert

Functies 1905-1910, voorzitter Concerts Populaires d'Angers. 1915, directeur van de École normale de musique de Paris. 1923, professor kamermuziek aan het Conservatoire de Paris. 1923, directeur van Conservatoire Américain de Fontainebleau. 1930, inspecteur muziekonderwijs aan de provinciale conservatoria (aFaa, Association française d'action artistique). 1941 tot 1944, directeur van de Opéra Comique. Professor aan het Conservatoire de musique de Paris, publicaties: Le Langage Musical, La Palatine & Paris Plon, 1952.

Afbeeldingen

Wetenswaardigheden In Angers, waar hij de leiding had over 'les Concerts Populaires d'Angers', is een straat naar Max d'Ollone vernoemd. Van Max d'Ollone is een aantal werken op cd verschenen.Discografie van Max d'Ollone op Discogs De pianist Patrice d'Ollone, kleinzoon van de componist, heeft met de bariton Didier Henry opnamen van liederen van zijn grootvader gemaakt.

Categorie:Frans componist Categorie:Frans dirigent Categorie:Frans collaborateur in de Tweede Wereldoorlog