thumb|Tekst naast het beeld (mei 2020)
Het Monument voor Anton de Kom is een kunstwerk in Amsterdam-Zuidoost.
Totstandkoming Rondom 2000 vond er een uitgebreide saneringsslag plaats in Amsterdam-Zuidoost. Er werd gesloopt, gerenoveerd en er vonden vernieuwingen plaats. In dat kader ontstond het Anton de Komplein langs de Bijlmerdreef. In diezelfde tijd werd er op initiatief van buurtbewoners en het Stadsdeel Zuidoost een wedstrijd uitgeschreven om tot een monument te komen van vrijheidsstrijder en verzetsman Anton de Kom. Binnen de opdracht leverden Jikke van Loon, Henry Renfurm, Henk Visser en Erwin de Vries voorstellen in. Ze waren te zien in een tentoonstelling eind 2004. In 2005 kozen de bewoners en een jury voor het ontwerp van Van Loon, leidend tot een beeld dat niet alleen een fysieke gelijkenis moest hebben, maar ook verbeelding moest geven aan zijn karakter.
Van Loon had zich laten inspireren door de Surinaamse komaf en haalde hout van een gele kabbes naar Amsterdam om het ontwerp uit te werken.Maria Grever (2023) "4.3 Miskende geschiedenis: slavernijverleden" in Wankele sokkels - Omstreden monumenten in de openbare ruimte, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Gearchiveerd op 26 juli 2025. Van Loon zag een gelijkenis met De Kom, die (op bevel van het gouvernement) ook naar Nederland was gebracht en wees daarnaast op de uitdrukking “uit het goede hout gesneden”. In het voorjaar van 2006 werd het bronzen beeld geplaatst bovenop een brede trap tussen het Anton de Komplein (laag gelegen) en de Bijlmerdreef (hoog gelegen).
Op de sokkel van het beeld staan de teksten:
De laatste regel is afkomstig uit het gedicht Vaarwel, Akoeba vaarwel! van De Kom. Het bronzen beeld werd op 24 april 2006 onthuld. Het is volgens opgave van de kunstenaar 3,5 bij 4 bij 2 meter groot. De houten uitvoering werd opgenomen in de verzameling van het Rijksmuseum Amsterdam.Ontwerp voor een beeld van Anton de Kom, Jikke van Loon, 2005, Rijksmuseum Amsterdam.
Controverse Al tijdens de totstandkoming bestonden er spanningen rondom het beeld. Bij een eerste stemming werd het ontwerp van Henri Renfurm verkozen. Zonder medeweten van het organisatiecomité werd echter ook een internetstemming gehouden, waarbij Van Loon won. Daarop kwam het "Comité een waardig standbeeld Anton de Kom" van de grond. Het comité was van mening dat Anton de Kom met ontbloot lijf typisch afgebeeld is als slaafgemaakte of inboorling; zijn geslachtsdeel benadrukt is, zijn figuur enigszins lijkt op een lijk, de afgehakte hand een verwijzing naar lijfstraffen is en de mismaakte arm een verwijzing naar een aap zou zijn. Men wilde de onthulling tegenhouden. De onthulling werd doorgezet en verliep op zich rustig. De controverse echter bleef en breidde zich verder uit.
Onder de voorstanders van het beeld was Artoteek Zuidoost/Centrum Beeldende Kunst Zuidoost, die bij monde van haar woordvoerster wees op de trots en kwetsbaarheid die het beeld uitstraalt en ook op de uitgebreide stemming. Ook de familie De Kom kwam met de opmerking: "Schud die slavenmentaliteit af". Tegenstanders bedekten het net onthulde beeld met spandoeken en de Surinaamse vlag, zodat van een onthuld beeld geen sprake was. Zij waren van mening dat het schandalig was dat De Kom naakt was afgebeeld, hetgeen voor zover bekend bij geen enkel ander beeld van een verzetsheld was gebeurd. De kunstenaar vond achteraf dat in verband met het gevoelige slavernijverleden het beeld door de verkeerde partij was gemaakt. Zij duidde het beeld als weergave van zijn gedachtegoed middels het menselijk lichaam, of dat naakt of gekleed moest zijn maakte voor haar geen verschil.
Er kwam een extern onderzoek dat vermeldde dat de stemprocedure ondoorzichtig was geweest en ook in de loop van de ontwikkeling was aangepast. Ook dat onderzoek leidde niet tot overeenstemming. In 2007 stemde de Stadsdeelraad Amsterdam Zuidoost over de vraag of het beeld alsnog mocht blijven of verwijderd moest worden. Hieruit kwam dat het beeld mocht blijven.
In aanloop naar de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen 2026 verhevigde de discussie, waarbij ook de ontransparante selectieprocedure opnieuw voorbij kwam. De kunstenaar voelde zich genoodzaakt daarop te reageren middels een open brief in Het Parool, waarop anderen weer reageerden. Zij stelde dat zij in het kunstwerk de kern van de mens wilde verbeelden:
Wat de kunstenaar niet heeft ingezien is dat de naaktheid door anderen gezien kan worden als de kwetsbaarheid van de tot slaaf genaakten in het koloniale tijdperk. Het roept bij sommigen pijn en vernedering op. Met de toename in het bewustzijn van wat die periode voor gekleurde mensen kan betekenen, verschoof ook de opvatting van Van Loon. In haar open brief stelde ze dat de doorlopende discussie ook haar van inzicht heeft veranderd. Ze deed daarbij een oproep aan jonge kunstenaars een nieuw beeld te ontworpen op basis van de nieuwe tijdgeest na Black Lives Matter en koninklijke excuses. Tegelijkertijd zag ze overigens het beeld gebruikt worden voor posters van Black Lives Matter en het Nationaal Comité 4 en 5 mei en stelde ze:
Categorie:Beeld in Amsterdam-Zuidoost Categorie:Beeld in het Rijksmuseum Categorie:Beladen erfgoed Categorie:Anton de Kom