Het Gents systeem is een regeling waarbij werkloosheidsuitkeringen niet door de overheid aan de werkzoekende betaald worden, maar door een vakbond. Het model is vernoemd naar de Belgische stad Gent, waar het voor het eerst werd toegepast.
In landen met een Gents systeem van uitbetaling, Denemarken, Finland en Zweden, is er een hogere syndicalisatiegraad omdat werkers die zich op voorhand vrijwillig inschrijven bij een bond daarvan profiteren wanneer ze zonder werk vallen. In België is er sprake van een quasi-Gents systeem, met een verplichte in plaats van vrijwillige werkloosheidsverzekering en naast de vakbonden een hulpkas van de overheid.
Ontstaan in België In het België van de 19e eeuw richtten arbeiders de eerste vakbonden en mutualiteiten op die werkloosheidsuitkeringen uitbetaalden. De meeste van die fondsen kwamen al snel in de financiële problemen. In Gent, waar de arbeidersbeweging het sterkste stond, vroegen de arbeidersverenigingen in 1895 hulp van het stadsbestuur. De gemeenteraad stelde de liberaal Louis Varlez aan om het probleem te onderzoeken. Het systeem dat hij voorstelde, werd op 1 augustus 1901 ingevoerd in Gent. De bedoeling van dit Gentse systeem was niet om vakbondslidmaatschap op te krikken, maar om de maatschappelijke impact van werkloosheid te verzachten. Er kwam een fonds dat werklozen een uitkering bood, ongeacht of ze aangesloten waren bij een vakbond. Wie aangesloten was bij een vakbond, kreeg het van zijn vakbond, maar andere arbeiders kregen het rechtstreeks van de stad. Het systeem zette de vakbonden ertoe aan om bij de stad te lobbyen voor hogere uitkeringen voor iedereen. Tegelijk hielp de lokale overheid om de vakbonden, als gesubsidieerde organisaties, om hun eigen activiteiten uit te bouwen.Kurt Vandaele, "A report from the homeland of the Ghent system: the relationship between unemployment and trade union membership in Belgium", Transfer European Review of Labour and Research 12:4 (november 2006), p. 647-657.
Dit compromis – een "synthese tussen de nadruk op zelfredzaamheid van het katholiek paternalisme, de individuele vrijheid van het traditioneel liberalisme, en het socialistisch pragmatisme" – werd vervolgens een model in de rest van Europa. In Frankrijk werd het nationaal uitgerold in 1905. Gelijkaardige systemen kwamen er in Noorwegen, Denemarken, Nederland, Finland, Zwitserland en Zweden. In België werd het systeem nationaal ingevoerd en uitgebreid in 1920.
In België kwam het Gents systeem onder druk te staan, enerzijds omdat werkgevers en hun conservatieve politieke vertegenwoordigers ertegen gekant waren, en anderzijds doordat de vakbonden in de economische malaise van de jaren 1930 in financiële moeilijkheden kwamen. Er waren voorstellen om de uitbetaling volledig door de overheid te laten gebeuren. Pas aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam de politiek tot een akkoord, het Sociaal Pact, in het kader van de sociale zekerheid. Daarbij worden de uitkeringen gefinancierd door bijdragen op de lonen en wordt de werkloosheidsverzekering beheerd door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, waarin zowel werkgevers als werknemers vertegenwoordigd zijn. De autonome vakbondsfondsen verdwenen, maar leden krijgen hun uitkering nog steeds van hun vakbond. Voor niet-leden werd de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen opgericht. Dit systeem is nog steeds in voege in België.
De uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen in België wordt soms omschreven als een Gents systeem of een hybride systeem. Volgens onderzoeker Kurt Vandaele fungeert het de facto als een Gents systeem.
Categorie:Arbeidersbeweging Categorie:Arbeidsrecht