De Zeester was een Nederlandse vereniging voor kunstenaressen in de jaren 1950.Vrouwenvereniging De Zeester, ARTindex. Gearchiveerd op 22 juni 2023.
De Zeester werd in het voorjaar van 1950 opgericht in Amsterdam door een aantal schilderessen en beeldhouwsters, onder wie Bets Bayens, Jeanne Bieruma Oosting, Charlotte van Pallandt en Meik Rueter, onder voorzitterschap van Maaike Braat. Reden van de oprichting was een naoorlogs gebrek aan (individuele) expositiemogelijkheden."Kunstenaarsgroep „De Zeester”", De Waarheid, 7 maart 1950; "Expositiegemeenschap De Zeester", Twentsch Dagblad Tubantia, 13 maart 1950. In hetzelfde jaar nog werden drie tentoonstellingen gehouden, in Hengelo en Groningen en ten slotte een kleine maand in het Stedelijk Museum Amsterdam, waar De Zeester, Vrij Beelden, De Keerkring en het Nederlands Kunstenaarsgenootschap elk een zaal kregen toegewezen."Nederlandse kunstenaarsverenigingen exposeren", De Waarheid, 2 januari 1951; "Vier schildersgroepen op één expositie in het Sted. Museum", Het Parool, 6 januari 1951. Een aantal malen werden collega's uit het buitenland uitgenodigd voor gezamenlijke exposities. De Zeester exposeerde met Poolse (1952) en Zwitserse (1953) schilderessen bij Museum Fodor en met Amerikaanse schilderessen (1956), leden van de National Association of Women Artists U.S.A., in het Stedelijk.
De kunstcritici waren gematigd positief over de exposities van De Zeester en richtten zich onder meer op het feit dat het vrouw-zijn het enige was dat de kunstenaressen bond. Otto B. de Kat meende in 1953 dat de leden elkaar in onderling kritiek niet moesten sparen.Otto B. de Kat, "De Zeester exposeert in Museum Fodor", Haarlems Dagblad, 11 augustus 1953. Gearchiveerd op 28 oktober 2020. Het oordeel van kunstcriticus J.M. Prange in Het Parool over de laatste tentoonstelling in het Stedelijk in 1956 luidde: "(...) lieve help, wat is die tentoonstelling van de 'Zeester', de vereniging van schilderessen, akelig-lelijk. Wat mankeert dat dier? (overigens, naar men weet, een der ergste kleine roofdieren van de zeebodem) – Ik heb het nog nooit zo futloos en grauw van ellende gezien."J.M. Prange, "Futloze „Zeester” in Stedelijk Museum", Het Parool, 2 maart 1956.
Leden
Tentoonstellingen 1950 Hengelose Kunstzaal; De Mangelgang, Groningen; Stedelijk Museum Amsterdam 1951 Rotterdamse Kunstkring; Rijksmuseum Twenthe; Museum Fodor 1952 Bonnefantenmuseum, Museum FodorStadsarchief Amsterdam: uitnodiging voor de tentoonstelling met Poolse schilderessen. 1953 Museum Fodor 1954 Museum Fodor 1955 Kunsthandel Leffelaar, Haarlem 1956 Stedelijk Museum Amsterdam
Categorie:Nederlands kunstenaarscollectief Categorie:Voormalige Nederlandse vrouwenorganisatie