miniatuur|De historische verschuiving van het begrip 'Limburg' (in 1815) en de territoriale inhoud van de betrokken gewesten
Dit artikel behandelt de geschiedenis van Limburg, in het bijzonder de geschiedenis van het territorium van de twee huidige provincies: Limburg in Nederland en Limburg in België en van hun naamgever, het voormalig hertogdom Limburg.
Het graafschap Limburg werd in de elfde eeuw gesticht, graaf Hendrik I van Limburg kreeg in 1101 de hertogtitel van keizer Hendrik IV. De verenigde provincie Limburg werd in 1815 gesticht in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De Belgische provincie Limburg is sinds 1839 een van de tien Belgische provincies, en sinds de taalwetgeving in België van 1962 een van de vijf Nederlandstalige provincies van België. De Nederlandse provincie Limburg is in 1866 als elfde en voorlaatste provincie toegevoegd aan het huidige Nederland.
Naam Naamgeving miniatuur|De hoofdstad van het hertogdom Limburg, Limburg aan de Vesder, de naamgever van het hertogdom en van de latere provincies, rond 1575 De naam Limburg is in de 19e eeuw gegeven aan de grote provincie Limburg van de Verenigde Nederlanden. De naam was afkomstig van het vroegere, grotendeels Limburgstalige hertogdom Limburg rond het stadje Limburg aan de Vesder, in het noordoosten van de huidige Belgische provincie Luik. Dit oude hertogdom Limburg behoorde samen met de Landen van Overmaas tot de vroegere Staten-Generaal van de Nederlanden (van 1464 tot 1795). Het was echter een apart territorium dat niet of nauwelijks enige overlap bezat met het grondgebied van de huidige Belgische en Nederlandse provincies Limburg. Maar omdat de naam van het historische gewest Limburg anders verloren zou gaan, was het in 1815 de persoonlijke wens van koning Willem I, dat de nieuwe grote Maasprovincie binnen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden deze oude naam ging dragen. Er heeft zich dus een bewuste naamverschuiving voorgedaan.
Etymologie De etymologie van de naam Limburg is onduidelijk, althans die van het eerste woorddeel. Duidelijk is wel, dat het van oorsprong een Duitse naamvorm is. Het tweede woorddeel, -burg, analoog aan het Duitse woord Burg, (Middelnederlands: borch, burch) was het oorspronkelijke woord voor een (berg)vesting. In de Germaanse talen ging de betekenis over tot '(burcht)stad', vergelijk de woorden burger (letterlijk 'inwoner van een burcht'), burgemeester, burggraaf en burgwal. In de middeleeuwen verengde de betekenis tot burcht of slot, een versterkt kasteel., De ontstaansgeschiedenis van het begrip 'stad': een bijdrage van de diachrone semantiek tot de sociaal-economische geschiedenis van Noord-West-Europa, inzonderheid van de Nederlanden, KANTL, Gent, 2000 De betekenis van Lim- is duister. Klassieke etymologische handboekenFranck-Van Wijk EWNT 1980 (oorspr. 1912) voor het Nederlands; Kluge EWDS 1924 voor het Duits. suggereren een verband met het woord leem (D.: Lehm), dat 'modder' of 'slijk' betekent. Aangezien de burcht van Limburg een echte bergvesting is, hooggelegen op een rotsachtig plateau boven de Vesder, is deze verklaring hier weinig aannemelijk. De naam zou volgens anderen ook afgeleid kunnen zijn van lint ('draak', 'lintworm')Berkel en Samplonius, 'Het Plaatsnamenboek', 1989, Unieboek, Houten, zodat Limburg eigenlijk 'drakenburcht' zou betekenen, maar ook daarvoor ontbreken bij het thans Waalse Limburg concrete aanwijzingen. Dergelijke verklaringen zijn mogelijk eerder van toepassing op andere, Duitse locaties die de naam 'Limburg' dragen of droegen. De plaatsnaam Limburg komt namelijk vaker voor in Duitsland, waarvan het bekendste is het stadje Limburg an der Lahn, in Hessen. Ook op enkele andere plaatsen in Duitsland zijn of waren er ooit locaties van die naam.Een stadsdeel van Hagen (Hohenlimburg) heette voor 1876 Limburg an der Lenne. Er zijn ook enkele burchtruïnes die Limburg heten, voorts een kloosterruïne Limburg an der Haardt, alsmede een berg in Zwaben.
Territoriale eenmaking miniatuur|Territoriale versnippering in het gebied van de Limburgen in 1350 Tussen de elfde eeuw en 1795 was het gebied van huidige Nederlandse provincie Limburg geen territoriale eenheid. Waar het huidige Belgische Limburg een relatieve eenheid vormde met graafschap Loon als onderdeel van het Prinsbisdom Luik, was het gebied ten oosten van de Maas, tussen Venlo en Maastricht een lappendeken van grotere en kleinere gebiedjes die rechtskundig los van elkaar stonden. Sedert het Partagetraktaat van 1661 en de vrede van Utrecht (1713) bezat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden belangrijke exclaves binnen de latere provincies Limburg, en ook enkele kleinere delen van de latere provincie Luik. Andere gebiedsdelen stonden onder Spaans-Oostenrijks en Nederrijns-Pruisisch gezag.Als gevolg van de Spaanse Successieoorlog werden in 1703 de stad Geldern en uitgestrekte gebieden in het zuiden van het vroegere hertogdom Gelre door de Pruisen bezet. Door de vrede van Utrecht in 1713 werden ze enkele jaren later ook officieel deel van het koninkrijk Pruisen. Middelpunt van deze nieuwe, westelijkste provincie van Pruisen werd de stad Geldern, die nu plotseling bijna een eeuw lang als hoofdstad zou functioneren. Hiervoor moesten dan ook verschillende nieuwe overheidsinstanties worden opgericht. Hun bevoegdheid strekte zich uit over 55 plaatsen, die nu in de Duitse Kreisen Kleve, Wesel en Viersen en in de Nederlandse provincie Limburg liggen. Bron: Stefan Frankewitz, (2003), Preußen an Peel, Maas und Niers. Das preußische Herzogtum Geldern im 18. Jahrhundert. Geldern, 392pp Zo was Horst, westelijk van de Maas, in de 18e eeuw een Pruisisch kanton en bezaten de Nederlandse Republiek en Oostenrijk oostelijk van de Maas een veelvoud van exclaves of gebiedsdelen: de restanten van het oude Gelderse Overkwartier, en de (Brabantse) Landen van Overmaas.
Componenten De huidige provincies Limburg zijn in hoofdzaak een voortzetting van drie oude territoriale componenten: Het graafschap Loon (nu Belgisch Limburg), dat net als het graafschap Horn (nu grotendeels in Nederlands Limburg), onderdeel was van het prinsbisdom Luik De landen van Overmaas (de kern van het huidige Zuid-Limburg in Nederland: het land van Valkenburg, het land van 's-Hertogenrade en het land van Dalhem) en de vroeger tweeherige stad Maastricht, alsmede Het nu Nederlandse deel van het vroegere Overkwartier van Gelre (de kern van het huidige Nederlandse Midden- en Noord-Limburg). Ter aanvulling en gebiedsafronding kwamen nog enkele kleinere, maar wel strategisch gelegen Nederrijns-Pruisische delen, onder meer van het vroegere hertogdom Kleef en hertogdom Gulik, binnen Nederlands staatsverband, met Sittard als belangrijkste plaats. Ten slotte werd naast deze gebieden nog een aantal kleine vrije heerlijkheden opgenomen. Consolidatie Er heeft in de 19de eeuw dus een grootscheepse territoriale verschuiving en naamoverdracht plaatsgevonden die tot de twee moderne provincies en het hedendaagse gemeenschappelijk begrip Limburg heeft geleid. In de 20ste eeuw is deze ontwikkeling geconsolideerd en gestabiliseerd.
Selfkant Voor Nederlands Limburg gold dit in het bijzonder. Het grondgebied is hier na 1839 vrijwel ongewijzigd gebleven. Alleen het Duitse gebied van de Selfkant bij Sittard heeft in de recente geschiedenis nog een afzonderlijk hoofdstuk gevormd en heeft als Nederlands drostambt Tudderen tijdelijk (van 1949 tot 1963) bij Nederland gehoord. Oostkantons Aan de andere kant hebben de Oostkantons na 1815 twee keer onder Duits bestuur gestaan, eerst tussen 1815 en 1919 en opnieuw tussen 1940 en 1945.
Uitruil met Wallonië Het historische hertogdom Limburg viel voor het overgrote deel volledig buiten de 19e-eeuwse herordening en maakt nu deel uit van de Waalse provincie Luik. Als gevolg daarvan en van de Belgische taalwetten van 1962, is dit vroeger merendeels Limburgstalige stamgebied tegenwoordig hoofdzakelijk Franstalig en gedeeltelijk ook Duitstalig geworden. Alleen de Voerstreek werd aan de Nederlandstalige Belgische provincie Limburg gehecht. Van de bestaande Belgische provincie Limburg werden toen tegelijkertijd een groter aantal overwegend Franstalige plaatsen in de Jekervallei naar de provincie Luik overgeheveld.
Kanton Landen Aan de zuidwestkant werd het kanton Landen (in 1795 door de Franse bezetters tot een kanton van het departement Ourthe (de latere Nederlandse provincie Luik) gemaakt, met de Kleine Gete als afbakening; in 1917 door de Duitse bezetter aan Limburg gehecht) in 1963 overgeheveld naar de provincie Brabant, waarna het thans als gemeente Landen deel uitmaakt van Vlaams-Brabant.
Prehistorie miniatuur|Door neanderthaler bewerkte vuursteen in Veldwezelt De eerste bewoners, althans van wie sporen zijn gevonden, waren neanderthalers die in de buurt van het huidige Maastricht bivakkeerden. Een belangrijke opgraving in Nederland werd tijdens de laatste twee decennia van de twintigste eeuw verricht in de Belvédère-groeve bij Maastricht. Hier zijn lagen onderzocht uit het Belvédère Interglaciaal. Recenter was vanaf 1998 tot en met 2003 de archeologische opgraving van neanderthalerjachtkampen te Veldwezelt-Hezerwater (België), vlak bij Maastricht.
Neolithicum miniatuur|160px|Bandkeramiek uit Elsloo. miniatuur|160px|kom van Limburg-aardewerk uit Kesseleik (ca. 5300-4900 v.Chr.) In het neolithicum werd vuursteen gewonnen in ondergrondse mijnen, In Nederlands Limburg bij Rijckholt en Valkenburg, waar men heden nog zo'n mijn kan bezichtigen. Toen kwamen ook de eerste boeren in Limburg. Van deze vroege bewoners zijn alleen enkele materiële sporen gevonden bij opgravingen. Van hun immateriële cultuur zoals taal en godsdienst weten we vrijwel niets. In Zuid-Limburg zijn verschillende sporen van kleine dorpjes bestaande uit boerderijen en akkers gevonden evenals grafheuvels met urnen en andere grafbijgiften. In die tijd hadden landbouwers een sterke voorkeur voor de vooral in Zuid-Limburg in ruime mate voorhanden löss-gronden. Dit zou tot zeker de vroege middeleeuwen zo blijven. Omstreeks 5000 v.Chr. woonden rond de Graetheide de Bandkeramiekers, van wie de laatste vijftig jaar al honderd boerderijen zijn blootgelegd. Voor zover bekend is de in 1991 opgegraven nederzetting op Geleen-Janskamperveld een van oudste boerendorpen van het huidige Nederland., 2007, Excavations at Geleen-Janskamperveld 1990/1991, Analecta Praehistorica Leidensia 39, 278 pp., Op basis van aardewerk is de nederzetting van Geleen-De Kluis nog ouder., 1959, Die bandkeramische Siedlung von Geleen. Palaeohistoria VI/VII: 121-162; Tafel XVII–XXII online beschrijving. Gearchiveerd op 4 december 2021. In Stein is een begraafplaats uit de Seine-Oise-Marnecultuur opgegraven die rond 3000 v.Chr. gedateerd wordt.
Kelten Vanaf het jaar 600 v.Chr. trokken Keltische stammen dit gebied binnen en vermengden zich waarschijnlijk met de eerdere bewoners. Deze vormden eveneens kleine boerennederzettingen. Hiervan zijn verscheidene grafheuvels gevonden onder andere de grafheuvels op de Jammerdaalse Heide bij Venlo.
Romeinse tijd miniatuur|Romeinse wegen tussen Tongeren, Nijmegen en Keulen, met als noord-zuidverbindingen: heirbaan Tongeren-Duurstede, heirbaan Maastricht-Nijmegen en heirbaan Aken-Xanten en oost-westverbinding de via Belgica. miniatuur|Romeinse stadsmuur van Tongeren
Romeinse verovering In het midden van de eerste eeuw v.Chr. kwamen de Romeinen onder leiding van Julius Caesar het huidige Limburg binnenvallen. Onder leiding van Ambiorix boden de Keltische Eburonen weerstand, Ambiorix slaagde erin om anderhalf Romeins legioen te verslaan, Julius Caesar verklaarde daarop de Eburonen vogelvrij, waardoor deze verdreven werden uit Limburg. Op uitnodiging van de Romeinse bezetters namen Germanen van de Rijnoevers (Tungri, Cugernen en Ubiërs) hun plaats in. Limburg werd onderdeel van de Romeinse provincie Gallia Belgica.