Het Senggi (of Viid) is een Papoeataal in Papoea, Indonesië.Galis, Klaas Wilhelm. 1956. Etnographische notities over het Senggi-gebied. Gouvernement van Nederlands Nieuw-Guinea, Kantoor voor Bevolkingszaken. 34pp. (No. 86). De sprekers van het Senggi wonen in het district Senggi, in het regentschap Keerom.
De ISO 639-3-code luidt snu.
Classificatie De taal wordt beschouwd als deel van de Grenstalen ("Border" taalfamilie).
Geografie Dorpjes:
Senggi Tómfor Oembĕkwei (of Ambĕkoi)
Het dorpje Oembĕkwei ligt op ongeveer een uur gaans te voet zuidwestelijk van het dubbeldorp Senggi-Tòmfór.
Voornaamwoorden Persoonlijke voornaamwoorden Persoonlijke voornaamwoorden:
Nederlands Senggi-taal ik ká jij rá hij ĕk wij doeká wij beiden bĕrágĕ jullie doerá
Bezittelijke voornaamwoorden jágá 'huis':
Nederlands Senggi-taal mijn huis káná jágá jouw huis árĕná jágá zijn huis ágĕná jágá ons huis doekana jágá jullie huis doerana jágá
koei 'casuaris':
Nederlands Senggi-taal mijn casuaris káná koei jouw casuaris árĕná koei zijn casuaris ágĕná koei ons casuaris doekana koei jullie casuaris doekana koei
Werkwoorden Werkwoordsvormen:
Nederlands Senggi-taal ik eet kán náp jij eet rá sĕnau/náp hij eet ágĕ neráp/náp wij eten doeká náp wij beiden eten bĕrágĕ-náp jullie eten doerá sĕnau/náp
Nederlands Senggi-taal ik slaap kán nisĕrup jij slaapt rá sĕroe hij slaapt ágĕ-rup wij slapen doeká nisĕrup wij beiden slapen bĕrágĕ rup jullie slapen doerá sĕroe
Ontkenning: ká-mòn-ĕráp 'Ik eet niet.' ká-mòn-rĕrĕbĕrisĕrup 'Ik slaap niet.'
Verleden tijd: ká-fàn-bĕrinĕráp 'Ik heb gegeten.' kánisimá bĕrisĕrup 'Ik heb geslapen.'
Verwantschap Senggi Nederlands ájà vader ápà moeder, moeder's zuster, oudere broers echtgenoten ndándr grootvader ásà grootmoeder, zusters zoon's echtgenoten róàn overgrootvader kóàn overgrootmoeder ĕngèrsoem betovergrootvader kwarsoem betovergrootmoeder nándr oudere broers tòtsòk jongere broers, jongere broer's echtgenoten mòloe oudere zusters tánĕmàndr jongere zusters sòngà oudere en jongere zusters' echtgenoten jĕmĕna echtgenote (bo)ràktòt zoon mátàr dochter tòt oudere broers' zoons tòtĕmátàr oudere broers' dochters (bò)àndi jongere broers' zoons (mà)àndi jongere broers' dochters (bò)tĕsĕk jongere zusters' zoons (mà)tĕsĕk jongere zusters' dochters moanrándr zoons' echtgenoten, oudere en jongere broers' zoons' echtgenoten pau dochters' echtgenoten, oudere en jongere broers' dochters' echtgenoten, jongere zusters' dochter's echtgenoten nrándr zoons' kinderen (m. en v.), oudere en jongere broers' zoons' kinderen (m. en v.) dĕmoem dochters' kinderen (m. en v.) pi / pü moeder's broers ngwándr moeder's broers' echtgenoten manggau moeder's broers' zoons kĕmai moeder's broers' dochters, moeder's zusters' dochters
Persoonlijke namen
Woordenlijst Woordenlijst (Galis 1956):
Nederlands Senggi-Taboe aarde pit ader anini alang-alang wósàmbá albino mik-soemboe allemaal nonóm as tókòs bajam sòmb baren tátĕfĕgáb batatas sókòrkai been, bot ké berg kèmbèrĕ billen sombe bintangoer-vrucht kòròfò blad, kladi fòr blauw ngòr bloed nine boom ti, djek borst màndr bos tijĕr branden oerĕbi broodvrucht tèng bruidsprijs ròh buik soak buikpijn sásákárák buizerd kòmbi cacao sĕtèp casuaris koei dag mònggò-poelei? dansen tànggálá dat, die ámĕná dit, deze áná djeroekboom wábisau dood moendr, moerk dorp méjàm drinken, eten sĕnaoe droog sarlk echtgenoot doeĕ echtgenote jĕmĕná eet - verbod mátábĕnaoe ei toe elefantiasis pòsòk eten sĕnaoe, mandas fluit pàn framboesia sòkòròpòkr gaan liggen, slapen sĕroe gaan zitten nosoendoe gat, opening nándr geadopteerde, wees toentàt gedi tòng geel ás geven djau goed jĕnik groen pòngnòng groot foon grootouders (clan, lineage) ndándrĕndoe hals momkek hand angla hemel wòb hoest? màmpĕpĕnák hoofd ĕlpèk, rĕpèk hoofdpijn rĕpèkkárák hond wàndr horen salo huid kép huilen wà, wandjik? huis jágá huwelijks-verbod mátábfĕgai karang bĕli kasbi oembĕtai kiespijn ròkárák kladi, blad fòr klapperpalm sàmb klein ták knie koembloe komen sĕpoko komkommer pwàt koud (klimaat) nener lang koekitámau lange boon gĕndr lichaam, vlees nik lopen selea luis koe maan wòs malaria kárákpáp mannelijk bòt medicijnman sòngwà mens, man doe menstruatie kókánijágá? moeder ápá mond nambetep mondharp bĕmb morgen, gisteren sòm muskiet kies nacht sĕ nagel noté neus pĕngĕ neusvleugel án niboeng-boom tòm niet mòn, moine nieuw nim noorden nĕgĕriĕb oebi-kajoe mòr omheining poer oog nou oor aten oorlog ndoer oosten rĕbĕk overmorgen, eergisteren sòm-noemboe peniskalebas tàm plantstok, tak roeh pinangpalm pànrá pisang fò regen fowek-fowek rond nófau rood soemboe? rook toekoer rotan wàs ruilen ásĕp-ásĕp sago nátièp sagopalm ná sajoer gedi tóng sajoer lilin jĕsèpĕ schaduw, ziel sòngwátei sirih kai slang djemok staan sĕpoeloe staart sok stam (mensen) máná steen kwondr, kwawek? ster, kleine tĕmar ster, heldere pói suikerriet mi tabak sábòkò tand noenalk tong ró trom wòng trompet, houten foef tuberculose? fár tuin tàkárá vandaag sòr vader ájà varken sàr varken (wild) nijènè varken (tam) sàr méjàm veel dándr veer toa versiering, snijwerk bĕrè verzadigd sastoe vis wàr vliegen bobela vlieg angbop vlinder afaf voet, been mongla vogel djoewek? vrouwelijk màt vuur tou warm (klimaat) pap wat? mátei water, rivier, regen pò weduwe doeĕ-kòpòr weduwnaar jĕmĕnàm-kòpòr wees ájá-pátoem weg, pad mona westen woenoe wie? áni wind woer wit jamba wolk koe wond fĕnèng wortel sambĕla zaad, pit ló, foe zand sengger ziek kárák ziel, schaduw songwátei zien sĕnefo zon pòlá zuiden sakariĕb zuigeling ták zwanger tàtzá zwart si zwemmen sĕtenao 1 mònggau 2 tàmblá 3 tàmblá-mimònggau
Categorie:Bedreigde taal Categorie:Taal in Indonesië Categorie:Papoeataal Categorie:Papoea