Angelsaksisch glas wordt in heel Engeland gevonden bij archeologische opgravingen van nederzettingen en begraafplaatsen. In de Angelsaksische periode werd glas gebruikt bij de vervaardiging van verschillende objecten, waaronder vaten, kralen, ramen en sieraden.Bayley. Glass-working in Early Medieval England. In Price 2000: 137–142. In de 5e eeuw na Christus veranderde met het Romeinse vertrek uit Groot-Brittannië het gebruik van glas aanzienlijk.Evison. Glass vessels in England, AD 400-1100. In Price 2000: 47–104. Bij opgravingen van Romeins-Britse vindplaatsen is een overvloed aan glas gevonden, maar de hoeveelheid glas die is teruggevonden uit de 5e eeuw en Angelsaksische vindplaatsen is minuscuul.

De meeste complete glazen objecten en verzamelingen van kralen zijn afkomstig van opgravingen van vroeg Angelsaksische begraafplaatsen. In de 7e veranderde begrafenisrituelen onder gekerstende Angelsaksen, waardoor er minder grafgiften werden meegegeven en waardoor glazen grafgiften wordt zelden worden teruggevonden voor deze periode. Vanaf de late 7e eeuw komt vensterglas vaker voor. Dit houdt rechtstreeks verband met de introductie van het christendom en de bouw van kerken en kloosters.Evison. Glass vessels in England, AD 400-1100. In Price 2000: 47–104.Heyworth 1992 Er zijn een paar Angelsaksische kerkelijkeEcclesiastical: Of or relating to a church or to an established religion. literaire bronnen die de productie en het gebruik van glas vermelden. Deze bronnen hebben betrekking op vensterglas wat in kerkelijke gebouwen wordt gebruikt.Harden 1978 Glas werd door de Angelsaksen ook gebruikt in hun sieraden, zowel in de vorm van emaille als in gebruik van zettingen.Bimson and Freestone. Analysis of some glass from Anglo-Saxon Jewellery. In Price 2000: 137–142.Bimson 1978.

Fabricage van glas miniatuur| De Shaftesbury Bokaal van Winchester Cathedral, een glazen pot uit de late 10e eeuw die voor het Hoge Altaar bij Shaftesbury Abbey werd gevonden. De pot bevatte mogelijk het hart van King Canute, die stierf in Shaftesbury c. 1035, maar werd begraven in Winchester. Het is het enige gave stuk laat-Saksisch glas in Engeland. Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen glasfabricage en glasbewerking. Glas maken is de productie van ruw glas uit de grondstoffen.Biek and Bayley 1979 Glasbewerking verwijst daarentegen naar de verwerking van onbewerkt glas of gerecycled glas om nieuwe glasobjecten te creëren. Glasbewerking kan op dezelfde locatie plaatsvinden als glas maken, maar het kan ook elders plaatsvinden.

Glas maken Glas bestaat uit vier hoofdcomponenten; een basis, alkaliflux, stabilisator en kleurstoffen / opaakmakers.

Basis: silica, dat in de Romeinse en Angelsaksische periode werd toegevoegd in de vorm van zand. Alkaliflux: natrium (sodium) of potas. De Romeinse bronnen en hedendaagse chemische analyse suggereren dat voor glas uit de Romeinse en Angelsaksische tijd, het mineraal natron als flux werd gebruikt. Plinius stelt ook dat de favoriete bron van natron voor het maken van glas uit Egypte kwam.Freestone 2005 Aan het einde van het 1e millennium na Christus werd er een grondstof gebruikt, namelijk houtas, wat de bron is van potas.Henderson 1992 Stabilisator: kalk of magnesiumoxide. In Angelsaksisch glas was kalk de belangrijkste stabilisator. De kalk kan een onderdeel geweest zijn van het zand wat gebruikt werd, maar het is ook mogelijk dat het apart toegevoegd werd aan de rest van de grondstoffen. De Romeinse schrijver Plinius verklaarde dat zand uit de rivier de Belus bijzonder geschikt was voor het maken van glasEichholz 1989. Dit is een zand wat rijk is aan zeeschelpen en dus aan kalk.Price and Cool 1991 Kleurstoffen / opaakmakers: deze kunnen van nature in het glas aanwezig zijn door onzuiverheden in de grondstoffen. Een aanwezigheid van ijzer in het zand veroorzaakt bijvoorbeeld groen / blauwgroen glas. Andere kleuren werden gemaakt door kleine hoeveelheden mineraalrijk materiaal of metaalslakken toe te voegen aan de glasmassaGuido and Welch 1999Brugmann 2004Heck and Hoffmann 2002. De stoffen die in oud glas het uiterlijk beïnvloeden, zijn voornamelijk ijzer, mangaan, kobalt, koper, tin en antimoon. De aan- of afwezigheid van lood is ook belangrijk, omdat dit de kleurtoon van andere kleurstoffen kan veranderen. Zelf produceert lood geen kleur, behalve in de vorm van lood-tinoxide of lood-antimoonoxide. De toevoeging van lood zorgt er in ondoorzichtig glas ook voor dat de kleurstoffen gecontroleerd tot stand komen en gelijkmatig in het materiaal worden verdeeld. Opaciteit in glas kan verschillende oorzaken hebben, zoals kleurintensiteit, bellen in het glas of de opname van ondoorzichtige middelen, zoals tin (tin(IV)oxide en loodtingeel) en antimoon (Ca2Sb2O7, CaSb2O6 en Napels geel).

Het belangrijkste type glas dat in de Angelsaksische periode wordt aangetroffen, is een glas natronkalk-siliciumdioxide, dat de Romeinse traditie van glasproductie voortzet.Evison. Glass vessels in England, AD 400-1100. In Price 2000: 47–104.Heyworth 1992 Er is zeer weinig bewijs voor het maken van glas uit de grondstoffen in Romeins Groot-BrittanniëPrice and Cool 1991 en nog minder voor het Angelsaksische Groot-Brittannië. Het zou bijna onmogelijk zijn geweest om de natron van het Midden-Oosten naar Groot-Brittannië te vervoeren. Het is daarom veel waarschijnlijker dat, net als in de Romeinse tijd, glas werd geproduceerd in de buurt van de grondstoffen en vervolgens stukjes ruw glas werden vervoerd. Een andere bron van glas was glasafval. Hergebruik van glas werd gedurende de hele Romeinse periode uitgevoerd en de grote hoeveelheden gebroken glas die gevonden zijn in Winchester en Hamwic, suggereren dat glas ook werd hergebruikt in de Angelsaksische periode.Hunter and Heyworth 1998 Het is mogelijk dat door het glas te recyclen, het mogelijk was om aan de vraag naar glasproducten te voldoen zonder dat nieuw ruw glas gebruikt hoefde te worden. Mogelijk is er ook oud glas verzameld uit de ruïnes van verlaten Romeins-Britse sites. In de late 7-8e eeuw, met de bouw van vele kerkelijke instellingen en grote ramen, groeide de vraag naar glas.Henderson 1992 In deze periode veroorzaakten politieke problemen in de Egyptische regio Delta-Wadi Natrun een tekort aan natron in het Midden-Oosten waar het ruwe glas werd geproduceerd.Shortland et al. 2006 Dit leidde er mogelijk toe dat glasfabrikanten experimenteerden met nieuwe fluxen, wat uiteindelijk leidde tot de introductie van houtasglazen met potas als de belangrijkste alkaliflux, die gemakkelijker verkrijgbaar was.

Glaswerk links|miniatuur|Klauwbeker van een Angelsaksische vindplaats. Opgravingen op Angelsaksische locaties heeft wel enig bewijs opgeleverd voor de beperkte glasbewerking door middels van smeltkroezen voor het smelten van glas en glasafval. Tot op heden zijn er op deze locaties geen ovens gevonden die verband houden met smeltkroezen of glasbewerkingspuin. De gevonden glasbewerkingsovens bevinden zich allemaal op kerkelijke sites zoals kloosters. Dit wekt de indruk dat deze centra het grootste deel van het glaswerk in het Angelsaksische Groot-Brittannië onderhielden, vermoedelijk voornamelijk om glasramen te maken voor de kerkgebouwen. Geschreven bronnen suggereren dat glasarbeiders door het land rondreisden en glas op aanvraag produceerden, in plaats van glas op één plek geproduceerd werd, wat de complicatie opleverde dat het vervoerd zou moeten worden. Deze glaswerkers hergebruikten mogelijk lokaal gebroken glas.Bayley. Glass-working in Early Medieval England. In Price 2000: 137–142.Heyworth 1992 Hoewel we de productieprocessen kunnen identificeren, is het nog steeds niet bekend hoeveel glasbewerking er in de Angelsaksische periode heeft plaatsgevonden en hoe wijdverbreid dat was. Het ontbreken van bewijs is vaak gebruikt om te beweren dat het merendeel van het glas van het Europese vasteland werd geïmporteerd. Maar dit lijkt onwaarschijnlijk, omdat er elders in Europa een beperkt aantal productievestigingen voor glazen vaten is en sommige van de Angelsaksische glasvaten uniek zijn voor Engeland. Dit wijst op de aanwezigheid van enkele productiecentra, mogelijk in Kent.Evison. Glass vessels in England, AD 400-1100. In Price 2000: 47–104.Harden 1956.

Daarentegen weerspiegelt het aantal gevonden glasbewerkingslocaties niet alleen de verscheidenheid in archeologische vondsten, maar ook de verscheidenheid van glas, dat zou kunnen worden omgesmolten en hergebruikt.Price and Cool 1991

Drinkglazen De overgrote meerderheid van de complete drinkglazen is afkomstig van vroege Angelsaksische begraafplaatsen, waardoor vergelijkbare glazen kunnen worden gegroepeerd en typologieën ontstaan. Meer recente opgravingen van hedendaagse nederzettingen hebben fragmenten van gelijkende glazen aan het licht gebracht, wat aangeeft dat er in graven weinig of geen verschillen zijn tussen huishoudelijk glas en ritueel gedeponeerd glas.Harden 1978 Er is een significant verschil tussen Romeinse en Angelsaksische drinkglazen en de gebruikte glasbewerkingstechnieken zijn in de Angelsaksische glazen beperkter. Maar weinig van de Angelsaksische glazen kunnen worden geclassificeerd als serviesgoed, aangezien deze term tot op zekere hoogte impliceert dat de drinkglazen op een plat oppervlak neergezet kunnen worden. De glazen hebben voornamelijk een ronde of puntige bodem, of als er een platte bodem aanwezig is, zou deze te zwaar en onstabiel zijn geweest voor alledaags gebruik. Dit houdt in dat de glazen in de hand werden gehouden totdat de drank op was.Evison. Glass vessels in England, AD 400-1100. In Price 2000: 47–104. Het bewijs voor drinkglazen is fragmentarischer in de 8e eeuw, aangezien het aantal gevonden volledige glazen afneemt. Dit houdt rechtstreeks verband met de introductie van het christendom en de verandering in de begrafenisritus.Harden 1956.

De eerste typologie voor Angelsaksische drinkglazen werd bedacht door Dr. Donald B. Harden in 1956Harden 1956. die later in 1978 werd herzien.Harden 1978 De door Harden vastgestelde namen zijn inmiddels bekend geworden en de typologie van professor Vera Evison voegde enkele nieuwe typen toe, sommige van nieuw opgegraven glazen die niet in de typologie van Harden konden worden geplaatst.Evison. Glass vessels in England, AD 400-1100. In Price 2000: 47–104. Kommen: Breed glas vaak met een vlakke basis. Verscheidenheid aan gebruikte decoratie inclusief voorbeelden van geblazen vormen. Kegelbeker: lang, taps toelopend glas met een puntige of gebogen basis. Steel- en Klokbekers: Klokbekers hebben een kenmerkende toelopende curve naar een centrale puntige basis. De gesteelde bekers zijn vergelijkbaar, maar hebben een platte voet aan het centrale punt. Klauwbeker: ontwikkeld uit een delicate beker met aangebrachte dolfijnen, in de Angelsaksische periode waren dit dikkere glazen met duidelijkere, meer klauwachtige applicaties. Flessen: Zeldzaam in Angelsaksisch Engeland vergeleken met op het Europese vasteland, in het Rijnland en Noord-Frankrijk. Palmbekers en trechterbekers: Palmbekers zijn komvormig maar hebben een gebogen basis. Trechterbekers zijn trechtervormig met een puntige basis. Bolvormige beker: dit waren de meest voorkomende glazen die in de 6e-7e eeuw werden gevonden. Eerder bekend als squat jugs door Harden, zijn dit glazen met een smalle hals met naar buiten gekeerde randen, bolvormige lichamen en samengeduwde bodem. Komt vaak voor in sets. Zakflessen: instabiel, afgeronde fles, vorm en decoratie zoals de bolvormige beker, hoewel vaak groter. Zakbeker: meer cilindrische vorm van de bolvormige beker, met een ronde of puntige basis. Hoorn: drinkhoornvormig glas. Inktpot: Fragmenten van inktpotten zijn ontdekt in 8e-eeuwse contexten en duiden op een klein cilindrisch vat met een smalle centrale opening bovenaan. Cilindrische pot: Er zijn enkele fragmenten van cilindrische potten ontdekt.