Het Stuw- en sluizencomplex Driel ligt in de Nederrijn bij het dorp Driel in de gemeente Overbetuwe, in de Nederlandse provincie Gelderland. Het bestaat uit een stuw, een schutsluis, en een vistrap. Het complex is grotendeels gelijk aan dat bij Hagestein en dat bij Amerongen. Met deze drie stuwen gezamenlijk kan een groot deel van de waterhuishouding van Nederland geregeld worden. De Nederrijn (Neder-Rijn) is aangewezen als CEMT-klasse Va met als maximale maten (L × B) 135 × 15 meter.

Stuw De stuw heeft een doorvaartbreedte van 2 × 48 meter en 20,6 meter hoogte wanneer geopend. De drempeldiepte van de stuw is NAP +1,2 meter.

Doelen van stuw Driel Stuw Driel vormt een belangrijke schakel in de waterverdeling van het water van de Rijn in Nederland. De belangrijkste doelen van stuw Driel zijn voldoende zoet water voor Noord-Nederland en een goede bevaarbaarheid van de IJssel en, in mindere mate, de Waal. Door de werking van de stuw gaat een groter deel van de afvoer van de Rijn via de IJssel naar het IJsselmeer. Dit komt ten goede aan de bevaarbaarheid van de IJssel en aan de watervoorziening voor Noord-Nederland. Daarbij blijft het belangrijk om voldoende water over de Nederrijn te laten stromen. De stuw zal daarom altijd een minimale afvoer doorlaten. Die afvoer is nodig voor benedenstroomse inlaten van waterschappen, voor de ecologie en voor de waterkrachtcentrale bij stuw Amerongen. Voor de ecologie is de stroomsnelheid, de waterdiepte en de vispasseerbaarheid van belang. Voor een goede doorstroming is een afvoer van 60 m³/s of hoger optimaal, vooral in het voorjaar en de zomer. Vanwege de doelen voor bevaarbaarheid van de IJssel en de wateraanvoer naar het IJsselmeer wordt bij gesloten stuw gestuurd op 30 m³/s doorlaat.

Het sluiten van de stuw beïnvloedt naast de bevaarbaarheid van de IJssel ook, in mindere mate, de bevaarbaarheid van de Waal. Wanneer door stuwen 30 m³/s wordt tegengehouden, leidt dit tot een verhoging van 10 m³/s op de IJssel (10 cm waterstand op de bovenloop) en 20 m³/s op de Waal (5 cm waterstand bij Millingen).

Werking van de stuw De stuw van Driel bestaat uit vizierschuiven en een cilinderschuif. De vizierschuiven zijn de bogen die het aangezicht van de stuw bepalen. Bij geopende stand zijn deze duidelijk zichtbaar boven de rivier. De cilinderschuif is een kleinere schuif in een van de pilaren van het stuwcomplex. Bij gesloten vizierschuiven gaat nog water door de cilinderschuif. Daarnaast passeert water via de schutsluizen en via de vispassage.

De vizierschuiven van de stuw zijn gesloten tot aan afvoeren van circa 1800 m³/s van de Rijn bij Lobith. Bij die afvoeren wordt gestuurd op een totale doorvoer van 30 m³/s. Bij hogere afvoeren gaan vizierschuiven van de stuw openen, waarbij gestuurd wordt op een waterstand bij de IJsselkop van 8,30 m. +NAP. Vanaf afvoeren van boven de 2700 m³/s bij Lobith is de stuw helemaal geopend en passeert het water ongehinderd. Ook bij zeer lage afvoer, onder de 700 m³/s bij Lobith, opent de stuw om te voorkomen dat de waterstand benedenstrooms hoger wordt dan bovenstrooms. Dit openen bij lage afvoer gebeurde voor het laatst in de periode van 3 tot 24 augustus 2026.

Bij gesloten stuw gaat ongeveer 80% van de Rijnafvoer richting de Waal. Bij geopende stuw is dit 65 à 70%. Onderstaande tabel geeft aan hoe het water van de Rijn verdeeld wordt over de verschillende Rijntakken bij diverse afvoeren. Dit is in de meeste gevallen op basis van metingen in de periode 2022 tot en met 2025. De afvoeren zijn weergegeven in m³/s (kubieke meter per seconde). Groen geeft een geopende stuw aan, lichtpaars een gesloten stuw.

Rijnafvoer Lobith (en waterstand) Afvoer Waal Afvoer Nederrijn Afvoer IJssel Waterstand IJsselkop 16.000 (17,80m.) 10.165 3375 2400 14,80m. 7.500 (14,50m.) 5.100 1.330 980 12,30m. 5.500 (13,00m.) 3.800 950 750 11,30m. 4.500 (12,20m.) 3.150 725 625 10,70m. 3.500 (11,00m.) 2.450 500 550 9,50m. 2.800 (10,00m.) 1.970 430 400 8.85m. 2.600 (9,75m.) 1.865 375 360 8,60m. 2.400 (9,45m.) 1.795 280 325 8,35m. 2.200 (9,20m.) 1.650 225 325 8,30m. 2.000 (9,00m.) 1.560 120 320 8,30m. 1.800 (8,80m.) 1.450 30 320 8,25m. 1.500 (8,25m.) 1.210 30 260 7,70m. 1.300 (7,90m.) 1.050 28 222 7,35m. 1.100 (7,45m.) 895 22 183 6,95m. 900 (7,05m.) 735 15 150 6,55m. 700 (6,55m.) 570 10 120 6,10m. 650 (6,40m.) 530 10 110 5,95m.

De grafiek met de mediane afvoer bij Lobtih over periode 1996-2025 laat zien dat in de periode juli tot en met november de stuw meer dan de helft van de tijd helemaal gesloten is.

Historische ontwikkeling van de afvoerverdeling De stuw vizierschuiven openden rond 1980 bij lagere waterafvoer van de Rijn, vanaf een afvoer bij Lobith van 1300 m³/s. Doordat de bodem van de Waal uitslijt stroomt steeds meer water richting de Waal. Daarmee gaat er minder water richting de IJssel en Nederrijn. Om voldoende water richting het IJsselmeer te sturen, sluit de stuw noodgedwongen eerder. In de huidige situatie gaat bij een afvoer van 1300 m³/s circa 60 m³/s minder naar de IJssel dan in 1980. Het IJsselmeer ontvangt bij lage afvoeren steeds minder water. Bij hogere afvoeren juist wat meer.

Sluis De sluiskolk is 260 meter lang met een breedte van 18 meter. De drempeldiepte van de sluis is NAP +1,6 meter. De sluis is voorzien van puntdeuren. Communicatie met de marifoon op VHF-kanaal 20.

Vistrap De vistrap of vispassage maakt het voor trekvis mogelijk om stroomopwaarts de Nederrijn op te zwemmen wanneer de stuw dicht is. Onder een waterstand aan de bovenkant van de stuw van 7,05 m. +NAP gaat er geen water meer door de vispassage en functioneert deze niet meer. Dit komt overeen met een afvoer van ongeveer 1150 m³/s van de Rijn bij Lobith.

Driel Driel Driel Categorie:Bouwwerk in Overbetuwe Categorie:Rijndelta Categorie:Waterbeheer in Nederland