Het christendom is zowel gebruikt om racisme te rechtvaardigen als dit af te wijzen.

Vooral tijdens de trans-Atlantische slavenhandel werden Bijbelse interpretaties gebruikt die deze handel moesten legitimeren. Dit evolueerde met de inzichten van de verlichting en de opkomst van de wetenschappelijke methode in combinatie met het overwicht van het Westen die de ontdekkingsreizen en kolonisatie mogelijk maakte tot wetenschappelijk racisme. Kerken nemen in toenemende mate afstand van deze legitimaties.

Afwijzing Hoewel de term racisme pas voor het eerst werd opgetekend in 1892 en dus niet in de Bijbel voorkomt zijn er meerdere Bijbelse afwijzingen te vinden:

Volgens Handelingen 17:26 heeft God alle mensen uit een enkele bloede gemaakt. Dat Adam de stamvader is van alle volkeren is ook de grondslag van het orthodoxe monogenisme.

Volgens de Galaten 3:28 maakt het christelijk geloof iedereen gelijk: Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus.

Rechtvaardiging Christelijke theologie leverde verschillende rechtvaardigingen van racisme, slavernij en ongelijke behandeling:

In Genesis 9:20-27 ziet Cham, de zoon van Noach, zijn dronken vader naakt die daarop zijn kleinzoon Kanaän vervloekte. Deze oorsprongsmythe is wel verklaard als een rechtvaardiging achteraf voor een al bestaande praktijk, de onderwerping van de Kanaänieten als slaven van de Israëlieten. Het bijbelboek zelf zegt niets over huidskleur, aangezien het slavernij in Israël zelf betrof. Chams vloek is daarna echter veelvuldig gebruikt om slavernij van zwarte mensen te rechtvaardigen, omdat Cham zwart zou betekenen. Hoewel dit etymologisch onjuist is, werd dit vanaf de eerste eeuwen van de jaartelling wel geloofd en werd zo ook een oorsprongsmythe. In latere etiologie wordt wel verhaald dat Cham en Kanaän zwart werden en De grot van de schatten uit de zesde of zevende eeuw, waarschijnlijk gebaseerd op een tekst uit de derde of vierde eeuw, verhaalt over de nakomelingen van Kanaän die tot slavernij zijn veroordeeld, de Egyptenaren, de Koesjieten, de Mysiërs, de Indiërs en de abominabelen. (2017): 'Black and Slave: the Origins and History of the Curse of Ham'

In de islamitische profetenverhalen in de versie van Al-Kisa'i werd de straf voor het zien van de naaktheid van Noach zowel slavernij als zwartheid voor Cham en was zo een tweevoudige vloek geworden. Een zwarte huid was niet meer impliciet, maar expliciet door God verbonden aan slavernij. De tweevoudige vloek zou daarna in Brits koloniaal Amerika onderdeel worden van de planterstheologie.

Met de verlichting en de opkomst van de wetenschappelijke methode konden observaties steeds minder goed in overeenstemming worden gebracht met het monogenisme en zo ontstonden heterodoxe visies van polygenisme zoals die van Isaac La Peyrère, waarin Adam niet de voorvader van alle mensen was.

Tijdens Apartheid werd het verhaal over de toren van Babel als rechtvaardiging gebruikt.

Historisch overzicht Net als bij Aristoteles bestond ook binnen het christendom het idee dat het ene volk superieur was aan andere en dat geografie hiermee te maken had. Tegenover onder meer het marcionisme, Basilides en het valentinianisme verdedigde Origenes van Alexandrië in de derde eeuw de stelling dat God goed en rechtvaardig is. Ongelijkheid onder de mensen zou volgen uit de zonden van mensen, waarbij de laagste orde van mensen onmenselijk en wild gedrag (inhumanis et ferinis moribus) vertoonde, wat bestraft werd met stuitende gewoonten. Zo zouden Aethiopiërs mensenvlees eten, Scythen familieleden doden (parricida) en Tauri vreemdelingen gebruiken voor mensenoffers. Voor Origenes was etniciteit niet de bepalende factor voor hun gedrag, maar was het gedrag van een individu in een eerdere fase van het bestaan bepalend voor de latere etniciteit. Er was daarbij in een later tijdperk wel een uitweg, apokatastasis of redding via Christus. Daarmee kwam dit standpunt niet overeen met modern racisme, maar had daar wel belangrijke elementen van. (2020): 'Origen of Alexandria and the History of Racism as a Theological Problem' in The Journal of Theological Studies, Volume 71, Issue 1, p. 164–195

Antisemitisme Het christendom ontwikkelde zich uit een joodse sekte en daarmee kon een joodse afkomst niet direct als negatief worden gezien. De afwijzing door de Joden van Jezus als messias zette een echter een theologisch antisemitisme in gang dat vanaf de vierde eeuw langzaam groeide, waarbij aan de hand van Matteüs 27:25 de Joden in toenemende mate een erfelijke bloedschuld werd verweten. Vanaf de achtste eeuw werd een duidelijker anti-judaïsme zichtbaar en werden bloedsprookjes verspreid. Dit kon uitmonden in antisemitisme en zelfs jodenvervolgingen.

Niet altijd en overal overheerste intolerantie. Stefanus I van Hongarije refereerde in 1027 in de vorstenspiegel voor zijn zoon Emmerik aan het Romeinse Rijk en stelde dat immigranten verschillende talen, gewoontes, kennis en wapens met zich meebrengen, bijdragend aan de pracht van het koninklijk hof en de kracht van het rijk. Een koninkrijk met slechts een gewoonte en slechts een taal zou machteloos en kwetsbaar zijn.A vendégek s a jövevények akkora hasznot hajtanak, hogy méltán állhatnak a királyi méltóság hatodik helyén. Hiszen kezdetben úgy növekedett a római birodalom, úgy magasztaltattak fel és lettek dicsőségessé a római királyok, hogy sok nemes és bölcs áradt hozzájuk különb-különb tájakról. Róma bizony még ma is szolga volna, ha Aeneas sarjai nem teszik szabaddá. Mert amiként különb-különb tájakról és tartományokból jönnek a vendégek, úgy különb-különb nyelvet és szokást, különb-különb példát és fegyvert hoznak magukkal, s mindez az országot díszíti, az udvar fényét emeli, s a külföldieket a pöffeszkedéstől elrettenti. Mert az egy nyelvű és egy szokású ország gyenge és esendő. Ennélfogva megparancsolom neked, fiam, hogy a jövevényeket jóakaratúan gyámolítsad és becsben tartsdad, hogy nálad szívesebben tartózkodjanak, mintsem másutt lakjanak. Ha pedig le akarnád rombolni, amit építettem, vagy szét szórni, amit összegyűjtöttem, kétségkívül igen nagy kárt szenvedne országod. Hogy ez ne legyen, naponta nagyobbítsd országodat, hogy koronádat az emberek nagyságosnak tartsák. (1027): IntelmekRobert Bartlett heeft het in The Making of Europe over een Hongaarse klerk Antisemitisme nam echter toe, met onder andere in 1096 het bloedbad in het Rijnland en het bloedbad van Worms in het spoor van de Volkskruistocht. Hiermee begon wat de persecuting society noemde., (1987): The Formation Of A Persecuting Society. Power And Deviance In Western Europe, 950-1250, Wiley

Zoals in het Romeinse Rijk volkeren onderscheiden werden, was dit in de Middeleeuwen ook het geval. Regino van Prüm stelde in 907 dat er onderscheid werd gemaakt in naties op basis van afkomst, gewoontes, taal en wetten.diversae nationes populorum inter se discrepant genere moribus lingua legibus (907): Chronicon Etniciteit heeft daarmee zowel een biologische als een culturele component. Taal was daarbij belangrijk. Isidorus van Sevilla stelde dat er na de toren van Babel net zoveel talen als naties waren, maar dat er daarna meer naties met dezelfde taal ontstonden. Isidorus begon daarom met de discussie over talen en niet over volkeren, omdat volkeren uit talen ontstonden.Ideo autem prius de linguis, ac deinde de gentibus posuimus, quia ex linguis gentes, non ex gentibus linguae exortae sunt. (ca. 600–625) 'De linguis, gentibus, regnis, militia, civibus, affinitatibus' in Etymologiae De verder onbekende Claudius Marius Victor stelde in zijn Aletheia dat iedereen na het bouwen van de toren de oude gemeenschappelijke taal verloor en een nieuwe taal leerde. Elke natuurlijke verwantschap verdween en elke taal maakte een natie.periit cognatio tota, / gentem lingua facit (2014): 'The primeval language and Hebrew ethnicity in ancient Jewish and Christian thought until Augustine' in Revue d’études augustiniennes et patristiques, Volume 60, p. 291-347 Het is echter vooral een etnisch verschil en in mindere mate raciaal, al speelde afkomst een rol. (2002)

De ontwikkeling van de christelijke dogmatiek maakte niet alleen steeds meer duidelijk wat het vermeende ware geloof inhield, het maakte ook duidelijk wat er niet mee overeenkwam. Dit kon niet meer getolereerd worden en aanhangers hiervan werden vanaf de twaalfde eeuw dan ook in toenemende mate vervolgd. Tijdens de Vierde Lateraans Concilie van 1215 werden decreten uitgevaardigd tegen de Katharen en de Waldenzen en Joden moesten een onderscheidend teken dragen, net als de moslims. Ook werd de inquisitie ingesteld waarvan de Katharen het eerste slachtoffer waren, gevolgd door de Joden, leprozen en homoseksuelen. Het concilie was een omslagpunt en naast deze georganiseerde vervolging waren er ook pogroms. Het opzettelijke ongeloof maakte de Joden minder menselijk met een kwaadaardig karakter in de ogen van de nodige christenen. Ze werden vooral via Johannes 8:44 geassocieerd met Satan. Tijdens de Zwarte Dood halverwege de veertiende eeuw werden Joden dan ook wel aangezien als de boosdoeners met pogroms als gevolg. Na de voltooiing van de Reconquista in 1492 werd het Verdrijvingsedict uitgevaardigd in Spanje en moesten afgezien van conversos alle joden het land verlaten. Van biologisch determinisme lijkt hier echter in mindere mate sprake, de afgewezen joodse cultuur werd niet in verband gebracht met een joodse fysiologie. Doop lijkt meestal een optie te zijn geweest en bekeerde joden werden als nieuwe christen erkend. Daarvoor had Alfonsus de Spina in Fortalitium Fidei echter al verhaald over bekeerde joden die ondanks de doop het oude geloof bleven aanhangen, de cryptojoden. Daarmee werd de conclusie dat de aard van de Joden niet zou deugen: [...] it would not do to doubt the virtues of holy water even though it had no effect when applied to Jewish foreheads, so it was necessary to conclude that the Jews were evil by their very nature and not only because of their beliefs. (1965): The History of Anti-Semitism. From Mohammed to the Marranos, Vanguard Press

Sektarische haat veranderde daarmee volgens Léon Poliakov in raciale haat en zo kon de complottheorie van een Joodse beheersing van de wereld postvatten. Zo wist aartsbisschop Silíceo van Toledo in 1547 keizer Karel V te overtuigen om conversos uit te sluiten van officiële posities op basis van het proto-raciale concept limpieza de sangre ofwel zuiverheid van bloed. Dit beleid werd nooit volledig doorgezet en gehandhaafd, maar bleef tot in de negentiende eeuw de nakomelingen van conversos achtervolgen. (2007) Het was Joden ook verboden om naar de Nieuwe Wereld te emigreren en diegenen die zich probeerden te onttrekken aan deze vorm van uitsluiting stond bij ontdekking regelmatig de dood via een autodafe te wachten.

De Moren moesten zich ook verplicht bekeren na de Opstand van Alpujarras van 1499–1501. Deze morisken waren veelal cryptomoslims en kwamen in 1568–1571 opnieuw in opstand en werden daarna verbannen uit Granada om zich over Castilië te verspreiden. In 1609-14 werd uiteindelijk een groot deel van de morisken verbannen uit Spanje. De morisken leefden echter vooral op het land, meer afgescheiden dan de veelal in de stad levende conversos en deden minder moeite om een schijn van assimilatie op te houden. Daardoor is er moeilijker een onderscheid te maken tussen racisme en een strijd over culturele en religieuze verschillen. Ook hier gold echter dat de morisken werden uitgesloten via de limpieza de sangre.

Afrikanen thumb|De doop van de kamerling van koningin Candace van Ethiopië