miniatuur|Book-Cadillac Hotel Detroit rond 1910, de grote danszaal William Edward 'Little Willie' John (Cullendale, 15 november 1937 – Walla Walla, 26 mei 1968) was een Amerikaanse r&b- en soulzanger.
Biografie John was een van de tien kinderen van Lillie John-Robinson en Mertis John. Veel bronnen geven ten onrechte Edgar als zijn tweede naam. Zijn familie verhuisde op zijn vierde van Cullendale in Arkansas naar Detroit (Michigan), zodat zijn vader daar fabriekswerk kon vinden. Eind jaren 1940 vormden de oudste kinderen, onder wie John, een gospelzanggroep, The United Four.Blokhuis, Leo (2006): Grijsgedraaid. Liedjes en lijstjes uit de popgeschiedenis. Amsterdam: Anthos Zijn zus Mable was de allereerste vrouwelijke soloartiest die door Berry Gordy voor Motown werd gecontracteerd. Medio jaren zestig zou ze verschillende hits hebben bij Stax Records en vervolgens deel uitmaken van Ray Charles' achtergrondgroep The Raelettes.
John trad ook spontaan op in het Book-Cadillac Hotel en nam deel aan talentenjachten, wat hem onder de aandacht bracht van Johnny Otis en later muzikant en producent Henry Glover. Nadat die John had horen zingen met het Paul 'Hucklebuck' Williams-orkest, contracteerde hij hem in 1955 bij King Records. Hij kreeg de bijnaam Little Willie vanwege zijn kleine gestalte.
Johns eerste opname, een coverversie van Titus Turners All around the world, was een hit en bereikte #5 in de Billboard r&b-hitlijst. John volgde met een reeks r&b-hits, waaronder de oorspronkelijke versie van Need your love so bad, geschreven door zijn oudere broer Mertis John jr. Een van zijn grootste hits, Fever (1956) (pop #24, r&b #1), verkocht meer dan een miljoen exemplaren en kreeg een gouden schijf. Een beroemde cover hiervan werd in 1958 opgenomen door Peggy Lee. Door toedoen van Mable John zong ook Ray Charles er een versie van.
Een ander nummer, Talk to me, talk to me, opgenomen in 1958, bereikte #5 in de r&b-hitlijst en #20 in de pophitlijst. Het verkocht ook meer dan een miljoen exemplaren. Enkele jaren later werd het opnieuw een hit in een coverversie van Sunny & the Sunglows. John nam ook I'm shakin op van Rudy Toombs, Suffering with the blues en Sleep (1960, pop #13). In totaal haalde John de Billboard Hot 100 veertien keer. Een coverversie van Need your love so bad van Fleetwood Mac was ook een hit in Europa. Het nummer Leave my kitten alone (1959), werd in 1964 opgenomen door The Beatles en was bedoeld voor hun album Beatles for sale. Deze versie werd echter pas in 1995 op Anthology 1 uitgebracht.
John trad op voor het beroemde Cavalcade of Jazz-concert, geproduceerd door Leon Hefflin sr., gehouden in het Shrine Auditorium in Los Angeles op 3 augustus 1958. De andere headliners waren Ernie Freeman en zijn band, Ray Charles, Sam Cooke, The Clark Kids en Bo Rhambo. Sammy Davis jr. was er om de winnaar van de Miss Cavalcade of Jazz schoonheidswedstrijd te kronen. Het evenement kenmerkte de top vier prominente diskjockeys van Los Angeles. John was betrokken bij de burgerrechtenstrijd tegen segregatie. Hij gaf een benefietconcert voor de NAACP in 1964 en vertelde Jet Magazine: Als entertainers kunnen we niet langer zitten wachten tot de Sammy Davis'en en Harry Belafonte's al het geld inzamelen.
John stond ook bekend om zijn opvliegende karakter en zijn neiging tot alcoholmisbruik. Hij werd meerdere keren gearresteerd op beschuldiging van bezit van verdovende middelen, oplichting en grootschalige diefstal. John werd in 1963 gedropt door zijn platenmaatschappij King Records. In 1965 werd hij veroordeeld wegens doodslag voor het neersteken van Kendall Roundtree in Seattle in 1964. Hij werd naar de Washington State Penitentiary in Walla Walla gestuurd. John ging in beroep tegen de veroordeling en werd voorwaardelijk vrijgelaten terwijl de zaak werd heroverwogen, tijd die hij gebruikte om wat bedoeld was als zijn comebackalbum op te nemen. Vanwege contractuele geschillen en de verwerping van zijn beroep werd het pas in 2008 vrijgegeven (als Nineteen sixty six).
Overlijden John overleed op 26 mei 1968 op 30-jarige leeftijd in de staatsgevangenis van Washington. Rolling Stone berichtte dat hij overleed nadat hij met een longontsteking in het gevangenisziekenhuis was opgenomen. Zijn overlijdensakte vermeldt echter een hartaanval als doodsoorzaak. Hij werd bijgezet in Detroit Memorial Park East, in Warren (Michigan).
John liet een echtgenote, met wie hij in 1957 getrouwd was, en twee kinderen achter. Zijn zoon Keith John was achtergrondzanger bij Stevie Wonder.
Erfenis en onderscheidingen John werd postuum opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame in 1996, gepresenteerd door Stevie Wonder. James Brown, die al vroeg in zijn carrière shows voor John had geopend, nam het tribute-album Thinking about Little Willie John and a few nice things op. Gitarist en songwriter Robbie Robertson, vroeger bij The Band, vermeldde John in het nummer Somewhere Down the Crazy River op zijn titelloze album uit 1987. John werd ook genoemd in Tom Russells Blue wing en Mark Lanegans Like Little Willie John van zijn album Bubblegum uit 2004. De Zweedse artiest Peter LeMarc nam in 1991 het nummer Little Willie John op.
De biografie Fever: Little Willie John, a fast life, mysterious death and the birth of soul van Susan Whitall (met Kevin John, een van zijn zonen) werd in 2011 uitgegeven door Titan Books. Little Willie John werd in 2014 als zanger postuum opgenomen in de Rhythm and Blues Music Hall of Fame en in 2016 als songwriter. In juni 2016 werd hij opgenomen in de Michigan Rock and Roll Legends Hall of Fame.
Discografie King Records 1955: All Around the World / Don't Leave Me Dear 1956: Need Your Love So Bad 1956: Home At Last 1956: Are You Ever Coming Back / I'm Stickin' with You Baby 1956: Fever 1956: Letter from My Darling 1956: Do Something for Me / My Nerves 1956: Will the Sun Shine Tomorrow / A Little Bit of Loving 1957: Love, Life and Money / You Got to Get Up Early in the Morning 1957: I've Got to Go Cry / Look What You've Done to Me 1957: Young Girl / If I Thought You Needed Me 1957: Dinner Date / Uh Uh Baby (No No Baby) 1957: Person to Person / Until You Do 1958: Talk to Me, Talk to Me / Spasms 1958: You're a Sweetheart / Let's Rock While the Rockin's Good 1958: Tell It Like It Is / Don't Be Ashamed to Call My Name 1958: Why Don't You Haul Off and Love Me / All My Love Belongs to You 1958: No Regrets / I'll Carry Your Love Wherever I Go 1959: Made for Me / No More in Life 1959: Leave My Kitten Alone / Let Nobody Love You 1959: Let Them Talk / Right There 1960: Loving Care / My Love Is 1960: A Cottage for Sale / I'm Shakin''' 1960: Heartbreak (It's Hurtin' Me) / Do You Love Me 1960: Sleep / There's a Difference 1961: Walk Slow / You Hurt Me 1961: Leave My Kitten Alone / I'll Never Go Back on My Word 1961: The Very Thought of You / I'm Sorry 1961: Flamingo 1961: (I've Got) Spring Fever 1961: Take My Love (I Want to Give It All to You) 1961: Now You Know 1961: Need Your Love So Bad / Drive Me Home 1961: There Is Someone in the World for Me / Autumn Leaves 1962: Fever / Bo-Da-Ley Didd-Ley 1962: The Masquerade Is Over / Katanga 1962: Until Again My Love / Mister Glenn 1962: Every Beat of My Heart / I Wish I Could Cry 1962: She Thinks I Still Care / Come Back to Me 1962: Big Blue Diamonds / Doll Face 1962: Without a Friend / Half a Love 1963: Heaven All Around Me / Don't Play with Love 1963: My Baby's in Love with Another Guy / Come On Sugar 1963: Let Them Talk / Talk to Me 1963: So Lovely / Inside Information 1963: Person to Person / I'm Shakin 1964: My Love Will Never Change / Bill Bailey 1964: It Only Hurts a Little While / Rock Love 1964: All Around the World / All My Love Belongs to You 1964: Do Something for Me / Don't You Know I'm in Love 1965: Talk to Me, Talk to Me / Take My Love (I Want to Give It All to You) 1968: Fever / Let Them Talk 1970: All Around the World / Need Your Love So Bad''
Categorie:Amerikaans soulzanger