miniatuur|Mabel Collins Mabel Collins (St Peter Port, 9 september 1851 - 31 maart 1927) was een Britse theosofe en auteur van meer dan 46 boeken. Ze was schrijfster van populaire occulte romans en voerde actie tegen vivisectie. Haar bekendste werk is Light on the Path (Licht op het pad, 1885).
Familie en huwelijk Minna Mabel Collins werd geboren in St Peter Port, Guernsey, als negende kind van de dichter-journalist Edward James Mortimer Collins en de koopmansdochter Susanna Hubbard. Ze volgde geen les op school en leerde dichtkunst en filosofie van haar vader. 3 Augustus 1871 huwde ze met Keningale Robert Cook in de St. Peters Church in Knowl Hill. Hij had zijn opleiding aan het Rugby and Trinity College in Dublin genoten. Zijn doctoraat in de Rechten behaalde hij in 1875. Hij schreef artikelen voor het tijdschrift Woman en daar begon ook Mabel schrijfwerk te publiceren. Ze schreven vooral over educatie, de rol van de vrouw en de kunsten.
Hun huwelijk was niet gelukkig, Mabel verveelde zich en ze scheidden in februari 1885. Robert stierf in juni 1886 en liet haar genoeg geld na om enige jaren comfortabel van te kunnen leven.
Voor ze zich met theosofie ging bezig houden, werd Mabel een bekend medium. In haar latere jaren was ze echter een uitgesproken tegenstander van 'Spiritisme'. Ze had het idee dat de ervaringen bij een seance in hoge mate gevaarlijk waren: een visie die overeenkwam met die van Blavatsky en haar Meesters.
Theosofie In 1881 las Mabel Blavatsky's eerste boek Isis Ontsluierd en ze werd een regelmatige bezoeker van de dinsdagmiddagen bij de Sinnetts. In april 1884 bracht Helena Blavatsky (1831-1891), grondlegster van de theosofie, een bezoek aan Londen. Ze ontmoetten elkaar kort op 8 november 1884, voordat Blavatsky naar India terugkeerde. Volgens Blavatsky zagen ze elkaar in de herfst van 1884 bij twee of drie gelegenheden, altijd in de aanwezigheid van anderen. In dit jaar schreef Mabel Light on the Path, dat een 'theosofische klassieker' zou worden.
Blavatsky verhuisde in 1887 voor vier maanden naar 'Maycott', het huis van Mabel Collins in Upper Norwood in Londen. De twee vrouwen startten in november 1887 het maandelijkse tijdschrift Lucifer (lichtbrenger). Ze werkten tot februari 1889 samen als editor, toen Mabel ontslag nam.
Coues-Collins affaire miniatuur|Elliott Coues, 1842-1899 Professor anatomie Elliott Coues werd in de jaren 1880 lid van Society for Psychical Research (SPR) én in juli 1884 lid van de Theosophical Society (TS). In Washington D.C. stichtte Coues in 1884 de 'Gnostic Lodge of the Theosophical Society' en werd er de voorzitter van. In juli 1885 werd Coues ook voorzitter van de nieuw opgerichte 'raad van toezicht' (American Board of Control) voor de Amerikaanse genootschappen van Theosophical Society. Er waren klachten over Coues' autoritaire optreden en in 1886 werd de raad van toezicht opgeheven en kwam de 'Amerikaanse Sectie van de Theosophical Society' er voor in de plaats met William Quan Judge als General Secretary en penningmeester. Coues belandde op een zijspoor. In 1887 stichtte Coues, die nooit lid van de 'Esoterische Sectie' was geweest, de 'Esoteric Theosophical Society of America' en benoemde zichzelf tot voorzitter voor het leven. Coues werd hoe langer hoe meer kritisch over de TS.Marble, C. C. (1900). The Late Dr. Elliott Coues. Birds and All Nature: February, 1900.
Coues probeerde Blavatsky in diskrediet te brengen in een artikel van 11 mei 1889 in The Religio-Philosophical Journal. Daarin gebruikte hij als bewijs een ongedateerde notitie zonder handtekening, die door Mabel Collins in 1885 aan hem zou zijn gestuurd. Coues deed onderzoek naar het auteurschap van Collins' Light on the Path en vroeg haar of ze door 'Koet Hoemi' was gedicteerd. Volgens de notitie zouden de Mahatma's (Meesters) en met name Koet Hoemi, het schrijven van het boek hebben geïnspireerd. Blavatsky maakte snel en daadkrachtig bezwaar tegen Coues' artikel in een brief aan Light op 1 juni 1889. Op 1 juni schreef Coues een tweede brief aan de Religio-Philosophical Journal, waarin hij zei nu Collins brief uit 1885 (door hem zelf verzonnen) 'woord voor woord' te citeren: 'De schrijfster van The Gates of Gold [pas in 1887 uitgegeven] is Mabel Collins, aan wie dit evenals Licht op het pad en De idylle van de witte lotus was gedicteerd door een van de adepten van de groep die via Mw. Blavatsky voor het eerst in contact kwam met de westerse wereld. We kunnen de naam van deze inspirator niet geven, omdat de persoonsnamen van de Meesters al genoeg zijn ontheiligd.' In werkelijkheid kreeg HPB Licht op het pad pas in 1886 onder ogen, toen Arthur Gebhard haar in Duitsland een exemplaar gaf.Cranston, HPB, Het bijzondere leven & de invloed van Helena Blavatsky, stichtster van de moderne theosofische beweging (1993, Nederlandse vertaling 1995), p.362,363, Coues werd in juni 1889 uit de TS verwijderdDimolianis, Spiro. (2011). Jack the Ripper and Black Magic: Victorian Conspiracy Theories, Secret Societies and the Supernatural Mystique of the Whitechapel Murders. McFarland. pp. 106-107. en in hetzelfde jaar kwam de Gnostic Lodge of the Theosophical Society, die Coues in 1884 had opgericht, ten einde.
Coues kocht ook van christelijke zendelingen de (vervalste) 'Balavatsky-Coulomb brieven' in verband met het 'Hodgson Rapport' van de Society for Psychical Research (SPR), dat Blavatsky en de theosofie onderuit wilde halen. De brieven verdwenen toen en konden daardoor nooit meer worden onderzocht.
Bovendien betichtte hij Blavatsky er van het leven te hebben geschonken aan het jonggestorven, gehandicapte jongetje Yuri. Hij schreef een stuk voor de New Yorkse krant The Sun (in de vorm van een door hemzelf opgesteld vraaggesprek). Hij had het over een brief over Blavatsky 'in Parijs in 1857 of '58 als een demi-monde die een verhouding had met vorst Emile de Wittgenstein, bij wie ze een mismaakte zoon had, die in 1868 in Kiev overleed.' 'Sindsdien zouden de meeste vijandige biografen voor hun basisinformatie uit dit zogenaamde vraaggesprek putten'.Cranston, p. 365
Blavatsky spande processen aan tegen Coues en de Sun, wegens beschuldiging van onzedelijkheid. De advocaat van de Sun gaf aan dat hij niet in staat was de beschuldiging te bewijzen. Vervolgens was er het feit dat de 'advocaat van de aanklager (Blavatsky) de rechtbank tijdens het proces meedeelde dat de getuigenis van twee gynaecologen in gereedheid werd gehouden, die onder ede zouden verklaren dat mw. Blavatsky nooit een kind het leven had geschonken - in tegenstelling tot wat de Sun beweerde.'Cranston, p. 367
De redacteur van de Sun, Charles Dana, gaf de fout toe om het Coues artikel af te drukken. De krant de New York Sun, waarin Coues het artikel op 20 juli 1890 liet publiceren, moest het bericht 26 september 1892 rectificeren en zich verontschuldigen.The Sun, redactie olv Charles Dana, 26 september 1892: 'Wij drukken op een andere bladzijde een artikel af waarin WILLIAM Q. JUDGE de romantische en buitengewone loopbaan van wijlen MW. HELENA P. BLAVATSKY beschrijft. Wij maken van de gelegenheid gebruik op te merken, dat wij er op 20 juli 1890 ten onrechte toe werden gebracht in de kolommen van THE SUN een artikel van dr. E.F. COUES uit Washington op te nemen, waarin beschuldigingen tegen het karakter van MW. BLAVATSKY werden ingebracht, en ook tegen haar volgelingen, die ongegrond blijken te zijn geweest. Het artikel van JUDGE rekent af met alle vragen over MW. BLAVATSKY, die door dr. COUES werden opgeworpen; wij wensen te zeggen dat zijn beschuldigingen tegen de Theosophical Society en JUDGE persoonlijk [zijn], niet door bewijzen worden gesteund en dat wij die niet hadden moeten afdrukken.' Sylvia Cranston, Helena Blavatsky (1993), Nederlandse vertaling 1995, hoofdstuk 11 Een samenzwering, p. 368 Blavatsky was toen al overleden.Coues had in een artikel van 20 juli 1890 in the New York Sun een grote hoeveelheid kritiek op Blavatsky geuit (zie ref. A). De bewering in het artikel dat Blavatsky een gehandicapte zoon zou hebben gehad uit een relatie met Emile de Wittgenstein was de oorzaak van de rechtszaak. Ook moderne biografen buiten theosofische kring achten die bewering onjuist. Een aanzienlijk aantal van die biografen gaat wel uit van een eveneens gehandicapte zoon met de naam Yuri uit de relatie van Blavatsky met de operazanger Metrovitsj. Blavatsky woonde vanaf 1860 enige tijd met hem, haar echtgenoot en Nicholas Meyendorff, een baron uit Estland, in het huis van haar grootvader in Tbilisi. Binnen theosofische kringen spreekt men van een door Blavatsky geadopteerd gehandicapt kind. Agardi Metrovitsj en zijn echtgenote Teresina waren operazangers en 'goede vrienden van HPB'. Ze traden in april 1862 op als Marguerite en Mefistofeles in Gounods Faust in het operagebouw van Tbilisi (Cranston, p.78).ref. A -
Collins werd al in april 1889, dus een paar maanden vóór Coues, uit de Theosophical Society gezet, om tantrische praktijken en het aangaan van verschillende amoureuze verhoudingen binnen de theosofische kring. 'Volgens HPB 'brak ze haar geloften en werd schuldig aan het zwartste verraad en ontrouw aan haar HOGERE ZELF. En toen ik haar noch haar vriend Michael Angelo Lane in de ES kon handhaven, heeft het tweetal de hele Society in beroering gebracht met hun laster en leugens.' 'Cranston, HPB, p.363 Het gerucht ging dat ze ook lid was van Golden Dawn. Collins stelde 18 april 1889 in een brief aan Coues dat zij, ontvankelijk daarvoor in haar aanvankelijke bewondering voor Blavatsky onder wiens leiding ze toen (in 1885) studeerde (Blavatsky was toen in India), door de laatste gedwongen was (in 1885) te onthullen dat Light on the Path haar gedicteerd zou zijn door de Mahatma Koet Hoemi. Nu verklaarde Mabel Collins 'dat 'Licht op het pad' bij mijn weten niet door iemand werd geïnspireerd; maar dat ik het geschreven zag op de muren van een plaats die ik in de geest bezoek...daar las ik het en schreef het op. Ik heb zelf nooit een bewijs gekregen van het bestaan van enige Meester; maar ik geloof (als altijd) dat de mahatmische kracht moet bestaan.'Cranston, HPB, p.362 Het was HPB, die de adept die Collins de drie genoemde boeken dicteerde, identificeerde als Hilarion, een Griekse leraar, die ook met Blavatsky samenwerkte bij haar eigen verhalen. Licht op het pad werd zelfs in het Sanskriet vertaald. Het 'behoort tot en komt voort uit dezelfde school van Indo-iraans en boeddhistisch denken als de leringen in De Geheime Leer ' (Blavatsky).
In juli 1890 begon de rechtszaak, die Mabel Collins tegen HPB had aangespannen, maar de zaak werd onmiddellijk beëindigd toen HPB's advocaat aan haar eigen advocaat een brief van Collins liet zien. 'De inhoud van deze brief is nooit onthuld'
Invloed Light on the Path, Through the Gates of Gold en Idyll of the White Lotus zijn door theosofen wereldwijd gelezen en in verschillende talen vertaald.
Antivivisectie Mabel Collins stichtte de Incorporated Parliamentary Association for the Abolition of Vivisection, geregistreerd op 22 februari 1907.
Categorie:Brits theosoof Categorie:Brits schrijver