Hannegien (Annie) Post-Salomons (Nieuw-Buinen, 1 december 1901 - Kampen, 14 februari 1982) was in de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet.

Levensloop Post-Salomons werd op 1 december 1901 geboren in Nieuw-Buinen als de oudste dochter van het gereformeerde schippersechtpaar Geert Salomons (1865-1918) en Hilligje Huisingh (1875-1950). Tijdens de schoolvakanties voeren Post-Salomons en haar zussen met hun ouders op het ijzeren tjalkschip De Onderneming naar Scandinavië en Oost-Europa. Door het beroep van hun ouders zagen de dochters in hun jeugd meer van de wereld dan veel van hun dorpsgenoten. Toen hun vader in 1918 overleed trok Post-Salomons met haar moeder en zussen in bij haar grootmoeder Huisingh in Nieuw-Buinen.

Alle drie de zussen Salomons trouwden met een zoon van Jan Wolters Post (1863-1942) en Trijntje Tempen (1865-1937) uit Hollandscheveld, gemeente Hoogeveen. Dien (1903-1991) trouwde met Johannes Post (1906-1944) en Mien (1904-1969) met Henk Post (1900-1982). Annie trouwde met Marinus Post (1902-1944).

Oorlog en verzet

Annie en Marinus Post betrokken een boerderij in Dalerpeel. Toen de oorlog net was begonnen, verhuisden zij met hun acht kinderen naar een nieuwe boerderij aan de Venedijk in het onland nabij Kampen. Daar boden zij onderdak aan vele onderduikers, soms wel twintig tot dertig mensen tegelijk, die bij afwezigheid van Marinus door Annie verzorgd werden.

Op 27 juli 1943 werd de boerderij overvallen en ontstond een hevig vuurgevecht. Annie vond dat Marinus zich uit de voeten moest maken omdat ze ervan overtuigd was dat hij vermoord zou worden. Marinus werd in zijn been geraakt en vluchtte. Hij werd op 23 oktober 1944 in Amsterdam opgepakt tijdens een verzetsactie en op 17 november in Alkmaar gefusilleerd.

Annie Post en hun zeventienjarige zoon Jan werden opgepakt, evenals vier Joodse onderduikers en een ondergedoken student. De boerderij werd enkele dagen later door het verzet in brand gestoken om te voorkomen dat bezwarend materiaal in handen van de bezetter zou komen.

Annie en Jan Post werden in de gevangenis van Arnhem hardhandig ondervraagd en in september 1943 naar Kamp Vught overgebracht. Daar was Annie Post een van de overlevenden van het bunkerdrama. Ze was opgesloten in de bunker omdat ze zich solidair toonde met een van de krijgsgevangen vrouwen.

In september 1944 werd zij naar Ravensbrück gedeporteerd en van oktober 1944 tot april 1945 werkte zij in het Agfacommando, een buitenkamp van concentratiekamp Dachau. Op 27 april vertrokken de gevangenen van het Agfacommando op een dodenmars naar het zuiden. Tijdens deze dodenmars kreeg zij dysenterie. Op 30 april 1945 werd zij in Wolfratshausen door de Amerikanen bevrijd. Via Zwitserland, Frankrijk en België keerde zij uiteindelijk in Nederland terug.

Jan Post overleefde de concentratiekampen Dachau en Alach. Twee van de vier Joodse onderduikers overleefden de oorlog en emigreerden naar Israël, de andere drie gepakte onderduikers overleefden de oorlog niet.

Annie Post beschouwde haar verzetswerk als christenplicht. Na de oorlog liet ze zich weinig uit over haar verzetswerk. Pas door de publicaties in 2020, 75 jaren na de bevrijding, over de overval op de boerderij en haar brief over de bevrijding, ontstond aandacht voor haar uitzonderlijke activiteiten en oorlogservaringen.

Eerbetoon In februari 2007 werd aan de muur van basisschool Het Stroomdal, vlak bij de boerderij van het echtpaar, een gedenksteen voor Marinus en Annie Post aangebracht. In april 2025 kregen Annie en Marinus Post postuum de prestigieuze Amerikaanse Legion of Honor Award.

Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Kampgevangene in Vught Categorie:Kampgevangene in Dachau Categorie:Kampgevangene in Ravensbrück