thumb| Schoolgebouw, Schulglockenturm en Steingaden De Kirchenburg Ostheim is een kerkburcht (ook wel vestingkerk of weerkerk) in de stad Ostheim vor der Rhön in de Duitse deelstaat Beieren.
De plaatselijke stadskerk St. Michael is omgeven door twee ringmuren, die tussen 1400 en 1450 zijn gebouwd. Tussen de muren ligt een open ruimte, een zogenaamde dwingel. De dubbele ringmuur heeft vijf verdedigingstorens en is versterkt met zes bastions, halverwege tussen de torens. De protestantse kerk is tussen 1615 en 1619 in renaissancestijl gebouwd op de fundamenten van een eerdere kerk. Binnen de fortificatie bevinden zich 66 gewelfkelders en 72 opslaghutten (Gaden), die in tijden van oorlog als toevluchtsoord dienden en waar de dorpsbewoners in crisistijden hun hebben en houden veilig konden opslaan. Met een grondoppervlakte van 75 bij 75 meter is het de grootste en best bewaard gebleven kerkburcht in Duitsland. De lokale bevolking gebruikt een deel van de gewelfkelders nog steeds als opslagruimte.
Ligging De kerkburcht ligt aan de noordelijke stadsrand van Ostheim, op een terrein dat richting het zuiden licht afloopt naar de Streu, een zijrivier van de Fränkische Saale. Gelegen op 310 meter boven NAP steekt de vestingkerk ongeveer 10 tot 15 meter boven de stad uit. Ze staat in het grensgebied van de voormalige grondgebieden van de bisschoppen van Würzburg in het zuiden, de abdij van Fulda in het westen en de graven Von Henneberg in het noorden. Langs de kerkburcht lopen zowel de Ortesweg, een handelsroute die al in de tijd van de Kelten bestond, alsook de Hohen Straße, een historische verkeersweg tussen Fulda en Bamberg.
Betekenis De Kirchenburg Ostheim is met een oppervlakte van ongeveer 0,6 hectare een van de grootste kerkburchten in Duitsland. Vergelijkbare bouwwerken, zoals de kerkburchten in Walldorf en Rohr in de deelstaat Thüringen, beslaan ongeveer 0,3 tot 0,4 hectare. Het is de enige kerkburcht in Duitsland die is omgeven door een dubbele ringmuur met een dwingel en meerdere torens en bastions. De kerkburcht is volledig behouden gebleven, op de zuidwestzijde na. Alle gewelfkelders en Gaden zijn nog toegankelijk. De Kirchenburg Ostheim werd in 2003 tot Denkmal von nationaler Bedeutung (monument van nationaal belang) verklaard.
Geschiedenis miniatuur|Voormalige kerkschool Ostheim met haar kerkburcht en het omliggende gebied lagen in een territoriaal versplinterd gebied dat vaak in andere handen kwam. In de loop der eeuwen hadden onder meer het Keurvorstendom Mainz, de graven von Mansfeld en de hertogen van Saksen het er voor het zeggen. Voor de Tweede Wereldoorlog hoorde Ostheim bij Thüringen, maar sinds 1945 ligt het in de deelstaat Beieren. Sinds 1410 is het kerkelijk zelfstandig en in 1596 kreeg Ostheim stadsrechten. De adellijke bovenlaag kon zich bij militaire conflicten terugtrekken in de Lichtenburg, een kasteel dat twee kilometer noordwaarts lag. Terwijl op andere plaatsen de bevolking bescherming vond achter een stadsmuur, moesten de bewoners van Ostheim het oorlogsgeweld onbeschermd trotseren. Ze beschermden zich daarom door de kerk te verstevigen en uit te bouwen. De bouw van de kerkburcht vond plaats zonder hulp van kerkelijke of wereldlijke machthebbers, en de burgers en boeren van Ostheim zorgden later ook zelf voor het onderhoud.
In 1419 werd de bouw van de eerste kerk Beatae Mariae Virginis voltooid. Ze stond vanuit verdedigingsoogpunt op een ongunstige plek omdat ze door vlak terrein was omringd. Ter bescherming werd vanaf 1417/1418 een eerste muur om het kerkterrein gebouwd. In de jaren tot 1450 ontstond een vestingmuur met hoge, slanke torens op de hoekpunten. Ten tijde van de Hussitische invasies in de jaren 1430 kwam er een dwingel en een buitenmuur bij. De Ottomaanse dreiging zorgde voor een verdere uitbreiding van het complex in 1579 en 1580. De buitenmuur met torens en de tussenliggende dwingel werd voltooid, de torens op de binnenste muur kregen schietgleuven voor de haakbussen en de noordzijde werd versterkt met een extra toren in het midden.
miniatuur|links|Oostelijke Gaden en Pulverturm Tussen 1589 en 1620 werd op dezelfde plek een nieuwe kerk gebouwd omdat de bestaande kerk te klein was geworden voor de stadsbevolking. In 1634, tijdens de Kroatische invasie in de Dertigjarige Oorlog, werd de stad aangevallen. Tien burgers verdedigden de kerkburcht met haakbussen, maar moesten de burcht opgeven, om te voorkomen dat de stad zou worden afgebrand. De kerkburcht werd geplunderd, maar niet verwoest.
thumb|Kadasterplan uit 1830/31 Binnen de vestingmuren bevinden zich opslaghuizen (Gaden) met daaronder gewelfkelders met meestal boogvormige deuren, waarvan sommige van jaartallen zijn voorzien. Enkele Gaden kunnen daardoor op 1547, 1575, 1576, 1855 en 1864 worden gedateerd. Omdat de opslaghuizen tegen de buitenkant van de binnenste muur zijn gebouwd, ontstond er een extra verdedigingswal. De meeste Gaden bestaan uit gemetselde, tongewelfde kelders met daarboven huttenachtige bouwsels. De onderste verdiepingen zijn meestal gebouwd van breuksteen, de bovenverdiepingen zijn vakwerkbouw. In de Gaden werden etenswaren en drank opgeslagen, maar soms ook kostbaarheden. Omdat de Gaden in de loop der tijd vaak werden verbouwd en uitgebreid, hebben de nokken ongelijke hoogtes en liggen er op de daken verschillende soorten dakbedekkingen. In het kader van renovatie en behoud is een deel van de Gaden uniform gemaakt.
Omdat de kerkburcht in de loop van de 19e eeuw haar functie als verdedigingswerk verloor, werd ze niet meer verder uitgebouwd, maar alleen nog gerenoveerd. In de 19e eeuw werd in de noordelijke ringmuren een opening gecreëerd om een tweede ingang te realiseren. Tijdens de grote stadsbrand van 1878 raakte ook de kerkburcht beschadigd. In 1935 en 1936 werden de houten torenkamers van de hoektorens vernieuwd. Bij renovatiewerkzaamheden in de kerk in 1960 en 1961 zijn onder meer de plafondschildering opnieuw ingekleurd en muurfresco's aan de zuid- en westzijde blootgelegd. Aan de oostzijde werden twee kleine galerijen verwijderd en de balustrades van de andere galerijen nieuw geverfd.
Na de aankoop van de Gaden door de stad Ostheim in 1882 werd de kerkburcht uitgebreid opgeknapt. In 2002 en 2003 werden de kerkburcht en de kerk nog eens grondig gerenoveerd. In de zomer van 2008 opende het museum Lebendige Kirchenburg haar deuren. Dit museum, dat tegenover de toegangspoort staat en drie verdiepingen telt, toont de geschiedenis van Kirchburg Ostheim en van andere vestingkerken in Franken en Thüringen.
Beschrijving miniatuur|Kerkburcht, noordzijde miniatuur|plattegrond van de Kerkburcht 1. kerk 2. kerkplein 3. hoofdmuur 4. Schulglockenturm 5. Waagglockenturm 6. Achtlöchriger Turm 7. Pulverturm 8. Schalenturm9. toegangspoort 10. nieuwe toegangspoort 11. zijpoort 12. Dwinger 13. Zwingerturm 14. kerkschool 15. Steingaden 16. Gaden 17. begraafplaats De kerkburcht is door twee ringmuren omgeven en heeft een rechthoekige vorm. Het binnenste terrein heeft een afmeting van 60 bij 60 meter en wordt omringd door een muur die zes tot acht meter hoog is. Op elke hoek van de ringmuur staat een ongeveer 25 meter hoge hoektoren. De twee torens aan de oostkant zijn rond, de twee torens aan de westkant rechthoekig. De torens staan steeds 66 meter van elkaar verwijderd. In het midden van de noordelijke vestingmuur bevindt zich een bolwerk ter versterking. Om de binnenmuur ligt een dwingel met een breedte van 7,5 meter. De buitenste muur is vijf meter hoog, heeft torenachtige hoekbastions en telkens nog een bastion op de lange zijde. Een bolwerk aan de oostelijke buitenmuur is verloren gegaan. In de zuidwesthoek van de buitenmuur staat nog een vijfde verdedigingstoren, maar een toren op het zuidoostelijke hoekpunt is niet bewaard gebleven. De fundamenten van deze toren werden in 1991 bij bouwwerkzaamheden gevonden. Ook het aanpalende deel van de oostmuur is afgebroken.
In de dwingel waren weergangen, die alleen aan de zuidkant bewaard zijn gebleven. De breukstenen verdedigingsmuren zijn gedeeltelijk bepleisterd. Omdat in de bouwperiode van de kerkburcht met hand- en kruisbogen werd gevochten, zijn daarvoor verticale schietgleuven voor de kruisboogschutters aangebracht. Later kwamen er horizontale gleuven voor het gebruik van handvuurwapens. De militaire functie van het complex werd echter steeds minder belangrijk.
Op de buitenmuren sloten de, voor een deel bewaard gebleven, stadsmuren aan. In de zuidoosthoek gaf een boogvormige poort met een valhek toegang tot de kerkburcht. Een verdedigingsgracht omsloot het hele complex. Later werd de gracht gedempt en in de muren aan de noordzijde kwam een tweede toegang.
De Gaden staan voor het merendeel dicht tegen de binnenkant van de binnenmuur aan, maar aan de noordelijke en oostelijke kant zijn ze ook vrijstaand. Ze hebben een of twee verdiepingen en zijn voor een deel via smalle steegjes en via meerdere trappen toegankelijk. Ten zuiden van de kerk bevinden zich - deels gewelfde, deels in de rotsen uitgehouwen – kelders die tot onder de zuidelijke dwingel doorlopen. Bij ophanden zijnde aanvallen zochten de bewoners van Ostheim met hun belangrijkste bezittingen, voorraden en een deel van hun vee een tijdelijk veilig heenkomen in de kerkburcht. Mens en dier vonden onderdak in de kelders en Gaden. Die werden in vredestijd gebruikt om voorraden op te slaan. Vaak bezat een gezin een eigen Gaden met kelder, maar soms deelden meerdere gezinnen ook een Gaden. In de kelders bleef de temperatuur in de zomer en in de winter vrijwel constant. Daardoor bleven de opgeslagen goederen, zoals wijn en fruit, lang vers. Op de bovenverdiepingen werd hooi en graan bewaard.
In het midden van het complex staat de parochiekerk. De boogvormige toegangspoort van de kerkburcht in de zuidoosthoek is in originele staat bewaard gebleven. Op een van de, met ijzer beslagen, poortvleugels prijkt het jaartal 1622. Naast het poortgebouw bevindt zich de voormalige kerkschool, waarin tegenwoordig een natuurkundig museum is gehuisvest. De school was in de 16e eeuw een Latijnse school, later een meisjesschool. De leraar woonde boven de school. In de 19e eeuw werd het pand meerdere keren verbouwd. Na een laatste grondige renovatie en verbouwing rond 1980 wordt het gebouw tegenwoordig gebruikt voor wisselende exposities/tentoonstellingen. De Steingaden werd in 1466 en 1467 tegen de verdedigingsmuur aangebouwd en maakt deel uit van het uitgebreide Gaden- en keldercomplex binnen de fortificatie. Het uit breukstenen opgetrokken gebouw heeft twee ronde portalen en meerdere kijkspleten en werd in 1560 en 1664 verbouwd.
Kerk miniatuur|panorama miniatuur|Doopvont van Hans Grüler miniatuur|links| Koor met altaar en orgel uit 1738 miniatuur|Plafondschildering van Nicolaus Storant De oude kerk uit de 15e eeuw, die in 1589 aan de oost-, west- en noordzijde werd ommuurd, is in 1615 afgebroken. Alleen de toren bleef staan. Op dezelfde plek verrees tussen 1615 en 1620 de huidige kerk. Ze is een van de eerste protestantse stadskerken in Midden-Duitsland. De toren aan de oostzijde, die boven op het schip van de kerk staat, werd in 1579 en 1580 gebouwd ter vervanging van een voorganger met houten bovenstuk. De kerktoren heeft een klokvormige gebogen torenkoepel (een zogenaamde Welsche Haube) en spitsvormige ramen en ze steekt boven de verdedigingstorens uit. Op twee stenen in de zuidoosthoek van de torenverdieping staan het jaartal 1579 en de namen van de dominee Johann Schultheiß, die van 1575 tot 1591 in functie was, en van burgemeester Conrad Zinn vermeld. Beide mannen staan ook in profiel afgebeeld op de zuidgevel van de kerk.