Fannie Lou Hamer, geboren Fannie Lou Townsend, (Montgomery County (Mississippi), 6 oktober 1917 – Mound Bayou, 14 maart 1977) was een Amerikaans activiste voor Afro-Amerikaanse burgerrechten en vrouwenrechten. Ze kreeg grote bekendheid vanwege haar getuigenis op de Democratische Nationale Conventie in 1964, waarin ze het racisme en de discriminatie beschreef waarmee ze was geconfronteerd nadat ze zich had geprobeerd te registreren om te stemmen. Vanwege haar gelijktijdige strijd voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen, wordt ze ook gerekend tot het black feminism (zwart feminisme).
Jonge jaren Hamer werd geboren in Montgomery County in de staat Mississippi als jongste in een gezin met twintig kinderen. In 1919 verhuisde het gezin naar Sunflower County, waar vader James Lee Townsend en moeder Lou Ella Bramlett Townsend als sharecroppers op een katoenplantage gingen werken.. A place called Mississippi. Jackson: University Press of Mississippi. P. 225. Geraadpleegd van Google Books. Gearchiveerd op 7 juli 2023. Hamers vader was daarnaast werkzaam als predikant in een baptistenkerk en haar moeder als huishoudster.Lee, 1 Soms hielp haar moeder bij de slacht van varkens, waarvan ze een deel mee kreeg als eten voor het gezin.Mills, 9 Het gezin woonde in een bij elkaar gehouden houten keet met een tinnen dak, waarin geslapen werd op bedden van droog gras en maisschillen. Er was geen werkend toilet of stromend water. Fannie Lou memoreerde dat ze pas op hoge leeftijd haar eerste schoenen kreeg en veel honger had geleden. Regelmatig had ze 's nachts dromen over eten. Ook raakte ze besmet met polio, waar ze haar hele leven verzwakking van ondervond.Lee, 3-5 Hamer beschreef haar jeugd later als 'worse than hard'.Lee, 2
Op haar zesde begon Hamer te werken op de plantage. De slinkse manier waarop ze hiertoe werd aangezet, beschouwde ze achteraf als haar lot alsook als verraad. Toen ze als kind aan het spelen was, kwam de landeigenaar langs. Hij sprak de jonge, hongerige Hamer aan en bood een beloning van onder meer sardientjes en kaas, als ze dertig pond katoen zou plukken. Na een week was ze klaar en inde ze haar beloning. Ze realiseerde zich echter al heel snel dat deze werkwijze bedoeld was om haar op de plantage aan het werk te krijgen waar ze nooit meer vanaf zou komen vanwege de nooit stoppende afhankelijkheid en voortdurende schulden.
Vanwege het werk op de plantage kon Hamer in principe alleen buiten de oogsttijd naar school, van december tot maart. Ze had een overwegend fijne schooltijd en leerde goed. Ze stond erom bekend goed te kunnen spellen en interesseerde zich voor poëzie. Op haar twaalfde moest ze haar schooltijd vanwege de economische situatie beëindigen.
Ze had een liefhebbende moeder, die dagelijks bad dat haar kinderen de volwassen leeftijd mochten bereiken. Ook liep zij veelal in versleten kleding om geld uit te sparen voor materiaal om de kleding van haar kinderen te herstellen. Fannie Lou keek dagelijks toe hoe haar moeder van het land kwam. In zich opnemend in welke omstandigheden zij leefden terwijl witte mensen een leven leken te leiden zonder werkdruk, honger en ellendige leefomstandigheden, vroeg Fannie Lou haar moeder op een dag waarom zij niet wit waren. Zij reageerde door Fannie Lou op het hart te drukken respect voor zichzelf te hebben als zwarte vrouw, en stelde dat als zij zichzelf respecteerde anderen op den duur ook respect voor haar zouden moeten krijgen.Brooks & Houck, 123-124 Hamer zou later haar moeders combinatie van zelfopoffering en zelfrespect als inspiratie gebruiken voor de positie en houding van de Afro-Amerikaanse bevolking.Lee, 13
Ontwikkeling en gezinsvorming thumb|Herinneringsbord aan Fannie Lou Hamer aan de US49W, bij de entree van Ruleville. Hamer was een gelovige vrouw, en haar deelname aan Bijbelstudies zorgde ervoor dat ze haar taalbeheersing na haar beperkte scholing verder ontwikkelde. Toen W.D. Marlow, de eigenaar van een plantage vlak bij Ruleville, doorkreeg dat Hamer op niveau kon lezen en schrijven, gaf hij haar in 1944 de mogelijkheid om als sharecropper en boekhoudster aan de slag te gaan op zijn plantage. (2002). "Fannie Lou Hamer - New ideas for the Civil Rights Movement and American democracy". In: A.J.B.T. Ownby (Ed.). The Role of Ideas in the Civil Rights South. Jackson: University Press of Mississippi. Geraadpleegd van Google Books. Gearchiveerd op 7 juli 2023. Het is mogelijk geen toeval dat ze op deze plantage werk vond en er haar toekomstige man, Perry Hamer, ontmoette. Perry, door Hamer 'Pap' genoemd, was in 1932 op deze plantage aan de slag gegaan als sharecropper, tractorchauffeur en monteur. Daarnaast was hij een jukejoint begonnen waar zwarte sharecroppers samenkwamen om te dansen, drinken en muziek te luisteren. Hier heeft Fannie Lou mogelijk eerder kennisgemaakt met Perry. Hoewel Fannie Lou er zelf met geen woord over gesproken heeft, zijn er bronnen die vermelden dat Fannie Lou al getrouwd was en de relatie met Perry dus een buitenechtelijke was. Vast staat dat Fannie Lou en Perry in 1945 met elkaar trouwden. Fannie Lou bleek als boekhoudster ook uitstekend wiskundig onderlegd, en ze werd door zowel landeigenaars als sharecroppers gerespecteerd. Van 1951 trok Hamers moeder Lou Ella bij Fannie Lou en Perry in, waar ze tot haar dood in 1961 bleef wonen.Lee, 20
Nadat meerdere pogingen van Fannie Lou en Perry om zwanger te raken waren mislukt, adopteerden ze in 1954 twee meisjes, de 9-jarige Dorothy Jean en de vijf maanden jonge Virgie Ree. De eigen families konden onvoldoende zorg voor deze meisjes dragen, bij Virgie Ree mede door de hoge zorgkosten voor brandwonden.Lee, 21 In 1961 werd Hamer bij een kleine operatie zonder haar medeweten en toestemming gesteriliseerd. Deze 'procedure', die veel voorkwam en als 'Mississippi-blindedarmoperatie' bekendstond, werd volgens haar op circa 6 van de 10 zwarte vrouwen die het ziekenhuis in North Sunflower County bezochten toegepast. Dit was voor Hamer een belangrijke aanleiding om publiek op te komen voor de rechten van de Afro-Amerikaanse bevolking.
De oudste van de adoptiedochters, Dorothy Jean, overleed nadat ze zelf twee kinderen op de wereld had gezet, en haar man keerde gewond terug van de Vietnamoorlog. Hierop adopteerden Fannie Lou en Perry in 1969 ook deze twee kleindochters.Brooks, 153
Eerste poging tot stemregistratie In augustus 1962 was Hamer aanwezig op een bijeenkomst over stemrechten die in een kerk in Ruleville was belegd door het Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC), met onder meer James Forman. Tot dat moment had de vierenveertigjarige Hamer er niet bij stilgestaan dat de zwarte gemeenschap ook het recht had om te stemmen. Op de vraag wie er de volgende dag mee zou gaan om zich te registreren, stak ze resoluut haar hand op. Ze had wel in de gaten dat dit consequenties en in het ergste geval zelfs de dood als gevolg kon hebben, maar had het gevoel dat ze al haar hele leven steeds 'een beetje dood' was gemaakt. Ze was altijd bewust geweest van de armoede en de onrechtvaardigheid waarmee de zwarte bevolking te kampen had, en ze was vastberaden om bestuurders die niets aan die situatie deden door middel van haar stem af te zetten. (2012). The Crosswinds of Freedom, 1932–1988 (Vol. 3). New York: Open Road Media. Geraadpleegd van Google Books. Gearchiveerd op 7 juli 2023.
De dag erop, op 31 augustus 1962, ging ze samen met zeventien anderen in een bus naar Indianola, de county seat, om zich voor stemming te laten registreren. De hele groep zakte echter voor de literacy test. Op de terugweg werd de buschauffeur gearresteerd omdat de kleur van de bus naar oordeel van de agenten te dicht bij schoolbusgeel lag, waardoor het onderscheid daarmee onvoldoende duidelijk was. Dit had echter bij het veelvuldig gebruik voor het transport van katoenplukkers nooit een probleem opgeleverd. De chauffeur kreeg een boete van 100 dollar, maar kon dat niet betalen. Het reisgezelschap begreep niet goed wat er aan de hand was, maar had het bedrag evenmin. Omdat de agenten er niet op zaten te wachten de hele groep te arresteren werd de boete verlaagd naar 30 dollar, dat de reizigers betaalden.Lee, 29-30
Bij thuiskomst hoorde Hamer van landeigenaar Marlow dat ze haar registratie moest intrekken, omdat Mississippi er volgens hem nog niet klaar voor was dat de zwarte gemeenschap zou stemmen. Ze reageerde met: "I didn’t go down there to register for you. I went down to register for myself." (Ik ben daar niet voor jou heen gegaan om te registreren. Ik ging er voor mijzelf heen om te registreren.) Deze zinnen zou ze in haar speeches nog vaak herhalen. Marlow ontsloeg Hamer hierop direct, nadat ze achttien jaar op de plantage gewerkt had. Omdat ze bekend was met de mogelijke represailles van mensen uit de omgeving, besloot ze tijdelijk bij vrienden in te trekken. Tien dagen daarop volgde een regen van kogels op het schuiladres, en ook een ander huis in Ruleville werd beschoten. In de tijd hierna zocht ze op diverse andere adressen onderdak.Lee, 34
Field secretary en hechtenis Na meerdere pogingen slaagde Hamer in januari 1963 voor de literacy test, waarmee ze een geregistreerd stemmer werd. Ze ging werken als Field secretary bij het SNCC. Als zodanig nam ze deel aan een cursus over stemregistraties, die werd geleid door Annell Ponder, Field supervisor van de Southern Christian Leadership Conference (SCLC). Op 3 juni van dat jaar reisde ze per bus met een groep richting Charleston om een training voor stemregistratieleraren bij te wonen. Hierin werden specifieke moeilijkheden in het proces behandeld, zoals de literacy test.
Op de terugreis op 9 juni voelde het gezelschap zich steeds minder op zijn gemak. Dit kwam met name doordat de buschauffeur in elke kleine plaats uitstapte om een telefoontje te plegen. De groep stopte voor een pauze bij een eetgelegenheid. Vanwege de beperkte tijd voor de tussenstop bleven zes van hen, waaronder Hamer, achter in de bus. De groepsleden die naar binnen gingen voelden naast de behoefte om te eten ook de aandrang om de sociale confrontatie aan te gaan; in het bijzonder wilden ze controleren of de door het Interstate Commerce Commission ingestelde verbod op gesegregeerde busterminals wel werd gehandhaafd. Ponder was goed op de hoogte van de veranderingen omtrent de Jim Crow-wetten, en nadat werd geweigerd om de groep eten te serveren volgden woordenwisselingen. Een getipte politieagent en highway patrol-beambte grepen hierop in. Omdat ook zij in hun handelen niet de nieuw ingestelde regels volgden, begonnen de groepsleden identiteiten en kentekennummers te noteren. Toen de dienders dit merkten, werden ze woedend. De hele groep die mee naar binnen was gegaan, werd hierop gearresteerd. Hamer had zich grotendeels afzijdig gehouden, en zat op het moment van de arrestatie in de bus. Omdat de groepsleden vooraf hadden afgesproken om coulant met elkaar te zijn, kwam Hamer uit de bus om aan de groep toestemming te vragen om met de andere achtergebleven personen in de bus de terugreis naar Greenwood te vervolgen. Hierop werd zij echter ook gearresteerd.
De groep werd meegenomen naar de gevangenis in Winona. Hier volgde wat Hamer later het gruwelijkste moment uit haar leven noemde. Gedurende uren werden de groepsleden een voor een in afzondering zwaar mishandeld. Agenten verplichtten andere zwarte gevangenen daarbij om Hamer met een wapenstok te slaan en misbruikten haar. Na de mishandeling waren haar gezicht en rug zo pijnlijk en gezwollen, dat ze niet kon liggen. Daarnaast kon ze haar handen vanwege zwellingen nauwelijks bewegen en kreeg ze koorts.Lee, 45 e.v.Brooks, 50 e.v.