De Dorpskerk van Spijkenisse is een laat-gotische kruiskerk in het centrum van de Nederlandse stad Spijkenisse. Het is het oudste nog bestaande gebouw van Spijkenisse, voltooid in 1521. De Dorpskerk is nog steeds in gebruik voor kerkdiensten en andere doeleinden.
Exterieur thumb|Plattegrond Dorpskerk (1988) links/westen: toren, rechts/oosten: koor De Dorpskerk staat op een lage terp, die omringd is door een lage kerkmuur. Deze kruiskerk bestaat uit: aan de westkant: een scheefgezakte toren uit de 13e eeuw; de vier zijden hebben elk twee hoge galmgaten in de vorm van karakteristiek gotische spitsbogen, en een klok met wijzers. Op de spits staat een windhaan; de toren is eigendom van de gemeente Nissewaard, de rest van het kerkgebouw van de Hervormde gemeente Spijkenisse aan de oostkant: een koor met vijfzijdige sluiting de langgerekte noord- en zuidzijden hebben elk: een dwarsbeuk een gotisch poortje met deur in geprofileerd natuurstenen omlijstingen; deze deuren worden zelden nog gebruikt; de meest waarschijnlijke verklaring voor de inkervingen in de stenen deurpost aan de zuidzijde: moeders die met een mesje poeder uitschraapte om er zalf mee te maken voor hun zieke kinderenVerklaring van Jan de Baan in Even bijpraten met Jan de Baan, LOS Radio 29-9-1991, 14:00-15:00. de noordzijde heeft bovendien een aanbouw uit 1969, de consistoriekamer. De noord-, oost- en zuidzijde hebben gotische ramen. Alle daken zijn bedekt met leisteen.
Interieur Toren thumb|Trap in toren De hoofdingang is in de toren. De begane grond van de toren dient als hal. Rechts is een deur die toegang geeft tot de trappen en verdiepingen.
Kerkklokken Op de derde verdieping van de toren bevinden zich twee kerklokken en een carillon; de kleinste kerkklok is tevens de grootste klok in het carillon. De oudste klok In 1304 kwam de eerste kerkklok in de toren te hangen. Hij had als Latijns opschrift: "Vivos voco - mortuos plango - m ccc iiii" of: "De levenden roep ik, de doden beween ik - 1304". Wellicht was deze klok een hulde van heer Nicolaas III van Putten voor het aandeel van Spijkenissers in de oorlog die hij dat jaar voerde. Heer Nicolaas deed in 1304 mee aan de strijd van de graaf van Holland tegen Vlamingen, Brabanders en enkele Zeeuwse edelen; Holland won die strijd uiteindelijk. (1972), Wat is er met Putten gebeurd? Deel 5 / Jan de Baan. - In: Groei. - Spijkenisse: Gemeentebestuur Spijkenisse, jg 12, nr 1, p. 6-10 (1972). Door metaalmoeheid barstte de klok midden 19e eeuw. In 1891 werd hij verkocht.
De grote luidklok uit 1481 thumb|Grote kerkklok (1481) met het opschrift In 1481 kwam er een tweede en grotere klok, gegoten door de Utrechtse meesterklokgieter Steven Butendiic. Deze klok heeft een middellijn van 94 cm en toonhoogte "a-1". Dit is de huidige zwaarste klok, die het laagste klinkt, elk half uur de tijd aangeeft, bij begrafenissen wordt geluid en 's-zondags samen met de kleine klok de kerkgangers roept. Een randschrift vermeldt een bede voor het dorp en de klokkegieter zelf: "o got wilt spikenes bescermen - alde rike mit den armen al die in de prochi horen - alde na werden geboren al(l)e doden hemelr(ij)c - mi(j) me(de) steven butendiïc - m cccclxxxï"
In hedendaags Nederlands: "o God wil Spijkenisse beschermen - alle rijken met de armen allen die in de parochie horen - en allen die daarna worden geboren alle doden in het hemelrijk - ook mij, Steven Buitendijk - 1481"
thumb|Gevorderde kerkklokken terug in 1946 De kleine luidklok uit 1933 Tijdens de grote restauratie van 1933-1934 kwam er na tientallen jaren weer een tweede klok. Hij is gemaakt door Petit en Gebr. Edelbrock /Eijsbouts in 1933.
De kerkklokken tijdens de Tweede Wereldoorlog In juni 1943 werden beide klokken op last van de Duitsers uit de toren gehaald om ze te versmelten tot munitie (klokkenvordering). Later werd bekend dat schipper J. van Dijk zijn met klokken volgeladen schip niet naar Duitsland had gebracht maar bij Urk had laten zinken. Begin 1946 kwamen de klokken weer terug.
Carillon Sinds de feestelijke ingebruikname op 17 september 1988 (Open Monumentendag) hangt er een carillon in de toren van de Dorpskerk. Hij werd gerealiseerd door de Stichting Oud & Nieuw Spijkenisse, die vanaf 1987 de publieke ruimte in Spijkenisse verfraaide. Vele Spijkenissers en bedrijven uit de omgeving droegen hun steentje er aan bij, door bijvoorbeeld een klok of melodie te schenken. Nu speelt er automatisch overdag op het hele en halve uur een ander deuntje en op dinsdag, als er naast de kerk markt is, bespeelt een beiaardier het beiaard.
Mechanisch torenuurwerk In 1902 was er elektriciteit in Spijkenisse en werd de toren voorzien van een mechanisch uurwerk. Het werd gemaakt door B. Eijsbouts, en was voorzien van elektrische opwinding.https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/34140. Gearchiveerd op 26 oktober 2022.
Kerkruimte Via een tochtportaal komt men in de kerkruimte. Het plafond is een houten spitstongewelf, de muren zijn witgepleisterd. Tegen de muur van de toren is het kerkorgel uit 1970 geplaatst.
In het midden van het middenschip zijn houten kerkbanken (uit 1933) geplaatst; aan beide zijden is er een looppad met grafstenen uit de 16e en 17e eeuwVoor een overzicht van de grafzerken: zie Don, p. 65-71. Ook in de beide zijbeuken staan houten kerkbanken. In de noordelijke zijbeuk staat achterin een herenbank, vooraan staat een rij kerkeraadsbanken uit 1618. Ook de preekstoel is in 1618 aangeschaft: na de Reformatie waren die allemaal nodig omdat zij niet in katholieke kerken voorkomen en wel in protestante kerken gebruikt worden. De preekstoel heeft in 1737 een koperen lessenaar gekregen en ook het doophek stamt uit de 19e eeuw. Het stenen doopvont is uit 1969.
De familie Repelaer in de Dorpskerk In 1768 werd Margareta Backus (1747-1783) ambachtsvrouwe van Spijkenisse en de polder Braband (het gebied ten zuiden van de Nieuwstraat, tot aan Hekelingen en Vriesland). Zij trouwde in 1769 met Pieter Pompe(j)us Repelaer. Ter gelegenheid van dit huwelijk kwam hun wapen boven de herenbank in de Dorpskerk. Bijna een eeuw later, in 1857, schonk Maria Jacoba Repelaer (1802-1862) het zilveren avondmaalstel en doopschaal met koperen voet. Volgens een inscriptie op de grote schaal was zij "Ambachtsvrouwe van Puttershoek en Spijkenisse"Don, p. 74. In 1860 werd het eerste orgel in gebruik genomen, een Bätz-Witte-orgel. Een inscriptie op de grootste pijp vermeldde: ".... ten geschenke gegeven door de Hoogwelgeb. vrouw MARIA JACOBA REPELAER ...". Dit orgel is in 1970 vervangen door een van de firma WitteMeer over dit nieuwe orgel: https://www.orgelsite.nl/spijkenisse-dorpskerk/.
Historie kerkgebouw Tijdlijn13e eeuw: bouw onderste deel toren 1304: eerste kerkklok midden 15e eeuw: start bouw kerkruimte 1481: grote luidklok 1521: kerk is voltooid 1574: start Reformatie voor Spijkenisse 1618: aanschaf preekstoel, doophek en kerkeraadsbanken 1737: koperen lessenaar + arm voor de preekstoel 1769: herenbank Repelaer 1829: verbod om in de kerk te begraven 1857: zilveren avondmaalset 1860: eerste orgel in gebruik genomen 1933-1934: grondige restauratie 1968-1969: restauratie 1970: nieuw orgel 1988: carillon Vermoedelijk stond in de 13e eeuw op de huidige plek van de Dorpskerk een terp met een houten kapel er op. Het was waarschijnlijk een simpel rechthoekig zaaltje, gedekt door een overkapping met vierkante plankjes als dakpannen of met riet zoals alle huizen.
Bouw toren In de 13e eeuw werd nabij de westwand van deze kapel begonnen met de bouw van een toren. Voor de fundering groef men een serie "huien" in de grond: houten vaten, zonder bodem, die volgeslagen werden met palen en slieten (slieten zijn onbewerkte boomstammen met een diameter van 10 à 12 centimeter). Daarop bracht men een raamwerk van zwaar eikenhout aan en vervolgens de dikke muren van bakstenen met metselwerk. (1981), Spijkenisse 750 jaar: de kerkklok is precies vijfhonderd jaar oud / JdB [Jan de Baan]. - In: De Botlek, 9 juli 1981.- Begin 14e eeuw was hij zover gereed dat er een klok in kon hangen.
Bouw kerk thumb|160px|D.O.K.V.: Door Ordre Van Kerkmeesteren (?); herinnering aan de opening in 1521 De bevolking van Spijkenisse groeide en dat was de aanleiding om Spijkenisse midden 15e eeuw tot zelfstandige parochie te benoemen. Daar hoorde een echte parochiekerk bij. Op de plaats van de houten kapel startte men met de bouw van het priesterkoor (naar het oosten gericht) met hoge ramen. Later kwam het haaks daarop aansluitende dwarsschip (noord-zuid). Het grondpatroon van de kerk is het oostwest gerichte kruis van Christus. Het altaar in het koor met hoge ramen staat symbool voor de zegevierende of triomferende Kerk in de hemelse gewesten; het dwarsschip, met een klein raam in de noordgevel - waar de duivel werd gedacht - en een groot raam in het zuiden, voor de lijdende Kerk. Het later gebouwde middenschip duidde op de "Arke Noachs". Dit middenschip staat scheef tussen toren en het dwarsschip, mogelijk symboliserend het schuingezakte Lichaam des HerenDe Baan, 1980, p. 11 of omdat het koor niet recht op de toren was gebouwd (1935), De kerken van Abbenbroek, Poortugaal, Geervliet en Spijkenisse / M.D. Ozinga. - In: Oudheidkundig Jaarboek, vierde serie Bulletin Nederlandsche Oudheidkundige Bond, jg. 4 (1935), p. 59. Beschikbaar via https://www.delpher.nl/nl/tijdschriften. Gearchiveerd op 27 mei 2023.. Maar vóórdat het middenschip gebouwd kon worden, moest eerst de inmiddels flink scheefgezakte toren verhoogd worden. Op het scheve benedendeel metselde men een recht stuk, zoals nog duidelijk is te zien. Het middenschip is kleiner geworden dan oorspronkelijk de bedoeling was. Vanwege gebrek aan geld besloot men een goedkoper eenbeukig middenschip te bouwen, in plaats van de eerder geplande drie beuken. In 1521 was de kerk af en werd hij feestelijk in gebruik genomen.
Restauraties en renovaties Reformatie Toen de watergeuzen in 1572 verschenen, begroef de Spijkenisser bevolking een altaarschel en kan onder het koor van de kerk (waarschijnlijk uit angst voor plunderingen). Zij kwamen pas tijdens de restauratie in 1933 weer tevoorschijn.Zie https://www.boijmans.nl/collectie/kunstwerken/98481/bel en https://www.boijmans.nl/collectie/kunstwerken/98480/waterkan voor afbeeldingen. Gearchiveerd op 15 april 2023. Ook Spijkenisse ging vervolgens over op het protestantisme. De eerste hervormde kerkdienst was in 1574. De protestantse eredienst stelde andere eisen aan een kerk dan de rooms-katholieke. Het altaar was niet meer nodig en verdween uit de kerk. De kerk werd anders ingericht: het koor werd afgesloten en diende daarna als consistoriekamer en opslagruimte.Don, p. 10
1847 Na de Franse tijd bleek het kerkdak ernstig te lekken. Inmiddels had de scheiding van Kerk en Staat plaatsgehad en de kerkvoogden beschikten niet over voldoende geldmiddelen om het dak te vernieuwen. Als noodoplossing bracht men tijdens de restauratie van 1847 onder het tongewelf een nieuwe zoldering aan. Onderwijzer Plokker uit Brielle vond de toen uitgevoerde restauratie een "inwendige verbetering" (1851), Geschied- en aardrijkskundige beschrijving van het eiland Voorne en Putten, benevens het eiland Rozenburg / W. Plokker (stads-schoolonderwijzer te Brielle); P.J. Jonkers (landmeter bij het Kadaster te Brielle, bewerker van de kaart). - Zwijndrecht : Boden, 1851. p. 270.
1905 Herstel van buitenmuren (o.a. herstel van voegen en steunberen), beschot en de leibedekking van de daken. Het Rijk kende hiervoor een subsidie van ƒ 500 toe.Don, p. 25
1933-1934