miniatuur|Twee leprozen wordt de toegang geweigerd tot de stad. De een loopt op krukken, de ander draagt lazaruskleren, een buidel en een ratel om zijn komst aan te kondigen. 14e-eeuws handschrift van Vinzenz von Beauvais.
Melaatsheid is een begrip waarmee in het verleden meestal de besmettelijke bacteriële huid- en zenuwziekte lepra werd aangeduid. Echter, voordat in 1873 de leprabacterie als verwekker werd aangetoond, werden ook andere aandoeningen met een min of meer gelijkend beloop en karakter, 'melaatsheid' genoemd, om de eenvoudige reden dat men niet in staat was de ziekten van elkaar te onderscheiden.
In veel culturen rust een stigma op mensen die lijden aan lepra of op lepra lijkende aandoeningen, zoals elefantiase, vitiligo, psoriasis, Lupus erythematodes, syfilis, pokken of pest. In de Europese cultuurgeschiedenis is melaatsheid altijd gepaard gegaan met een sterke beeldvorming. Melaatsheid was enerzijds een voertuig voor angst, leidend tot stigmatisering, uitsluiting en opsluiting van zieken in verbanningsoorden. Anderzijds werd de melaatse ook wel gezien als een evenbeeld van de lijdende Christus, waar ontzag voor was en wiens nood aan weldoeners de mogelijkheid bood om door middel van goede werken een plaats in de hemel te verdienen. Zo kent het Christendom een aantal heiligen die hun faam mede aan de melaatsheid te danken hebben. De leprazorg is wereldwijd nog altijd sterk geïnstitutionaliseerd in de vorm van allerlei hulporganisaties, vaak met een confessionele grondslag.
Oorsprong: Azië of Afrika Geschiedkundige en genetische onderzoeken duiden erop dat de oorsprong van de ziekte lepra gezocht moet worden in Centraal-Azië of Oost-Afrika. Dit zijn de twee belangrijkste hypothesen.Catalina I. Villamil, The Origin and History of Leprosy, december 2009Institut Pasteur, De l'origine de la lèpre: La génomique au service de l'histoire d'une maladie millénaire, 13 mei 2005,
Een van de vroegste documenten die een goede beschrijving van de ziekte geven, werd gevonden in de tombe van Shui-lu-ti in China die stamt uit de 3e of de 4e eeuw v.Chr. Ook in geschriften van de Indische arts Susruta uit ca. 600 v.Chr. wordt de ziekte vrij duidelijk omschreven.
Directe bewijzen van lepra werden gevonden in een skelet uit 2000 v.Chr. opgegraven in Rajasthan in noordelijk India. (2009) "Ancient Skeletal Evidence for Leprosy in India (2000 B.C.)", PLoS ONE, 4(5):e5669 Buiten India zijn in Centraal-Azië nog bewijzen van lepra gevonden uit de 4e tot en met 1e eeuw v.Chr., in Zuidoost-Azië tussen 300 v.Chr. en 200 n.Chr. en in de Egyptische Dakleh-oase in de 2e eeuw v.Chr.
Huidvraat in Joodse teksten In de Bijbel is veelvuldig sprake van een gevreesde ziekte die in het Hebreeuws tsara'at (letterlijk: plaag) en in het Grieks lepra heet.Leviticus 13, 14, Leviticus 22:4, Numeri 5:2, 12:10, Deuteronomium 24:8, 2 Koningen 5, 2 Koningen 7:3, 15:5, 2 Kronieken 26:20-21, Mattheus 8:2-3, 10:8, 11:5, 26:6, Markus 1:40-45, 14:3, Lukas 4:27, 5:12-15, 7:22, 17-12-19 Vanouds is dit vertaald met melaatsheid of lepra,Informatie over melaatsheid en lepra in de Bijbel. Gearchiveerd op 27 september 2022. maar ten onrechte. In de Nieuwe Bijbelvertaling werd gekozen voor het neologisme huidvraat. De verschijnselen van lepra (ziekte van Hansen) komen niet overeen met de verschijnselen die in Joodse teksten beschreven worden. Waarschijnlijk worden een schimmelachtige aandoening en andere verwante huidkwalen bedoeld. In het boek Leviticus (Oude Testament)Reinigingsvoorschriften Leviticus staan uitgebreide cultische reinigingsvoorschriften beschreven voor mensen met zo'n huidziekte. Pas in de late oudheid wordt 'lepra' het woord voor de ziekte van Hansen.
In de Hebreeuwse bijbel kunnen de personen Job, Uzzia, Naäman, Gehazi en de profeet Elisa met huidvraat in verband worden gebracht, hoogstwaarschijnlijk niet met lepra. Desalniettemin heeft het vroege Christendom Sint-Job als beschermheilige tegen de melaatsheid overgenomen (later kwam daar de Franse Sint Rochus bij, tevens een van de zes pestheiligen).
In een gelijkenis in het Nieuwe Testament vertelt Jezus over een rijke man en Lazarus, een arme bedelaar. Overdekt met zweren stilde Lazarus zijn honger met wat van de tafel van de rijke man viel, maar uiteindelijk worden de rollen omgedraaid: Lazarus erft de hemelse heerlijkheid en de rijke man de vlammen van het dodenrijk. Hoewel in de Bijbel niet de exacte aandoening van Lazarus vermeld wordt, is hij toch een symbool voor leprapatiënten geworden. Het Oudnederlandse woord voor lepra (laser, lasere, laserheit) is van deze Lazarus afkomstig.VMNW: Vroegmiddelnederlands Woordenboek. Red. W.J.J. Pijnenburg, K.H. van Dalen-Oskam, K.A.C. Depuydt, T.H. Schoonheim. Leiden: Instituut voor Nederlandse Lexicologie, 2001.
Egypte, Griekenland en Rome Egypte wordt van oudsher beschouwd als de plaats van waaruit lepra geëxporteerd is naar het westen.Catholic Encyclopedia. Gearchiveerd op 10 mei 2023. Hoe lepra Europa bereikte is moeilijk vast te stellen, maar het is niet onwaarschijnlijk dat het gebeurde via handelscontacten en via de Romeinse troepen en kolonisten.
Mogelijk is lepra naar Egypte naar gebracht door de overzeese slavenhandel tussen Egypte en India.S. Mark, Alexander the Great, seafaring and the spread of Leprosy, 2002, Journal Hist. Med. 57. Dat de ziekte in Egypte in 1600 v.Chr. bekend was zou blijken uit de Papyrus Ebers, hoewel sommigen de beschrijving hierin vrij vaag vinden. De Feniciërs, een volk dat handel dreef over en langs de toen bekende wereldzeeën, hebben waarschijnlijk bijgedragen aan het overbrengen van de ziekte van India naar het Middellandse Zeebekken. Hippokrates noemde het de 'Fenicische ziekte'. Ook de bewegingen van grote legers tijdens de Perzische Oorlogen en de campagnes van Alexander de Grote kunnen hebben bijgedragen tot de verspreiding van de bacil in het Middellandse Zeegebied.
De Romeinse letterkundige Plinius de Oudere schrijft dat troepen van Pompeius die in 62 v.Chr. terugkeerden van de veldslagen in het Midden-Oosten, Azië en Griekenland de nieuwe ziekte meebrachten naar Rome.S.G. Browne OBE FCRP FCRS, Some aspects of the history of leprosy: The Leprosie of Yesterday, Proc. roy. Soc. Med. Volume 68, August 1975Dr. Catherine Vienne-Bonnefoy, Histoire de la Lèpre . De Griekse dokter Aretaeus van Cappadocië geeft in de 1e eeuw n.Chr. een zeer grondige omschrijving van een huidziekte, die hij elephantiasis of leontiasis noemde. In de traditie van Hippokrates en Galenus schreef Aretaeus deze ziekte toe aan een onevenwicht in de humores. De ziekte zou een gevolg zijn van te veel zwarte gal. Deze theorie zal gedurende de middeleeuwen in Europa steeds worden gebruikt waar het gaat om 'melaatsheid'. In de huidige wetenschap is elefantiase (een parasitaire infectie) duidelijk onderscheiden van lepra (een bacteriële infectie).
Midden-Oosten, Klein-Azië De Grieks/Romeinse arts Galenus beschrijft in de 2e eeuw n.Chr. dat lepra/melaatsheid veel voorkomt in Egypte, op dat moment een provincie van het Romeinse Rijk. Van daaruit verspreidde de ziekte zich volgens hem over Palestina, Syrië en Klein-Azië (het huidige Turkije).
Na de bekering van keizer Constantijn de Grote (280-337) tot het christendom en zijn edict in het jaar 313 beginnen de bisschoppen in het Oost-Romeinse Rijk zich met lepra en de leprozen bezig te houden. De houding ten opzichte van melaatsen was en bleef echter tweeslachtig. Het Concilie van Ancyra in 314 beschreef de melaatsheid als een symbool van een zondige geest. Die lijn zou altijd een onderstroom blijven in het christendom, maar er ontstond ook een andere ononderbroken lijn, namelijk die van de zorg voor melaatsen. Bisschop Gregorius van Nyssa (335-394) riep gelovigen op om de melaatsen niet te verstoten. In zijn homilie staat een goede beschrijving van de ziekte.Gregorius van Nyssa, In illud quatenus uni ex his fecistis mihi fecistis (De pauperibus amandis II), ed. Adrian van Heck, Gregorii Nysseni opera (Complete werken van Gregorius van Nyssa), vol. 9.1 (Leiden: Brill, 1967) Ook bisschop Gregorius van Nazianze (329-389) zou gepleit hebben om leprozen te helpen en veroordeelde hun verstoting.Gregorius van Nazianzos, De pauperum amando (oratio XIV), PG, vol. 35, cols. 857-909. Johannes Chrysostomus, patriarch van Constantinopel van 398 tot 403, startte met de bouw van een eerste leprosarium buiten de stad.Timothy S. Miller, Rachel Smith Savage, Medieval leprosy reconsidered. Gearchiveerd op 2 juli 2013.
West-Europa miniatuur|Je suy le poure Diable (ik ben de arme duivel). Leprozenbedelaar als duivel op een anonieme 16e-eeuwse gravure.
Twee golven West-Europa kende twee 'golven' van melaatsheid: in de 7e eeuw en in de 12/13e eeuw.
In de 17e eeuw dachten de West-Europeanen (Voltaire en Michelet) dat lepra in Europa was geïntroduceerd door de terugkerende kruisvaarders (in de 11e tot de 13e eeuw).J L Turk MD DSc, Sir James Simpson: Leprosy and Syphilis, Journal of the Royal Society of Medicine Volume 87 september 1994 Echter, in de 7e eeuw waren er al meerdere leprozerieën opgericht, bijvoorbeeld in Verdun, Metz en Maastricht. Dat de melaatsheid in de 7e eeuw al bekend en gevreesd was valt ook te lezen in een edict van de Lombardische koning Rothar in 643 over de Separatio leprosum en in wetten van Pepijn de Korte in 757 en Karel de Grote in 789 voor het voorkomen en in de hand houden van de ziekte.Virchow, Archiv für pathologische Anatomie, 1860, Leipzig. Na Karel de Grote zijn er geen documenten gevonden die nog over lepra handelen. De ziekte lijkt verdwenen te zijn, niettemin zijn er nog leprozerieën gesticht in Engeland, onder meer in Canterbury, in de 11e eeuw, vóór het begin van de kruistochten.
In de 12e en 13e eeuw verspreidt de melaatsheid zich (opnieuw) binnen West-Europa. De kruistochten en andere legerverplaatsingen kunnen daar een rol in hebben gespeeld, maar het is ook de periode van de verstedelijking, waarbij veel mensen dicht op elkaar in een ommuurde stad wonen, met smalle straatjes waar het afvalwater midden door de straat loopt en de hygiënische situatie allesbehalve optimaal is. Daarmee vormden de steden een geschikte omgeving voor besmettelijke ziektes.E. Nunzi, P.P. Cardo, Leprosy in Europe at the beginning of the second and the third millennium.
Straf van God De kerk beschouwde lepra als een straf van God voor zondig gedrag van de lepralijder zelf of van zijn ouders en ze neemt hierbij de tekst uit Leviticus(13:46)Al de dagen in welke deze plaag aan hem zal zijn, zal hij onrein zijn; onrein is hij, hij zal alleen wonen; buiten het leger zal zijn woning wezen. ongenuanceerd over. Lepra wordt meestal gezien als het gevolg van de “zonden van het vlees”, voor de kerk gedurende de middeleeuwen de allerergste zonde.Saul Nathaniel Brody, The disease of the Soul; Leprosy in medieval literature, 1974, Cornell University Press, Ithaca. Men neemt dikwijls aan dat de lepralijder het kind is van zondig gedrag binnen het huwelijk zoals betrekkingen hebben op door de kerk verboden dagen.Jacques Le Goff, Nicolas Truong, De geschiedenis van het lichaam in de Middeleeuwen, 2004, Bert bakker, Amsterdam Paus Gregorius I relateerde lepra zelfs aan ketterij.Herbert C. Covey, People with leprosy (Hansen’s disease) during the Middle Ages, The Social Science Journal 38 (2001) 315-321. Zo wordt lepra een ziekte van de ziel en de zieke lepralijder moet van het gezonde lichaam van de kerk worden verwijderd.George I. Moore, Heresy as disease in The Concept of Heresy in the Middle Age, Medievalia Lavunentia IV, 1976, Leuven Ook Isidorus van Sevilla ziet de gekleurde vlekken op het lichaam van de melaatse, waarover gesproken wordt in Leviticus, als een metafoor voor de vlekken van de ketterij op het lichaam van de kerk.