De Jaguar XJ is een luxueuze sedan van het Britse automerk Jaguar. Het model werd in 1968 geïntroduceerd en was sindsdien het vlaggenschip van Jaguars gamma. De vierde generatie van de XJ ging in 2019 uit productie. De XJ was de laatste sedan van Jaguar die onder toezicht van stichter William Lyons werd ontwikkeld. XJ staat voor Experimental Jaguar.
Eerste generatie (1968-1992) Series I
XJ6 De XJ6 was een ranke verschijning ten opzichte van de grote Mark X. De auto had onafhankelijke achterwielophanging, gelijkaardig aan die van de Jaguar E-Type, die zorgde voor een uitstekend rijgedrag en verminderde interieurgeluiden en trillingen. De instrumenten op het dashboard waren gelijkaardig met die van andere Jaguar-modellen van dat moment. Als gevolg van het ranke silhouet was wel aan interieurruimte ingeboet, vooral achterin. De XJ6 werd geleverd met een 2,8 liter- of een 4,2 literversie van Jaguars befaamde zes-in-lijnmotor.
De XJ6 werd geïntroduceerd in september 1968. In reclamespots op televisie prees William Lyons de nieuwe auto aan als the finest Jaguar ever. Het model kende succes waardoor Jaguar in het begin moeite had de vraag bij te houden. De eerste exemplaren kenden als gevolg daarvan kwaliteitsproblemen.
Vroege XJ6'en verschillen van latere. De eerste XJ6'en (gebouwd in 1968) hadden allemaal een 2,8 liter motor, terwijl latere meestal een 4,2 liter motor hadden. In eerste instantie was de XJ6 ontworpen voor enkel de 2,8 liter motor. Aangezien deze motor wat lager is dan de 4,2 hadden de eerste hele vroege XJ6'en een motorkap waarbij de middelste twee lijnen wat lager en scherper zijn dan op de latere auto's. Daarnaast hebben vroege XJ6'en tellerranden van chroom. Later werden deze zwart geverfd om schitteringen in de zon te voorkomen. De dorpelplaten op vroege XJ6'en zijn van aluminium zonder dat er "Jaguar" op staat, dit is later pas toegevoegd. De achterbumper op een XJ6 Series 1 hoort uit één deel te bestaan en niet uit drie delen, zoals op de Series 2. Ten slotte hebben de vroege XJ6'en verticale verwarmingstrips in de achterruit zitten, in plaats van horizontale. Het is niet bekend tot wanneer XJ6'en deze kenmerken hebben.
XJ12 In 1972 werd de XJ12 gelanceerd. Dit was het laatste model waarin William Lyons betrokken was alvorens hij dat jaar met pensioen ging. De XJ12 kreeg een 5,3 liter-V12 mee en was hiermee de snelste vierzitter ter wereld. Hij had een topsnelheid van 225 km/u en ging van stilstand naar 100 km/u in 7,5 seconden. Van de XJ12 werden slechts 3235 stuks gebouwd.
Series II XJ6/XJ12
De meest in het oog springende wijziging bij de introductie van de vernieuwde XJ in 1973 was de hertekende voorzijde met de naar onder de bumper verplaatste richtingaanwijzers. Jaguar werd hiertoe gedwongen nadat de regelgeving over de hoogte van de bumpers was veranderd. De 3,4 liter-XJ6 werd pas vanaf 1975 beschikbaar. De XJ12, met 5,3 liter-V12, was ook met verlengde wielbasis te verkrijgen en het Daimler topmodel werd Double Six genoemd. De XJ Series II stond bekend om zijn belabberde productiekwaliteit; Een gevolg van het feit dat het merk bij British Leyland hoorde in een periode waarin dat bedrijf en de toeleveranciers geplaagd werd door massale stakingen.Artikel Classic Carsmagazine
XJ coupé
In 1975 lanceerde het merk een van de meest exclusieve modellen uit haar geschiedenis. Van de tweedeurs XJ-C coupé werden tot 1978 slechts 8378 exemplaren gemaakt. Het model werd gebouwd als zescilinder (6505) en als twaalfcilinder (1873). Oorspronkelijk was het de bedoeling geweest om de XJ-C al in 1973 te introduceren, maar problemen met de dichtingen van de ruiten hielden de productie op. De auto's bleven last hebben van waterlekken en luchtstromingsgeluiden. Samen met de hogere prijs zorgde deze factoren ervoor dat de productie beperkt bleef. XJ-C's hebben een dak van vinyl, volgens velen is dit zo omdat Jaguar de dakconstructie niet sterk genoeg kon krijgen om barstjes in de verf te voorkomen, dus vandaar dat ze er voor gekozen zouden hebben om het dak van vinyl te maken aangezien dat wat flexibeler is. De XJ-C heeft exact dezelfde wielbasis als een XJ SWB. De laatste XJ-C's zijn gebouwd op basis van het platform van XJ LWB's, aangezien de XJ SWB's niet meer gemaakt werden. Bij XJ-C's die op basis van een XJ LWB zijn gebouwd zijn vaak nog lasnaden zichtbaar aan de onderkant omdat ze daar zijn ingekort zodat ze net zo lang zijn als een XJ SWB.
Series III XJ6/XJ12
Voor 1979 werd de XJ opnieuw gefacelift tot Series III. De daklijn werd herontworpen door Pininfarina en ook de achterlichten, bumpers, en wielen werden gewijzigd. Er waren drie motoren voorhanden: een 3,4 liter- en 4,2 liter-zes-in-lijn (nu met elektronisch injectiesysteem) en de 5,3 liter-V12. Deze Series III was slechts een tussenstop in afwachting van de nieuwe generatie (codenaam XJ40). Doch liet die langer dan verwacht op zich wachten. British Leyland, en Jaguar Cars, zaten in financiële problemen en de Series III bleef nog jarenlang in productie. De laatste Series III XJ6 werd in 1987 gebouwd en de laatste Series III XJ12 in 1992.
Tweede generatie (1986-2003) XJ40
XJ6 In oktober 1986 werd uiteindelijk toch de tweede generatie van de XJ gelanceerd. Zo begon de ontwikkeling van de auto al in de jaren´70. Aanvankelijk was het de bedoeling om de XJ40 al in 1984 te lanceren. Financiële problemen hielden dit tegen. De XJ40 was ook de laatste Jaguar waarbij Jaguar-oprichter Sir William Lyons nog om zijn mening werd gevraagd. Aangezien Lyons in 1985 overleed kon hij de lancering niet meer meemaken. De nieuwe XJ6 zag er veel moderner uit met een hoekiger ontwerp en controversiële rechthoekige koplampen. Ook onderhuids was de Mk II volledig nieuw. De achterwielophanging werd volledig vernieuwd. De verouderde XK-motor werd vervangen door de nieuwe AJ6. Die 3,6 liter-zes-in-lijn had een lager verbruik en uitstoot. In Europa stond ook een 2,9 literversie in de catalogus, die overigens met de geliefde ronde koplampen verscheen. In 1989 werden ook een vierliterversie en een automatische vierversnellingsbak toegevoegd. De versies vanaf bouwjaar 1990 zijn kwalitatief beter, doordat het merk Jaguar in handen van Ford was gekomen. Zo werd afgerekend met het beruchte veersysteem met vloeistofdruk, en er kwamen betere deurklinken. Ook het storingsgevoelige digitale instrumentenpaneel werd vervangen door analoge klokken en meters. Uiterlijk verschillen de modellen, op de deurklinken na, niet. De XJ6 is er, zoals veel Jaguarmodellen, ook in een luxere Daimleruitvoering, die in Amerika de "Van den Plas"-uitvoering wordt genoemd. De XJ 6 Daimler verschilt onder andere door geribbelde chromen details, notenhouten picknicktafels achterin en meer leer in het interieur. Motorisch verschilt de Daimler niet van de Jaguar-uitvoering. De XJ40 was ook de eerste Jaguar die met behulp van robots werd gefabriceerd.
XJ12 De XJ12 liet nog tot 1992 op zich wachten. De reden daarvoor was dat het motorcompartiment van het XJ40-ontwerp te smal was voor een V-motor. De ontwerpers hadden dat met opzet gedaan om ervoor te zorgen dat British Leyland de Rover V8-motor niet zou opdringen. Althans, zo wordt gezegd. Desalniettemin kostte het later veel werk om het compartiment te hertekenen en Jaguars V12 erin te krijgen.
Ford Toen Jaguar in 1989 overgenomen was door Ford Motor Company werd het hele gamma herzien. De 2,9 liter werd geschrapt en vervangen door een 3,2. De 3,6 liter werd vergroot tot 4,0 liter. Ook het vaak onbetrouwbare dashboard werd vervangen.
X300
XJ6 Meteen werd ook begonnen aan een facelift voor de XJ6. De auto werd opnieuw ronder van vorm met dubbele ronde koplampen die duidelijk doorvloeien in de motorkap. De X300, zoals de codenaam luidde, kreeg ook de verbeterde AJ16-motor en een nieuw elektrisch systeem. Met deze versie, die in 1994 op de markt kwam, ging ook de productiekwaliteit van Jaguar steeds verder omhoog. Hij was beschikbaar in een 4,0 en een 3,2 litermotor. De daimler uitvoering is er ook in een verlengde versie.
XJ12 De X300 was ook te verkrijgen met de 6,0 liter-V12-motor, maar hiervan werden er maar zeer weinig gemaakt. Uiteindelijk werd de V12 eind 1996 geschrapt. Een jaar later werd ook de straight six geschrapt waarna het merk alleen nog een nieuwe V8 gebruikte. De XJ12 werd samen met de XJ6 gelanceerd in 1994 voor het volgende modeljaar. In 1997 werden beide stopgezet. Op 17 april 1997 werd de laatste Jaguar met V12-motor geproduceerd.
XJR In 1995 introduceerde Jaguar de XJR. Deze sportieve versie van de XJ kreeg grotere wielen, een sportief afgestelde ophanging en enkele kleinere visuele ingrepen. De 4.0 zes-in-lijn kreeg een mechanische compressor van het merk Eaton waarmee het vermogen tot 322 pk/513 Nm klom. Het was de eerste Jaguar ooit die zo'n compressor ingebouwd kreeg.
Daimler Corsica concept Ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Daimler werd op basis van de XJ Daimler Double Six een tweedeurs cabrioletprototype gebouwd. Deze motorloze vierzitter kreeg de naam Daimler Corsica en had dezelfde luxe als de gewone XJ sedan op een kortere wielbasis. Van de auto werd slechts één exemplaar gebouwd daar het nooit de bedoeling was om hem in productie te brengen. Die ene auto is eigendom van de Jaguar Daimler Heritage Trust en is soms op evenementen te zien als hij niet in het museum in Coventry (GB) staat.
X308
XJ8 Voor 1997 kreeg de XJ Mk II een laatste facelift. Er werd een nieuwe motor geïntroduceerd: een V8 die in 1996 voor het eerst was gebruikt in de XK8 sportwagen. De V8 was er in een 3,2 l-, een 4,0 l- en een 'supercharged' 4,0 l-versie. Ook het interieur werd substantieel aangepast met onder andere een volledig nieuw dashboard. Het gebrek aan beenruimte achteraan bleef nog steeds een zwak punt ten opzichte van de Duitse concurrentie (behalve in de versie met verlengde wielbasis). De XJ8 bleef tot 2002 in productie. Aan het exterieur van de auto waren een nieuw radiatorrooster, een nieuwe bumper en ovale richtingaanwijzers de meest opgemerkte veranderingen. Op de 308 XJ modellen (en ook de XK's) werd een door Jaguar zelfontwikkeld adaptief schokdempersysteem geïntroduceerd, elektronisch geregeld, onder de naam CATS (Computer Active Technology Suspension).
De Jaguar AJ-V8 is een compacte aluminium DOHC V8-zuigermotor gebruikt in tal van Jaguarvoertuigen. Het was het vierde nieuwe type motor in de geschiedenis van het bedrijf. In 1997 vervingen beide ontwerpen de Jaguar AJ6-zes-in-lijnmotor (of liever gezegd de AJ16-variant) en de bekende Jaguar V12-motor. Het bleef Jaguars enige type motor tot en met 1999 met de lancering van de S-Type, toen de Jaguar AJ-V6-motor werd toegevoegd aan de lijst. De AJ-V8 is ontworpen met Nikasil - gecoate cilinders in plaats van de meer conventionele - stalen cilinderbussen. Echter, net als bij de BMW M60 reageerde de Nikasil-liners op het hoge zwavelgehalte in de benzine, dat motorstoringen veroorzaakte. Jaguar verving de meest getroffen motoren, en ging voortaan gebruikmaken van de conventionele gietijzeren voeringen. De motor maakt gebruik van een tweestaps Variabele Klep Timing-systeem waarbij de inlaatklep-timinginstelling op 30° werd gezet. Nieuwere motoren maken gebruik van een meer geavanceerd systeem dat de innametiming kan variëren, stapsgewijs tot 48°. De katalysator was van het merk Bosal. De AJ-V8 stond op de top 10 Ward's Best Engines in het jaar 2000.
XJR De XJR variant was uitgerust met een Eaton supercharger (feitelijk een gemodificeerde Roots blower). De XJR maakte geen gebruik van de variabele kleptiming omdat dat bij een geblazen motor het verbeterde volumetrische effect niet merkbaar is. De Supercharged XJR had een vermogen van 370 pk (276 kW) en 525 Nm koppel.
XJR 100 Limited Edition 2002