thumb|Everard van Royen, rechts. (1973) Everard Jacob van Royen (Amsterdam, 14 april 1913 – aldaar, 12 februari 1987)Familiebericht. Parool, 14 februari 1987 was een Nederlands fluitist en directeur van het Muzieklyceum, een van de voorlopers van het Conservatorium van Amsterdam.
Levensloop Everard was een zoon van Adriaan Jan van Royen en Levina Anna Catharina van der Lek de Clerq. Zijn vader was rechter en (vice-)president van de arrondissementsrechtbank Amsterdam en telg uit het geslacht Van Roijen; zijn moeder was telg uit het geslacht Van der Lek de Clerq. Everard doorliep het Barlaeus Gymnasium en de literair-economische hbs.Everard van Roijen directeur van het Amsterdams Muzieklyceum. Algemeen Handelsblad, 2 september 1953 Aanvankelijk kreeg hij piano- en klavecimbelles, maar op veertienjarige leeftijd schakelde hij over op dwarsfluit. Hij volgde een opleiding bij Paul Loewer aan het Muzieklyceum. Daarnaast was hij werkzaam voor het dansorkest The Melody Makers, dat hij in 1930 had opgericht. Na zijn eindexamen studeerde hij in Parijs bij Pierre Monteux (orkestdirectie), bij enkele fluitisten en bij Wanda Landowska (interpretatie van oude muziek). Daar ontmoette hij de klaveciniste Gusta Goldschmidt. Everard en Gusta vormden een duo en brachten recitals van baroksonates, mede dankzij de lessen van Landowska. Als fluitist van het Rosa Spier Quintet, tussen 1938 en 1940, kreeg hij bovendien de gelegenheid samen te spelen met Rosa Spier en andere leden van het Concertgebouworkest. Eind 1938 werd hij docent aan de muziekschool van het Muzieklyceum.Muzieklyceum: Everard van Royen leeraar in fluitspel. Algemeen Handelsblad, 10 november 1938
Everard en Gusta trouwden op 12 juni 1940.Familieberichten. Het volk, 12 juni 1940 Zij raakten betrokken bij het verzet. Gusta was Joods, maar was door haar huwelijk met Everard voorlopig gevrijwaard van deportatie. Hun woning aan de Murillostraat 2 bood regelmatig onderdak aan Joodse onderduikers als tussenstation naar een adres in de provincie. Everard leerde vingerafdrukken maken ten behoeve van valse persoonsbewijzen.Goldschmidt, S. (2014) Verplicht gelukkig: portret van een familie. Uitgeverij Cossee. Gearchiveerd op 3 juli 2023. Op 18 februari 1943 werd hij gearresteerd en belandde hij samen met Gusta uiteindelijk in Kamp Vught. Daar kreeg hij een zware longontsteking. Na zijn herstel verkreeg hij een functie in het Krankenrevier, waar ook werd gewerkt aan een kamporkest onder leiding van Piet van den Hurk. Zo gaf Everard er kamermuziekconcerten met de componist Marius Flothuis aan de piano. Flothuis componeerde in 1944 als verjaardagscadeau een Aubade voor Everard. Nadat Everard zijn straf had uitgezeten, werd hij overgeplaatst naar Kamp Amersfoort, in afwachting van dwangarbeid in Duitsland. Hij simuleerde een ziekte en werd vrijgelaten. Gusta was inmiddels naar Kamp Westerbork gestuurd. Everard trok naar de omgeving van Westerbork en raakte betrokken bij mensen die contacten onderhielden met gevangenen in het kamp. Hij werd opnieuw opgepakt voor dwangarbeid, maar wist in het ziekenhuis in Assen een functie als ontluizer voor dwangarbeiders te bemachtigen. Toen de oorlog in het oosten van het land voorbij was, haalde hij zijn vrouw op uit het kamp; zij kreeg een baan in de keuken van het ziekenhuis.
Na de oorlog hervatte Everard zijn werk als musicus. In 1947 richtte hij het ensemble Alma Musica op, dat weinig bekende werken uit de zeventiende en achttiende eeuw ten gehore bracht."Alma Musica" opgericht. Het Parool, 26 april 1947 In 1952 volgde hij Dirk Jacobus Balfoort op als conservator van de muziekhistorische afdeling van het Haags Gemeentemuseum.Haags Gemeentemuseum: Everard van Royen volgt Dirk Balfoort als conservator op. Het Parool, 29 mei 1952 Een jaar later werd hij benoemd tot directeur van het Muzieklyceum. Tot dan toe was het Muzieklyceum geen volwaardige vakopleiding; mede door zijn inspanningen verkreeg het in 1955 de status van conservatorium. Hij was medeoprichter van het Studiefonds Oskar Back en het Nationaal Vioolconcours Oskar Back.
Na zijn scheiding van Gusta Goldschmidt in 1954 (uit dit huwelijk werd één dochter geboren), hertrouwde hij in 1956 met de fluitiste Madeline Menten,Familiebericht. Algemeen Handelsblad, 17 mei 1956 met wie hij nog twee dochters zou krijgen. Vanaf 1957 woonden zij aan de Mozartkade 14.
Everards gezondheid ging geleidelijk achteruit. Zijn longfunctie nam steeds verder af, mede als gevolg van de slecht behandelde longontstekingen die hij tijdens de oorlog had opgelopen. Op 30 september 1976 nam hij in de Kleine Zaal van het Concertgebouw afscheid van het Muzieklyceum, dat kort daarvoor was opgegaan in het Sweelinck Conservatorium.Afscheid na 45 jaar. Het Parool, 27 september 1976
Everard van Royen overleed op 12 februari 1987 en werd begraven op Zorgvlied.
Externe link Aubade, opus 19a (1944) — de aubade die Marius Flothuis voor Everards verjaardag in Kamp Vught componeerde.
Categorie:Kampgevangene in Vught Categorie:Kampgevangene in Amersfoort Categorie:Nederlands fluitist Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog