De Franciscus Romanusweg is een weg of straat in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De ruim een kilometer lange, grotendeels parallel aan de Maas lopende weg heeft een divers karakter dat varieert van rustige stadsstraat tot drukke verkeersweg. Tussen de Franciscus Romanusweg en de Maas ligt het Griendpark. De bebouwing, waaronder vijf rijksmonumenten en dertien gemeentelijke monumenten, bevindt zich hoofdzakelijk aan de oostzijde van de straat.
Naamgeving De weg is sinds 1903 genoemd naar Franciscus Romanus (1647-1735), een dominicaan, architect en bruggenbouwer, die onder andere de Sint Servaasbrug in Maastricht restaureerde en de Pont Royal in Parijs herbouwde. In Frankrijk is hij bekend als frère François Romain. Enkele zijstraten van de Franciscus Romanusweg en diverse andere straten in de buurt zijn eveneens genoemd naar beroemde Maastrichtenaren uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 61-65.
Ligging De weg ligt op de rechter Maasoever in Sint Maartenspoort, een buurt in het noordoosten van het Maastrichtse stadscentrum. De ongeveer 1250 m lange weg loopt min of meer van zuid naar noord tussen de Oeverwal en de Noorderbrug. Het noordoostelijk deel sluit tevens aan op de Viaductweg. De straat telt aan de oostzijde negen zijstraten. Van zuid naar noord zijn dat: de Sint Maartenslaan, de Wilhelminasingel, de Louis Loyensstraat, de Sint Antoniuslaan, de Karel Vogelstraat, het Schildersplein (via de poortdoorgang), de Antonius Bieleveltstraat, de François de Veijestraat en de Nieuweweg (die deels parallel loopt aan de Franciscus Romanusweg). Aan de westzijde kan de Wilhelminabrug als enige zijstraat worden beschouwd; de Franciscus Romanusweg voert er gedeeltelijk onderdoor, gedeeltelijk ernaartoe (komend uit het noorden). Bijna aan het einde van de weg, na de bocht naar het oosten, is er nog een zijstraat aan de noordzijde: de Borgharenweg.Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 64, 234-235.
Verkeer en inrichting De Franciscus Romanusweg, uitgezonderd het korte zuidelijke deel, heeft een belangrijke functie voor het doorgaand verkeer op de oostelijke Maasoever. De weg verbindt het stadsdeel Wyck met de Viaductweg en de Noorderbrug, die onderdeel zijn van de Ring Maastricht. In de hele straat is gemotoriseerd verkeer in beide richtingen toegestaan. Parkeren mag uitsluitend op de aangegeven plaatsen tegen betaling (bij parkeerautomaten). Onder het Griendpark bevindt zich een openbare parkeergarage, waarvan de toegang zich aan de noordzijde van het park bevindt, tegenover de Antonius Bieleveltstraat.
De Franciscus Romanusweg kent een zeer diverse inrichting. Van zuid naar noord verandert het karakter geleidelijk van rustige binnenstadsstraat naar drukke verkeersweg. In het zuidelijk deel (ten zuiden van de Wilhelminabrug) is de weg ingericht als een typisch Maastrichtse centrumstraat met een bestrating van kasseien. De straat heeft hier al een vrij breed profiel van 15 à 20 meter. Aan beide zijden is ruimte voor haaks parkeren. Aan de westzijde ligt de Kleine Griend, een klein park met een trappartij aan de Maas. Hier zijn enkele sculpturen geplaatst, die onderdeel waren van de in 1944 verwoeste Wilhelminabrug. Aan het einde bevindt zich een vrij smal viaduct met een doorrijhoogte van 3,2 meter, dat het zuidelijk straatdeel verbindt met de rest van de Franciscus Romanusweg, maar dat voor het gemotoriseerd verkeer slechts in één richting (vanuit het noorden) toegankelijk is.
Het middendeel van de weg, tussen de Wilhelminabrug en de bocht bij de Maasoever, heeft een boulevard-achtig karakter met twee rijbanen, een vrijliggende ventweg (aan de kant van de huizen, tussen de Wilhelminabrug en de Sint Antoniuslaan) en aan beide zijden fietsstroken en voetpaden. De scheiding tussen de ventweg en de hoger liggende oprit naar de Wilhelminabrug wordt deels gevormd door een met heesters beplante hoge berm, deels door een met Kunradersteen bekleed muurtje met een ijzeren balustrade. Tegenover de Louis Loyensstraat wordt dit muurtje onderbroken door een trap. De straat heeft in dit deel een standaardinrichting met asfaltbestrating, betonnen stoeptegels en betonklinkers voor de parkeerstroken. Aan de kant van de bebouwing zijn parkeerstroken voor langsparkeren. Waar bomen aanwezig zijn, staan die merendeels aan de westzijde van de straat. Bij het Griendpark staat een dubbele rij rode beuken. In het park bevindt zich aan de zijde van de Franciscus Romanusweg onder meer een jeu-de-boulesbaan, een skatepark en een 'Cruyff court'.
Het noordelijk deel van de weg, vanaf de bocht tot aan de Viaductweg, loopt parallel met de aanlanding van de Noorderbrug en heeft het karakter van een toerit. Het verkeer heeft hier alle ruimte. Aan de zuidzijde ligt een vrijliggend fietspad voor tweerichtingsverkeer; voetpaden ontbreken. De kruisingen met de Borgharenweg / François de Veijestraat en Noorderbrug / Viaductweg zijn ruim opgezet en uitgerust met verkeerslichten. Bij eerstgenoemde kruising ligt een viaduct waar de Noorderbrugaanlanding overheen loopt; bij laatstgenoemde kruising mag het verkeer op de Franciscus Romanusweg uitsluitend rechts afslaan.
Geschiedenis Voorgeschiedenis, vestinggordel
Of de Franciscus Romanusweg een middeleeuwse oorsprong heeft, is niet duidelijk. Mogelijk is een voorloper van de weg te zien op het panorama van Maastricht in vogelvlucht, dat de Maastrichtse kanunnik Simon de Bellomonte omstreeks 1570 tekende en dat in 1575 gepubliceerd werd in de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg. De Bellomonte tekende een weg die vanaf de Sint-Maartensbuitenpoort langs de Maas naar het noorden liep. De weg lag op enige afstand van de Maasoever, die toen een stuk oostelijker lag. In de Maas is het Sint-Antoniuseiland te zien, genoemd naar de patroonheilige van de antonieten, die aan de overkant van de rivier (nr. 12 op het panorama) hun klooster hadden.
thumb|left|155px|Gezicht op Wyck vanuit het noorden (Ed. Sobels, 1826). Op de voorgrond de voorloper van de Franciscus Romanusweg Begin zeventiende eeuw werd een begin gemaakt met de bouw van buitenwerken, waardoor Wyck in de eeuwen daarna steeds meer ingekapseld raakte. In de directe omgeving van de Franciscus Romanusweg verrezen achtereenvolgens: de lunet Sint-Anthony (A op de maquette), gebouwd in ca. 1632-1645, het bastion Zoutelande uit 1705 (C), het bastion Hertell uit 1729 (B) en het bastion De Veye uit 1778-1779 (D, nog niet gebouwd).Morreau (1979), pp. 280-281. Op de door de Fransen omstreeks 1750 gebouwde maquette van Maastricht – en de tussen 1974 en 1977 vervaardigde kopie in het Centre Céramique te Maastricht – zijn deze vestingwerken duidelijk te herkennen. Van een weg langs de Maasoever is geen sprake meer.
Op een tekening van Eduard Sobels uit 1826 is te zien hoe vanaf de Sint-Maartenspoort een weg om de lunet Sint-Antony naar de Maas afboog, om daarna vóór het bastion Hertell een vrije scherpe bocht naar het oosten te maken. Verder naar het noorden loopt een pad langs de Maas. Op de kadasterkaart van 1842 bestaat deze situatie nog steeds. De afslag naar het oosten blijkt samen te vallen met de huidige Sint Antoniuslaan.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen 'Kadaster 1842 percelen, naar soort eigendom' (transparant) en 'Luchtfoto'. Het is niet bekend of deze weg al geplaveid was. Wel is duidelijk dat het gedeelte van de Franciscus Romanusweg tussen de Wilhelminabrug en de Sint Antoniuslaan al oud is.
De gemeentegrens van Maastricht liep in de negentiende eeuw langs de onderrand van het glacis, de afgeschuinde aarden wal die rondom de gordel van vestingwerken lag. Het gebied daarbuiten behoorde tot de annexatie van 1920 bij de gemeente Meerssen.Jenniskens (1985), pp. 11-13. Op de kadasterkaart van 1842 is te zien dat alleen het noordoostelijk deel van de Franciscus Romanusweg op Meerssens grondgebied lag; de rest behoorde bij Maastricht. Het Maastrichtse deel was grotendeels eigendom van het Departement van Oorlog, met uitzondering van één perceel dat ten westen van de huidige Franciscus Romanusweg lag, ongeveer tussen de Sint Antoniuslaan en de Karel de Vogelstraat. Dit perceel was privé-eigendom en behoorde toe aan het 'Gesticht der Familie Kerens de Wijlre en Vandervrecken'. Het gedeelte van het tracé op Meerssens grondgebied was verdeeld in kleinere percelen. Eigenaren waren, van west naar oost: Mathijs Smeets (smid te Op de Beck), Cornelia Schrammen (rentenierster te Maastricht), Thomas Regout (fabrikant te Maastricht) en de 'Fabrijk St. Martin' (de kerkfabriek van de Sint-Martinuskerk). De kaart laat tevens zien dat de Maasoever samenviel met de Franciscus Romanusweg.
Er mocht zo dicht bij de vestingwerken uiteraard niet gebouwd worden, hoewel een uitzondering werd gemaakt voor gebouwen die bij oorlogsdreiging snel afgebroken konden worden. Ook werd een uitzondering gemaakt voor de spoorwegen, die vanaf 1853 in deze omgeving werden aangelegd. In 1856 werd spoorlijn 20 naar Hasselt in gebruik genomen, die dwars door dit gebied liep (en loopt). De locomotief moest zich als het ware een weg banen tussen de nog in functie zijnde bastions Zoutelande en De Veye door en stoomde daarna de 194 meter lange Spoorbrug op.Jenniskens (1985), pp. 28-31.
Sloop vestingwerken, planvorming, eerste bebouwing
Na de opheffing van de vesting in 1867 begon de ontmanteling van Wyck. Eerst werden de stadsmuur en de stadspoorten gesloopt; daarna volgden de buitenwerken. De lunet Sint-Anthony werd al in 1869 geslecht; de bastions Hertell, Zoutelande en De Veye in 1884. Voor de stadsuitbreiding op de voormalige vestingterreinen in Wyck werden talloze plannen gemaakt. De nadruk lag aanvankelijk op een goede bereikbaarheid van de stations van de diverse spoorwegmaatschappijen. Tot circa 1885 moesten reizigers voor het station van Grand Central Belge gebruik maken van een provisorisch aangelegd pad, dat vanaf de Oeverwal met een boog naar het spoor liep.Jenniskens (1985), p. 31. De op de kadasterkaart van 1842 aangegeven weg naar Meerssen, deels samenvallend met de Franciscus Romanusweg en de Sint Antoniuslaan, was door de aanleg van het spoorwegemplacement en het ontbreken van een overweg onbruikbaar geworden. De nieuwe overweg kwam veel zuidelijker te liggen, in het verlengde van de geplande Percée, na 1912 bij de Scharnerweg en Heerderweg.Jenniskens (1985), pp. 31, 45-49.
In de plannen van stadsarchitect W.J. Brender à Brandis uit de jaren 1880 is te zien dat de hoofdstructuur van de nieuwe Stationswijk zou bestaan uit twee assen: de 'Stationsweg' (de verlengde Wycker Brugstraat en de Stationsstraat) en de 'Singelweg' (de Wilhelminasingel). Het Sterreplein is hier nog een rechthoekig plein, wel al met vijf radiaalstraten. Ten noorden daarvan ligt de Sint Antoniuslaan, op de plattegrond aangegeven als "Vervallen weg naar Meerssen". De nog aan te leggen Franciscus Romanusweg heeft nog geen duidelijke vorm aangenomen. De afgraving van het Sint-Antoniuseiland moest nog beginnen.
Door vertraging van de zijde van het Domeinbestuur werden de vestinggronden pas in 1881 aan de gemeente overgedragen.Martin (2000), pp. 222-228. Daarna moesten delen van het gebied, die in het winterbed van de Maas lagen, nog worden opgehoogd. De benodigde aarde was deels afkomstig van het Sint-Antoniuseiland, dat vanaf 1884 werd afgegraven, een proces dat pas in 1895 was voltooid. Een klein deel van het eiland bleef behouden (het westelijk deel van het huidige Griendpark). De geul tussen het eiland en het vasteland werd opgevuld, waardoor de Maasoever een stuk naar het westen opschoof. Het nieuwe gebied werd de Griend genoemd, naar een oude benaming voor het eiland.Martin (2000), pp. 140-141.