De Stationsstraat (Maastrichts: Stationsstraot; vroeger: Percée) is een straat in het stadsdeel Wyck, in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. De straat werd aan het eind van de negentiende eeuw aangelegd om een directe verbinding tot stand te brengen tussen het Station Maastricht en de Sint Servaasbrug. De Stationsstraat is ook nu nog onderdeel van de looproute tussen het station en de Binnenstad. Het is tevens een straat met veel dienstverlenende bedrijven, winkels en horeca. De straat telt drie rijksmonumenten en 32 gemeentelijke monumenten. Het Mariamonument op de kruising met de Wilhelminasingel verwijst naar de geschiedenis van Maastricht als Mariastad en bisschopsstad.

Naamgeving en ligging De straat is genoemd naar het spoorwegstation, dat echter pas in 1913 naar de huidige locatie aan het oosteinde van de Stationsstraat werd verplaatst. Andere straatnamen in de buurt (Stationsplein, Parallelweg en Spoorweglaan) verwijzen eveneens naar het station of de spoorweg. Aanvankelijk aangeduid als 'Stationsweg' werd de naam officieel pas toegekend in 1917, enkele jaren na het gereedkomen van het station. Voor- en nadien werd de straat ook wel aangeduid als 'de Percée' (doorbraak).Panhuysen/Dingemans/Minis/Sprenger (2013), pp. 64 en 71.

De straat ligt op de rechter Maasoever in Wyck aan de oostzijde van het Maastrichtse centrum. De straat loopt min of meer van west naar oost, in het verlengde van de Wycker Brugstraat naar het Stationsplein. Hij begint bij de kruising met een eerste zijstraat: de Lage Barakken. Daarna volgen tot het Stationsplein nog drie kruisende straten: de Wilhelminasingel, de Alexander Battalaan en de Spoorweglaan/Parallelweg. De zijstraten delen de circa 250 meter lange Stationsstraat op in drie segmenten, waarvan het meest westelijke iets korter is dan de andere. De straat is over de gehele lengte circa 27 meter breed. Door de breedte heeft het westelijk deel van de straat, zeker in vergelijking met de aansluitende Wycker Brugstraat, een pleinachtig karakter. Dit wordt versterkt door de autovrije inrichting van het middendeel met een caféterras en een bloemenkiosk. Vanwege de aanwezigheid van een antieke stadsklok wordt dit deel wel aangeduid als 'klokpleintje'.

Verkeer en inrichting De Stationsstraat behoort tot de drukkere verkeersstraten in Wyck, hoewel het sinds de bouw van het station in 1913-15 geen doorgaande straat meer is. Na het afsluiten van de Sint Servaasbrug en de Wilhelminabrug voor het autoverkeer, is de verkeersdruk na 2000 iets afgenomen. Wel bleef de straat een hoofdroute voor voetgangers en fietsers, en maken de stads- en streekbussen intensief gebruik van het oostelijk deel van de straat, tussen Stationsplein en Wilhelminasingel.

De Stationsstraat is ingericht met relatief brede voetpaden, twee rijbanen (inclusief fietsstroken) en een brede middenberm. Sinds 2017 bevindt zich op het oostelijk deel van de middenstrook, tegenover het station, de overkapte toegang tot een ondergrondse fietsenstalling. De middenstrook tussen de Alexander Battalaan en de Wilhelminasingel is ingericht als verblijfsruimte met een bestrating van kinderkopjes, speciaal ontworpen zitbanken en enkele prullenbakken. Dit deel van de middenstrook is beplant met een dubbele bomenrij van 34 doodsbeenderenbomen.'Bomen, bankjes en bakken in middenberm van Stationsstraat' op website De Limburger, 11 okt. 2018. Het westelijk deel van de straat was al eerder verkeersluw ingericht met kasseibestrating en historiserend straatmeubilair. Midden op het kruispunt van de Stationsstraat en de Wilhelminasingel bevindt zich een rond pleintje, waarop het Mariamonument is geplaatst.

Geschiedenis De geschiedenis van het gebied rond de Stationsstraat loopt tot eind negentiende eeuw parallel met die van de vesting Maastricht. Na de sloop van de vestingwerken werd de straat aangelegd als hoofdverkeersroute tussen de Maasbrug en het (toekomstige) treinstation. Tegenwoordig is het vooral een belangrijke route voor voetgangers, fietsers en het openbaar vervoer.

Vestinggordel (tot 1867) De Stationsstraat werd vanaf 1882 aangelegd als radiaalstraat, die dwars door het gebied van de voormalige vestingwerken van Wyck sneed. Het meest westelijke deel van de straat, het zogenaamde 'klokpleintje', lag binnen de middeleeuwse stadsmuur van Wyck. Dit deel, ten westen van de Lage Barakken, was min of meer onbebouwd gebleven; hier lagen voornamelijk tuinen. Ter hoogte van het kruispunt met de Wilhelminasingel lag de stadsmuur met aan de veldzijde daarvan de stadsgracht. Die laatste was pas omstreeks 1400 voltooid en was in feite een omgeleide Maasarm.

thumb|Wycker stadswal in de atlas Civitates orbis terrarum, ca. 1575. In het midden het Mariabolwerk. Het huisje rechts daarvan staat min of meer op de plek van de bloemenkiosk Vanaf 1477 werd de verdediging van Wyck verbeterd door de aanleg van een tweede enceinte, een aarden wal die op geringe afstand van de bestaande muur liep. De smalle strook tussen de oude muur en de nieuwe wal bleef onbebouwd. De aarden wal werd geleidelijk bemuurd, een proces dat pas in het begin van de achttiende eeuw was voltooid. Het tracé van de huidige Stationsstraat lag precies tussen de twee Wycker stadspoorten in: de Sint-Maartenspoort in het noorden en de Duitse Poort in het zuiden.Morreau (1979), pp. 4-8, 109-139.

thumb|left|250px|De Wycker vestingwerken buiten de Duitse Poort (1) en de Sint-Maartenspoort (2) op de Maquette van Maastricht, ca. 1750 Vanaf de 16e eeuw, toen de vuurkracht van kanonnen sterk toenam, was het zaak om de belegeraars zover mogelijk van de stadsmuur vandaan te houden. Dat gebeurde aanvankelijk door de bouw van bolwerken, uitgebouwde muurtorens. In 1554 werd begonnen met de bouw van het Mariabolwerk, later Galgenbastion genoemd (b), duidelijk te zien op het panorama van de stad in de atlas Civitates orbis terrarum van Braun & Hogenberg. Het bolwerk lag net ten zuiden van de Stationsstraat, ongeveer op het kruispunt Wilhelminasingel-Bourgognestraat.Morreau (1979), pp. 138-139.

Begin zeventiende eeuw werd begonnen met de bouw van buitenwerken, waardoor Wyck in de eeuwen daarna steeds meer ingekapseld raakte. Toch hadden de vestingwerken hier niet dezelfde omvang als in de Hoge Fronten op de linker Maasoever, omdat het drassige gebied in het winterbed van de Maas voor belegeraars niet aantrekkelijk was. Na de inname van de stad door Frederik Hendrik in 1632 werd de lunet Valkenburg (G) aangelegd. Deze lag iets ten zuiden van de Stationsstraat, ter hoogte van de Alexander Battalaan.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'. In de achttiende eeuw werden de vestingwerken nog verder uitgebreid en verbeterd, maar voor het gebied rond de Stationsstraat had dat weinig consequenties. Op de door de Fransen omstreeks 1750 gebouwde Maquette van Maastricht zijn de vestingwerken duidelijk te herkennen.Morreau (1979), pp. 275-281.

In de loop van de negentiende eeuw verloor de vesting Maastricht haar belang voor de landsverdediging en werd er nauwelijks nog onderhoud gepleegd. De bouw in 1853 van het eerste spoorwegstation in Wyck, gelegen ten noorden van het huidige station, vroeg om een kortere verbinding met het stadscentrum. De bestaande route voerde via kronkelwegen tussen de vestingwerken door naar een van de stadspoorten, en daarna via de smalle straten van Wyck naar de brug. In 1866, een jaar voor de opheffing van de vesting, werd de Stationspoort gebouwd. De nieuwe poort zorgde voor een kortere verbinding met het toenmalige stationsemplacement van Maastricht (toen nog met drie stations) en liep in feite vooruit op de plannen voor de Percée. Vanaf de poort liep een weg in rechte lijn in noordoostelijke richting door de vestingwerken en splitste zich daarna in diverse routes naar de verschillende stations.'De kaart van Maastricht 1867' op maastricht-1867.nl. De eenvoudig uitgevoerde Stationspoort werd twee jaar later alweer afgebroken.Morreau (1979), pp. 138, 236-239.Zie ook kaart van de vestingwerken anno 1867, in 2006 door Guido Provaes getekend voor Stichting Maastricht Vestingstad op forum.mestreechonline.nl.

Sloop vestingwerken en aanleg Percée

In 1867 werd de vestingstatus van Maastricht opgeheven en begon de slechting van de vestingwerken. Het ontmantelde Wyck bood vanaf de stations een chaotische aanblik, zoals te zien is op enkele foto's die de fotograaf Theodor Weijnen (1835-1904) omstreeks 1882 van het gebied maakte. Een doorgaande route van het station naar de oude Maasbrug (toen nog de enige brug) ontbrak nog steeds. De meeste reizigers reisden per rijtuig om Wyck heen om via de Rechtstraat of de Oeverwal de brug te bereiken.Van den Boogard (1982), pp. 9-17.

Van meet af aan stond vast dat tussen Wyck en het station een woonwijk voor de middenklasse moest komen. Op het eerste schetsplan uit 1867 staat de Stationsbuurt al ingetekend. Hier waren ruime herenhuizen gepland, bedoeld voor middenstanders, leraren, ambtenaren en het hogere kader van fabrieken en instellingen. In de plannen van stadsarchitect W.J. Brender à Brandis uit de jaren 1880 is te zien dat de hoofdstructuur van de wijk bestond uit twee assen: de 'Stationsweg' (het oostelijk deel van de Wycker Brugstraat met in het verlengde daarvan de Stationsstraat) en de 'Singelweg' (de Wilhelminasingel). Dwars op de 'Stationsweg' waren verder nog gepland de 'Middenweg' (Alexander Battalaan) en de 'Parallelweg', die nog steeds zo heet. Het idee van een percée (Frans: doorbraak), die de Sint Servaasbrug in rechte lijn zou verbinden met het (toekomstige) station, bestond al vóór 1867.Een Koninklijk Besluit had al in 1866 de onteigening van percelen in de Wycker Brugstraat mogelijk gemaakt. De Percée zou in die vroege plannen vanaf de in dat jaar geopende Stationspoort aansluiten op het bestaande kronkelige wegennet. Martin (2000), p. 224. Een optie voor een alternatieve route, een diagonaal lopende weg vanaf de Wycker Brugstraat naar Station Staatsspoor, werd jarenlang opengehouden maar bleef onuitgevoerd. Hoewel de Stationsstraat in 1879 nog niet bestond, begon aan de overzijde van het spoor, precies in de as van de toekomstige straat, de bouw van de imposante Villa Wyckerveld in opdracht van de ondernemer-politicus Eugène Regout.Martin (2000), pp. 222-228.

Door vertraging van de zijde van de Dienst Domeinen, die de vestinggronden in bezit had, werden deze pas in 1881 aan de gemeente overgedragen. De aanleg van de Wycker Brugstraat en de Stationsstraat vond plaats van 1882 tot 1892. Begin 1885 was de aanleg van riolering en gasleidingen, de bestrating met grind en de beplanting met bomen (kastanjes) voltooid. In hetzelfde jaar begon de verkoop van kavels. Bij de verkoop golden de voorwaarden dat op elk perceel slechts één huis was toegestaan en dat de bouw binnen twee jaar moest beginnen. Ook werd bepaald dat de panden minimaal 12 m hoog moesten zijn en dat bij hoekpanden de hoeken afgeschuind dienden te worden. De eerste herenhuizen werden al in 1885 opgeleverd. Vooral op de kruising met de Wilhelminasingel verrezen imposante huizen, later ook op de hoek van de Parallelweg. De straat ontwikkelde zich voorspoedig tot een bedrijvige avenue met winkels, hotels en cafés, wat nog versterkt werd na de opening van het nieuwe station in 1915, gebouwd in de as van de Stationsstraat.Martin (2000), pp. 222-228. De benaming 'Percée', herinnerend aan de doorbraak door de bestaande bebouwing en door de vestingwerken, bleef nog jarenlang gangbaar, zowel voor de Wycker Brugstraat als voor de Stationsstraat.Ubachs/Evers (2005), p. 407: 'Percée'.

Latere ontwikkelingen