thumb|Territorium onder controle van partizanen, september 1944. De operatiegebieden van korpsen en divisies zijn aangegeven. De Joegoslavische partizanen groeiden uit van de start in juni 1941 met de eerste oprichtingen van kleine guerrilla-partizanen-detachementen tot er in maart 1945 een volwaardig Joegoslavisch leger stond van 800.000 man in vier legers met 63 divisies, dat in staat was vrijwel zelfstandig hun land te bevrijden van de Duitsers.

Inleiding Hoewel de naam "partizanen" consequent genoemd wordt, hadden de partizanen door hun geschiedenis heen (als gevolg van frequente veranderingen in omvang en structurele reorganisaties) vier volledige officiële namen: Nationale Bevrijdings Partizanen Detachementen van Joegoslavië (Narodnooslobodilački partizanski odredi Jugoslavije, NOPOJ) (juni 1941 – januari 1942) (het achtervoegsel "Joegoslavisch" wordt soms in uitsluitend niet- Joegoslavische bronnen gebruikt om ze te onderscheiden van andere partizanenbewegingen) Nationale Bevrijdings Partizanen en Vrijwilligers Leger van Joegoslavië (Narodnooslobodilačka partizanska i dobrovoljačka vojska Jugoslavije, NOP i DVJ) (januari – november 1942) Nationaal Bevrijdingsleger Partizanen Detachementen van Joegoslavië (Narodnooslobodilačka vojska i partizanski odredi Jugoslavije, NOV i POJ) (november 1942 – februari 1945). Vanaf november 1942 werd het partizanenleger als geheel vaak simpelweg het Nationale Bevrijdingsleger genoemd (Narodnooslobodilačka vojska, NOV of Narodnooslobodilačka vojska Jugoslavije, NOVJ), terwijl de term 'partizanen' een bredere betekenis kreeg door te verwijzen naar de hele verzetsgroep (inclusief bijvoorbeeld, de AVNOJ = politieke tak). Joegoslavisch Leger – op 1 maart 1945 werd het Nationale Bevrijdingsleger omgevormd tot de reguliere strijdkrachten van Joegoslavië en dienovereenkomstig hernoemd. Het zou deze naam behouden tot 1951, toen het werd omgedoopt tot het Joegoslavisch Volksleger. 

Gedurende deze tijd evolueerden de militaire partizanen eenheden van guerrilla met kleine detachementen naar reguliere oorlogvoering met frontlinies en veldslagen. Ook de Duitsers erkenden dit. Tot de herfst van 1944 werden de partizanen door hen systematisch Banden (bendes) genoemd. Maar vanaf dat moment werd er daadwerkelijk over divisies en andere reguliere namen van eenheden gesproken.

De toename van het aantal partizanen is duidelijk in deze tabel. Eind 1941 Eind 1942 Sept. 1943 Eind 1943 Sept. 1944 Eind 1944 1 maart 1945 Total 81.000 135.000 215.000 329.000 500.000 648.000 800.000 Volgens Tito was in mei 1944 de etnische samenstelling van de partizanen: 44% Serviër, 30% Kroaat, 10% Sloveen, 5% Montenegrijn, 2,5% Macedoniër, 2,5% Bosnische moslim. Verder waren er ook Italianen en Hongaren. De Italianen telden zo’n 20.000 man.

De groei van het aantal partizanen werd ook veroorzaakt omdat vele tienduizenden Četniks en Ustaša’s van zijde wisselden. Tito bood amnestie aan voor alle collaborateurs op 17 augustus 1944. De amnestie zou opnieuw worden aangeboden na de Duitse terugtrekking uit Belgrado op 21 november 1944 en nogmaals op 15 januari 1945.

Legers Pas vanaf 1 januari 1945 werden echte legers opgericht, om de toenemende aantallen eenheden goed onder te brengen. Eenheid Opgericht Eind Opmerkingen 1e Leger 1 januari 1945 eind oorlog Het 1e Leger werd gevormd door omvormen van het 1e Proletarische Korps. Het kwam meest in actie aan het Syrmische front. Na de doorbraak daar in april 1945 bevrijdde het Zagreb en rukte door Noordoost-Slovenië op naar Oostenrijk. 2e Leger 1 januari 1945 eind oorlog Het 2e Leger werd gevormd uit eenheden van de Zuidelijke Operationele Groep. Tot april 1945 opereerde het leger in Noord-Bosnië, tussen het 1e Leger (noordelijk van de Sava) en het 4e Leger (in Lika). In het slotoffensief voor de bevrijding van Joegoslavië bevrijdde het leger grote delen van Centraal- en West-Bosnië en delen van Kroatië, Zagreb en delen van Slovenië. 3e Leger 1 januari 1945 eind oorlog Het 3e Leger werd gevormd uit de Generale Staf Vojvodina en eenheden van het 12e Korps. Tot april 1945 vocht het Leger aan het Syrmische front. In de afsluitende operaties nam het leger deel aan de bevrijding van Slovenië, Kroatië en Štajerska (Untersteiermark). 4e Leger 1 maart 1945 eind oorlog Het 4e Leger werd gevormd uit de eenheden van het 7e, 8e, 11e en later 9e Korps en opereerde in de Dalmatische sector. In de afsluitende operaties van het Joegoslavische Leger voerde het 4e Leger de Lika-Primorje-operatie, de Rijeka-operatie en de Triëst-operatie uit.

Korpsen De eerste korpsen werden eind 1942 opgericht, aangezien de strijd steeds meer regulier werd en er een stroom nieuwe divisies opgericht werden, die ook regionale aansturen nodig hadden.