Tachigata tōrō (立ち灯籠) of tachi-dōrō (stenen sokkel- of platformlantaarns, 'staande lantaarns') zijn op een platform staande, stenen lantaarns (ishi-dōrō). Tachigata tōrō gelden als het prototype van de tōrō (Japanse lantaarns) en komen voor in tientallen vormen en typen. Tachigata tōrō kunnen vergeleken worden met op een platform en een kolom geplaatste tsuri-dōrō (metalen, hangende lantaarn). De verschillende onderdelen van de lantaarn zijn gewoonlijk rond of cilindrisch, vierkant of zeshoekig. Het basale platform (kiso) is altijd aanwezig en de vuurkist (hibukuro) is versierd, bijvoorbeeld met snijwerk van herten, pioenen of zon-en-maan-symbolen.
Tot tachigata tōrō worden o.a. gerekend: enshūgata tōrō, Kasuga-dōrō (Kasuga lantaarns / tempellantaarns), miyatachigata tōrō (vierkante lantaarns, schrijnlantaarns), okunoingata tōrō, sangatsudōgata tōrō, shiratayūgata tōrō, shinzengata tōrō, uzumasagata tōrō, yose-dōrō (samengestelde stenen lantaarns), yūnoki-dōrō (citroenboom-lantaarns) en zendōjigata tōrō.
Dai-dōrō, letterlijk: platformlantaarn, is een algemene naam voor platformlantaarns van diverse materialen als steen, metaal, hout of (zelden) porselein. De tachigata tōrō zijn stenen lantaarns (ishi-dōrō), waartoe verder nog gerekend kunnen worden: ikekomigata tōrō (ingegraven lantaarns), yukimigata tōrō (sneeuwtonende lantaarns), okigata tōrō (verplaatsbare, zittende lantaarns) en nozura-dōrō (ruw-stenen lantaarns).
Bouw en typen Tachi-dōrō zijn stenen lantaarns met ten minste vijf gestapelde elementen, en verwijst daarmee naar de samenstelling van Japanse pagoden. De belangrijkste onderdelen zijn van boven naar beneden: hōju ('heilig juweel') en ukebana (lotusbloem), kasa (dak), hibukuro (vuurkamer), chūdai (middenplatform), sao (zuil) en kiso (sokkel of platform). De onderdelen zijn gewoonlijk cilindrisch, vierhoekig of zeshoekig. De meeste onderdelen kunnen gestileerd of juist weer versierd zijn, vooral de gegoten metalen lantaarns.
+ Onderdelen van staande lantaarns 1 Hōju, 宝珠 (s.l.), ('heilig juweel') A. Hōju (s.s.) B Ukebana 受花 ('ontvangende bloem') Fukubachi 伏鉢, 覆鉢 (ook: Fusebachi of Fukuhatsu ふくはつ) 2, C. Kasa 笠 (dak, paraplu) Kudarimune 降棟 (nok, dakrib) Warabite 蕨手 (uitstekende hoekpunt) 3, D. Hibukuro 火袋 (lampenkamer) 4, E. Chūdai of nakadai 中台, ukehachi 受鉢 (middenplatform) Renben 蓮弁 (lotusbloem) 5, F Sao 竿, hashira 柱 of chirin 地, ち (schacht, zuil, kolom of paal) Fushi 節 (een band van decoraties) 6 Kiso 基礎, dai だい, jirin (sokkel, benedenplatform) Kidan 基壇 (ondergrond, podium)Kasuga-dōrō
Hōju Hōju of hōshu (2010) Houju 宝珠, Japanese Architecture and Art Net Users System (2010) Hōshu 宝珠, Japanese Garden Dictionary, soms ook kūrin of hōrin genoemd, is het voor het boeddhisme 'heilig juweel', dat de macht zou hebben om het kwaad te verdrijven, corruptie te reinigen en wensen te vervullen. Hōju en ukebana vormen structureel min of meer een geheel en worden met hun bijbehorende onderdelen hier dan ook gezamenlijk besproken.
De hōju is een met een piron vergelijkbaar top-ornament in de vorm van een bol, een ui of een druppel, afhankelijk van de periode van herkomst van de lantaarn. Een hōju lijkt op de bloemknop van de heilige lotus (Nelumbo nucifera). De lotus is in het hindoeïsme en het boeddhisme een symbool van zuiverheid.
De hōju is bij metalen lantaarns (en bij Japanse pagodes) voorzien van een kaen, een vlamdecoratie. Kaen is een aureool, stralenkrans of nimbus en staat symbool voor vuur, damp of rook van een draak. De hōju die is voorzien van een decoratie van opstijgende vlammotieven wordt kaen hōju genoemd. Ook andere versieringen van de hōju komen voor.
De hōju staat op een kakikubi (2010) Kakikubi 欠首, Japanese Architecture and Art Net Users System (die de vorm heeft van een hals of nek) in de ukebana ('ontvangende bloem').
De ukebana of 'ontvangende bloem' symboliseert de heilige lotus en bestaat uit een krans van meestal met 8 goed herkenbare bloemblaadjes van de heilige lotus. Hieruit ontspringt de hōju. (2010) Ukebana 請花, Japanese Garden Dictionary (2010) Ukebana 受花, Japanese Architecture and Art Net Users System
De ukebana staat op een fukubachi, een omgekeerde komvorm, die wel vergeleken wordt met de vorm van een Indische pagode. Het kleine, omgekeerd komvormige armatuur is geplaatst op een doosvormige deksel, het 'dauwbekken' (roban), zoals deze voorkomt boven de top van een puntdak of zes- of achtkantige daken van zeshoekige of achthoekige hallen die meestal te vinden zijn bij boeddhistische tempels. (2010) Fukubachi 伏鉢, Japanese Architecture and Art Net Users System
Kasa Kasa (笠, かさ) (2010) Kasa 笠, Japanese Architecture and Art Net Users System (2010) Kasa 笠 , Japanese Garden Dictionary is het dak, kap of 'paraplu' boven de lampenkamer. Het dak is een zeshoekige, vierkante of ronde, conische, piramidale of paddenstoelvormige paraplu die de vuurkast van boven afdekt en beschermt.
De top van het piramidale dak wordt afgedekt door een dekseltje: roban. Roban, afkorting van shōroban, ook masugata genoemd, is de doosachtige structuur die over een top van een dak is geplaatst. Roban dient als een standaard en is gemaakt van metaal of steen. (2010) Roban 露盤, Japanese Architecture and Art Net Users System Oorspronkelijk slaat de naam op een hele torenspits of pinakel (sōrin), of op het druppel- of uivormige kroonornament, de piron (hōju). Roban verwijst nu naar de doosvormige structuur die over een puntdak is geplaatst. Om lekken te voorkomen was een afdekking noodzakelijk. Het aantal zijden van een roban hangt af van het aantal secties die het dak vormen. De meeste waren vierkant, maar zeshoekige of achthoekige waren nodig wanneer het dak zes of acht secties heeft. Roban waren in de vroege eeuwen vrij laag in vergelijking met de hoogte van de later omgekeerd komvormige fukubachi, geplaatst op de roban. De verhoudingen van de roban veranderden in latere periodes.
De kasa, letterlijk: paraplu, is het zeshoekige, vierkante of ronde, conische, piramidale of paddenstoelvormige dakdeel van een lantaarn dat fungeert als een paraplu boven de lampenkamer (hibukuro). De daklijn is van boven naar de rand meestal in een hol-bol-patroon geconstrueerd, maar het kan gewelfd zijn of een golvende omtrek hebben. Aan de kasa zijn vaak nog onderscheidbaar: de ribben (kudarimune) (2010) Kudarimune 降棟, Japanese Architecture and Art Net Users System en de warabite (2010) Warabite 蕨手, Japanese Architecture and Art Net Users System waaraan eventueel nog windklokken (fūtaku) hangen.
Kudarimune zijn de ribben als hoekkepers van de kasa, de aflopende nokken of verhoogde stroken die vanaf de top van een dak naar de rand lopen. Deze nokken kunnen ontbreken, bijvoorbeeld als er een gladder, meer paddenstoelvormig dak is. De bij de dakrand uittredende hoekkepers vormen de warabite. Warabite ('varenspruiten') zijn ornamenten met een gebogen vorm als gekrulde varen-scheuten. Ze zijn te vinden als onderdeel van het dak of 'paraplu' (kasa) van een lantaarn, maar ook op de onderste rand van versieringen van windveren (gegyo), op de lateien (kasagi) en nokken van leuningen (kōran). Fūtaku zijn kleine decoraties in de vorm van een windklokjes of belletjes, die bij metalen lantaarns worden toegepast aan de warabite.
Hibukuro Hibukuro (火袋) (2010) Hibukuro 火袋, Japanese Garden Dictionary (2010) Hibukuro 火袋, Japanese Architecture and Art Net Users System is de vuurkamer, lampenkamer of 'vuurzak', het hoofdgedeelte van de lantaarn, en de plaats waar het vuur wordt aangestoken. De hibukuro is cilindrisch, vierkant, zeshoekig of achthoekig. De vuurplaats bevindt zich onder het dak of 'paraplu' (kasa) van de lantaarn. Het vuur zelf wordt meestal geproduceerd door een oliekous aan te steken. De lichtopeningen zijn vaak geometrische basispatronen, maar kunnen kwart of halve manen en andere fantasierijke openingen omvatten. Heel vaak bedekt papier dat op een houten frame is geplakt de openingen om een zachte, aangename gloed te geven. Hibukuro bestaat van boven naar beneden uit drie delen: kamiku, de bovenzijde; nakaku, het middenstuk; en shimoku, een met een rozet versierd onderste gedeelte van de lampkamer.
Kamiku is het bovenste onderdeel van de vuurkamer van de Japanse lantaarn en soms nauwelijks vorm gegeven.
Nakaku is het middenstuk van de hibukuro met de ruimte voor het vuur. Het middenstuk heeft een venster naar de vuurkamer, ensō, gebruikt als een aansteekopening in de zijvlakken van de vuurkamer, en de zijvlakken met de lichtopeningen: higuchi. (2010) Higuchi 灯口, Japanese Architecture and Art Net Users System Higuchi (灯口, 火口) is een wandpaneel (met openingen voor het licht of gesloten met decoraties) van de zijvlakken van de vuurkamer, maar ook kan de vuurkamer als geheel wordt wel aangeduid met higuchi.
Shimoku is een soms met een rozet van bloembladmotieven versierd, onderste gedeelte van de lampenkamer van een lantaarn.
Chūdai Chūdai, uke, ukedai, ukebachi of shumiza is het centrale of middelste platform onder de vuurkamer of vlamhouder (hibukuro) van een lantaarn. De chūdai is rond, vierkant, zeskantig of achtkantig. Hierop staat het volgende element, de vuurkamer. De chūdai kan rond, vierkant of zeshoekig zijn. (2010) Chuudai 中台, Japanese Architecture and Art Net Users System (2010) Chūdai 中台, Japanese Garden Dictionary
Renben (蓮弁) (2010) Renben 蓮弁, Japanese Architecture and Art Net Users System, letterlijk: bloemblad van de heilige lotus, is het geheel van decoratieve bloembladen van de lotusbloem aan de onderzijde van de chūdai.
Sao Sao (竿; 棹) (2010) Sao 竿, Japanese Architecture and Art Net Users System (2010) Sao 竿, Japanese Garden Dictionary is een rechtopstaande schacht, pilaar, kolom, zuil of paal, rond of vierkant in dwarsdoorsnede, soms met karakters of dieren versierd.
De sao ondersteunt alle er boven liggende delen van de lantaarn vanaf het middenplatform (chūdai), inclusief de vuurkist (hibukuro). In dwarse doorsnede is deze cirkelvormig, vierkant of zeskant. De sao is soms versierd, bijvoorbeeld met karakters of dierenmotieven, of er kan een decoratie van een of drie banden zijn (fushi, knopen) nabij het midden van de pilaar zijn, of is de pilaar daar op halve hoogte juist op zijn dunst.
Bij bepaalde typen lantaarns, die met hun schacht direct in de bodem zijn ingegraven, ontbreekt de sokkel of basale platform (kiso). Ook bij lantaarns van het type yukimi-dōrō ontbreekt de kiso en staat de lantaarn op een of meer poten. Er zijn ook typen lantaarns die staan op een enkele, scheefstaande (bij rankeigata tōrō), op twee (kotoji-dōrō), of op tot wel zes poten, of 'sneeuwkijkende' lantaarns (yukimi-dōrō).
Kiso Kiso, jirin of dai (基礎) (2010) Kiso 基礎, Japanese Architecture and Art Net Users System (2010) Kiso 基礎, Japanese Garden Dictionary is de sokkel, het 'fundament', de basis of het basale platform van de zuil. In het algemeen is kiso bij bouwwerken een onderliggende structuur die een daarboven gelegen structuur draagt. De kiso kan bij grotere lantaarns een tot zes treden hebben, vergelijkbaar met die van een kleine Japanse pagode of gorintō. Het basale platform of sokkel is gewoonlijk zeshoekig of rond. Er kan een decoratie aanwezig zijn, zoals de kaeribana, die bestaat uit een omgekeerd lotusmotief boven op de basis.
Ukeza (受座) (2010) Ukeza 受座, Japanese Architecture and Art Net Users System is de vernauwing of inkeping tussen de sokkel (kiso) en de stam of schacht (sao) van een Japanse lantaarn (tōrō).