Het Gerechtigheidspaneel, ook De tweevoudige gerechtigheid of Het Laatste Oordeel genoemd, is een laat-vijftiende-eeuwse paneelschildering van de vrij onbekende schilder Jan van Brussel. Van Brussel schilderde het gerechtigheidstafereel omstreeks 1475 voor de toenmalige Raadkamer van Bourgondië in Maastricht. Na de opheffing van de Raadkamer hing het paneel waarschijnlijk in het Dinghuis. Omstreeks 1665 verhuisde het naar het nieuwe stadhuis van Maastricht. Sinds 2018 bevindt het zich in het Bonnefantenmuseum. Vanwege de vroege afbeelding van een rechtbanktafereel is het werk van (rechts-)historisch belang.

Geschiedenis Het Gerechtigheidspaneel wordt toegeschreven aan de vrijwel onbekende schilder Jan van Brussel. Hij wordt vermeld als meester van het Maastrichtse ambacht van de steynmetsers (metselaars), waartoe ook de beeldhouwers en kunstschilders behoorden, en waarvan hij tussen 1464 en 1472 driemaal deken was.Roebroeks (2009), pp. 41-42. De toewijzing van het ongesigneerde paneel is gebaseerd op een archivalische notitie van april 1475 in de rekeningen van de rentmeester der Brabantse domeinen te Maastricht (bewaard in het Algemeen Rijksarchief te Brussel). Daarin wordt een betaling van 30 ponden vermeld aan "Jan van Bruessel" voor het schilderen van een paneel, "eene ghemaelde taffel".

thumb|left|180px|Palude-diptiek, Jan van Brussel?, ca. 1490 (Grand Curtius, Luik) thumb|left|180px|Het Gerechtigheidspaneel in 1915, enkele decennia voor de restauratie. De verticale planken zijn duidelijk zichtbaar In 2017 poneerde de Belgische kunsthistoricus Didier Martens de stelling dat Jan van Brussel tevens de maker is van een diptiek in het museum Grand Curtius in Luik. Dit zogenaamde Palude-diptiek toont overeenkomsten met het Maastrichtse paneel qua compositie, stijl, kleur en techniek.Martens (2017), pp. 93-96. Het tweeluik uit circa 1489-1492 is genoemd naar de schenker, de kanunnik Henricus ex Palude, ook wel Henri des Marrets, en bevond zich oorspronkelijk in de Luikse Sint-Lambertuskathedraal. Het diptiek toont aan de binnenzijde de twee patroonheiligen van de Luikse kathedraal: de maagd Maria en de heilige bisschop Lambertus, weergegeven door respectievelijk de Geboorte van Jezus en het Martelaarschap van Sint-Lambertus. De buitenzijde van het diptiek is in grisaille beschilderd met een Salomonsoordeel en een Christus en de overspelige vrouw.'Diptych, known as Palude' op grandcurtius.be

Over de datering van het Gerechtigheidspaneel is in de loop der jaren veel discussie geweest. Een inscriptie op de lijst lijkt het jaartal 1599 aan te duiden. Victor de Stuers was in 1881 de eerste die constateerde dat dit jaartal niet juist kon zijn, aangezien het schilderij de kenmerken van de late vijftiende eeuw draagt.Martens (2017), p. 90. Latere auteurs meenden dat de gotische cijfers gelezen moesten worden als 1477 of 1499.Roebroeks (2009), p. 43 noot 2. Van Nispen tot Sevenaer, die in 1926 voor het eerst een foto van het paneel publiceerde in De Monumenten in de Gemeente Maastricht, meende dat een restaurateur het jaartal 1499 verkeerd gelezen had en er 1599 van had gemaakt.Van Nispen tot Sevenaer (1926/1974), pp. 142-143. L.L. Minis was in 1985 van mening dat op kunsthistorische en archivalische gronden 1477 als meest waarschijnlijke ontstaansjaar beschouwd moet worden.Minis (1985), p. 115. De Belgische kunsthistoricus Juliaan De Ridder argumenteerde in 1989 dat het paneel in 1475-1476 moet zijn ontstaan.De Ridder (1989), pp. 62-65. Roebroeks hield in 2009 een slag om de arm en gaf aan dat de datering geplaatst kan worden tussen 1475 en 1480.Roebroeks (2009), p. 43.

Van Brussel ontving de opdracht voor het gerechtigheidstafereel vrijwel zeker van de Raadkamer van Bourgondië ("Raidcamer van Tricht" of "Conseil Monsieur le duc a Treicht"), een bestuursorgaan annex rechtbank, dat slechts enkele jaren tussen 1473 en 1477 heeft bestaan.Martyn/Paumen (2018), p. 211. Vrijwel het gehele Maasland werd omstreeks 1473 gecontroleerd door de hertog van Bourgondië, Karel de Stoute (1433-1477), en diens trouwe vriend en stadhouder, Guy de Brimeu (1433-1477). Deze laatste wenste het Bourgondische gezag in het versnipperde midden-Maasgebied te centraliseren en richtte daartoe in 1473 in het tweeherige Maastricht dit nieuwe instituut op. De Maastrichtse Raadkamer moest het hoogste bestuurscollege en tevens de hoogste rechtsinstantie worden, niet alleen in het Luikerland en het graafschap Loon, maar ook in het hertogdom Limburg, de Landen van Overmaas en voor bepaalde zaken ook het graafschap Namen en het hertogdom Gelre.Roebroeks (2009), pp. 39-41. Karel de Stoute was waarschijnlijk aanwezig bij de opening; hij verbleef van 26 mei tot 10 juni 1473 in Maastricht, en opnieuw van 16 tot 21 juli 1474.Ubachs/Evers (2005), p. 269: 'Karel de Stoute'.

Waar de Bourgondische Raadkamer in Maastricht was gevestigd is niet bekend. Als mogelijke huisvesting zijn genoemd: het huis "De Lanscroon" in de Grote Staat (ter plekke van het latere warenhuis van V&D en Hudson's Bay), het Dinghuis aan de Kleine Staat, en de kruisgang van de Sint-Servaaskerk aan het Sint Servaasklooster.Roebroeks (2009), p. 41. De Raadkamer was in Maastricht niet populair, omdat hij inbreuk maakte op de stedelijke privileges. Meteen na de dood van Karel de Stoute in januari 1477 werd het gehate instituut afgeschaft. De meeste raadsleden vluchtten; de rentmeester Benoît de Pardieu werd gearresteerd, veroordeeld en terechtgesteld. Het gebouw met inventaris, waaronder een tweetal schilderijen, werd geconfisqueerd, deels door de prins-bisschop van Luik, Lodewijk van Bourbon.. De bisschop bevond zich op dat moment in Gent, dus waarschijnlijk nam zijn vertegenwoordiger, de Luikse schout Thewalt van Royde, de goederen in bezit. De vermelding van twee panelen ("beyde de taeffele") heeft bij sommige auteurs het vermoeden gewekt dat Jan van Brussel niet een, maar twee panelen voor de Raadkamer vervaardigde.

Het Gerechtigheidspaneel is na de opheffing van de Raadkamer waarschijnlijk door de Luikse schout overgebracht naar het Dinghuis, de zetel van het Luikse en Brabantse hooggerecht. Het Dinghuis was toen splinternieuw; het was vanaf 1473 op de plek van het gesloopte huis "De Mayo" verrezen. In 1599 vond opnieuw een grote renovatie en uitbreiding van het gebouw plaats, waarbij mogelijk het Gerechtigheidspaneel werd voorzien van een nieuwe lijst, waarop het jaartal 1599 werd aangebracht. Van het Dinghuis verhuisde het paneel omstreeks 1664 naar het nieuwe stadhuis van Maastricht op de Markt, waar het ruim drieënhalve eeuw zou blijven. Daar hing het decennialang in de antichambre van de raadzaal. In 2018 gaf de Gemeente Maastricht het paneel in langdurige bruikleen aan het Bonnefantenmuseum, waar het deel uitmaakt van de permanente expositie Oude Kunst (inventarisnummer 6353).Jaarverslag 2018 Bonnefantenmuseum, pp. 63, 69. Gearchiveerd op 6 juni 2020.

Het schilderij heeft diverse restauraties ondergaan, de eerste mogelijk omstreeks 1599, toen het jaartal op de lijst werd aangebracht. Een zeer ingrijpende restauratie, door De Stuers eufemistisch "een onhandige restauratie" genoemd, werd in 1858 uitgevoerd door de lokale kunstenaar Alexander Schaepkens (1815-1899), die grote delen van het paneel overschilderde.Roebroeks (2009), p. 37. De schade werd in 1952 deels ongedaan gemaakt in de restauratiewerkplaats van het Rijksmuseum Amsterdam, maar de bovenste verflagen bleken te ver afgesleten voor een algeheel herstel.Martens (2017), p. 92. Na de bruikleengave aan het Bonnefantenmuseum werd het schilderij in 2018 opnieuw schoongemaakt en gerestaureerd door Stichting Restauratie Atelier Limburg (SRAL), waarbij nog originele details onder de oude verflagen tevoorschijn kwamen.'Bonnefanten tijdens TEFAF "Never a dull moment"' op maastrichtlokaal.nl, 6 maart 2020.

Beschrijving thumb|Moresk en misleidend jaartal op de lijst thumb|Detail: engelen met zwaard en bazuin thumb|Banderol met influistering van de duivel De tweevoudige gerechtigheid is een olieverfschildering op paneel. Het bestaat uit zeven verticaal aan elkaar bevestigde planken. Het portrait-formaat was voor gerechtigheidstaferelen in de Nederlanden gebruikelijk; in Duitstalige landen was dat het landscape-formaat. De afmetingen (zonder de lijst) bedragen: 188 × 135 cm.Martens (2017), p. 108 noot 28. Bij de restauratie in de jaren vijftig zijn de losgeraakte planken vastgezet op een houten drager. Het paneel is gevat in een circa 10 cm brede lijst, die mogelijk origineel is. De lijst is zwart geschilderd en versierd met goudkleurige moresken en vijfpuntige sterren (uit het wapen van Maastricht).Minis (1985), pp. 115, 119. De compositie is horizontaal opgedeeld in twee registers, waarbij het bovenste deel een geheel vormt en het onderste register verticaal verdeeld is in twee taferelen.

In het bovenste register is de hemelse rechtspraak op traditionele wijze weergegeven door het tafereel van de dag des oordeels, zoals die wordt beschreven in het Bijbelboek Openbaring van Johannes. Christus is afgebeeld zittend op een regenboog, gehuld in een bloedrood rechtersgewaad. Hij wordt omgeven door een achttal engelen, waarvan vier met loftrompetten. Twee anderen reiken hem een lelietak en het rechterszwaard aan, symbolen van zuiverheid en rechtvaardigheid. Aan Jezus' rechterhand zit zijn moeder Maria, omringd door zeven vrouwen die in de hemel zijn opgenomen, knielend op een wolk. Ter linkerzijde zit Johannes de Doper met zeven mannen. Zeven is een heilig getal, maar zou hier tevens kunnen verwijzen naar de tweemaal zeven schepenen van Maastricht, zeven van Luikse en zeven van Brabantse zijde.Martyn/Paumen (2018), p. 206. Aan de onderzijde van het tafereel is de stad Maastricht afgebeeld, waar de doden uit hun graven opstaan en door engelen naar de hemel of door duivels naar de hel worden gevoerd.

Het onderste register wordt door een zuil van de rechtszaal verticaal in twee gelijke tableaus verdeeld. Het tafereel linksonder is vrij uniek, omdat het een vroege weergave betreft van een rechtszitting in een rechtszaal. Twee mannen, een rijke en een arme, hebben een juridisch geschil en verschijnen voor een balie, in de middeleeuwen buffet genoemd, waarachter zeven of acht rechters hebben plaatsgenomen. De rechtzoekenden hebben beiden uit respect hun hoed afgenomen: de rijke een bonthoed met broche; de arme een gerafelde vilten hoed. Ook de rest van hun kleding duidt op een standsverschil. Door zijn licht gebogen houding drukt de arme man bedeesdheid of onderdanigheid uit. De rechters zijn allemaal anders gekleed, maar zijn duidelijk in goeden doen.Martyn/Paumen (2018), p. 207. Links probeert een duivel de rechters te beïnvloeden door hen in te fluisteren zichzelf te verrijken, desnoods met geweld. De tekst wordt in grote letters weergegeven op een banderol, duidelijk leesbaar voor de toeschouwer.

Rechtsonder zien we diverse duivels aan het werk in de hel. Ze gooien de verdoemden in het vuur en pijnigen hen. Ernaast staat een engel (de aartsengel Michaël?), gekleed als een diaken, die naar de verdoemden wijst en tegelijkertijd een waarschuwende tekst naar de rechters uitspreekt, wederom duidelijk leesbaar weergegeven in een banderol. Het stadsgezicht van Maastricht vormt hier de verbinding met het bovenste register.

Waardering Kunsthistorische betekenis