thumb|Plagioklaas onder de polarisatiemicroscoop. Het mineraal is in een dunne doorsnede onder gepolariseerd licht herkenbaar aan de grijze kleur. In dit geval zijn ook veel karakteristieke tweelingen zichtbaar als nauwe lamellen. De mineralen-reeks plagioklaas (Oudgrieks: πλάγιος (plágios), scheef en κλάσις (klásis), het breken, breukMuller, F. (1932). Grieksch woordenboek. (3de druk). Groningen/Den Haag/Batavia: J.B. Wolters’ Uitgevers-Maatschappij N.V.) is een groep van mineralen die behoren tot de veldspaten en aluminium-tectosilicaten. Plagioklaas is een vaste oplossing met samenstellingen tussen de eindleden albiet (natrium-houdend) en anorthiet (calcium-houdend).

Plagioklaas-reeks Albiet - NaAlSi3O8 Oligoklaas Andesien Labradoriet Bytowniet Anorthiet - CaAl2Si2O8

De kristallografie van de veldspaten varieert sterk met de samenstelling en is vrij complex. De symmetrie varieert van monoklien tot triklien. Algemeen komen meerdere systemen van splijting voor, ook bestaan er hoge en lage temperatuursvormen.

Voorkomen De individuele plagioklaasmineralen, gewoonlijk verkort aangeduid als plagioklaas, zijn belangrijke gesteentevormende mineralen in zowel felsische stollings-, metamorfe als sedimentaire gesteenten. Een veel voorkomende kleur van plagioklaaskristallen is melkwit en daarmee is het een vrij gemakkelijk te herkennen mineraal in gesteenten.

Zie ook Lijst van mineralen Veldspaat Kaliveldspaat

Categorie:Veldspaat