Leven van Galilei (Duits: Leben des Galileis) is een toneelstuk van de Duitse schrijver Bertolt Brecht, door hem in 1939 in ballingschap in Denemarken geschreven. Het stuk ging op 9 september 1943 in Zürich in première. De bijbehorende muziek werd geschreven door Hanns Eisler. In 1962 verscheen de Nederlandse vertaling van Gerrit Kouwenaar.

In 1945 schreef Brecht een gewijzigde versie. In de oorspronkelijke versie draait het stuk voornamelijk om de omgang met macht door de Rooms-Katholieke Kerk jegens de astronoom en fysicus Galileo Galilei (1564-1642), die genoopt wordt zijn letterlijk revolutionaire denkbeelden over het heliocentrisch wereldbeeld te herroepen. De zaak van de kerkelijke autoriteiten tegen Galilei geldt als het meest beschreven proces uit de geschiedenis van de westerse wereldKerk contra wetenschap - Galileo Galilei versus het Heilig Officie . Gearchiveerd op 1 februari 2023. en vormde een belangrijke inspiratiebron voor Brecht, die in Galilei veel meer zag dan slechts een opstandige wetenschapper: met zijn onderzoekingen en nieuwe wereldbeeld bracht hij ook de bestaande maatschappelijke orde in gevaar, die immers mede berustte op de gezeglijkheid van het volk.

Het stuk wordt gekenmerkt door Brechts mede door het marxisme gekleurde persoonlijke visie. Zijn leerstukken waren bedoeld als toekomstig toneel voor een socialistische staat zoals hij die voor ogen had. Voorop stond het aan het denken zetten van de toeschouwer en het oproepen van een kritische en mondige houding bij het publiek.

Historische nauwgezetheid van het verhaal was voor hem daarbij van minder belang: in het laatste bedrijf van het stuk wordt in 1637 de tekst van Galilei's werk Discorsi e Dimostrazioni Matematiche, intorno a due nuove scienze (ook wel kortweg de Discorsi) over de "Italiaanse grens"" gesmokkeld, met een slagboom en controleurs die de kist met meerdere boeken haastig overzien. Aldus wordt een kopie van het daartussen verborgen subversief geacht manuscript heimelijk uitgevoerd, hoewel de staat Italië destijds nog niet bestond. Galilei werd geboren te Pisa, en woonde en werkte later te Florence en Padua, was een onderdaan van de Republiek Venetië en tevens onderworpen aan het kerkelijk recht van de Rooms-Katholieke Kerk. De kopie van het manuscript werd naar de Nederlanden gesmokkeld, om daar te worden uitgegeven, hoewel Nederland daarbij niet expliciet wordt vermeld. Wel maant Galilei zijn leerling en vertrouweling Andrea Sarti tot voorzichtigheid "Pas goed op als je door Duitsland komt met de waarheid onder je jas" (Duitsland bestond destijds evenmin als Italië als staat).

Achtergrond Wereldbeeld In 1609 presenteerde Galilei een beweerde verbetering van de telescoop, die in Nederland uitgevonden was door Hans Lippershey. Daarmee deed hij zelf reeds in datzelfde jaar een aantal opzienbarende astronomische waarnemingen en ontdekkingen. Hij begon te twijfelen aan de juistheid van de opvattingen van Aristoteles en de geocentrische leer van Ptolemeus en hun kritiekloze, gelovige volgelingen -in Brechts stuk "de Ouden" genoemd- en verdedigde in plaats daarvan de nieuwe leer van de 'ketterse' astronoom Copernicus. In 1610 publiceerde Galilei zijn waarnemingen van onder meer de maan en de manen van Jupiter in zijn Sidereus Nuncius (Sterrenbode). Vanaf 1612 ontstond er verzet tegen zijn werk, dat strijdig was met de opvattingen van de kerk. In oktober 1632 werd Galilei opgeroepen om te verschijnen voor de kerkelijke rechtbank om zich te verantwoorden.

Galilei's (tweede) boek over het nieuwe wereldbeeld, (de) Discorsi, werd in 1632 voor het eerst in het Italiaans gepubliceerd in Florence, nog met toestemming van de Inquisitie. In 1633 werd Galileo echter veroordeeld wegens 'ernstige verdenking van ketterij' op basis van de inhoud van dit boek. Vervolgens werd het boek verboden. Brecht toont in het toneelstuk hoe het in het buitenland zou belanden, waar het alsnog ongestraft kon worden uitgegeven.

(Bonaventura en Abraham Elzevier te Leiden publiceerden een vroege Latijnse editie onder de titel Systema Cosmicum. Ze lieten het te Straatsburg drukken door David Hautt).

In het stuk wordt herhaaldelijk verwezen naar Bruno, ook wel kortweg "de verbrande", die slechts enkele jaren eerder (in 1600) door de Inquisitie tot de brandstapel was veroordeeld wegens het opperen van vergelijkbare opvattingen, die het gezag van de kerkelijke leerstellingen aantastten.

Galileo streeft voortdurend zijn doel na om zijn onderzoek en de juistheid van zijn bevindingen wereldkundig te maken. Hij houdt weinig rekening met economische of sociaal-politieke omstandigheden. In zijn wetenschappelijke ijver gelooft hij standvastig, soms naïef, in de overwinning van de rede. Wanneer het nieuws dat de wiskundige Barberini paus wordt, begint hij zijn onderzoeksresultaten in de lokale taal aan het hele volk bekend te maken. Galileo geeft de hoop en het geloof in de menselijke rede niet op. Op deze manier weet hij zijn leerling Andrea het manuscript van de Discorsi toe te spelen. Zodra hij zelf echter in gevaar komt en wordt geadviseerd te vluchten, beoordeelt hij zijn situatie verkeerd en valt hij weer in handen van de Inquisitie. Ondanks zijn nauwgezetheid en voorzichtigheid in de wetenschap beoordeelt Brechts Galilei politieke kwesties verkeerd. Een symbolische indicatie hiervan is dat Galileo in de loop van het stuk steeds blinder wordt - maar de (onzichtbare) verbindingen in de wereld veel beter herkent.

Marxisme De marxistisch geïnspireerde persoonlijke visie van Brecht, waarmee hij als schrijver zijn relaas over de botsing tussen de wetenschapper en de kerk inkleurt, loopt als een rode draad door het stuk. Dit is met name merkbaar met name door allerlei passages die het primaat van de economie schetsen: Galilei moet zijn schulden betalen en tracht geld te verdienen met de telescoop, die geen eigen uitvinding van hemzelf is, en keer op keer komt in het stuk ter sprake dat de huisvrouwen de melkboer moeten kunnen betalen. Die worden afgewisseld met uiteenzettingen over de maatschappelijke rol die de wetenschap behoort te hebben (die zou de mensheid moeten dienen) en ook het subversie karakter van Galilei's inzichten die een gevaar voor de bestaande maatschappelijke orde zouden opleveren.

Verhaal miniatuur|links| Galileo Galilei met zijn telescoop Het stuk bestaat uit 15 bedrijven of scènes die elk worden ingeleid met een korte koorzang. Het betreft een dramatisering van de strijd in 1609-1637 tussen de vermeende waarheid als aangenomen bijgeloof en de waarheid als resultaat van wetenschappelijk onderzoek. Het is gebaseerd op historische feiten, die worden bezien vanuit Brechts persoonlijke, kritische en 20e-eeuwse visie.

De wetenschapper Galileo Galilei staat centraal, maar in feite ook de lotgevallen van het door hem geschreven boek, de omstreden Discorsi, en zijn uitleg van zijn leer, de "nieuwe wetenschap", om te beginnen aan twee leken "uit het gewone volk", namelijk zijn huishoudster Vrouw Sarti en haar leergierige zoon Andrea.

Eerste bedrijf: de uitleg van Copernicus' en Galilei's theorie Het eerste bedrijf (Galileo Galilei, leraar in de wiskunde, wil het nieuwe Copernicaanse wereldstelsel bewijzen) speelt zich af in 1609 in de studeerkamer van Galilei te Padua. Voor de tienjarige knaap Andrea Sarti demonstreert de op dat moment 46-jarige en armlastige wetenschapper de beweging van de aarde volgens de inzichten van Copernicus ("Kippernikus" volgens de jongen en zijn moeder), door hem gezeten op een stoel op te tillen en door de kamer te verplaatsen en ook door hem een appel te tonen, die hij ronddraait met een daarin gestoken houtsplinter. Galilei waarschuwt met klem voor het gevaar van "voorbarige gevolgtrekkingen". Hij benadrukt dat zien iets anders is dan zomaar wat kijken (in de Duitse tekst "glotzen": "Du siehst gar nichts. Du glotzt nur. Glotzen ist nicht sehen."). Andrea zal later in het stuk, dat een tijdverloop van 28 jaren bestrijkt, zijn leerling en vertrouweling worden. In dit bedrijf verschijnt ook Ludovici Marsili, die in Holland is geweest en vertelt over de nieuwe uitvinding, de telescoop die hij daar gezien heeft. Tweede bedrijf: de telescoop Het tweede bedrijf (Galilei overhandigt aan de Republiek Venetië een nieuwe vinding) speelt zich af bij het Arsenaal van Venetië. Galileo Galilei overhandigt aan de Doge en andere hoogwaardigheidsbekleders van de Republiek een verbeterde versie van de in de Nederlanden gebouwde telescoop en wordt daarvoor financieel beloond door het bestuur van Padua, dat destijds deel uitmaakte van de Republiek Venetië. De uitvinding had een groot militair nut, maar Galilei dacht zelf persoonlijk meer aan de bruikbaarheid voor de wetenschap. Ook hier benadrukt Gailei wederom dat hij wantrouwig is jegens voorbarige gevolgtrekkingen.

Derde bedrijf: observaties met de telescoop In het derde bedrijf (10 januari 1610: door middel van de verrekijker ontdekt Galilei aan de hemel verschijnselen, die het Copernicaanse stelsel bewijzen. Door zijn vriend voor de mogelijke gevolgen van zijn onderzoekingen gewaarschuwd, legt Galilei getuigenis af van zijn geloof in het gezond verstand) verricht Galilei met zijn telescoop belangwekkende waarnemingen in het bijzijn van zijn vriend Sagredo. Ze zien onder meer bergen op de maan. Dit hemellichaam blijkt dus net zoiets als de aarde ("Het is vandaag 10 januari 1610. De mensheid schrijft in haar dagboek: hemel afgeschaft."). Hij toont hem ook de manen van de planeet Jupiter die hij kort daarvoor ontdekt heeft. Met behulp van deze verbeterde telescoop demonstreert Galilei zijn theorie dat de aarde om de zon draait, zoals ook reeds was gesteld door Copernicus, en weerlegt hij het idee van het oude geocentrische wereldbeeld, waarin de aarde het centrum van het universum zou zijn. Maar waar is God in dit wereldbeeld? "In ons of nergens", antwoordt Galilei zijn vriend Segredo, zoals eerder "de verbrande" (Giordano Bruno) zo vermetel was geweest te beweren, maar niets kon bewijzen, wat hij met de dood had moeten bekopen. Ga;ilei meent dat met de ontdekkingen die hij doet middels de telescoop de zaken er anders voorstaan. Hij hoopt op een aanstelling aan het hof van Florence.

Vierde bedrijf: weerstand In het vierde bedrijf (Galilei is van de Republiek Venetië naar het Florentijnse hof verhuisd. Zijn ontdekkingen met de verrekijker stuiten bij de Florentijnse geleerden op ongeloof) toont Brecht hoe Galilei's theorie en zijn waarnemingen die hij als bewijzen daarvoor claimt tot een conflict met de katholieke kerk, die hem verbiedt zijn leringen te verspreiden.

Vijfde bedrijf: voortzetting In het vijfde bedrijf (Ook door de pest niet uit het veld geslagen, zet Galilei zijn onderzoekingen voort) gaat Galilei terwijl de Italiaanse steden worden geteisterd door de pest onverstoord verder met zijn waarnemingen. Hij vertelt Andrea dat hij bij de planeet Venus schijngestalten heeft waargenomen, zoals ook de maan die heeft.

Zesde bedrijf: 1616 In het zesde bedrijf (1616: het Collegium Romanum, wetenschappelijk instituut van het Vaticaan, erkent Galilei's ontdekkingen ) lijkt de pauselijke astronoom in Rome aanvankelijk de ontdekkingen van Galileo te bevestigen. In dit jaar publiceerde Galilei zijn Verhandeling over de getijden (eb en vloed).

Zevende bedrijf: Index Ondanks de aanvankelijke schijnbare instemming worden Galilei's geschriften bij het decreet van de Heilige Congregatie op de Index geplaatst, die de Vaticaanse inquisitie sinds 1559 publiceerde (Maar de Inquisitie zet de Copernicaanse leer op de Index (5 maart 1616)).

Achtste bedrijf: uitleg Het achtste bedrijf (Een gesprek) is een dialoog tussen Galilei en een monnik die zich bereid toont zich de verboden leer te laten uitleggen.

Negende bedrijf: een nieuwe paus