Gallia Belgica ("Belgisch Gallië") of kortweg Belgica was een noordelijke provincie in het Romeinse Rijk, gelegen tussen de Seine en de Rijn. Het gebied werd door Julius Caesar op de Belgische stammen veroverd. Initieel was het onderdeel van Tres Galliae, om dan als zelfstandige provincie te worden ingericht door keizer Augustus omstreeks 16-13 v.Chr. - Rome en de Lage Landen (2026), p. 132 Als keizerlijke provincie had Gallia Belgica een gouverneur met praetoriale rang, zetelend in Reims. Hij was verantwoordelijk voor het beveiligen van de Rijngrens. Het financiële beheer werd waargenomen door een procurator Augusti, zetelend in Trier. - Rome en de Lage Landen (2026), p. 135 Onder keizer Domitianus werden in het noorden en oosten de provincies Germania Inferior en Germania Superior van Gallia Belgica afgescheiden (ca. 89). Vervolgens splitste keizer Diocletianus in 297 het overgebleven Gallia Belgica op in Belgica Prima"Luxembourg." Funk & Wagnalls New Encyclopedia, 16. Funk & Wagnalls, Inc., 1990, en Belgica Secunda. Dit laatste werd aan het einde van de 5e eeuw in bezit genomen door de Franken onder Clovis, die vanuit dit kerngebied het Frankische rijk stichtte. Later werd Belgica als Latijnse naam een synoniem voor de Zeventien Provinciën en de Lage Landen. Het is de naamgever van het huidige land België.
Verovering door Julius Caesar In de tijd van de Romeinse Republiek trok Julius Caesar als proconsul van Gallia Narbonensis op eigen initiatief op tegen de Galliërs die nog niet onder Romeins gezag stonden. Hij verklaarde de Rijn als noordgrens van Gallië en rechtvaardigde hiermee zijn veroveringstochten. Deze Gallische Oorlog duurde van 58 v.Chr. tot 51 v.Chr.
Een der eerste veldtochten in het noorden vond plaats in 58 v.Chr. in het gebied van de Elzas, waar Germaanse stammen de Rijn overgestoken waren. Dit leidde tot de Slag bij Vesontio. De Belgae vormden een coalitieleger dat strijd leverde met de legioenen van Caesar, onder meer in de Slag bij de Aisne, de Slag aan de Sabis en het Beleg van Atuatuca. De gevolgen voor de Belgae waren desastreus. De bevolking in de overwonnen gebieden werd gedecimeerd, zij bleven achter op de slagvelden of werden als slaaf verkocht. In de jaren 54 en 53 v.Chr. brak er onder de Eburonen onder leiding van Ambiorix een opstand uit tegen de Romeinen. Dit was de opmaat naar de grotere opstand aangevoerd door Vercingetorix. Caesar belegerde hem vergeefs in Gergovia, maar versloeg hem in de Slag bij Alesia. Gallië werd definitief bezet en de Rijn werd door Rome als natuurlijke grens van het Romeinse Rijk beschouwd.
Grondgebied Gallia Belgica was volgens Julius Caesar het noordelijke deel van Gallië, waar de Belgen woonden. In zijn Commentarii de bello Gallico deelt Caesar het door hem veroverde Gallia in drie delen in: een gebied van de Belgen, een gebied waar de Aquitaniërs leven en een gebied van hen die zichzelf Kelten noemen, maar die wij, zo schrijft Caesar, Galliërs noemen:
thumb|Belgica vlak vóór de inlijving (52 v.Chr.).
Caesar bepaalde de grenzen van Gallia Belgica als de Noordzee, de Nederrijn, de Ardennen en de Seine. Onder de heerschappij van Augustus werden het Rijnland en het gebied van de Helvetiërs bij Gallia Belgica gevoegd. De aldus verlegde grenzen van Gallia Belgica kunnen op basis van de opmerkingen van Plinius en Ptolemaeus over de stammen van Gallia Belgica bij benadering bepaald worden: de noordelijke grens werd nog steeds bepaald door de Noordzee, de oostelijke grens door de Rijn (vanaf de monding tot het Bodenmeer), in het zuiden grensde Belgica aan de westelijke regionen van Zwitserland en de westelijke grens reikte op sommige plaatsen tot over de Saône (hoewel de civitates gelegen op de zuidelijke- en oostelijke oever van de Seine tot Gallia Lugdunensis behoorden).
Ten tijde van Caesars verovering in 57 v.Chr., werden de Belgae ingedeeld in drie grotere gehelen. In het zuidwesten bevond zich de streek waarnaar Caesar als Gallia Belgica verwees, en waar de Ambiani, de Caleti, de Veliocasses en de Bellovaci leefden. In de noordoostelijke regio, die aan de Rijn grensde, hadden de Eburonen, de Paemani, de Caerosi en de Segni zich gevestigd, ook wel de Germani cisrhenani genoemd. Daar tussenin bevonden zich de gebieden van de Atuatuci, de Atrebati, de Morini, de Menapii, de Nervii, de Remi, de Suessiones en de Treveri.
Gallia werd aanvankelijk als één geheel geregeerd, genaamd Gallia Comata ("Langharig Gallië) of Tres Galliae ("Drie Galliës"). Augustus bezocht Gallië in 27 v.Chr. en creëerde toen het onderscheid tussen keizerlijke en senatoriale provincies. De keizerlijke provincies, waaronder Tres Galliae, waren de instabielere. Hij behield zich het proconsulair gezag erover voor, met alle militaire macht van dien, maar liet het uitoefenen door een gezant met de titel legatus Augusti pro praetore. - Rome en de Lage Landen (2026), p. 131 Hij organiseerde in Tres Galliae ook de keizerscultus, met als centrum het Altaar van de drie Galliën in Lyon. Hier kwamen jaarlijks afgevaardigden uit Gallia Belgica, Gallia Lugdunensis en Gallia Aquitania bijeen. Omstreeks 16-13 v.Chr. maakte Augustus van deze territoria zelfstandige provincies.
Het gebied langs de Rijn werd niet bestuurd door de provinciegouverneur van Gallia Belgica, maar stond onder directe controle van het leger. Deze militaire districten werden tussen 82 en 90, onder keizer Domitianus, omgevormd tot de afzonderlijke provincies Germania Inferior en Germania Superior. Hierdoor verloor Gallia Belgica een strook land ten westen en zuiden van de Rijn. Tot deze gebieden behoorden ook de gebieden die wij tegenwoordig kennen als het gehele zuiden van Nederland (een groot deel van Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, een deel van Gelderland en Nederlands Limburg). Ook de huidige Belgische provincie Limburg ging over naar Germania Inferior.
Onder keizer Diocletianus ging Gallia Belgica deel uitmaken van het diocesis Galliarum (een van de twee diocesen waaruit Gallia nu bestond). Het werd onderverdeeld in Belgica Prima in het oosten en Belgica Secunda in het westen, met als respectievelijke hoofdsteden Augusta Treverorum (Trier) en Durocortorum (Reims).
De grenzen van Gallia Belgica veranderden dus in de loop van de Romeinse tijd. E.M. Wightman stelt dat Gallia Belgica uit verschillende gebieden bestond, die nooit een natuurlijke eenheid vormden, noch op geografisch, noch op politiek niveau. - Gallia Belgica. (Londen, Batsford, 1985) De Romeinen en hun administratieve apparaat zorgden ten hoogste voor een kunstmatige eenheid, die van bovenaf werd opgelegd. Gallia Belgica werd met andere woorden gekenmerkt door een verscheidenheid aan landschappen, volkeren en tradities.
Organisatie en urbanisatie Het bestuur van Gallia Belgica stond onder leiding van een provinciegouverneur met de rang van praetor. Deze zetelde in Durocortorum (het huidige Reims). Tegen het einde van periode, het is niet precies bekend wanneer, werd de hoofdstad naar Augusta Treverorum (het huidige Trier) verplaatst. De gouverneur was verantwoordelijk voor de burgerlijke administratie. Hij voerde het bevel over een aantal kleinere garnizoenen, die bijvoorbeeld moesten instaan voor het wegenonderhoud. Ook deed hij uitspraak bij gewichtigere rechtszaken.
Wat de staatspost (de cursus publicus), keizerlijke bezittingen en de financiële administratie betreft, vielen Gallia Belgica, Germania Inferior en Germania Superior onder hetzelfde ressort. De procurator van Gallia Belgica zetelde in Augusta Treverorum (het huidige Trier). Hij was tevens betaalmeester van de legers aan de Rijn. Vanaf Domitianus werd hij dan ook de procurator Belgicae utriusque Germaniae genoemd. Zijn voornaamste taken waren het ordelijk verloop van het heffen van belastingen en het beschikbaar stellen van een groot deel van dit geld voor de Rijnlegers. Om de 15 tot 40 jaar werd een volkstelling georganiseerd, zij het niet door de procurator, maar door andere, keizerlijke afgevaardigden. Gedurende Augustus' bewind bijvoorbeeld, werd driemaal een census georganiseerd, waarvan er één door Augustus zelf werd gecoördineerd.
De bestuurlijk indeling van Gallia Belgica was gebaseerd op de civitas en hield rekening met het leefgebied van de stammen, alsook met hun onderlinge machtsverhoudingen. Van stammen als de Marsaci, de Baetasii, de Chauci en de Sturii is niet duidelijk of ze over een eigen civitas beschikten. - Rome en de Lage Landen (2026), p. 133 De Texuandri waren vermoedelijk ingedeeld bij de Tungri, die het gebied van de uitgeroeide Eburonen en Atuatuci hadden ingenomen. Zelfs wanneer de naam van een civitas is overgeleverd, zoals bij de Sunuci en de Frisiavones, is het lokaliseren ervan niet altijd eenvoudig.
Uit de Tabula Siarensis valt af te leiden dat uiterlijk in het jaar 19 alle stammen links van de Rijn in civitates waren georganiseerd. - Rome en de Lage Landen (2026), p. 132-134 Het uitgestrekte Gallia Belgica zoals gecreëerd door Augustus kende de volgende civitates: Civitas Remorum, hoofdplaats Durocortorum (Reims) Civitas Silvanectum, hoofdplaats Augustomagus (Senlis) Civitas Suessionum, hoofdplaats Augusta Suessionum (Soissons) Civitas Bellovacorum, hoofdplaats Caesaromagus (Beauvais) Civitas Ambianorum, hoofdplaats Samarobriva (Amiens) Civitas Viromanduorum, hoofdplaats Augusta Viromanduorum (Saint-Quentin) Civitas Atrebatium, hoofdplaats Nemetacum (Arras) Civitas Nerviorum, hoofdplaats Bagacum Nerviorum (Bavay) Civitas Leucorum, hoofdplaats Nasium, vanaf het einde van de eerste eeuw Tullum (Toul) Civitas Treverorum, hoofdplaats Augusta Treverorum (Trier) Civitas Mediomatricorum, hoofdplaats Divodurum (Metz) Civitas Menapiorum, hoofdplaats Castellum Menapiorum (Kassel) Civitas Morinorum, hoofdplaats Tarvenna (Thérouanne) Civitas Tungrorum, hoofdplaats Atuatuca Tungrorum (Tongeren) - later overgegaan naar Germania Inferior Civitas Batavorum, hoofdplaats Ulpia Noviomagus (Nijmegen) - later overgegaan naar Germania Inferior Civitas Cananefatium, hoofdplaats Forum Hadriani (Voorburg) - later overgegaan naar Germania Inferior Civitas Ubiorum, hoofdplaats Colonia Claudia Ara Agrippinensium (Keulen) - later overgegaan naar Germania Inferior Civitas Cugernorum of Traianensis, hoofplaats Colonia Ulpia Traiana (Xanten) - later overgegaan naar Germania Inferior Civitas Frisiavonum, onbekende hoofdplaats - later overgegaan naar Germania Inferior Civitas Lingonum, hoofdplaats Andemantunnum (Langres) - later overgegaan naar Germania Superior Civitas Sequanorum, hoofdplaats Vesontio (Besançon) - later overgegaan naar Germania Superior Civitas Helvetiorum, hoofdplaats Aventicum (Avenches) - later overgegaan naar Germania Superior
De civitates vormden een bestuurslaag die verantwoordelijk was voor het uitvoeren van de wet, het handhaven van de orde, en het regelen van de financiën. Onder andere het heffen van belastingen werd door het bestuur van de civitas meegeregeld, zowel via het onderhoud van wegen en het verzorgen van de ambtelijke reizigers, als via de eigenlijke inzameling van geld, graan en andere heffingen in natura. Alle civitates-hoofdplaatsen waren knooppunten van wegen. De meeste nieuwe hoofdwegen waren waarschijnlijk ca. 15 v.Chr. reeds aangelegd, waarna men stelselmatig het volledige wegennet uitbreidde. Afgevaardigden van alle civitates van de Tres Galliae kwamen regelmatig bij elkaar in de Concilium Galliarum. Dit instituut was enkel aan de keizer verantwoording verschuldigd en bezat een eigen schatkist, de arca Galliarum.
Onder het niveau van de civitas vormden ook de pagus en de vicus een bestuurlijke eenheid. Ook ontstonden er steden die geen hoofdplaats van een civitas waren, zoals de vlootbasissen Portus Itius en Gesoriacum (Boulogne-sur-Mer), Mediolanum (Évreux) en Catalauni (Châlons-en-Champagne). De stad Virodunum (Verdun) werd waarschijnlijk later in de periode gesticht.