Het zwavelgeel elfenbankje (Flaviporus brownii), vroeger in Nederland zwartgeel elfenbankje genoemd, is een polyporoïde schimmel uit de familie Steccherinaceae. Biota of New Zealand – Flaviporus brownii. Geraadpleegd op 27 september 2026. De soort leeft hoofdzakelijk saprotroof op dood hout en veroorzaakt witrot.
De huidige Nederlandse naam werd in 2016 door de Commissie Nederlandse Namen voorgesteld. In Vlaanderen was de soort voordien bekend als broeikasporia, terwijl in Nederland de naam zwartgeel elfenbankje werd gebruikt. Omdat de soort ook buiten broeikassen voorkomt en niet altijd zwart gekleurd is, werd gekozen voor de naam zwavelgeel elfenbankje.
Taxonomie De soort werd in 1793 door Alexander von Humboldt beschreven als Boletus brownii. Marinus Anton Donk plaatste de soort in 1960 in het geslacht Flaviporus. Tot de synoniemen behoren onder meer Junghuhnia brownii, Irpex brownii, Polyporus brownii en Flaviporus rufoflavus. De soort wordt tegenwoordig in de familie Steccherinaceae geplaatst.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken De eenjarige vruchtlichamen zijn resupinaat tot uitgespreid-teruggeslagen (effused-reflexed) en kunnen kleine, schelp- of waaiervormige hoedjes vormen. Ze groeien afzonderlijk, dakpansgewijs of in groepen op hout. De bovenzijde van gevormde hoedjes is roodbruin tot donker roodbruin en kan concentrische zones vertonen.
Het poriënoppervlak is bij verse exemplaren opvallend zwavel- tot goudgeel en wordt bij drogen bleker. De kleine, ronde tot hoekige poriën staan dicht opeen, gewoonlijk ongeveer 8–10 per millimeter, en zijn zonder loep moeilijk afzonderlijk te onderscheiden. De buisjes zijn ongeveer 1 mm lang. Het vlees is bleek okerkleurig, compact en wordt hard bij opdrogen. In KOH verkleurt het rood.
Microscopische kenmerken Het heeft een dimitisch hyfensysteem. De generatieve hyfen zijn hyalien, vertakt, dun- tot enigszins dikwandig en bezitten gespen; ze zijn ongeveer 1,5–3,5 µm breed. De skelethyfen zijn hyalien, dikwandig, weinig vertakt en ongeveer 2–4,5 µm breed.
Kenmerkend zijn talrijke dikwandige cystiden of metuloïden waarvan de top sterk met kristallen is geïncrusteerd. Afhankelijk van de gebruikte bron en het onderzochte materiaal worden afmetingen van ongeveer 22–80 × 5–10 µm vermeld.
De basidia zijn knotsvormig, meestal viersporig en hebben een basale gesp. Ze meten ongeveer 6–11 × 3–5 µm. De basidiosporen zijn hyalien, glad, dunwandig, breed ellipsoïde en inamyloïde. Europese beschrijvingen geven doorgaans afmetingen van ongeveer 2,2–3,0 × 1,5–2,0 µm; bij Zuid-Amerikaans materiaal zijn iets grotere waarden, tot circa 3,5 × 2,6 µm, gemeten.
Ecologie Het zwavelgeel elfenbankje groeit op dood hout en wordt in Nederland als saprotroof op hout beschouwd. De soort is vooral van loofhout bekend. Een Luxemburgse vondst groeide bijvoorbeeld op een eiken balk in een oude gipsgroeve. Zoals andere vertegenwoordigers van de Steccherinaceae veroorzaakt de schimmel witrot, waarbij onder meer lignine in het hout wordt afgebroken.
In Europa is de soort lange tijd vooral gemeld uit warme of vochtige, beschutte milieus zoals broeikassen en mijnen. Inmiddels zijn echter ook vondsten uit natuurlijke of halfnatuurlijke buitenmilieus bekend. De Nederlandse Verspreidingsatlas vermeldt onder meer vondsten in vochtige bossen op dood loofhout. De oude opvatting dat de soort in Europa uitsluitend in mijnen en kassen voorkomt, is daarom niet meer juist.
Verspreiding Flaviporus brownii heeft een zeer ruime verspreiding en is vooral bekend uit tropische en subtropische gebieden. De soort is gemeld uit onder meer Zuid- en Midden-Amerika, Afrika, Azië, Australië en Nieuw-Zeeland; daarnaast komt hij plaatselijk in gematigde delen van Europa voor.
In Nederland is het zwavelgeel elfenbankje 'zeer zeldzaam'. Deze classificatie is in de NMV Verspreidingsatlas gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023. De eerste Nederlandse vondst die in de atlas is afgebeeld dateert uit 2009 uit de Noordoostpolder; latere vondsten zijn onder meer bekend uit vochtige loofbossen.
Categorie:Steccherinaceae Categorie:Schimmelsoort