Spijkenisse in de Tweede Wereldoorlog geeft een overzicht van de gebeurtenissen en het leven in Spijkenisse tijdens de Tweede Wereldoorlog, de aanloop er naar toe en de afsluiting ervan.
Situatie in 1939 thumb|Waterpomp en buitenplee in Spijkenisse Spijkenisse ligt aan de Oude Maas, vlak bij de Spijkenisserbrug. Vóór de oorlog was het een boerendorp met ongeveer 2500 inwoners die woonden in zo'n 550 huizen en boerderijen, van wisselende kwaliteit, sommige waren ronduit krotten. De voornaamste middelen van bestaan waren veeteelt, akkerbouw, rietsnijderij, en er waren enkele fabrieken in Spijkenisse; anderen werkten in de industrieën in Pernis en fietsten daar dagelijks via de Spijkenisserbrug naar toe. Er was al wel elektriciteit en telefonie, maar geen waterleiding, en de riolering stelde niet veel voor. Water haalde men uit een regenbak of regenton met een daaraan verbonden pomp in de keuken en anders uit de haven of de Boezem. Er waren dus geen wc's (waterclosets), maar men had een plee of gemak. Velen hadden een moestuin en een kelder om aardappelen, appels en zelf ingemaakte groenten te bewaren. Er was één huisarts, dokter J.T. Rademacher.
Aanloop thumb|Spijkenisserbrug met links Spijkenisse en rechts Hoogvliet De aanloop naar de Tweede Wereldoorlog begon in Spijkenisse met de Mobilisatie van eind augustus 1939. Mannen uit Spijkenisse die eerder hun militaire dienstplicht hadden vervuld, werden opgeroepen en elders in het land gestationeerd, paarden werden gevorderd, enkele tientallen soldaten kwamen naar Spijkenisse om de directe omgeving te bewaken. Zij bedienden 's-nachts vier zoeklichten langs de Hartelse Dijk en op het eiland de Welplaat, ten noorden van Spijkenisse. Op zondag 14 april 1940 vond er boven Spijkenisse een luchtgevecht plaats tussen een Nederlands en een Duits militair vliegtuig. De Nederlandse piloot maakte een geslaagde noodlanding in een weiland in het noorden van Spijkenisse (waar nu de oprit naar de Hartelbrug is). Die middag was het gehavende toestel een bezienswaardigheid.
De eerste oorlogsdagen thumb|Graven van twee omgekomen Engelse vliegeniers en sergeant Arie Diederik, begraafplaats Spijkenisse In de vroege ochtend van vrijdag 10 mei werd Spijkenisse luidruchtig gewekt door laag overkomende Duitse oorlogsvliegtuigen. Via de radio hoorde men dat de oorlog was uitgebroken. De Spijkenisserbrug ging en bleef omhoog, waardoor Voorne-Putten werd afgesneden van de buitenwereld. Soldaten kwamen vragen of er een verrekijker in huis was. Ze hadden die nodig om de brug in de gaten te houden van achter de dijken en kaden. Aan de overkant lagen Duitse soldaten achter soortgelijke kaden. De twee lagere scholen waren gesloten, de bevolking moest binnen blijven. Aan de Hoogvlietse kant stortte een brandend vliegtuig van de Engelse luchtmacht neer, na een poging de Duitse troepen op het vliegveld Waalhaven aan te vallen. Na terugkomst van gevechten in Hoogvliet vertelden in Spijkenisse gelegerde soldaten, dat er bij het vliegtuigwrak twee verbrande Engelse vliegers lagen. Toen zaterdagmiddag 11 mei de Duitsers Hoogvliet verlieten, werd in Spijkenisse besloten in snel tempo deze Engelse vliegerslichamen weg te halen. Een klein gezelschap reed over de nu omlaag gebrachte brug. De vliegers werden gekist en de brug ging achter hen weer omhoog. Direct daarna werden de kisten ter aarde besteld op de Spijkenisser begraafplaats aan de Vredehofstraat. In 1980 werden ze geïdentificeerd en in 1981 kregen ze elk een grafsteen.Zie Artikel in Grootnissewaard (5-5-2025) over de toenmalige inzet van hun scadron Er kwamen meer troepen om tegenwicht tegen de Duitse aanvallen te bieden. De kapitein ervan koos de molen als commando- en uitkijkpost, huisvrouwen uit de omgeving zorgden voor belegd brood voor de nieuwe soldaten. De brugwachtersgezinnen werden naar het dorp overgebracht. Op de morgen van 1e Pinksterdag (12 mei) braken er opnieuw gevechten uit aan weerszijden van de Oude Maas, tussen Duitse soldaten aan de Hoogvlietse kant en Nederlandse soldaten bij het voormalige Veer en achter de Nieuw-Hongerlandse dijk. De met riet gedekte boerderij van Dekker bij 't Veer en enkele huisjes vlogen in brand. Er sneuvelden twee Nederlandse soldaten. De 20-jarige soldaat A.G. Romeijn had zich te ver buiten de dekking opgericht en werd getroffen door een uiteenspattende granaat. Hij werd zwaar gewond per ziekenauto naar het tijdelijke legerhospitaal in Hellevoetsluis vervoerd. Daar overleed hij de volgende dag.Zie http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=romeijn-a-g en https://web.archive.org/web/20200724051024/http://vestinghellevoetsluis.nl/index.php/vestingwerken-voorne/zeemacht/koninklijke-marine/136-marinehospitaal-hellevoetsluis Sergeant Arie Diederik raakte door een mortiergranaat zo zwaar gewond dat hij ter plaatse stierfZie http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=diederik-a-a. Hij werd naast de twee Engelse vliegers begraven. Vanaf die middag durfden boeren hun vee in de buitenpolders niet meer te gaan melken. In het dorp maakten op maandag 13 mei groepjes buren provisorische schuilkelders en beplakten winkeliers hun etalageramen met stroken papier tegen rondvliegende glasscherven. Dinsdag 14 mei zag men enorme rookwolken van het gebombardeerde en brandende Rotterdam. Daarna werd bekend dat Nederland zou capituleren. Veel Nederlandse soldaten trokken via het Hekelingse veer uit de Hoeksche Waard naar Voorne-Putten, waar ze tijdelijk werden ondergebracht in scholen en boerderijen. Kort daarna trokken Duitse soldaten het dorp in en werden de Nederlandse militairen ontwapend. Verzamelpunten voor hun helmen, geweren en munitie waren het erf van de Hoogwerfboerderij en tegenover het gemeentehuis ('t Oude Raadhuys) aan het Noordeinde. Ook honderden soldaten uit andere plaatsen kwamen daarvoor naar Spijkenisse. Daarna ging het gewone leven verder, maar met steeds meer beperkingen.
Duitse verdedigingswerken en andere ingrepen De Spijkenisserbrug en de Groene Kruisweg waren belangrijk verdedigingsobjecten voor de Duitsers. Zij vormden samen dè verbindingsweg tussen heel Voorne-Putten en het vasteland. Bij een eventuele aanval op Voorne-Putten zouden de Geallieerden dit als doorgangsweg naar de rest van Nederland willen gebruiken. De Duitsers wilden die dus bij zo'n aanval in handen houden. Daarvoor namen zij in de loop der jaren vele maatregelen. Duitse soldaten bewaakten de Spijkenisserbrug permanent. Ze installeerden in de omgeving van Spijkenisse luchtafweerkanonnen, die vooral 's nachts bulderden, bouwden vooral in de polders Oostbroek en Hongerland enkele tientallen bunkers (als laatste werd die bij de Groenewoudlaan en Lange Schenkeldijk in 1984 gesloopt)Laatste oorlogsresten verdwijnen / [Jan de Baan]. - In: Spijkenisse, december 1984, p. 10, zandzakkenstellingen en een loods voor hun voertuigen, groeven anti-tankgrachten (waarvoor onder andere een huizenblok aan de Laning moest worden afgebroken), eenmansputjes en mitrailleurnesten, en legden Rommel-asperges aan (onder andere aan het Noordeinde, de Groene Kruisweg en de Molendijk). De bevolking mocht uiteraard deze verdedigingslinie niet betreden. De linie werd met prikkeldraad-versperringen afgeschermd. Andere maatregelen die de Duitsers namen, betroffen inkwartieringen van Duitse soldaten, vorderingen van huizen, boerderijen, scholen (de Dorpskerk en een schuur buiten het dorp[HALVE EEUW] dienden als uitwijkplaats) en de kerkklokken; er kwamen vele verboden en geboden, plicht tot verduistering, vergunningen en bedreigingen. In 1944 moesten burgers alle bomen afzagen, de stammen als palen ingraven in de droge weilanden en die onderling verbinden met ijzerdraad om mogelijke luchtlandingen van de Geallieerden te bemoeilijken.
thumb|Duitse militairen bij gecrashed Engels vliegtuig, inzittenden werden krijgsgevangen gemaakt, 27-7-1940
Geallieerde bommen Engelse bommenwerpers voerden nog steeds vluchten uit, met als doelen de Pernisser olie-installaties en de Duitse stellingen, versperringen, gebouwen en militaire transporten. Maar daarbij werden ook vele boerderijen en andere huizen in en rond Spijkenisse getroffen. De Duitsers maakten de nog levende inzittenden van gestrande Engelse vliegtuigen tot krijgsgevangenen, hieraan wist slechts een enkeling te ontsnappen. Op 4 maart 1943 loosde een Amerikaanse bommenwerper uit paniek zijn bommen op Brielle; onder de slachtoffers waren twee 13-jarige jongens uit Spijkenisse die er op de ambachtsschool zaten.
Slachtoffers en verzet thumb|Plaquette voor familie Levie Vanaf 1942 werden vele mannen gedwongen te werk gesteld in Duitsland, ook uit Spijkenisse. Verschillende van hen kwamen nooit meer terug (zie Overzicht slachtoffers voor alle slachtoffers in en uit Spijkenisse). Het enige joodse gezin in Spijkenisse, de slagersfamilie Levie, werd in oktober 1942 overgebracht naar concentratiekampen, waar zij vermoord werden.Meer over de familie Levie: https://www.joodsmonument.nl/nl/page/43624/voorstraat-220-spijkenisse Mirjam Cohen uit Amsterdam overleefde de oorlog wel, dankzij haar onderduikgezin in Spijkenisse. Ze ging er naar school als Marietje Barends.Zie een uitgebreider verhaal over Mirjam Cohen: Mooi Spijkenisse Ook vele andere onderduikers hebben de oorlogsjaren overleefd dankzij de inzet van mensen van het plaatselijke distributiekantoor. Zij zorgden telkens voor zo'n 250 levensmiddelenbonkaarten voor onderduikers in Spijkenisse en wijde omgeving. Verder verzamelden deze verzetsmensen allerlei gegevens over verdedigingswerken en troepenverplaatsingen op Voorne-Putten en smokkelden die via de door de Duitsers bewaakte brug naar Poortugaal en Rhoon, van waar ze verstuurd werden naar Engeland. Op zaterdagmiddag 19 februari 1944 wilde het verzet het Spijkenisser distributiekantoor "kraken". Maar dat mislukte omdat NSB-opperwachtmeester Jan Jeremias KreeftBron volledige naam: Lijst van liquidaties gepleegd door het Nederlands verzet in de Tweede Wereldoorlog weigerde de sleutel van dat kantoor af te geven. Hij werd daarna in zijn woning doodgeschoten door het verzet. Als straf mochten de Spijkenissers vanaf die avond na 8 uur niet meer buiten komen. En nog diezelfde nacht lichtten de Duitsers tien mannen van hun bed en voerden hen als gijzelaars weg, eerst naar de gevangenis in Rotterdam en op 8 maart 1944 naar het beruchte kamp Vught Deze gijzelaars waren: 1. Cornelis Jan Mol, 2. Cornelius Barendrecht, 3. Abraham Dirk van Dijk, 4. Jan Maarten van Hamburg, 5. Arie van der Jagt, 6. Cornelis van Genderen, 7. Cornelis R. Hogenboom, 8. Hendrik Frederik Paul (vee-arts), 9. Anthonie Jacob van Nieuwenhuyzen (Welplaat), 10. Daniël Gerrit van Bueren (hoofdonderwijzer, doorgestuurd naar Kamp Amersfoort) of Cornelis Aart van de Berg (mocht twee dagen later weer naar huis). Bronnen: Oorlogsbronnen en Stadsarchief Rotterdam. Een van hen, winkelier Cees Mol, overleed er op 12 maart 1944, de anderen keerden in september 1944 terug.
thumb|Inundatie polder Braband 1944
Inundatie In februari 1944 zetten de Duitsers 3/5 van Voorne-Putten onder water om een invasie van de Geallieerden te bemoeilijken. Inwoners van Hekelingen moesten worden geëvacueerd naar Spijkenisse en de Welplaat, ook het vee moest naar andere plekken worden gebracht. Alleen de dorpskern van Spijkenisse bleef gespaard door een nooddijk die bewoners in februari 1944 in allerijl hadden opgeworpen. Sommige evacué's konden eind 1944 terug naar huis, vele anderen pas nadat het water in de zomer van 1945 was weggemalen.
Strenger regime thumb|V-1 onschadelijk gemaakt door EOD, 20-6-1984