Marilka Shlafer (Warschau, februari 1926 – Amstelveen, 18 november 2020) was een joodse vrouw die aan de Holocaust ontsnapte door verschillende malen van identiteit te wisselen. Ze had blauwe ogen, blond haar en een talent voor talen, wat ertoe heeft bijgedragen dat ze de oorlog overleefde.
Biografie Mala Rivka Kizel, zoals ze eigenlijk heette, werd als zesde kind geboren in een groot, niet-geassimileerd chassidisch-joods gezin in Warschau. Thuis sprak ze Jiddisch. Bij toeval belandde ze op een katholieke school, waar ze Pools leerde. Om minder gepest te worden, noemde ze zich er Marilka. Tijdens de oorlog kon ze als kind relatief gemakkelijk het getto van Warschau in en uit sluipen, en smokkelde zo voedsel naar haar familie. Toen een van de andere smokkelende kinderen buiten het getto door een Duitser werd gedood, vluchtte ze en dook onder op het platteland bij de familie Gmitruk. Ze overleefde, zonder te beseffen dat haar familie intussen was uitgeroeid. Ook op het platteland ontsnapte ze ternauwernood aan moordende Duitsers en antisemitische boeren. Op aanraden van de familie Gmitruk vroeg ze een priester om een katholiek doopcertificaat. Vanaf dat moment heette ze Janina Gmitruk.
Als katholieke Pool meldde ze zich bij de Duitse bezetter in Lublin en werd voor dwangarbeid naar Bremen gestuurd, waar ze terechtkwam in een suikerfabriek in Wolmirstedt. Ze raakte verdacht toen ze in haar slaap Jiddisch mompelde, en werd opgesloten in een strafkamp in Maagdenburg. Onderzoek leverde echter niet op dat ze joods was. Ze wist aannemelijk te maken dat haar moeder Duits was, waardoor ze de typering staatloze van Duitse etniciteit kreeg in plaats van Poolse — wat haar meer vrijheden gaf. Ze was nu raciaal gezien te superieur om als dwangarbeider te werk te worden gesteld, en kwam te werken in een Bierhaus. Daar noemde ze zich voortaan Anni en werd ze verliefd op een Duitse ingenieur die bij de Junkers-fabriek werkte. Met een aanbevelingsbrief van haar werkgever — fleißig, pünktlich und sauber — meldde ze zich bij de Einwandererzentralstelle, een nazi-naturalisatiedienst. Na een keuring door een forum van acht SS'ers werd besloten dat ze een Volksduitser was.
Bij een bombardement op Maagdenburg werd het Bierhaus vernield. Ze raakte haar vriend kwijt en werd ondergebracht bij een nazigezin in Zerbst. Het gezinshoofd, Otto Möller, was een 56-jarige glasblazer die in een thermometerfabriek werkte. Hij was getrouwd en had een dochter en twee zonen die in militaire dienst waren. Zijn vrouw Emma troostte Anni wanneer dat nodig was; later zou Mala haar omschrijven als "een heel lieve en warme vrouw". Om koosjer te kunnen blijven eten, deed Mala alsof ze vegetariër was. Haar verjaardag werd uitbundig gevierd, en ze merkte dat ze in dit gezin meer liefde ontving dan destijds van haar eigen ouders — al droeg meer dan de helft van de gasten een hakenkruis. En hoewel ze goed werd behandeld door de Möllers, moest ze ook ervaren dat voor hen Hitler een halfgod was. Als veronderstelde Volksduitser namen ze haar ook mee naar nazipropagandafilms die een onherkenbaar beeld van joden gaven.
Ze bleef in Zerbst totdat de Amerikanen het stadje in april 1945 innamen. Na de oorlog keerde ze terug naar Warschau, waar ze moest ontdekken dat haar hele familie was vermoord. Ze ging naar een opvangcentrum voor Joden in Łódź en schreef zich in onder haar joodse naam, Mala Rivka Kizel. Daar ontmoette ze haar latere echtgenoot Nathan Shlafer. Toen het opvangcentrum leegliep, vertrok Mala naar Wałbrzych, waar zij en Nathan op 22 februari 1946 trouwden.
De pogrom van Kielce in juli 1946 luidde de uittocht in van Poolse Holocaustoverlevenden. Mala en Nathan trokken via Tsjecho-Slowakije naar kibboets Lanegev in Zettlitz, Duitsland. In november 1948 scheepten ze zich in Marseille in, richting Israël. Ze vestigden zich in Lod, waar Nathan en Mala een zoon en een dochter kregen. Toen Nathan vanuit Israël werd uitgezonden om voor El Al op Schiphol te werken, verhuisde ze mee naar Nederland en ging ze in Amstelveen wonen.
Pas achteraf drong de volle omvang van de tragedie tot Mala door: terwijl zij onder een valse identiteit een relatief veilig leven had geleid in een nazigezin, was haar familie in de vernietigingskampen omgekomen. Vanaf dat moment zweeg ze over haar eigen verhaal — maar ze schreef het wel op in het memoires Zo heb ik de oorlog overleefd. Pieter van Os gebruikte dat, samen met interviews en locatieonderzoek, als basis voor haar biografie.
Marilka Shlafer overleed op 94-jarige leeftijd en werd begraven in Muiderberg.
Categorie:Pools Holocaustoverlevende Categorie:Joods persoon