Sint Eustatius is een van de Bovenwindse Eilanden in het Caribische deel van Nederland dat sinds 2010 een openbaar lichaam vormt. Het eiland wordt door de lokale bevolking Statia () genoemd, een naam die ook door de overige Caribische bevolking en diaspora wordt gebruikt. Het eiland is vernoemd naar Sint Eustachius van Rome.

Sint Eustatius is ook bekend onder de naam "Golden Rock" (Gouden Rots) verwijzend naar de sleutelrol die het eiland speelde in de 17e en 18e eeuw in de wereldhandel en wereldpolitiek.

Sint Eustatius is gelegen in het noordoostelijk deel van de Caribische Zee en behoort samen met Saba en Sint Maarten tot de SSS-eilanden. De hoofdstad van Sint Eustatius is Oranjestad.

Op de oudste kaart waarop het eiland voorkomt heet het eiland Estatia. Later maakte men er Sint Anastatia en daarna het huidige Sint Eustatius van.

Geschiedenis

Prekoloniale geschiedenis en kolonisatie De vroegste bewoners waren Cariben die vermoedelijk uit het bekken van de Amazone kwamen en vanuit Venezuela via de Kleine Antillen naar het noorden waren gemigreerd. In het begin van de twintigste eeuw zijn er nederzettingssporen ontdekt in Golden Rock en Oranjebaai.

Columbus was de eerste die Sint Eustatius in 1493 op de kaart zette. Bij diens aankomst was de oorspronkelijke bevolking al eerder vertrokken, mogelijk vanwege de natuurlijke omstandigheden (op het eiland was bijvoorbeeld geen zoet water beschikbaar).Mare (14 maart 2019), 'Een rots van drie bij zes mijl'.

In 1636 werd het inmiddels onbewoonde eiland door de Nederlanders van de West-Indische Compagnie (WIC) in bezit genomen. Volgens Franse bronnen hadden de Fransen er al in 1629 een klein fort gebouwd, maar wegens gebrek aan natuurlijke waterbronnen het eiland weer verlaten. De Nederlanders (Zeeuwen) bouwden een nieuw fort, het nog steeds bestaande Fort Oranje en losten het waterprobleem op door de aanleg van (ook nog steeds bestaande) regenbakken (cisternen).

Slavenhandel en vrijhaven thumb|Kaart van het eiland St. Eustatius met een lijst van namen van eigenaars en eigendommen|260x260px Sint Eustatius werd het meest winstgevende bezit van de West-Indische Compagnie en een doorvoerhaven van Afrikaanse slaven in de Trans-Atlantische slavenhandel. Op het eiland werden plantages van suikerriet, tabak en indigo aangelegd die met slavenarbeid werden bewerkt. Commandeur Jan de Windt stuurde in 1763 twee schepen naar Berbice om daar de slavenopstand te helpen onderdrukken. In 1774 waren er 75 plantages op het eiland met namen als Gilboa, Kuilzak, Zelandia, Zorg en Rust, Nooit Gedacht, Ruym Sigt en Golden Rock. Oranjestad was ook een vrijhaven en stapelhaven. In de 18de eeuw werd het eiland wel de Gouden Rots genoemd. De hele Benedenstad (Sint Eustatius)aan de Oranjebaai was volgebouwd met pakhuizen waar de meest luxe goederen lagen opgeslagen. In 1779 legden meer dan 3000 schepen uit Europa, Amerika en Afrika aan op de rede van Oranjestad, evenveel als in Amsterdam. Soms arriveerden er meer dan twintig schepen op een dag. Op de rede konden 200 schepen tegelijkertijd liggen.

Uit de periode waarin het eiland een belangrijke handelspositie had resten nog de overblijfselen van zestien verdedigingswerken in een ring om het eiland heen. Dat zijn de forten Oranje, Panga, Royal, Waterfort en de batterijen Bouillé, Bourbon, Concordia, Corre Corre, De Windt, La Haye, Jussac, Nassau, Rotterdam, St. Louis en Tumble Down Dick, en de resten van een onafgemaakte vluchtburg uit het eind van de 17de eeuw op de berg Gilboa Hill.

Het eerste saluut thumb|De Andrew Doria ontvangt op 16 november 1776 saluutschoten van Fort Oranje. thumb|Gouverneur Johannes de Graaff

Toen de Amerikanen in 1776 hun vrijheidsstrijd tegen het Verenigd Koninkrijk begonnen, leverden de Nederlanders wapens aan hen via Sint Eustatius.Willem de Bruijn, De Gouden Rots. Hoe op St. Eustatius wereldgeschiedenis werd geschreven, 2019. Het Amerikaanse marineschip Andrew Doria, dat op 16 november 1776 met de nieuwe Amerikaanse Grand Union Flag in top de Gallows Bay kwam binnenzeilen en dertien saluutschoten afvuurde, kreeg in opdracht van gouverneur Johannes de Graaff elf saluutschoten van Fort Oranje als antwoord. Het was de eerste keer dat een buitenlandse mogendheid de vlag van de Verenigde Staten eerde met een saluut. De Amerikanen interpreteerden dit onmiddellijk als de eerste officiële erkenning van hun onafhankelijkheid.Michiel van Kempen, 'Sint Eustatius - Hoe een eiland rees naar het wereldtoneel en weer verdween', in: Zwarte pracht; Cultuur uit de voormalige Nederlandse koloniën. Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot, 2025, p. 60-64. De Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt erkende het belang van deze gebeurtenis tijdens zijn bezoek aan de rede van Sint Eustatius in 1939 en bood het eiland een plaquette ter herinnering aan. Er staat onder andere op: Het voorval leverde ook het onderwerp voor het laatste boek van Pulitzerprijs-winnares Barbara Tuchman First Salute: A View of the American Revolution (1988).

De Engelsen verklaarden hierop Nederland de oorlog (de Vierde Engelse Oorlog) en admiraal George Brydges Rodney nam in februari 1781 met een grote vloot Sint Eustatius in. Rodney plunderde het eiland en voerde een derde van de Joodse bevolking af naar het naburige Saint Kitts. Het vermogen van gouverneur De Graaff werd geconfisqueerd. De Graaff zelf moest mee naar Engeland, maar mocht hetzelfde jaar nog terugkeren naar Sint Eustatius. Rodney maakte een nauwkeurige inventaris van zijn buit, inclusief de slaven, teneinde deze te verdelen over zijn bemanning. Deze inventarisatie, de Rodney Roll, is in het bezit van National Archives in Kew bij Londen.Online zoeken in het slavernijverleden. NRC Handelsblad, 22 april 2021, pag. 3

Wisselende koloniale bezetting Een afwisseling van Franse, Nederlandse en Engelse bezettingen volgde:

Na de val van Napoleon in 1815 kreeg Nederland in 1816 de voormalige koloniën in het Caribisch gebied van Groot-Brittannië terug. Deze werden in het begin beschouwd als drie West-Indische koloniën: Suriname Curaçao en Onderhorigheden (Nederlandse deel van de Benedenwindse Eilanden) Sint Eustatius en onderhorigheden (Nederlandse deel van de Bovenwindse Eilanden)

Door de teruggave van de koloniën door de Britten (Verdrag van Londen (1814)) werden Sint Eustatius, Sint Maarten en Saba weer Nederlands bezit, maar bleef de voertaal Engels. De afschaffing van de trans-Atlantische slavenhandel en de openstelling van de havens van de Engels-Caribische eilanden zorgden ervoor dat de economie van Sint Eustatius in het slop raakte.

Om de bestuurskosten te verlagen werden de drie koloniën in 1828 teruggebracht tot één kolonie met een gouverneur-generaal in Paramaribo. In 1845 kwam men hier gedeeltelijk op terug omdat het besturen van de eilanden vanuit Suriname niet goed werkte. Vanaf dat jaar waren er weer twee West-Indische koloniën: Suriname Curaçao en Onderhorigheden (bestaande uit zowel de Bovenwindse als de Benedenwindse Eilanden).

Opstand van 1848 thumb|Bovenstad, voormalig huis van gezaghebber Johannes de Veer waar de slavenopstand begon (foto uit 1989) Na 1848 bestond de slavernij alleen nog op de Nederlandse en Deense Caribische eilanden wat voor onrust zorgde op de door Nederland gekoloniseerde eilanden. Als gevolg daarvan werd op 6 juni 1848 op Sint Maarten in een proclamatie verklaard dat de tot slaaf gemaakte Afrikanen als vrije personen zullen worden behandeld.Joh. Hartog. – De Bovenwindse eilanden Sint Maarten – Saba – Sint Eustatius. – De Wit N.V. Aruba, 1969, pp. 296-297

Ook op Sint Eustatius ontstond onrust. Op 12 juni 1848 verzamelde zich een groep vrije en tot slaaf gemaakte Afrikanen voor de woning van gezaghebber Johannes de Veer en eiste hun vrijheidsverklaring, verhoging van rantsoen en meer vrije uren.Joh. Hartog. – De Bovenwindse eilanden Sint Maarten – Saba – Sint Eustatius. – De Wit N.V. Aruba, 1969, pp. 298 De gezaghebber sprak de groep toe maar die volhardde in zijn eisen. De schutterij werd gemobiliseerd en na overleg met de Koloniale Raad en de voornaamste ingezetenen werd door de gezaghebber tot een aanval besloten.A.f. Paula. – 'Vrije' slaven. Een sociaal-historische studie over de dualistische slavenemancipatie op Nederlands Sint Maarten 1816-1863. – Walburg Pers, 1993, p. 98 Na nog een waarschuwing om de stad te verlaten of anders de gevolgen te ondervinden, werd het vuur op de groep geopend. De opstandelingen vluchtten de stad uit, twee of drie zwaar gewonden achterlatend. Vanaf een heuvel even buiten de stad bekogelden ze de schutterij met stenen en stukken rots. Een groep van 35 schutters bestormde de heuvel waarbij twee opstandelingen gedood werden en verschillende gewond raakten. De zes leiders van de opstand werden verbannen van het eiland en naar Curaçao overgebracht. Als belangrijkste leider van de opstand wordt Thomas Dupersoy beschouwd, een vrije Afrikaan. Van een van de andere leiders werd in 1851 een kennisgeving van overlijden aan zijn 'eigenaar' gezonden.Joh. Hartog. – De Bovenwindse eilanden Sint Maarten – Saba – Sint Eustatius. – De Wit N.V. Aruba, 1969, p. 298 De grootste plantagehouders op Sint Eustatius besloten na de opstand om hun tot slaaf gemaakte arbeiders een zeker loon te geven uit vrees voor herhaling.

miniatuur|Slavenhandboeien uit 1848 die moesten voorkomen dat Statiaanse slaven zouden vluchten naar het vrije St. Kitts

Afschaffing slavernij Op 1 juli 1863 werd de slavernij afgeschaft. Op de naburige Britse kolonie St. Kitts was dit al in 1833 gebeurd, wat tot succesvolle vluchtpogingen had geleid.Tentoonstelling Sint Eustatius Historisch Museum

Met de herziening van de Nederlandse grondwet in 1922 kwam de term 'kolonie' in die grondwet te vervallen. Pas op 23 april 1936 volgde de hiermee samenhangende herziening van wetten waarmee de staatsinrichting van Suriname en Curaçao werd aangepast. Zo werd de Koloniale Raad vervangen door de Staten van Curaçao. Het parlement bestond uit vijftien leden, van wie er tien werden gekozen en vijf door de gouverneur werden aangewezen. In dat jaar werd ook Curaçao en Onderhorigheden omgedoopt tot het Gebiedsdeel Curaçao.

In 1937 volgden de eerste verkiezingen, waaraan vanwege het toen geldende census- en capaciteitskiesrecht voor mannen slecht ± 5 procent van de bevolking mocht meedoen.

Periode na de Tweede Wereldoorlog thumb|Bioscoopjournaal uit 1948. Luchtopnames van de eilanden Sint Eustatius en Saba.

De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een andere kijk op het Koninkrijk en het kolonialisme zoals dat tot 1939 had gefunctioneerd. Het 'Gebiedsdeel Curaçao' en Suriname waren in die tijd de enige stukjes onbezet 'Nederland'. Koningin Wilhelmina kondigde via Radio Oranje in 1942 al meer zelfstandigheid aan voor de overzeese delen. In februari 1945 werd de naam van het Ministerie van Koloniën gewijzigd. Door de herziening van de grondwet in 1948 werd het Gebiedsdeel Curaçao vervangen door Nederlandse Antillen waarna alle Statenleden door middel van algemene verkiezingen gekozen werden. Hiermee kwam aan de koloniale status formeel een einde.

In 1948 waren intussen ook de onderhandelingen begonnen met Suriname en de Nederlandse Antillen. Op 15 december 1954 werd na acht jaar onderhandelen het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, ofwel kortweg het Statuut, door Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen ondertekend en daarmee bestond het Koninkrijk der Nederlanden voortaan uit drie landen. Koningin Juliana kondigde het Statuut op 15 december 1954 in de Ridderzaal plechtig af. Uitgangspunt in het Statuut was de gelijkwaardigheid van Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen (Nederlands-Nieuw-Guinea niet). De verjaardag van het Statuut wordt elk jaar op 15 december op Koninkrijksdag (Kingdom Day) gevierd.