thumb|De Raad van Volksvertegenwoordigers toen de raad nog bestond uit politici van beide partijen. Vanaf links: Emil Barth (USPD), Otto Landsberg (MSPD), Friedrich Ebert (MSPD), Hugo Haase (USPD), Wilhelm Dittmann (USPD), Philipp Scheidemann (MSPD).
De Raad van Volksvertegenwoordigers (Duits: Rat der Volksbeauftragten) was van 10 november 1918 tot 13 februari 1919 de overgangsregering van Duitsland, die de transitie van het Duitse Keizerrijk naar de Weimarrepubliek vorm gaf. De Raad van Volksvertegenwoordigers werd tijdens de Novemberrevolutie gevormd uit drie leden van de Sociaaldemocratische Meerderheidspartij van Duitsland (MSPD) en drie leden van de Onafhankelijke Sociaaldemocratische Partij van Duitsland (USPD).
De Raad oefende nagenoeg de bevoegdheden uit die volgens de Grondwet (van de Noord-Duitse Bond en het Duitse Keizerrijk 1867-1918) voor de keizer en de rijkskanselier waren bedoeld. De volksvertegenwoordigers controleerden de staatssecretarissen van de Rijksoverheid, waarvan de meerderheid in functie bleef. De Raad was een collectief orgaan waarin alle zes leden nominaal gelijkwaardig waren. Maar in feite oefende MSPD-leider Friedrich Ebert de functie van voorzitter uit.
De volksvertegenwoordigers maakten een einde aan de Eerste Wereldoorlog door de wapenstilstand van 11 november 1918 en voerden het vrouwenkiesrecht en het beginsel van evenredige vertegenwoordiging in. Uit protest tegen het gewelddadige optreden van de regeringstroepen tegen de Volksmarine Divisie tijdens de kerstgevechten traden de leden van de USPD op 29 december 1918 uit de Raad uit. Ze werden vervangen door twee leden van de MSPD. De Raad noemde zichzelf vanaf dat moment een Rijksregering.
De verkiezingen voor een constituerende Nationale Vergadering (verfassungsgebende deutsche Nationalversammlung) die door de Raad werden uitgeschreven, vonden plaats op 19 januari 1919. De bedoeling ervan was om een democratisch gelegitimeerde regering voor Duitsland te vormen. De Nationale Vergadering van Weimar verkoos op 11 februari 1919 Friedrich Ebert tot Rijkspresident. Deze laatste benoemde op zijn beurt Philipp Scheidemann als nieuwe regeringsleider. Het kabinet van Scheidemann, waarin leden van de MSPD, Centrumpartij en DDP zitting hadden, verving op 13 februari als nieuwe Rijksregering de Raad van Volksvertegenwoordigers.
Tot stand komen Uitgangspunt: oorlogsnederlaag en revolutie De Oberste Heeresleitung (OHL) onder leiding van de generaals Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff eiste op 29 september 1918 dringend een aanbod voor een wapenstilstand door de Rijksoverheid aan de Ententemogendheden. Tegelijkertijd adviseerden ze om de Rijksgrondwet te wijzigen. De OHL wilde op deze manier de verantwoordelijkheid voor de te verwachten militaire nederlaag in de Eerste Wereldoorlog van zich afschuiven en doorschuiven naar de democratische politici. Het autoritair geleide Duitse Keizerrijk moest een parlementaire democratische monarchie worden.
Keizer Wilhelm II had geen andere keuze dan hiermee akkoord te gaan. Hij benoemde vervolgens prins Max von Baden, die als liberaal werd beschouwd, tot Rijkskanselier. Max benoemde voor het eerst leden van de meerderheidspartijen van de Rijksdag in de regering, waaronder de MSPD-politicus Philipp Scheidemann. De nieuwe Rijkskanselier zette met de oktoberhervormingen ook de democratisering van het Rijk in gang en vroeg de Amerikaanse president Woodrow Wilson te bemiddelen bij een wapenstilstand. De reactie van Wilson was duidelijk. De Entente was alleen bereid om te onderhandelen met een democratische Duitse regering en alleen op voorwaarde dat de keizer afstand zou doen van de troon.
Het beleid van het Commando Zeeoorlogvoering (Seekriegsleitung) SKL onder admiraal Reinhard Scheer was gericht tegen deze voorwaarden en tegen het streven van de nieuwe regering naar vrede. Op 24 oktober 1918 vaardigde het SKL een bevel uit dat zou uitlopen op een alles-of-niets-aanval van de Duitse Hochseeflotte (belangrijkste Duitse oorlogsvloot) op de superieure Royal Navy van het Verenigde Koninkrijk. Vanwege dit militair zinloze en politiek contraproductieve plan weigerden matrozen van enkele schepen op 29 oktober om het bevel te gehoorzamen. De SKL beëindigde vervolgens de geplande operatie en liet honderden matrozen arresteren. Dit was de aanleiding voor de matrozenopstand in Kiel op 3 november 1918, die zich binnen enkele dagen ontwikkelde tot een revolutie in heel Duitsland.
Deze revolutie werd door de leiding van de MSPD, met name door haar voorzitter Friedrich Ebert, uitermate hinderlijk gevonden. Ze achtte haar doelstellingen al bereikt door de oktoberhervormingen en was ervan overtuigd dat de elites van het Rijk de democratisering zouden aanvaarden als de monarchie als zodanig maar zou blijven bestaan. De MSPD zag haar positie echter steeds meer bedreigd door de USPD en andere linkse politieke stromingen. Bij de USPD zaten de fervente tegenstanders van de oorlog die zich tijdens de Eerste Wereldoorlog van de SPD hadden afgesplitst. De linkervleugel van de USPD bestond uit leden van de nieuw opgerichte marxistische Spartacusbond. Terwijl de meerderheid van de USPD voorstander was van een parlementaire democratie, neigden de leden van de Spartacusbond meer naar het principe van de radenrepubliek. De leiders van de MSPD vreesden echter dat de aanhangers van beide bewegingen geneigd waren om de bolsjewistische ideeën volgens het Russische model over te nemen. Uiteindelijk eiste ook de MSPD het aftreden van de keizer, in de hoop de leiding te behouden en de opstandelingen onder controle te houden gedurende de snel veranderende gebeurtenissen. De keizer had Berlijn echter verlaten voor het Belgische Spa, waar het hoofdkwartier van de OHL zat. Hij stelde de troonsafstand steeds meer uit.
Het ontstaan van de republiek In de ochtend van 9 november 1918 bereikte de revolutie uiteindelijk Berlijn; stakende arbeiders stroomden massaal naar het centrum van de stad. Er was nauwelijks meer tijd om ze te weerhouden van een openlijke opstand. Max von Baden kondigde daarom op eigen initiatief het aftreden van de keizer aan en “overhandigde” het ambt van Rijkskanselier aan Friedrich Ebert, de leider van de grootste partij in de Rijksdag. Maar volgens de Rijksgrondwet behoorde deze handeling niet tot de bevoegdheden van een Rijkskanselier. Alleen de keizer kon een kanselier benoemen. Prins Max maakte gebruik van deze noodoplossing, omdat de keizer de facto niet meer in staat was om te handelen. Ebert hoopte die ochtend nog steeds de monarchie te kunnen redden. Hij vroeg Max von Baden als Reichsverweser op te treden. De prins wees dit verzoek echter af. In de middag van 9 november waren ook deze plannen volledig achterhaald. Philipp Scheidemann had gehoord dat de Spartacus-politicus Karl Liebknecht van plan was een “socialistische republiek Duitsland” uit te roepen. Om dit te voorkomen en de massa aan de kant van de MSPD te houden, stapte Scheidemann spontaan naar een raam van het Rijksdaggebouw en riep zelf de “Duitse republiek” uit. De precieze inhoud van de toespraak is niet meer bekend. De betekenis van de diverse sprekers die op die dag een republiek uitriepen wordt betwist.
Onder het voorzitterschap van Friedrich Ebert kwamen de staatssecretarissen, die aan het hoofd stonden van de hoogste autoriteiten in het Rijk, nog op dezelfde dag bijeen. Ebert wilde de ervaring van de staatssecretarissen en het bestuur niet missen. Deze bleven dus in functie, ook nadat de Rijksgrondwet feitelijk niet meer geldig was. Ebert was van plan om de revolutie snel in ordelijke banen te leidenMichael Kotulla: Deutsche Verfassungsgeschichte. Vom Alten Reich bis Weimar (1495–1934). Springer, Berlijn 2008, p. 581. en publiceerde op 9 november een oproep die hij als Rijkskanselier ondertekende. Hij sprak van een nieuwe (in feite nog niet bestaande) regering die de taken had overgenomen om de mensen te beschermen tegen een burgeroorlog en hongersnood. Hij waarschuwde voor het gevaar van anarchie om de steun van de ambtenaren te krijgen.Heinrich August Winkler: Der lange Weg nach Westen. Deutsche Geschichte 1806–1933. Bonn 2002, p. 372.
Voor de MSPD was het van vitaal belang om een coalitie te vormen met de onafhankelijken,Heinrich August Winkler: Der lange Weg nach Westen. Deutsche Geschichte 1806–1933. Bonn 2002, p. 370. al had de USPD de arbeidersklasse in Berlijn en elders ook niet onder controle. Maar zonder de USPD was de positie van de MSPD haast onhoudbaar geweest.Ernst Rudolf Huber: Deutsche Verfassungsgeschichte seit 1789. Deel V: Weltkrieg, Revolution und Reichserneuerung: 1914–1919. W. Kohlhammer, Stuttgart [et al.] 1978, p. 709. De revolutionaire arbeiders- en soldatenraden (Räteherrschaft), die door de matrozenopstand overal in het land waren ontstaan, bestonden uit aanhangers van de MSPD en de USPD en eisten met klem een consensus tussen de twee arbeiderspartijen. De gematigde vleugel van de USPD rond Hugo Haase was ook veel gelegen aan een alliantie, omdat de macht in de grote steden anders naar de linkervleugel rond Georg Ledebour of zelfs naar de Spartakisten van Liebknecht dreigde te gaan. Haase was op 9 november 1918 nog in Kiel, daarom vond het beslissende gesprek tussen MSPD en USPD pas op 10 november plaats.Ernst Rudolf Huber: Deutsche Verfassungsgeschichte seit 1789. Deel V: Weltkrieg, Revolution und Reichserneuerung: 1914–1919. W. Kohlhammer, Stuttgart [et al.] 1978, pp. 709-711.
De twee partijen verschilden vooral van mening over de kwestie of de nieuwe regering eerst concrete stappen moest ondernemen voor een socialistische transformatie van Duitsland of dat ze de desbetreffende maatregelen beter kon overlaten aan een constituerende Nationale Vergadering. Zo pleitte de USPD ervoor om grootschalige landbouwbedrijven en bepaalde sleutelindustrieën onmiddellijk te nationaliseren. De vertegenwoordigers van de MSPD rond Philipp Scheidemann wisten een compromisvoorstel te onderhandelen waardoor essentiële beslissingen werden uitgesteld. De arbeiders- en soldatenraden zouden “politieke macht” moeten krijgen en “zo snel mogelijk” bijeen moeten komen, zoals gevraagd door de USPD en de Spartakisten. De MSPD was er wel in geslaagd de specifieke uitdrukking “exekutive, legislative und jurisdiktionelle Macht” (uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht) te omzeilen. De MSPD moest echter aanvaarden dat de kwestie van de Nationale Vergadering pas zou worden behandeld “nadat de door de revolutie veroorzaakte toestand zich had gestabiliseerd”.Ernst Rudolf Huber: Deutsche Verfassungsgeschichte seit 1789. Deel V: Weltkrieg, Revolution und Reichserneuerung: 1914–1919. W. Kohlhammer, Stuttgart [et al.] 1978, p. 711/712.
Het ontstaan van de Raad miniatuur|Oproep van de Raad van Volksvertegenwoordigers van 12 november 1918 in de Staatscourant
Het revolutionaire regeringsorgaan kwam in de late middag van 10 november tot stand. De USPD wilde het aanvankelijk “Raad van Volkscommissarissen” noemen, wat vervolgens werd omgezet in “Raad van Volksvertegenwoordigers”.