De verdwijning van Jopie de Nigtere betreft de verdwijning in 1939 van een 18-jarig Amsterdams meisje op weg naar een sollicitatiegesprek bij een bedrijf dat, naar later bleek, niet bestond. De zaak veroorzaakte destijds grote opschudding, maar bleef onopgelost.
Verdwijning miniatuur|Politietelegram met het signalement van Jopie de Nigtere (19 november 1939) Johanna Elisabeth "Jopie" de Nigtere, geboren te Amsterdam op 5 december 1920, had als verkoopster gewerkt bij warenhuis De Bijenkorf op de afdeling fournituren. Na enkele maanden wegens ziekte thuis gezeten te hebben, besloot ze in de herfst van 1939 een kantoorbaan te zoeken. Hiertoe had zij zich ingeschreven bij de Gemeente-Arbeidsbeurs, het arbeidsbemiddelingsbureau van de gemeente Amsterdam, als 'werkzoekende vrouwelijke kantoorkracht'. Op zaterdagochtend 18 november 1939 kreeg Jopie een oproep van de arbeidsbeurs in de brievenbus, een zogenaamde groene kaart. Daarin stond dat ze 's middags om half vijf verwacht werd voor een sollicitatiegesprek bij Confectieatelier De Vries op Singel 23, alwaar om een kantoormeisje werd gevraagd. Dat tijdstip, zaterdagmiddag laat, was trouwens nogal ongebruikelijk. De baan zou 30 gulden per maand opleveren, voor die tijd goed betaald.
Nadat Jopie die zaterdag met haar moeder Jet en haar tante Stien in de binnenstad had gewinkeld, nam ze om vier uur afscheid op de hoek van het Spui en de Kalverstraat. Ze had het adres eerder gezocht, maar toen niet gevonden; haar moeder had gezegd verder door te lopen tot aan "de ronde kerk" (Ronde Lutherse Kerk). De wandeling zou maximaal zo'n 20 minuten zijn. Volgens Jopie zou het gesprek niet langer dan een kwartier duren. De laatste woorden die Jopies moeder van haar hoorde waren: "Tot straks hoor!".
Ze hadden afgesproken bij de H.E.M.A., maar Jopie de Nigtere kwam niet opdagen. Moeder en tante dachten dat de sollicitatie uitgelopen was, maar belden toch naar huis, waar Jopie niet bleek te zijn. Nu leek er een misverstand te zijn gerezen; was de afspraak bij de H.E.M.A. op de hoek Kalverstraat/Spui, waar ze afscheid hadden genomen, of bij de H.E.M.A. op de Nieuwendijk bij bioscoop Cineac op het Damrak, dat het dichtst bij Singel 23 was? Jopie was in elk geval niet goed bekend in dit gedeelte van de stad.
Jopie kwam niet thuis voor het eten. In de loop van de avond ging haar vader naar het politiebureau Raampoort om aangifte van vermissing te doen. Men stuurde hem naar huis met de boodschap nog maar een paar uur af te wachten. Achteraf bleek er wel een signalement over de politieradio te zijn verspreid. Om half een 's nachts meldde de ongeruste vader zich weer en toen pas werd de melding doorgegeven aan de Kinderpolitie, waar vermissingen van minderjarigen onder vielen.Meerderjarigheid gold tot 1988 nog niet voor achttienjarigen. Deze was echter op zondag gesloten.
Maandagochtend begreep de commissaris van de Kinderpolitie direct dat hier kwade opzet in het spel was en werd de zaak teruggegeven aan het districtspolitiebureau. Nadat er inmiddels anderhalve dag was verstreken, werd er een grootschalig onderzoek gestart. Diezelfde maandagnacht al werden tientallen hotels en logementen bezocht. Later breidde het onderzoek zich uit naar alle hotels en logementen in Nederland. Het onderzoek richtte zich daarnaast op het bewuste adres.
Onderzoek Het confectieatelier miniatuur|Singel 23 is het linkerpand (foto uit 1920). Op dat moment was er nog confectieatelier Van Menk & Zonen gevestigd. Het politieonderzoek bracht een aantal vreemde zaken aan het licht. Om te beginnen bevond zich op het adres geen confectieatelier, maar een behangselfabriek. Onder de naam Van Menk & Zoon had er inderdaad een confectieatelier gezeten, maar dat was sinds 1931 vertrokken.De laatste vermelding op dit adres was in het telefoonboek van 1931 , in 1932 bleek het bedrijf op een adres op de Keizersgracht te zitten. Daarna vestigde er zich Heiman (zich noemende Herman) Peper onder de naam Confectiefabriek "Dema"; het bedrijf trotseerde een brand, maar werd op 9 april 1936 failliet verklaard.
Er waren nog twee andere meisjes, DidiOf Diet [Metzger?] ( en Katrien, door de Arbeidsbeurs op de vacature afgestuurd. Opmerkelijk was dat deze sollicitantes, hoewel ze alle drie voor half vijf waren opgeroepen, elkaar noch Jopie hebben gezien. Didi merkte meteen dat er geen confectieatelier op het adres zat en fietste door.Of deze alternatieve lezing: ze belde aan, er werd niet opengedaan en is toen naar huis gegaan.(Nederlands.nl, gearchiveerd: ) Katrien constateerde dat ook, maar belde toch langdurig aan bij de "N.V. Nederlandsche Behangselpapier Maatschappij" (ook handelend onder de naam "Behangselpapier Bauhaus"Algemeen Adresboek der stad Amsterdam 1939-1940"Naamlijst voor den interlocalen telefoondienst 1940 . jan.1940". PTT, 1940.). Ze informeerde bij een oude man in zeemanstrui naar het atelier, maar die kon haar niets vertellen. Ten slotte was er een circa 30-jarige man met een zwarte overjas, waaronder een trui zichtbaar was, en een alpinopet op, die op haar ook de indruk van een zeeman had gemaakt"...hetgeen ter plaatse niet zoo verwonderlijk is, want er liggen daar langs het Singel vele schepen." en in de buurt had gestaan, op haar afgelopen en had gezegd: "Ik zou maar verder gaan – ze zijn zeker niet meer aanwezig."De Tijd: "De vermissing van het meisje De Nigtere", 23-11-1939 De oude man - een 72-jarige - werd na een oproep in de kranten snel gevonden, maar wist verder niets te vertellen. De jongere man met alpinopet en het uiterlijk van een zeeman heeft zich ondanks herhaalde oproepen nooit gemeld.
De eigenaar van de behangselfabriek, een in Aerdenhout woonachtige Duitser, Wilhelm (W.K.E.) Borchers,Adresboek Bloemendaal 1940 had die zaterdag met zijn vrouw in Haarlem gewinkeld, iets wat door de politie geverifieerd kon worden.Leidsch Dagblad: "Mysterie rond Johanna de Nigtere (18). Verdwijning meisje, 29 jaar geleden, nog steeds een raadsel", 4 januari 1969 Het bedrijf was zoals elke zaterdag om één uur dichtgegaan. De zaak en enkele aangrenzende panden werden grondig met speurhonden onderzocht en er werden ook geheime ruimtes gevonden, maar de honden sloegen niet aan en er werd niets ter zake doende aangetroffen.
Borchers werd een tijdlang door de politie als verdachte beschouwd. Zijn omgeving vond hem vreemd, onsympathiek of juist te amicaal, met name bij vrouwen. Eén medewerkster had om die reden ontslag genomen. Het in 1932Nederlandsche staatscourant: MEDEDEELINGEN VAN VERSCHILLENDEN AARD.., 12-03-1932 opgerichte bedrijf had zich in 1937 of 1938 op het bewuste adres gevestigd. In het adresboek van 1937 was het bedrijf nog op een ander adres gevestigd, in juli 1938 vermeldt men het bedrijf in het telefoonboek als gevestigd op Singel 23. In 1941 verdwijnt het van dit adresVerhuisbericht van firma Faber van Droogbak 6 naar Singel 23 en ook verder vrijwel geheel uit de geschiedenis.Borchers staat in 1948 in het adresboek van Bloemendaal voor het laatst te boek als "koopm. behangselpap." Adresboek Bloemendaal 1948, bijgewerkt tot 1 juli 1948
De getuigenverklaringen Een buurman die recht tegenover het pand woonde, zei dat hem om half vijf een auto met glimmende lantaarns was opgevallen. Deze reed tegen de richting in. Hij verwachtte dat de auto zo de brug over zou gaan, maar dat deed hij niet. De getuige vermoedde dat de bestuurder niet bekend met de omgeving was, want hij reed heel onzeker. Het merk en aantal mensen dat erin zat, wist hij niet te vertellen.
Een andere getuige had rond tien over half vijf een man en een meisje zien lopen aan de oneven zijde van het Singel, vanuit de kant van het Centraal Station. Het meisje had een blauw gebreid mantelpakje aan, net als Jopie. Dit meisje zou geschreeuwd hebben: "Nee, ik doe het niet! Ik ga niet met je mee!" De getuige herkende Jopie van haar foto. De man omschreef hij als een jaar of dertig, met een donkere jas en een alpinopet. De man en het meisje leken niet bij elkaar te horen.
Nog een andere getuige zag verderop op het Singel, op ongeveer dezelfde tijd, dus tien over half vijf, een meisje van een jaar of twintig, met een handtas en een blauw gebreid mantelpakje aan. Ze leek op zoek naar een adres en liep in de richting van het Centraal Station en het adres van het vermeende confectieatelier. Ze zag tevens een man met een alpinopet en een driekwartlange overjas bij een voordeur staan. Ze had van geen van beiden gezien dat ze ergens naar binnen waren gegaan.Hoewel de meeste bronnen half vijf opgeven als tijd van afspraak, noemen sommige kwart voor vijf, waaronder Beunders en Van der Weg, die ook het afscheid van haar moeder later plaatsen. Als dat juist is zou een zoekende Jopie om tien over half vijf tot de mogelijkheden behoren.
Dan hadden onafhankelijk van elkaar twee mensen een meisje dat aan Jopies signalement voldeed, in het gezelschap van een man zien lopen, de ene bij de Heisteeg, de andere even verderop op het Singel. De man werd in beide gevallen omschreven als 30 à 35 jaar oud, gekleed in een lichte, dikke jas van Engelse gevlokte stof. Het tweetal voerde een gesprek en liep tamelijk losjes naast elkaar. Volgens de politie waren deze beide verklaringen zo eenduidig en positief dat van persoonsverwarring geen sprake kon zijn.De Telegraaf: "Johanna de Nigtere gezien?", 23-11-1939
Er waren meer getuigen die een meisje hadden gezien dat van een opdringerige man probeerde af te komen, en zelfs een die een meisje in een auto geduwd zag worden, maar deze getuigen kwamen niet allemaal bij de politie terecht of de beschrijvingen waren te vaag.
De politie stond uiteindelijk voor een raadsel. Als enige hypothese bleef over dat Jopie de Nigtere bij het pand moest zijn opgewacht door iemand die haar had gezegd dat de directie verderop zat of een soortgelijk voorwendsel, en of ze even wilde meekomen.
Het telefoontje Volgens de persoon bij de arbeidsbeurs die het telefoontje had aangenomen, had de stem van de beller vreemd geklonken. Ze had eerst gedacht dat het een vrouw was. Later bleek dat de onbekende, die zich De Vries noemde, dezelfde vrijdagochtend ook de R.K. Arbeidsbeurs voor Vrouwen en Meisjes had gebeld met het verzoek om vrouwelijk kantoorpersoneel. De vrouw die het telefoontje aan had genomen, had echter geconstateerd dat er geen Confectieatelier De Vries op Singel 23 was gevestigd en had in afwachting van een adresonderzoek de vacature niet verspreid.De Telegraaf: "Onderzoek naar het vermiste meisje. Onbekende belde ook R. K. Arbeidsbeurs op.", 28-11-1939.
De beller had een telefoonnummer opgegeven. De meeste krantenberichten uit die tijd deden het af als "vals", maar het was een bestaand telefoonnummer. De aansluiting was van ene ir. Hendrik Carel S. Snethlage, Telefoongids en beroepengids nr. 88, 1940 die in België werkte, maar aan de Keizersgracht 89 woonde, niet ver van Singel 23, bij een Belgische pensionhouder.In het adresboek van Amsterdam 1939 stonden op dit adres ingeschreven: J. H. van Rijswijk, "Lema" Ververij en Chem. Wasscherij, C.P. ter Kuile en H.C. Snethlage. Tevens verbleef in dat pension Het pension in kwestie stond echter niet als zodanig te boek in telefoonboek, adresboek of beroepengids en was dus mogelijk een niet-officieel pension. nog een gast. Alle drie werden ondervraagd en ze ontkenden ooit van Jopie de Nigtere gehoord te hebben. Snethlage, als eigenaar van het telefoonnummer, verklaarde dat hij overdag nooit thuis was en op de dag van het telefoontje van "De Vries" in het buitenland had gezeten. Ook verklaarde hij dat niemand anders zijn telefoon mocht gebruiken.
Na lang ontkennen gaf de pensionhouder toe dat er op de vrijdag voor de verdwijning twee onbekende mannen bij hem waren gekomen, die vroegen of ze konden bellen. Hij had ze naar zijn zeggen toen de sleutel van de kamer van Snethlage gegeven, waar ze hadden getelefoneerd.