miniatuur|Saint-Louis des Français in Moskou miniatuur|Mogilev (Wit-Rusland, begin 20e eeuw) miniatuur|Basiliek van Aglona in Letland Boleslas Bernardovich SloskansDe naam in het Lets is Boļeslavs Sloskāns. (Tiltagals, 31 augustus 1893 – Korbeek-Lo, 18 april 1981) was titulair bisschop van Cillium en een rooms-katholiek bestuurder voor Wit-Rusland. Na jaren van gevangenschap en ballingschap kwam hij in België terecht waar hij zich inzette voor sovjetvluchtelingen en studenten uit de Baltische staten, Wit-Rusland en Rusland.
Levensloop Keizerrijk Rusland Sloskans werd geboren in Letland, in het dorp Tiltagals. Tiltagals, met als huidige naam Stirniene, ligt enkele tientallen kilometers van Dünaburg of Daugavpils. Letland was een deel van het keizerrijk Rusland. Zijn ouders waren rooms-katholiek en lieten hun zoon priesterstudies volgen aan het (katholiek) seminarie van Sint-Petersburg. Op 21 januari 1917, vlak voor de Februari- en Oktoberrevolutie, werd Sloskans tot priester gewijd. In 1918 sloten alle kerken op bevel van de bolsjewieken. Zijn geboorteland Letland scheurde zich af van de Sovjet-Unie als de Republiek Letland. Sloskans besloot af te zien van een paspoort van de republiek Letland en zich verder als Rus te beschouwen.
Sovjet-Unie In 1918 werd hij kapelaan in Petrograd, voorheen Sint-Petersburg, en in Wizebsk, voor zover het mogelijk was om pastoraal actief te zijn onder het regime van bolsjewieken. In 1926 werd hij naar Moskou geroepen door de jezuïet Michel d’Herbigny die, onderweg naar Moskou in Berlijn, tot bisschop was gewijd door Pacelli, de latere paus Pius XII. Pacelli was nuntius in Berlijn en wilde roomse bisschoppen laten wijden in de Sovjet-Unie. Als bisschop nam hij deze taak op zich en legde contacten met Fransen in Moskou waarbij Sloskans op 10 mei 1926 in het geheim werd tot bisschop werd gewijd in de kerk van Saint-Louis des Français in Moskou. Sloskans werd titulair bisschop van Cillium, en tegelijkertijd apostolisch administrator voor het bisdom Mogilev-MinskDe katholieke oorsprong van dit bisdom gaat terug tot de Poolse overheersing in Wit-Rusland. in Wit-Rusland. Dit rooms-katholiek bisdom had als grondgebied geheel Wit-Rusland. Het bisdom was zonder bisschop en Sloskans moest als administrator de bisschoppelijke taken op zich nemen. In september 1926 meldde hij zich aan bij de Sovjet-autoriteiten van Wit-Rusland als de nieuwe katholieke kerkvorst.
Zowel in Mogilev als in Minsk volgde de geheime politie het handelen van Sloskans. In 1927 werd hij opgepakt en overgebracht naar de Moskouse Loebjanka-gevangenis waar hij werd veroordeeld wegens spionage tegen de Sovjet-Unie. Sloskans werd drie jaar opgesloten in de staatsgevangenis van de Solovetski-eilanden aan de Witte Zee, waar hij medepriesters opzocht en de gevangene Donat Nowicki heeft gewijd tot priester.
In 1930 werd Sloskans vrijgelaten en keerde terug naar Mogilev, maar werd opnieuw gearresteerd wegens staatsgevaarlijke activiteiten. Hij werd verbannen naar Siberië en kwam na verschillende tussenstoppen van de gevangenentransporten terecht in Starotouroukhansk. Hij maakte van de gelegenheid gebruik om de Franse taal te leren, iets wat hij tijdens zijn bisschopswijding niet sprak met de Franse jezuïet. In 1933 ruilden de Sovjets hem om tijdens een spionnenruil. Sloskans kwam vrij.
Republiek Letland Sloskans had de Russische nationaliteit en installeerde zich in de republiek Letland. In 1933 dook hij in onduidelijke omstandigheden op in Rome bij paus Pius XI die hem benoemde tot bisschop-assistent bij de pauselijke troon. Hij werd evenwel onverrichter zake teruggestuurd naar Riga waar hij van 1933 tot 1940 theologie doceerde.
Letse Socialistische Sovjetrepubliek In 1940 vielen de Sovjets Letland binnen waarna het land vervelde tot de Letse Socialistische Sovjetrepubliek. De geheime politie van de Sovjets achtervolgde Sloskans, maar hij kon steeds ontsnappen. In 1941 viel Nazi-Duitsland Letland binnen. Toen in 1944 de Sovjet-Unie opnieuw Letland binnenviel, werd Sloskans opgepakt door de Gestapo die hem al terugtrekkende meevoerde tot het Poolse Piła (Duits: Scheidemühl) waarna hij in 1945 getuige was van de verdrijving van Duitsers na de Tweede Wereldoorlog.
West-Duitsland In 1945 belandde hij in de Kapucijnenabdij van Lohr am Main (Beieren) naast de bedevaartskerk van Mariabuchen waar hij verbleef tot 1947.
België Via pelgrims belandde hij in Brussel en nadien in Leuven, waar sinds 1951 verbleef in de benedictijnenabdij van Keizersberg. Hij zette zich in voor vluchtelingen uit de Sovjet-Unie (de Baltische landen, Rusland en Wit-Rusland) en voor hen apostolisch visitator (pauselijk bestuurder).
Van 1979 werd hij tot zijn dood verpleegd in Korbeek-Lo in een klooster van de zusters van het Convent van Betlehem uit Duffel.
Postuum Paus Johannes Paulus II liet zijn lichaam begraven in de basiliek en bedevaartskerk van Aglona in Letland.
In 1999 startte het aartsbisdom Mechelen-Brussel in Rome met het proces van de zaligverklaring; de postulator was Stefaan Van Calster. In het voorstadium van dit proces schonk Johannes-Paulus II hem de titel van eerbiedwaardige (2004).
Categorie:Lets bisschop Categorie:Titulair bisschop Categorie:Wit-Russisch geestelijke Categorie:Persoon uit de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog Categorie:20e-eeuws bisschop