Hartmann Lauterbacher (Reutte, 24 mei 1909 - Seebruck am Chiemsee, 12 april 1988) was een Stabsführer en plaatsvervangend Reichsjugendführer (Rijksjeugdleider) van de Hitlerjugend, nationaalsocialistische gouwleider van Zuid-Hannover-Brunswijk, Oberpräsident van de provincie Hannover en SS-Obergruppenführer (luitenant-generaal). Vanaf 1951 werkte hij voor de Organisatie Gehlen, en later tot 1963 voor de Bundesnachrichtendienst.
Leven Op 24 mei 1909 werd Hartmann Lauterbacher in Reutte geboren. Zijn ouders waren Dr. med. vet. Paul LauterbacherHöffkes 1986, p.204. (geboren 3 juni 1868, Berndorf, Salzburg - juni 1927), een Kaiserlich und königlich (k.u.k.) dierenartsKlee 2007, p.359. en diens vrouw Josefine Lauterbacher (geboren als Josefine Gaile op 14 februari 1879 Kißlegg / Allgäu). Lauterbacher ging naar de basisschool en het gymnasium in Kufstein. Na het gymnasium volgde hij een opleiding tot drogist. Hij had een broer, Hans Lauterbacher (1918-1955), hij was een HJ-Hauptbannführer in de Hitlerjugend.Axis History Forum: Gauleiter Hartmann Lauterbacher. Geraadpleegd op 23 december 2020.
Carrière in de HJ en de NSDAP Op het gymnasium sloot Lauterbacher zich al bij de nationaalsocialisten aan. In 1923 als 14-jarige, richtte hij in Kufstein de eerste Ortsgruppe der Deutschen Jugend (DJ) in Oostenrijk op. Hij organiseerde een herdenkingsdienst voor Albert Leo Schlageter. In 1925 nam Lauterbacher de leiding over de DJ over, en hevelde die in 1927 naar de Hitlerjugend (HJ) over. Volgens zijn eigen verklaring ontmoette hij als 16-jarige Adolf Hitler voor het eerst op 19 april 1925 in Rosenheim. Volgens een andere bron was hij te gast op het verjaardagsfeestje van Hitler op 20 april 1925. In 1927 ging Lauterbacher naar Braunschweig om te studeren aan de plaatselijke academie voor drogisterij. Hetzelfde jaar werd Lauterbacher lid van de NSDAP. Vanaf 1929 bouwde hij de HJ van de gouw Süd-Hannover-Braunschweig verder op. In 1930 werd hij voltijd HJ-Gauführer (vrije vertaling: HJ-Gouwleider). Tot 1932 richtte hij tien HJ-Bezirken, 31 Gefolgschaften (onderafdelingen van de HJ), en 93 Scharen in Nedersaksen op.Vernetztes-gedaechtnis.de: Hartmann Lauterbacher. Geraadpleegd op 19 november 2020. Het aantal leden van de Hitlerjugend in de gouw groeide tussen maart 1930 en eind 1931 van 98 naar 2500, en in 1932 waren dat er al 4000. Zijn organisatietalent zorgde ervoor dat Lauterbacher snel carrière maakte. Op 10 april 1932 werd hij tot HJ-Gebietsführer (vergelijkbaar met een generaal-majoor) in Westfalen-Niederrhein benoemd. Daarna werd hij op 5 juli 1933 tot Obergebietsführer West (vergelijkbaar met een luitenant-generaal) benoemd, en op 22 mei 1934 volgde zijn benoeming tot HJ-Stabsführer (vergelijkbaar met een kolonel-generaal) en plaatsvervanger van de Rijksjeugdleider Baldur von Schirach. Op 11 december 1935 trouwde Lauterbacher met de BDM sportleraar Margarete Grete Oligschläger (geboren 18 januari 1911 te Dülken) met Joseph Goebbels als zijn trouwgetuige.Braunschweiger-zeitung: Stefanie Waske: Braunschweigs Gauleiter und der BND. Serie in der Braunschweiger Zeitung vom 26. Januar 2009 – 23. Februar 2009. Geraadpleegd op 23 december 2020. Gearchiveerd op 2 april 2023.Webopac.hwwa.de: Lauterbacher, Hartmann 1909-1988, Doc 00003. Geraadpleegd op 23 december 2020. Gearchiveerd op 6 maart 2021. Lauterbacher werd vader van drie kinderen (twee zonen geboren in 1936 en 1939, en een dochter in 1937.
Lauterbacher ging op talrijke dienstreizen naar het buitenland, onder andere naar Nederland, België, Roemenië, Hongarije, Portugal en Spanje. In Italië had hij in 1934 een ontmoeting met functionarissen van de fascistische Opera Nazionale Balilla (ONB), het voorbeeld voor de HJ. Hij leerde ook de academie van ONB kennen. In navolging van hun voorbeeld werd kort daarna in Brunswijk de Akademie für Jugendführung (vrije vertaling: Academie voor Jeugdleiderschap) opgericht, waarin de leiders van de Hitlerjugend werden opgeleid. In 1937 was Lauterbacher hoofd van de delegatie, die met de gezamenlijke leiderschap van de HJ naar de wereldtentoonstelling in Parijs reisde. In hetzelfde jaar bezocht hij in het Verenigd Koninkrijk de eliteschool Eton College, en de militaire academie in Aldershot. Het hoogtepunt van de reis was een ontmoeting met Robert Baden-Powell, de oprichter van de padvinderij. Na zijn terugkeer uit Engeland, was Lauterbacher bij de oprichting van de BDM-werk „Glaube und Schönheit“ (vrije vertaling: „Geloof en Schoonheid“) voor de 17- tot 21-jarige meisjes betrokken.
In de daaropvolgende jaren verenigde Lauterbacher talrijke ambten, titels en functies in zijn persoon. Op 29 maart 1936 werd hij lid van de Rijksdag. In 1937 volgde zijn benoeming tot Pruisische referendaris.
Tweede wereldoorlog Op 9 november 1940 werd hij lid van de SS en werd meteen als SS-Brigadeführer ingeschaald. In mei 1940 volbracht Lauterbacher, zoals toen voor partijleiders gebruikelijk was, een korte militaire dienst bij de Leibstandarte SS Adolf Hitler. Gedurende zijn diensttijd kreeg hij een auto-ongeluk, met blijvende knieblessure tot gevolg.
In augustus 1940 verliet Lauterbacher het leiderschap van de HJ, en werd plaatsvervangend gouwleider van Südhannover-Braunschweig. Op 2 december 1940 werd hij tot gouwleider en gevolmachtigd voor de Arbeitseinsatz benoemd. De voorganger van Lauterbacher was Bernhard Rust, die sinds 1934 de Rijksminister van Onderwijs was, en daardoor zelden in Hannover was. Met zijn 31 jaar was Lauterbacher de jongste gouwleider. In hetzelfde jaar kreeg hij de titel van Ehrenführer der Akademie für Jugendführung in Brunswijk.
In januari 1934 werd Lauterbacher tot lid van de staatsraad van Pruisen benoemd. In april 1941 volgde hij de SA-Stabschef Viktor Lutze als Oberpräsident (eerste president) van de Pruisische provincie Hannover op. Op 20 april 1941 werd Lauterbacher tot SS-Gruppenführer bevorderd. In november 1942 werd Lauterbacher tot Reichsverteidigungskommissar (Rijksverdedigingscommissaris) benoemd. Op 21 december 1943 werd Lauterbacher op voordracht van de Rijksminister Dr. Goebbels tot Reichsinspekteur für alle Luftschutzmassnahmen (vrije vertaling: Rijksinspecteur voor alle Luchtbeschermingsmaatregelen) benoemd, dit vanwege de ligging van zijn gouw, met het industriële hart van Duitsland en daarom een belangrijk doelwit van geallieerde luchtaanvallen.Axis History Forum: Re: Gauleiter. Geraadpleegd op 23 december 2020. Gearchiveerd op 27 juli 2023. Op 30 januari 1944 werd hij tot SS-Obergruppenführer bevorderd. Lauterbacher werd in januari 1944 meteen aan de Persönlicher Stab Reichsführer-SS toegevoegd, en bleef daar tot november 1944 deel van uit maken.
„Actie Lauterbacher“ In september 1941 organiseerde Lauterbacher de gettovorming van de Joden in Hannover. Ongeveer 1200 Joden werd uit hun woningen verdreven en onder rampzalige levensomstandigheden in zogenaamde 15 „Judenhäusern“ (vrije vertaling: Jodenhuizen) ondergebracht. Deze "Actie Lauterbacher" vormde de voorbereidende fase van de deportatie van de Hannoverse Joden naar de vernietigingskampen, die in december 1941 begon.
Tijdens de oorlog onderscheidde Lauterbacher zich als een fanatieke nationaalsocialist. Op 4 april 1945, enige dagen voordat de geallieerde troepen de stad bereikten, verkondigde hij over de radio en kranten de oproep om te blijven doorvechten en vol te houden. Onder de kop "Lieber tot als Sklav" (Liever dood dan slaaf) zei hij o.a.: "...wer weiße Fahnen hißt und sich kampflos ergibt, ist des Todes" ("... wie de witte vlag hijst en zich zonder te vechten overgeeft, is doods").Google Boeken: Hannoversche Geschichten: Berichte aus verschiedenen Stadtteilen. p.80. Geraadpleegd op 15 november 2020.
Lauterbacher vluchtte liever zelf. Op 8 april 1945 liet hij zijn auto met 1,78 miljoen sigaretten volladen, en ging als handelsagent vermomd richting het Harz te Hahnenklee. Vandaar vluchtte hij verder naar het zuiden. Hij zou het einde van de oorlog in Bad Gastein bij Salzburg hebben meegemaakt. Op 12 juni meldde de Neue Hannoversche Kurier dat Britse commando's hem in Karinthië hadden gearresteerd.
Na de oorlog Na de oorlog begon justitie in totaal acht processen tegen Lauterbacher, waarvan enkele wegens misdaden tegen de menselijkheid. Hij werd echter niet veroordeeld. Begin juli 1946 sprak de Britse hogere militaire rechtbank in Hannover hem vrij van de aanklacht dat hij begin april 1945 de moord op Duitse en geallieerde gevangenen in de gevangenis van Hamelen zou hebben bevolen. In augustus 1947 begon in het interneringskamp Dachau nog een proces tegen Lauterbacher. Deze keer ging het om een bevel van september 1944, waarin hij het het doodschieten van Amerikaanse vliegers die boven Goslar neergeschoten waren zou hebben bevolen. In oktober 1947 eindigde ook dit proces in een vrijspraak. De Duitse justitie, die, vertegenwoordigd door het Openbaar Ministerie in Hannover, reeds in 1947 een procedure begonnen was, die gevolgd werd door vooronderzoeken in München en Hannover, stelde zich tevreden met het beëindigen van het onderzoek vanwege verjaring; de procedure uit 1947 werd pas twaalf jaar later stopgezet na een “grondig onderzoek”.
In de processen in Neurenberg trad Lauterbacher als getuige voor zijn voormalige chef en Rijksjeugdleider, Baldur von Schirach op.
Lauterbacher die sinds het einde van de oorlog in het Kamp Sandbostel bij Bremervörde geïnterneerd was, kon op 25 februari 1948 onder onverklaarde omstandigheden vluchten. De Braunschweiger Zeitung berichtte van documenten van de Amerikaanse geheime dienst, waaruit zou blijken dat het Antikommunistische Front achter deze actie zat; een organisatie van hoge Wehrmacht- en SS-officieren. Naar verluidt had Lauterbacher op dat moment al connecties met de Amerikaanse geheime dienst Counter Intelligence Corps (CIC). In Hongarije zou hij met ondersteuning van de Amerikanen de NAESZ hebben opgericht, een "internationale antibolsjewistische organisatie". Later dook hij in Rome onder de naam "Bauer" onder. Hij werkte - blijkbaar namens de geallieerde inlichtingendiensten - in een kring van helpers die beschuldigde personen langs de zogenaamde Rattenlijn, zoals de "Vaticaanroute", van voormalige fascistische staten naar Zuid-Amerika of het Midden-Oosten brachten. Lauterbacher benutte in de latere jaren zijn buitenlandse contacten, die hij als HJ-functionaris voor de oorlog aangeknoopt had. In april 1950 werd hij door de Italianen gearresteerd en als "vervelende buitenlander" naar het kamp Le Fraschette bij Rome gebracht, vanwaar hij na enkele maanden in december 1950 kon vluchten. Ook hier hielpen zijn goede contacten met voormalige nationaalsocialistische activisten hem. Deze keer wist hij met de hulp van Zuid-Tiroolse nationaalsocialisten naar Oostenrijk en Duitsland te vluchten.