miniatuur|tektonische kaart van Vlaanderen en Zuid-Nederland Het Bekken van de Kempen, ook gekend als Kempens Bekken of Kempisch Bekken, is een geologisch bekken in het noordoosten van Vlaanderen. Het Bekken van de Kempen kan beschouwd worden als de overgangszone tussen het uiterst stabiele Massief van Brabant en de tektonisch actieve zakkingszones van de Nederrijnslenk, met daarin de Roerdalslenk en het West-Nederlands Bekken.
Geologie Het Kempens Bekken vormt de noordoostelijke rand van het Massief van Brabant. De sokkel van het massief bestaat uit geplooide en scheefgezette lagen uit het Siluur en ouder. Deze tektonische vervormingen vonden plaats tijdens de Brabantse fase van het vroege Devoon (rond 400 miljoen jaar geleden). In het bekken zijn deze zeer oude lagen diep verzakt, bedekt door kilometers dikke lagen jonger gesteente. Bij zeer diepe boringen is het Siluur wel aangetroffen: het bestaat net als in het Massief van Brabant uit donkere leisteen en schalie.
Tussen het Laat-Siluur en het Krijt had het Kempens Bekken een andere ontwikkeling dan zuidelijkere delen van Vlaanderen. Op het wegzakkende bekken zetten zich kilometers dikke pakketten kalkhoudende zandsteen af. Hierin kwamen ook steenkoollagen voor, die met name in Limburg werden ontgonnen, in het Kempens steenkoolbekken.
Devoon In de loop van het Devoon deed geleidelijk de zee haar intrede. Deze transgressie is te volgen door de ouderdom van de lagen: in het allochtoon van de Ardennen (Bekken van Dinant) komen al sedimentlagen voor uit het vroege Devoon. In het verder noordelijk gelegen Bekken van Namen langs de zuidrand van het Massief van Brabant begon de sedimentatie in het Midden-Devoon. In het Kempens Bekken ontbreekt zelfs het Midden-Devoon grotendeels, wat laat zien dat het gebied destijds nog boven water lag.
Krijt Tijdens en na het Krijt onderging het Bekken van de Kempen een aan de rest van Vlaanderen gelijkende geologische geschiedenis, al waren de afgezette pakketten vaak dikker dan elders, zij het niet meer in de extreme mate van voorheen.
Het oostelijk deel van het bekken, gelegen ten oosten van de Breuk van Rauw en gekend als het Kempen Blok, kwam tijdens het Tertiair in de invloedssfeer van de Roerdalslenk te liggen en vormt daarmee sindsdien een geologisch overgangsgebied.
Zie ook
Geologie van Vlaanderen
Categorie:Geologie_van_Vlaanderen