Wetenschappelijk racisme, ook wel biologisch racisme, was de wetenschappelijke overtuiging dat er wetenschappelijk bewijs bestond voor een 'raciale' superioriteit, respectievelijk inferioriteit van een bepaalde etnische groep in een samenleving. Deze overtuiging vormde de rechtvaardiging voor rassendiscriminatie tegen de inferieur geachte groep. In de wetenschap was onderscheid in menselijke rassen, met name aan het einde van de achttiende en gedurende de negentiende eeuw algemeen aanvaard. Tegenwoordig is deze rassenleer achterhaald als een pseudowetenschap, door inzichten vanuit de moderne erfelijkheidsleer.
Classificatie
Classificatie in de academische wereld werd lange tijd gedomineerd door het aristotelisme, de filosofische leer gebaseerd op de werken van de oud-Griekse filosoof Aristoteles (384–322 v.Chr.). Deze brede leer probeerde een volledig wereldbeeld te schetsen en bood veelomvattende verklaringen voor de natuurkundige wereld. Deze indeling van Aristoteles hield lang stand. Onder meer de filosoof en kosmoloog Giordano Bruno (1548 - 1600), politiek filosoof Jean Bodin (1530-1596), geograaf Bernard Varenius (1622 - 1650/1651), botanicus John Ray (1627 – 1705) en filosoof François Bernier (1620 - 1688) kwamen met classificaties van mensen. De wetenschappelijke methode kreeg echter in de Moderne Tijd (na 1800) steeds meer navolging.
Linnaeus thumb|De vier mensensoorten volgens Linnaeus in 1735 De invloedrijkste wetenschappelijke onderverdeling van de mens kwam van de zoöloog en plantkundige Carl Linnaeus. Deze publiceerde in 1735 de eerste uitgave van zijn boek Systema naturae waarin hij het planten-, dieren- en mineralenrijk indeelde in biologische klassen. In de classificatie werd ook de mens - naast andere dieren - vermeld bij de viervoetigen als het geslacht Homo. Linnaeus verdeelde de mens in vier soorten op niet-alfabetische volgorde naar continent en huidskleur: H. Europaeus albesc. (de Europese witte mens), H. Americanus rubesc. (de Amerikaanse rode mens), H. Asiaticus fuscus (de Aziatische bruine mens) en H. Africanus nigr. (de Afrikaanse zwarte mens). De tiende druk van 1758 had bij wat ondertussen Homo sapiens was geworden, een iets andere indeling en benamingen. Ook werden in deze uitgave twee mythische mensensoorten gevoegd, de Homo monstrosus (de monsterlijke mens) en de Homo ferus (de wilde mens)
Naar Hippocrates' temperamentenleer gaf Linnaeus elke soort ook een temperament, de Amerikaan cholericus, de Europeaan sanguineus, de Aziaat melancholicus en de Afrikaan phlegmaticus. Verder gaf hij enkele eigenschappen voor elke soort, maar het gebruikte neolatijn maakt niet duidelijk of dit de fysiek of de moraal zou moeten zijn. (2014): 'Biologization of Race and Racialization of the Human: Bernier, Buffon, Linnaeus' in ; ; The Invention of Race. Scientific and Popular Representations, Routledge, p. 28 Amerikanen zouden geleid worden door gewoonten, Europeanen door rites, Aziaten door meningen en Afrikanen door willekeur.
Buffon Georges-Louis Leclerc de Buffon wijdde in Histoire naturelle uit 1749 een lang essay aan de variëteit onder mensen en maakte daarbij onderscheid tussen vier rassen, net als Linnaeus op geografische gronden. In Variétés dans l'espèce humaine beschreef hij hoe de verschillen bij de vele volkeren waren ontstaan door klimatologische omstandigheden, het klassieke idee dat door Montesquieu opnieuw onder de aandacht was gebracht. Anders dan Linnaeus zag hij die toestand niet als onveranderlijk. Hij stelde dan ook dat de Hottentotten uiteindelijk blank zouden worden als ze maar lang genoeg in Denemarken zouden wonen. Zijn terminologie liep nogal uiteen; zo sprak hij zowel van 'la nation tartare' als van 'cette race tartare'. Hoewel hij la race noire onderscheidde, achtte hij het noodzakelijk om daarbinnen op basis van vergelijkende anatomie ook verschillende rassen te onderscheiden (de diviser des noirs en différentes races). Daar was hij weinig complimenteus over: De Moren zijn vrij klein, mager, zien er slecht uit en zijn geestrijk en verfijnd; de Negers daarentegen zijn groot, fors, goedgebouwd, maar onnozel en zonder vernuft.Les Maures sont assez petits, maigres & de mauvaise mine avec de l’esprit & de la finesse; les Nègres au contraire sont grands, gros, bien faits, mais niais & sans génie; (1749): Histoire naturelle Buffon was degene die de aandacht van de Lumières verschoof naar een aparte wetenschap gericht op de mens, daarbij ingaand tegen de heersende religieuze opvattingen. (2015): Before Boas. The Genesis of Ethnography and Ethnology in the German Enlightenment, University of Nebraska Press
Blumenbach thumb|De vijf rassen volgens Blumenbach in de derde druk uit 1795 van De generis humani varietate nativa:Tungusae, Caribaei, Feminae Georgianae, O-taheitae en Aethiopissae Johann Friedrich Blumenbach, een andere belangrijke pionier van de biologische antropologie, promoveerde in 1775 op De generis humani varietate nativa. Hij kwam daarin, net als Linnaeus, op geografische gronden tot vier menselijke variëteiten. De West-Aziaten, Noord-Afrikanen, Lappen en Eskimo's vielen in de eerste druk onder Europa; in de derde druk vielen de laatste twee onder Azië. Op basis van de tweede reis van James Cook kwam Blumenbach in 1779 in Handbuch der Naturgeschichte tot vijf rassen, naast het Kaukasische, het Mongoloïde, het Ethiopische en het Amerikaanse ras ook het Maleise ras. Deze onderverdeling zou samenhangen met de verschillende manieren van voedselproductie, namelijk landbouw, visserij, jacht en veeteelt.
Net als Buffon hing Blumenbach de degeneratietheorie aan die stelde dat alle rassen dezelfde oorsprong hadden, maar dat er door klimatologische omstandigheden bij de niet-Europeanen degeneratie was opgetreden. Hij zag dat niet als racistisch en gaf hoog op over de capaciteit van Afrikanen.Ueberhaupt aber sollte ich nach allen den angeführten mannichfaltigen Beyspielen von fähigen Negern denken, man könnte wohl ganz ansehnliche Provinzen von Europa nennen, aus deren Mittel man schwerlich vor der Hand so gute Schriftsteller, Dichter, Philosophen und Correspondenten der Pariser Academie zu erwarten hätte: so wie mir hingegen anderseits kein sogenanntes wildes Volk unter der Sonne bekannt ist, das sich durch solche Beyspiele von Perfectibilität und selbst wissenschaftlicher Culturfähigkeit so ausgezeichnet hätte und sich dadurch so zunächst an die gebildetsten Völker der Erde anschlösse, als die Neger. (1806): Beyträge zur Naturgeschichte Hij zelf prees onder meer violist Andreas Freydig, astronoom Benjamin Banneker, schrijvers Ignatius Sancho, Gustavus Vassa (Olaudah Equiano) en Phillis Wheatley en de theoloog Jacobus Capitein. Blumenbach bekritiseerde zijn collega's Meiners en Sömmerring die de Afrikanen als een minderwaardig ras beschouwden. Deze opvattingen kregen echter nauwelijks aandacht; dit in tegenstelling tot zijn classificatie die lange tijd toonaangevend bleef. Dat hij niet vrij was van racisme bleek uit zijn beoordeling van het Kaukasische ras. Hij beschouwde dat naar den Europäischen Begriffen von Schönheit an Gesichts- und Schädelform die bestgebildeten Menschen.
thumb|De daguerreotypieën van slaven van Agassiz moesten Blumenbachs stelling over de minderwaardigheid van Afrikanen ondersteunen Naast Blumenbach waren er ook anderen die tot een eigen classificatie kwamen. Julien-Joseph Virey stelde dat er twee rassen waren, blank en zwart, en zes onderrassen. Georges Cuvier telde drie rassen, James Cowles Prichard zeven naties en Louis Agassiz zag acht domeinen en daarmee samenvallende mensensoorten. (1817): Le Règne animal distribué d'après son organisation, pour servir de base à l'histoire naturelle des animaux et d'introduction à l'anatomie comparée (1836): Researches Into the Physical History of Mankind (1854): On the Natural Provinces of the Animal World, and Their Relations to the Different Types of Man Bory kwam zelfs tot vijftien rassen en Desmoulins tot zestien.; (2008): Foreign Bodies. Oceania and the Science of Race 1750-1940, ANU Press
Daar waar deze wetenschappers de term ras gebruikten, was dit op de vrijblijvende manier van de achttiende eeuw. Cuvier verdedigde de Afrikanen aanvankelijk tegen de beeldvorming van Meiners en Sömmerring, maar twijfelde tien jaar later niet over de anatomische en intellectuele verschillen.
Naast classificeren werd binnen de natuurlijke historie ook een hiërarchie aan de verschillende onderscheiden rassen toegekend. Het vastleggen van een ordening van mensen en dieren kende een lange geschiedenis die met de scala naturæ zeker tot Aristoteles terugging. In het christendom had de mens altijd bovenaan de hiërarchische ladder gestaan. Tijdens de verlichting werd deze ladder langzaam ontdaan van het goddelijke (theologische) aspect.
Camper Tijdens de Verlichting werd ook steeds meer bekend over mensapen, onder meer door anatomen als Petrus Camper. Camper wist aan te tonen dat de mens verschilde van de mensapen en stelde dat er daarmee geen evolutionaire continuïteit was, ingaand tegen de toetssteen van Hume. Ook wees Camper polygenisme af, de mens was volgens hem een enkele soort. Naarmate het gezag van de Bijbel in deze zaken afnam, werd een evolutionaire continuïteit echter als steeds waarschijnlijker aangenomen. Zo zag Jean-Baptiste de Lamarck een evolutie naar bipedie als mensapen gedwongen zouden zijn uit de bomen te komen. (1809): Philosophie zoologique, ou Exposition des considérations relative à l'histoire naturelle des animaux, Dentu Zo mengden de ideeën over de hiërarchie van dieren en die van mensen zich en werd de hypothese geopperd dat Afrikanen een schakel zouden zijn van mensaap naar mens in een lineaire evolutie. Zo voorzag Jacob Elisa Doornik deze mogelijkheid.
Erfelijkheid Darwin